Amsterdam, leeg en verlaten door het coronavirus. Op de hoek van de Herengracht en de Beulstraat staat een eenzame voedselbezorger.

Denker des Vaderlands

Waarom we niet kunnen genieten van doelloos wandelen

Amsterdam, leeg en verlaten door het coronavirus. Op de hoek van de Herengracht en de Beulstraat staat een eenzame voedselbezorger.Beeld Mark Kohn

Trouw vroeg Denker des Vaderlands Daan Roovers om haar filosofische kijk op het gedrag van mensen tijdens de coronacrisis.

 Ik was even mijn fietssleutels kwijt”, zegt Daan Roovers, Denker des Vaderlands, terwijl ze haar fiets vastzet voor debatcentrum de Rode Hoed. Het waait hard, het is snijdend koud. Roovers lijkt er geen last van te hebben, ze draagt sjaal noch handschoenen. “Op zoek naar die sleutels besefte ik dat ik mijn fiets al in geen twee weken meer gebruikt heb. Een fiets is overbodig geworden in deze tijd.”

Voor de Rode Hoed is het net zo stil als op de rest van de Amsterdamse grachten. De deuren zijn dicht, de gordijnen gesloten. In niets lijkt het gebouw nog op de openbare ruimte waar Roovers programma’s organiseert en debatten leidt.

“Heb jij ooit die gevelsteen van het hoedje gezien”, vraagt ze, en wijst naar het meest linkse pand van de Rode Hoed. “Dat herinnert aan de oorspronkelijke bestemming van het pand: een hoedenmakerij.”

Rood is de enige kleur die ertoe doet, zei Oosterhuis 

Het hoedje, vertelt Roovers, was ooit geel. Toen dichter en priester Huub Oosterhuis de Rode Hoed oprichtte, vond hij dat het hoedje moest worden geschilderd. “‘Rood is de enige kleur die ertoe doet’, zei de socialist Oosterhuis.”

Het verhaal over het hoedje toont al aan dat we nu anders leven dan voor de corona-uitbraak. “Dat is een van de positieve gevolgen van deze crisis”, zegt Roovers, “we hebben tijd om aandachtiger rond te kijken”.

Dat lijkt positief. Ervaart Roovers deze periode zo? “Daar ben ik dubbel in. De eerste dagen ervoer ik ook een zekere opluchting: fijn dat mijn overvolle agenda leegliep. Ik kook veel, we eten als gezin samen en ik heb in geen jaren de kinderen zo vaak ’s avonds in bed gelegd. Aan de andere kant: mijn vader van diep in de tachtig woont in Brabant middenin het rampgebied. Vier weken geleden vierden we nog carnaval in stampvolle kroegen, zelfs met mijn vader was ik nog in het café. Er gaat dan regelmatig een heupflesje Sambuca rond waar velen, ook ik, uit drinken. Als ik daar nu aan denk: onvoorstelbaar! Nu zag ik op tv een reportage over ons dorp: onze begrafenisondernemer was in beeld, hij kon het werk niet meer aan. ‘Twee mannen van de biljartclub zijn al dood’, zei mijn vader vandaag door de telefoon.

De filosofie moet zich nu bescheiden opstellen

“Naast de sfeer van saamhorigheid, die deze periode kenmerkt, ervaar ik ook een sfeer van zorg. Hoe moet het als hij begint te hoesten? Mijn vader zelf is hier trouwens duidelijk over: ‘Mij laat je maar mooi thuis, en een paar dagen later bestel je de bloemen’.”

Kan Roovers als filosofe iets met deze situatie? “De filosofie moet zich nu bescheiden opstellen. Het is aanlokkelijk te vragen wat we hiervan kunnen leren. Dat lijkt me te snel. We hebben nog geen beeld van de omvang van deze ramp, het is te makkelijk de gevolgen ervan voor het karretje van je eigen wereldbeeld te spannen.”

Aanleiding voor het gesprek was niet de vraag wat we kunnen leren van de huidige crisis, maar juist de verlaten en doodstille grachten waar we nu lopen. Jarenlang klagen Amsterdammers over toeristen en rolkoffers die de authentieke sfeer van de zeventiende-eeuwse binnenstad hebben vernietigd, en nu ze weg zijn, het geluid van de rolkoffers verstomd is, loopt er niemand. Terwijl Rutte ons toestaat een frisse neus te halen. Hoe kan dat?

Roovers: “Daar heeft die fietssleutel mee te maken. Ik gebruik mijn fiets om van A naar B te komen. B is het café, de universiteit, het station, noem maar op. Maar B is dicht. Dus blijft de fiets staan.”

Kunnen we dan niet van A naar A, doelloos wandelen, genieten van een stad zoals het in geen veertig jaar kon?

Het uiteindelijke doel is geluk 

Roovers: “De Griekse filosoof Aristoteles heeft het over ons doelgerichte bestaan. We doen iets omwille van iets anders. We gaan naar school omwille van een diploma, we halen een diploma om te kunnen studeren, we studeren om een baan te vinden – en zo tot in het oneindige. Dat uiteindelijke doel zou het geluk moeten zijn. Maar als die tussentijdse doelen uit zicht zijn, zetten we ons nogal lastig in beweging. Dat herken ik bij mijzelf. En dat is, denk ik, ook een van de redenen, dat de stad zo verlaten is: zonder doel heeft wandelen geen zin.”

Dus blijven we thuis. Maar ook daar blijven we volgens Roovers redderen, en dingen doen die we nuttig vinden. “De Franse filosoof Blaise Pascal noemt verstrooiing een kenmerk van de mens: wij zijn voortdurend bezig met werkjes, met karweitjes. Allemaal afleiding. Opruimen, er schijnt in geen jaren zoveel opgeruimd en naar het vuilnis gebracht te zijn. We willen iets aan deze tijd overhouden.”

Wat zegt dat? Nu het gesprek niet over de gevolgen van deze crisis maar over de crisis zelf gaat, blijkt de filosofie toch wel veel te zeggen te hebben. Want Roovers schakelt moeiteloos van Pascal naar de Duitse, twintigste-eeuwse denker Martin Heidegger: “We durven de ellende niet onder ogen te zien, zou Heidegger zeggen. Door op je plaats te blijven, te verweilen, dit te verduren, zouden we het wel onder ogen kunnen gaan zien. Iets verduren – dat is een belangrijk begrip bij Heidegger. Dat is stilzitten en aanvaarden. Je ogen en je oren en je zintuigen openzetten, en kijken wat er gebeurt en op je af komt.”

‘Heidegger noemt dat de echte verveling, dat we zo druk bezig zijn om onszelf uit de weg te gaan’

Wat er van buiten of wat er van binnen op je afkomt? “Beide. We slaan op de vlucht voor gevaren die van buiten komen. Als die gevaren ons niet bedreigen, dreigen we voor onszelf op de vlucht te slaan. We zouden het moeten proberen uit te houden met onszelf.”

We staan nu voor het cultuurhuis Felix Meritis, het debatcentrum waar in het verleden vaak de Nacht van de Filosofie werd gehouden – ook afgelast, net als de hele Maand van de Filosofie. Na jaren van verbouwing had het debatcentrum deze maand open moeten gaan. Roovers: “Het is wel echt een echec dat dat nu is afgeblazen.”

Terwijl we nog kijken naar de krijtkleurige helderheid van het gerenoveerde gebouw, vervolgt Roovers haar gedachtes. “Wat Heidegger over verduren zegt, betekent voor nu: de consequenties onder ogen zien van onze zorgen. Van de verveling, van wat we allemaal doen om de verveling te ontlopen, van de confrontatie met onszelf. Door hiervoor op de loop te gaan, ontken je wat deze crisis ons zou kunnen bieden.”

De meesten proberen zich door deze tijd heen te slaan door wel plannen en schema’s en projecten te verzinnen. “Heidegger noemt dat juist de echte verveling, dat we zo druk bezig zijn om onszelf uit de weg te gaan. Nu hebben we momentum dat los te laten.”

Vaker met een boek op de bank

Roovers is de eerste om toe te geven dat ze hier zelf ook moeite mee heeft. “Ik begon een paar weken geleden onmiddellijk met het verrichten van achterstallig werk, de boekhouding, mijn site. In het normale leven zoek ik afleiding in sociale contacten. Het lukt me niet dat allemaal te compenseren. Maar ik zit wel vaker met een boek op de bank.”

Afgelopen dagen was dat ‘De pest’ van de existentialistische filosoof Camus. “De mooiste scène vind ik als een van de hoofdpersonen, een arts, op bezoek gaat bij een hoteleigenaar, die klaagt over gebrek aan klandizie. De arts probeert de man te troosten: het is heel vervelend maar iedereen zit hiermee. ‘Ja’, zegt de man, ‘dat is precies het probleem: sinds wanneer hoor ik bij iedereen?’

“Dat geldt ook voor ons: met een schrik komen we tot het besef dat we bij iedereen horen. Het virus, de maatregelen, de beperkingen – alles is ineens zonder aanziens des persoons. We doen jaren ons best ons op allerlei vlak te onderscheiden, en ineens zijn we ‘iedereen’. Ik ervaar dat wel als een krenking van mijn menszijn.”

‘Het geluid van de stad is totaal anders’

Via een omweggetje komen we bij de Rozengracht, meestal een lawaaierige doorgangsroute; nu horen we het klepperen van touwen tegen vlaggenmasten. “Het geluid in de stad is nu ook totaal anders”, zegt Roovers. “Dat doet me denken aan wat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk zei over sferen. We leven in verschillende sferen, bijvoorbeeld: we de delen met elkaar de ‘klimasfeer’, hetzelfde klimaat. Maar deze crisis heeft ook onze sonosfeer veranderd, dat is de gezamenlijke geluidsomgeving waarin we leven.

“Wij wonen met z’n vieren op honderd vierkante meter. Wij hebben het goed met elkaar, verdragen daarom ook elkaars nabijheid prima. Maar dat we nu de hele dag in elkaars geluiden zitten, hoe houden we dat uit?”

Ook de Dam is verlaten. Hier zal straks 75 jaar vrijheid herdacht worden, alleen zonder mensen want het staat ons niet vrij hier bij te zijn. Het enige geluid dat we nu horen, is het gerammel van een tram – leeg. Even later nog een tram – ook leeg.

‘Voor ons burgers valt er nauwelijks tegen het virus te strijden’

“Er is nog iets waarom de stad zo verlaten is”, zegt Roovers. “Dat is de angst voor het virus, waartegen we eigenlijk niets kunnen doen. Angst is een gezond signaal dat we gewoonlijk omzetten in een vrees. Als jij echt hoogtevrees hebt, heb je vrees om te vallen én vrees om te springen. Je moet ze allebei onder ogen zien om te voorkomen dat je springt. Maar je kunt actie ondernemen en hoogtes vermijden. Of als je pleinvrees hebt, loop je een stukje om en ontwijk je de Dam.”

Maar dit virus, dat is toch ook tamelijk concreet? “Dat betwijfel ik: hier valt voor ons, burgers, nauwelijks tegen te strijden. Je kunt strijden tegen toenemende ongelijkheid in de samenleving, bijvoorbeeld als gevolg van deze crisis. Je kunt strijden tegen de EU, die nu misschien zo weinig te betekenen heeft. Een partij tegen de EU is denkbaar. Of een partij tegen armoede. Maar een virusvrije samenleving is geen politiek programma.”

We lopen over de Blauwburgwal terug naar onze fietsen. Vanaf de Herengracht komt ons een auto tegemoet rijden – een lege taxi.

Roovers: “Aan dit virus valt geen handeling te ontleden, behalve handenwassen en thuisblijven. Daarom zijn de straten zo leeg, daarom is het hier zo stil: uit angst doen we nog een schepje bovenop de maatregelen die Rutte ons oplegt.”

Lees ook: 

Redacteur John Graat ging terug naar zijn geboortedorp in Brabant

In Boekel kent iedereen wel iemand die besmet is ­geraakt, overleden is, ernstig ziek, of dat ­geweest is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden