Geloven

Waarom mag ik niet voor mijn dode moeder bidden?

Beeld Robin Héman

Stephan Sanders beschreef in deze krant hoe hij gelovig is geworden. Aan de hand van het Apostolicum – de christelijke geloofsbelijdenis uit de tweede eeuw die nog overal ter wereld wordt gebruikt – vertelt hij nu wát hij gelooft. Vandaag de negende regel uit die belijdenis, over de kerk. 

Ik geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde. 
En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, 
die ontvangen is van de Heilige Geest, 
geboren uit de Maagd Maria, 
die geleden heeft onder Pontius Pilatus, 
is gekruisigd, gestorven en begraven; 
die nedergedaald is ter helle, 
de derde dag verrezen uit de doden; 
die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader; 
vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden. 
Ik geloof in de Heilige Geest; de heilige katholieke 
kerk, de gemeenschap van de heiligen
de vergeving van de zonden; de verrijzenis van 
het lichaam; en het eeuwig leven. 
Amen

Vroeger kwam bij mij thuis wekelijks een Surinaamse mevrouw over de vloer. Niet alleen voor de gezelligheid, ook om schoon te maken. Maar omdat we elkaar zeer mochten, liepen die dingen steeds meer door elkaar. Zij heeft me meegemaakt als vrijgezel, als samenwonende, als getrouwde man. Jammer genoeg nooit als gelovige. Ik noemde haar mevrouw M., en die M. was haar voornaam, zoals in ‘mevrouw Maria’. Zij was een stuk ouder dan ik en door dat mevrouw in combinatie met haar voornaam probeerde ik een zekere eerbied en intimiteit met elkaar te verbinden. Dat werd dus juffrouw Jannie-achtig Nederlands. Van de weeromstuit noemde ze mij mijnheer Stephan, maar dat werd me te gortig. Ze was rooms-katholiek, op die onnadrukkelijke Surinaamse manier, doorschoten met (Afrikaanse) winti-elementen.

Als mevrouw M. een dagje uitging en ik vroeg waarheen, zei ze bijvoorbeeld: ‘Naar Veluwe’. Ik vulde dan in gedachten aan ‘naar de Veluwe’, maar altijd zwijgend.

Het negende artikel van het apostolicum begint ook zo parlando. In het achtste hebben we gezegd: ‘Ik geloof in de Heilige Geest’, en dan volgt: ‘de heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen’. 

Beeld Robin Héman

Feliciteren

Geloof ik ‘kerk’ of toch ‘in de kerk’? Geloof ik ‘in’ of ‘aan’ de gemeenschap van de heiligen, of toch die gemeenschap als zodanig?

Er staat letterlijk: ‘Ik geloof de heilige katholieke kerk’ en dat moet wel zijn omdat wij gelovigen tezamen in heden, verleden en toekomst diezelfde kerk belichamen. We gaan onszelf niet de hele tijd lopen feliciteren in de belijdenis. Vandaar dat mevrouw M.-achtige Nederlands.

Katholiek betekent in het oud-Grieks algemeen of universeel – een kerk dus, van alle soorten gelovige mensen, van alle rangen en standen en etniciteiten. In de belijdenis wordt uitdrukkelijk afstand gedaan van het stam- of etnodenken. Misschien toch goed voor conservatieve gelovigen zich dat te realiseren, alvorens zich geheel te vereenzelvigen met alt-rechts of de partij van Thierry Baudet. In het christelijk geloof staat het universele beginsel voorop: zelfs migranten en niet-Nederlanders, het is niet te geloven, maken aanspraak op de genade Gods.

En dan is er nog het dagelijks gebruik van het woord katholiek, dat na de reformatie zo’n beetje synoniem is geworden met rooms-katholiek. Maar we hebben het hier over de belijdenis van de apostelen, de eerste christenen, die het zonder paus en Rome moesten stellen. De ‘heilige, katholieke kerk’ is een herinnering aan die vroege eenheid en ook een beleden geloof in de toekomst van de ene, heilige en algemene kerk.

Verrijdbaar

Ik weet dat er protestantse denominaties zijn, waarin ‘de kerk van alle plaatsen en alle tijden’ wordt beleden, maar dat is toch alsof je het woord tafel niet wilt gebruiken en telkens moet zeggen: dit egale oppervlak, rustend op poten of schragen, soms inklapbaar, soms zelfs verrijdbaar.

De kerk van Rome nam dus in de wandeling ‘het katholieke’ onder haar hoede en de protestanten ‘het christelijke’, als in de ‘christelijke scholengemeenschap’, die in de praktijk nooit rooms-katholiek is.

Ik blijf me verwonderen over deze eeuwenoude boedelscheiding in de taal. Het is niet de meest overtuigende manifestatie van het christelijke, dat wil zeggen katholieke geloof.

‘De gemeenschap van de heiligen’. Een jaar geleden trof ik een hervormde dominee (van huis uit Gereformeerde Bond) in Den Haag. Ik vertelde hem terloops dat we in de kerk natuurlijk ook bidden ‘voor de doden’. Ik meen dat die formulering hem rauw op het dak viel. Nu pas begin ik te begrijpen dat het met die ‘gemeenschap van de heiligen’ te maken had. Met ‘heiligenverering’, zoals gebruikelijk in de rooms-katholieke kerk. Maria, apostelen, martelaren, mystieken, kerkleiders en de onopgemerkt gebleven heiligen bovenal, die ik niet bij naam ken, maar die er op mogen rekenen dat ‘Het Is Gezien’. Aanvankelijk heetten alle eerste christenen heiligen, want ‘apart gesteld’ door God en hun geloof. De dominee legde me uit dat die gemeenschap van de heiligen zowel op heilige mensen als op dingen kan slaan: dus ook op heilige handelingen, op sacramenten.

Het menselijke

Maar waarom, vroeg ik, mogen onze voorgangers niet meedoen, waarom mag ik niet voor mijn dode moeder bidden? Voor mijn voorvaderen en voormoederen, die ik uit de aard der zaak niet persoonlijk ken.

Hij gaf me geen rechtstreeks antwoord, maar ik vermoed dat ik met mijn bedes het geloof in de Heilige Drie-eenheid in gevaar bracht, door het al te menselijke als bron van verering te beschouwen.

Maar ik bid voor hen die het al te menselijke hebben overstegen en aangevuld met iets heiligs, iets dat niet per se tot hun persoon is terug te voeren.

Het wemelt in de rooms-katholieke kerk van de heiligen, regelmatig kom ik een naam tegen die ik niet kende. Er is – zie Paulus – toch genade in overvloed? Ik geloof dus ook in: er kan nog meer bij.

Lees ook:

Eerdere afleveringen uit deze reeks.

Aan de hand van de eeuwenoude apostolische geloofsbelijdenis vertelt Stephan Sanders over zijn geloof. Hier de eerste aflevering, over het geloof in een almachtige God. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden