Bladen en blogsKerkgang

Waarom roepen kerken niet veel harder om een snellere heropening?

Die kerkgang vanaf 1 juli – als er, als het goed gaat, weer groepen van maximaal honderd mensen mogen samenkomen – gaat nog veel gedoe opleveren. Hoeveel mensen kun je met die anderhalve meter onderlinge afstand überhaupt in je kerkgebouw kwijt? En als een kerkelijke gemeente (veel) meer dan honderd mensen telt – wie mogen er dan komen? En dopen? Gaan voorgangers inderdaad met een lange stok op afstand wat water over kinderhoofdjes gieten? En hoe zit het nou met zingen? Linke boel, naar verluidt, want al zingend is zo’n groep kerkgangers het virus misschien wel flink aan het rondsproeien.

Maar ondanks al dat gedoe klinkt de roep om een snellere heropening van de kerken steeds luider (collega Stijn Fens muntte in dat verband afgelopen zaterdag in deze krant de term ‘kerkhonger’). Waarom zouden we überhaupt nog moeten wachten tot 1 juli, vraagt Tijs van den Brink zich af in zijn column voor Visie. “We mochten al gewoon naar de bouwmarkt zonder mondkapjes en vanaf deze week mogen we ook weer naar het zwembad. En naar de kapper. En naar de masseur. En nog veel meer. Maar naar de kerk mogen we niet. Nee, dat gaat niet.” 

De EO-presentator (en PKN-lid) wijst op kerken in een aantal andere landen: daar klinkt de roep om heropening van de kerken veel luider. En hij vindt dat ook de Nederlandse kerken zich veel meer moeten roeren: “Waarom lijken wij het wel prima te vinden? Het argument dat me het meest irriteert, is het imago van de kerken. Wij christenen moeten het goede voorbeeld geven, bereid zijn ons op te offeren. Want wat zullen de mensen wel niet zeggen als we de kerken weer openen? De totale braafheid. Sinds wanneer leven wij van de gunst van mensen? Ik ga naar de kerk in de hoop God te ontmoeten. Het kan me – als het erop aankomt – niet veel schelen wat mensen daarvan vinden.”

Speelruimtes voor de Geest

In De Nieuwe Koers mijmert theoloog en architect Willem Jan de Hek over hoe de anderhalvemeterkerk eruit zou kunnen zien. Hij verwijst daarbij naar de beroemde kerkinterieurs van de zeventiende-eeuwse schilder Pieter Saenredam. Die kenmerken zich door leegte, ruimte en rust. Op de schilderijen zijn wel kerkgangers te zien, maar die domineren het beeld niet, ‘zij verpozen er’. De kerken die Saenredam in beeld bracht, schrijft De Hek, “zijn méér dan een gehoorzaal waar naar een preek wordt geluisterd. Het zijn verblijfsruimtes die tot de verbeelding spreken, en alle zintuigen prikkelen. Of misschien nog wel beter: het zijn speelruimtes voor de Geest.” 

De valkuil voor kerken, waarschuwt De Hek, is dat geprobeerd wordt om van het gebouw een soort gehoorzaal light te maken. “Sacrale plekken kunnen zoveel meer betekenen dan dat alleen. Juist nu, in een samenleving van onaanraakbaarheid. Een crisis is altijd een keerpunt. En zo is dit moment een kans. De anderhalvemeterkerk zou weleens letterlijk én figuurlijk ruimte kunnen scheppen. Voor nu, maar ook voor later. In ons denken, in ons doen en in ons vieren.”

Lees ook:

Reserveren moet straks voor een plekje in het gebedshuis

Kerken, synagoges en moskeeën stellen protocollen op om zo goed mogelijk om te gaan met dit religieuze anderhalvemetertijdperk. Wat eeuwen gebruik was, kan niet meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden