Essay

Waarom refo-fundamentalisten de Nashville-verklaring naar Nederland haalden

Beeld ANP

De Nashville-verklaring importeert Amerikaanse ideeën in Nederland en mobiliseert orthodoxen die het over weinig eens zijn. Behalve over die duivelse homolobby.

Zijn refo’s fundamentalisten? Zoiets vroeg altijd wel één student in de cursus ‘Fundamentalisme en moderne tijd’ die ik lang in Utrecht gaf. En altijd was het goed voor een fikse discussie. Ja, zeiden sommige studenten, want volgens de SGP moet de overheid ‘ongeloofspropaganda, valse religies en anti-christelijke ideologieën’ weren. Maar, zeiden anderen, zelfs de zwartste kousen zijn toch geen jihadisten? Dat is de makke van het begrip fundamentalisme: het fungeert als een scheldwoord, dat zekere gelovigen in een kwaad daglicht stelt. Fundamentalisme-specialiste Malise Ruthven, spreekt daarom van ‘het f-woord’.

Minimalistisch

De term raakte ingeburgerd in Nederland na de Iraanse Revolutie van 1978, maar hij werd een halve eeuw eerder gemunt, in de VS. Tussen 1910 en 1915 was de essayreeks ‘ The Fundamentals’ verschenen. Dit ‘getuigenis van de waarheid’ was dankzij twee oliebaronnen gratis toegestuurd aan predikanten, zondagsschoolleiders en dergelijke - een slordige 3 miljoen exemplaren. 

De auteurs, 64 in getal, behoorden tot heel uiteenlopende protestantse kerken en hadden dus heel wat kunnen bekvechten over de fijne puntjes van de rechte leer, maar ze vormden nu één front tegen het opdoemende ongeloof: darwinisme en socialisme, mormonisme en andere sektegekte maar vooral: modernisme in kerk en theologie. Om dat te stuiten, formuleerden ‘bijbelgetrouwe’ protestanten een handvol cruciale geloofsartikelen - bijvoorbeeld: dat Jezus lichamelijk was opgestaan. Wie dát niet geloofde, was geen christen.

Terwijl fundamentalisme vaak wordt vereenzelvigd met orthodoxie, kent het dus een nogal minimalistische geloofsbelijdenis. Wat dat betreft lijken refo’s bepaald niet op Amerikaanse fundamentalisten, want ze houden vast aan drie heel gedetailleerde belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelberger Catechismus en de Dordtse Leerregels. Althans, dat zeggen ze.

In mijn Utrechtse jaren - ik doceerde geschiedenis van het christendom - heb ik gemerkt dat zelfs reformatorische theologiestudenten niet kunnen navertellen welke uitverkiezingsleer de Synode van Dordrecht in 1619 canoniseerde. Daarnaar gevraagd verwoorden velen loepzuiver het Arminiaanse, remonstrantse standpunt dat ‘Dordrecht’ nu juist in de ban deed. Zo ook vrijgemaakt-gereformeerden: vraag hun naar de leer van de veronderstelde wedergeboorte en ze kijken je glazig aan. Heel wat meer kunnen zij, net als refo’s en evangelischen, je vertellen over hun visie op ‘de vrouw in het ambt’, vrijen voor het trouwen en vooral homoseksualiteit.

Identiteitsbepalend

Refo’s zijn er in soorten en smaken. Sommige behoren tot de Gereformeerde Gemeenten, die zich al in de vroege 19de eeuw losmaakten van de Nederlandse Hervormde Kerk, waar nieuwlichters hun goddeloze gang konden gaan. Andere calvinisten bleven, niet omdat zij zich minder stoorden aan al die onrechtzinnigheid, maar omdat opstappen iets was voor ‘activisten’ als Abraham Kuyper, die niet doordrongen waren van hun zondige onvermogen.

Pakweg een eeuw later, in 2004, viel eindelijk de druppel die de emmer deed overlopen: de Protestantse Kerk in wording zou het officieel mogelijk maken om homorelaties te zegenen. Toen knapte er iets: tientallen predikanten en kerkeraden scheidden zich af, en vormden de Hersteld Hervormde Kerk.

Dat uitgerekend dít tot een kerkscheuring leidde, illustreert een opmerking van de Britse historicus Diarmaid MacCulloch: (homo)seksualiteit is een identiteitsbepalende kwestie geworden onder christenen. Die zelfs verstokte quiëtisten ertoe kan bewegen om op te staan.

Beeld X

Volgens Ruthven en andere f-deskundigen is dat laatste kenmerkend voor fundamentalisme: het is een militante vorm van religie, die gelovigen te wapen roept om zich - meestal geweldloos - te verzetten tegen de marginalisering of ontaarding van de ware godsdienst.

Daarbij beroepen ze zich vaak op eeuwenoude waarheden of gebruiken, maar hun optreden is bij uitstek modern. Dat blijkt niet alleen uit hun communicatiemiddelen (denk aan de flitsende videoclips van IS), maar ook uit de manier waarop ze onderdelen van hun manier van denken of doen bombarderen tot geloofsartikelen, die moeten worden verdedigd en verspreid.

Naar de verdommenis

Terug naar de VS. Al in de jaren twintig kwamen conservatieve protestanten daar tot de conclusie dat ‘The Fundamentals’ hun doel hadden gemist. De Amerikaanse cultuur - vooral het hoger onderwijs - liet zich niet afbrengen van de modernistische snelweg die naar de verdommenis voerde. Dus trokken ze hun handen ervan af en verschansten zich in hun eigen subcultuur van kerken, zondags- en bijbelscholen. Van politiek hielden ze zich verre; hun enige hoop was op de Wederkomst van Jezus.

De Viering van de Liefde bij het Homomonument. Vorige maand werd bij het homomonument in Amsterdam een Viering van de Liefde gehouden in reactie op de orthodox-protestantse Nashville verklaring, waarin homoseksualiteit wordt afgewezen. Beeld ANP

Pas een halve eeuw later kropen evangelicals uit hun schulp, gealarmeerd door een ongekend kwaad: in 1973 had het Hooggerechtshof een streep gezet door het verbod op abortus. Vroeger hadden ze daar niet zo zwaar aan getild, maar nu noopte het tot politieke actie. ‘Kindermoord’ leidde zo tot de geboorte van religieus rechts alias the moral majority. Een reus was ontwaakt, maakte zich breed in de Amerikaanse politiek, en hielp eind 1976 Jimmy Carter - Democraat, maar born again - in het Witte Huis. Dat hij de legalisering van abortus niet terugdraaide, zou evangelicals er niet van weerhouden Pro Life te blijven kiezen. Zo’n 80 procent van hen stemde op Trump.

Naast abortus is er nog een vrucht van de Seksuele Revolutie waar evangelicals op gebeten zijn: de homobeweging, met haar glad to be gay en even schaamteloze aanspraak op gelijke rechten. Zo voert het minikerkje Westboro Baptist Church de leuze God hates fags. Niet alleen die ‘poten’, maar ook zij die hen gedogen, roepen de toorn Gods over zich af - vandaar 9/11 en dergelijke rampspoed. Dat wrijft de WBC de overlevenden en nabestaanden in.

Duiveltjes op de schouder

Representatiever voor de visie van Amerikaanse evangelicals op homoseksualiteit is het werk van Jack T. Chick - de meest verspreide striptekenaar ter wereld. Bekend zijn vooral Chick tracts: stripboekjes ter grootte van een smartphone met een verhaaltje dat oproept tot bekering. Ze kosten maar 15 cent - of de helft, als je er tienduizend bestelt, om uit te delen of te laten slingeren. In zes afleveringen gaat het over homo’s, hoe ze hun lifestyle propageren en christenen vervolgen, hoe ze kinderen misbruiken, doodgaan aan aids én hoe ze homo zijn geworden.

Volgens Chick zijn homo’s bezeten, en daarom beeldt hij ze vaak af met een duiveltje op hun schouder. Bespottelijk, maar het lachen vergaat je als je ziet in hoeveel talen deze homo-demonisering wordt verspreid: alle zes afleveringen in het Spaans, drie in het Portugees - de landstaal van Brazilië, waar president Jair Messias Bolsonaro nu homo’s dood wenst - en minstens een in negen andere talen, waaronder Chinees, Indonesisch en Filippijns.

Niet in het Nederlands, nee, maar begin 2002 verspreidde het Evangelisch Werkverband in de PKN een gratis magazine waarin homoseksualiteit werd aangeduid als ‘een uiting van diabolische anti-liefde, een perversiteit in de meest letterlijke zin van het woord’ en ‘een uitvinding van de duivel’. Toen daar kritiek op kwam, slikten de auteurs hun woorden in - maar dat ze daartoe gedwongen werden, zou duiden op duistere krachten.

Beknotten van rechten

Vaker dan zulke spookverhalen hoor je evangelicalen en refo’s klagen over de macht van ‘de homolobby’ (alleen al in het Reformatorisch Dagblad van de afgelopen tien jaar bijna honderd keer). In hun beleving lijkt ze haast even machtig als ‘de Joodse lobby’ dat is in de verbeelding van antizionisten en antisemieten. Dat is een nare vergelijking, maar veel Amerikaanse conservatieven geloven werkelijk dat homo’s en hun handlangers een sinister plan hebben beraamd om het gezin en de godsdienstvrijheid te ondermijnen.

Dit complot wordt onthuld in ‘The Homosexual Agenda’ (2003) van jurist Alan Sears en communicatiewetenschapper Craig Osten. “De homoseksuele agenda heeft als hoofddoel het beknotten van de rechten van alle andere groepen, met name die van gelovigen.”

Onderzoeksjournalist Michelle Goldberg typeert dit vermeende plan als ‘de protocollen van de wijzen van San Francisco’ - een variatie op de ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’, het beruchte Russische nepgeschrift uit 1903, bedoeld om Joden in diskrediet te brengen.

Op losse schroeven

De gedachte dat er een gay agenda bestaat, is wijdverspreid. In het Reformatorisch Dagblad van 9 september 2017 schetste columnist dr. Bart Jan Spruyt hoe homoactivisten Nederland eronder kregen, met als klapstuk de verovering van de trouwzaal. “Het homohuwelijk was bedoeld als het einde van het huwelijk”, schrijft hij. “Zonder huwelijk immers geen overspel. De bevrijding was volkomen.” Ik heb deze zinnen een paar keer moeten lezen voordat ik begreep wat ze zeggen: homo’s wilden kunnen trouwen omdat ze hoopten daarmee het huwelijk te ondermijnen, zodat promiscuïteit voortaan geoorloofd zou zijn.

Spruyt ontleent deze gedachtengang aan een Amerikaans boek: ‘We Cannot Be Silent. Speaking Truth to a Culture Redefining Sex, Marriage, and the Very Meaning of Right and Wrong’ (oftewel: Wij mogen niet zwijgen. Een cultuur die de betekenis van seks, geslacht, huwelijk en zelfs van goed en kwaad op losse schroeven zet, aan de kaak gesteld). De auteur van dit boek uit 2016 is R. Albert Mohler Jr., een prominente baptistentheoloog die inderdaad niet heeft gezwegen: hij is een van de opstellers van de Nashvilleverklaring.

Beeld X

Spreken moet, vonden ook Spruyt, drs. Kees van der Ziel, dr. Piet de Vries, evangelist Arjan Baan en negen andere refo- en evangelische auteurs. “Homoseksualiteit vraagt om hernieuwd belijden.” Doordat krap een maand later de Nederlandse Nashvilleverklaring uitlekte - er wordt nog steeds gedweild - is deze moderne confessie inmiddels wat vergeten, terwijl ze historisch significant is. In het jaar waarin ze het vierde eeuwfeest van ‘Dordrecht’ vieren, zetten calvinisten en evangelischen hun meningsverschillen opzij, en formuleerden nieuwe fundamentals.

Spreken moest, om te voorkomen dat de kerk onder druk van ‘de assertieve homolobby’ nog verder voorover zou buigen. Ze moest het Woord hooghouden. Net als toen ze zich geconfronteerd zag met het nazisme - nog iets duisters wat bijbelgetrouwen vaak associëren met homoseksualiteit.

Traumatisch

Het was niet voor het eerst dat refo’s en evangelischen de handen ineensloegen. Eind jaren zestig deden ze dat ook bij het oprichten van de EO en in de jaren zeventig trokken ze zelfs samen met rooms-katholieken ten strijde tegen abortus. Voor veel refo’s zal dat de eerste keer zijn geweest dat ze met demonstraties, petities en dergelijke moderne middelen gestalte gaven aan hun geloof.

De strijd over abortus verloren ze in 1981, maar inmiddels noopte een nieuw gevaar tot religieus-politieke mobilisatie: de voorgenomen Algemene Wet Gelijke Behandeling. De strijd daarover heeft nog langer geduurd dan die over abortus. Want zou een School met den Bijbel, bijvoorbeeld, gedwongen kunnen worden een lesbienne voor de klas te laten staan? Waar bleef dan de godsdienst- en onderwijsvrijheid?

In 1994 kwam de Wet er toch. Zelfs het voorbehoud dat homo’s wel geweerd konden worden door omstandigheden naast het ‘enkele feit’ van zó zijn, ging er twintig jaar later alsnog aan. Traumatisch voor bijbelgetrouwe christenen, zou je denken, maar het leed blijkt geleden. Want wat stellen Van der Ziel en de zijnen in hun Verklaring? “Wij verwerpen homohaat en elke vorm van discriminatie van homoseksuele personen in het maatschappelijke leven.” Elke vorm. De antidiscriminatiewet die een gruwel der verwoesting leek, is nu confessioneel gesanctioneerd.

Venijnig

En toen kwam Nashville naar Nederland. ‘Een gezamenlijke verklaring over Bijbelse seksualiteit’ die met geen woord rept over scheiden - wat evangelicals nog vaker doen dan andere Amerikanen - of anticonceptie, en maar één keer, terloops, verwijst naar kinderen. Zo beschouwd is ze niet achterlijk maar juist heel modern: ze beschouwt seks als middel waarmee ‘partners’ uitdrukking geven aan hun onderlinge liefde. Maar is dat bijbels?

Het venijnigst is artikel 7, dat het zondig noemt “…wanneer mensen zichzelf bewust willen zien en positioneren als personen met een homoseksuele of transgenderidentiteit”. Deze omslachtige vertaling van ‘adopting a homosexual or transgender self-conception’ duidt erop dat de Nederlandse Nashvillianen hiermee hebben geworsteld.

Terecht, want dit artikel staat mijlenver af van de conservatief-christelijke consensus hier te lande: dat je het wel mag zijn maar niet mag doen. Op nashvilleverklaring.nl staan twee filmpjes waarin een predikant en een ‘homofiele’ theologiestudent laatstgenoemd standpunt verwoorden - terwijl ‘Nashville’ het ook fout vindt om jezelf homo te noemen. Het Reformatorisch Dagblad zwijgt in alle talen over dit artikel 7 - over liefde die geen naam mag hebben.

Fundamentalistisch heet je al gauw in Nederland, als je seks buiten het heterohuwelijk afkeurt. Belangrijker dunkt me dat refo’s modern zijn geworden: militant, gebiologeerd door seks en sekse, en bereid om vaderlandse waar in te ruilen voor het laatste snufje uit Amerika.

Godsdiensthistoricus en socioloog David Bos (1963) doceert aan de Universiteit van Amsterdam en werkt mee aan een in juni uit te zenden tv-documentaire van IKON-EO over vijftig jaar homostrijd in protestants Nederland.

Lees ook:

Kritiek op orthodox anti-homo-manifest, OM doet onderzoek naar strafbaarheid

Het debat over homo’s en religie lijkt te verharden door ruime steun aan een erg behoudende mening.

De Nashville-verklaring raakt de seculiere staat

Dat meningen in Nederland naast elkaar mogen bestaan, staat nu op het spel, meent student filosofie Ariën Voogt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden