null Beeld
Beeld

BladenNico de Fijter

Waarom we van toekomstvoorspellingen houden

Is de coronacrisis een hoopvolle tijd, die ons voorbereidt op een utopische toekomst? Of staan we nog maar aan de vooravond van een permanente dystopische noodtoestand en ­repressie? Vanaf het begin van de coronacrisis buitelen de voorspellingen over onze toekomst over elkaar, constateert Filosofie Magazine. Het blad haalt Bas Heijne aan, die schreef: ‘Ik heb nog niemand voorbij zien komen die ontzet moest vaststellen dat de pandemie zijn wereldbeeld totaal omver heeft gegooid, dat het virus al zijn gedachten en idealen een dreun heeft gegeven’. Invloedrijke denkers, schrijft Filosofie Magazine, lijken in deze crisis allemaal hun eigen stokpaardjes – optimistisch dan wel pessimistisch – bevestigd te zien.

null Beeld
Beeld


‘Als de coronatijd één ding helder maakt, is het wel met hoeveel onzekerheid je te maken hebt bij het spreken over de toekomst, en hoe lastig het is om met die onzekerheid om te gaan’, zegt filosoof en dichter Maarten Doorman in het blad. De toekomstvoorspellingen hebben daar alles mee te maken: ze bieden houvast, al dan niet terecht. Doorman schetst hoe de mens vóór de Verlichting met een cyclisch tijdsbeeld en een christelijke eindtijdgedachte leefde, en hoe dat in de tweede helft van de achttiende eeuw – toen het vooruitgangsdenken centraal kwam te staan – hevig veranderde: de toekomst lag ineens open, we konden er iets van gaan vinden, want de toekomst biedt mogelijkheden. Maar als die toekomst mogelijkheden biedt, en het tijdsbeeld lineair wordt, dan verschuift de horizon bij voortduring. Die onzekere en open toekomst legde ook een zware druk op de mens.

Doorman: ‘Speculaties over de toekomst worden altijd doorspekt met wanhoop, met datgene waar je in het heden bang voor bent. Zoals we weten is angst een slechte raadgever. Maar dat kan hoop net zo goed zijn. Als je ergens op hoopt, verwissel je de verwachting dat iets gebeurt met de waarschijnlijkheid dat het gebeurt, zei Schopenhauer. Een mens kan niet zonder hoop, dat ­begrijp ik, maar hoop corrumpeert wel je gedachten.’

Radicale hoop

In zijn bijdrage in De Nieuwe Koers – die gaat over de vraag van de koers van de kerk in coronatijden – betoogt theoloog Steven C. van den Heuvel dat juist in crisistijd radicale hoop nodig is. Die term ontleent hij aan filosoof Jonathan Lear, die op zijn beurt weer verwijst naar Plenty Coups, die in het Amerika van de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw stamhoofd was van de Amerikaanse Crow-indianen: ‘Te midden van hun instortende cultuur, als gevolg van de zich doorzettende europeanisering van Amerika, zag hij (Plenty Coups, NdF) het als zijn taak zich niet tegen het onvermijdelijke te verzetten, maar zijn volk te helpen de nieuwe realiteit te omarmen.’

null Beeld
Beeld

Plenty Coups begon het land te bebouwen volgens Europese methoden, inspireerde zijn stamgenoten dat ook te doen, en startte een lobby bij de politieke leiders. In plaats van het onvermijdelijke passief te ondergaan, ‘probeerde hij op een nieuwe manier een toekomst voor zijn volk te vinden (…) waarbij hun wezen op een nieuwe manier tot uitdrukking zou komen.’

Lees eerdere afleveringen in ons dossier Bladen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden