InterviewMartine Oldhoff

‘Waarom denken theologen zonder ziel te kunnen?’

Martine Oldhof:
Martine Oldhof: "Een mens blijft een leven lang die ene persoon, heeft persoonlijke identiteit door de tijd."Beeld Martijn Gijsbertsen

Martine Oldhoff promoveerde onlangs cum laude op een zoektocht naar de ziel. Hoe denken cultuur, filosofie en haar eigen vak theologie erover? Oldhoff pleit voor eerherstel van de ziel.

Lodewijk Dros

De eerste keer dat de ziel haar trof, was in Montpellier. “Ik zat in een tuin een boekje van een theoloog te lezen. In een paar zinnen serveerde hij de ziel af. Ik had nooit diep over de ziel nagedacht, kwam haar wel tegen in de liturgie, als een vanzelfsprekendheid, maar nu was ik... niet verbaasd – verbijsterd. En ik zag het daarna vaak bij theologen: de ziel kán niet meer. Het was taboe. Heel vreemd. Filosofen en seculiere schrijvers namen het wel voor de ziel op.” Dat hinderde haar. “Waarom denken theologen zonder ziel te kunnen?”

Oldhoff besloot de gangbare ideeën over de ziel te inventariseren, van ‘goddelijke kern in jezelf’ via ‘wat er van je overblijft na je dood’ tot aan ‘moraliteit’.

Eerst even over uw eigen ziel. U bent van 1990, bestond Martine Oldhoffs ziel al in 1989?

“Nee, de ziel is geschapen, dus was mijn ziel er nog niet in het grootste deel van 1989.”

Bij welke omschrijving van de ziel voelt u zich het meest op uw gemak?

“Met die goddelijke kern heb ik niet veel. En dat we geen zelf zouden hebben, daar geloof ik niet in. Wat me jaren geleden aansprak, waren vooral schrijfster Marilynne Robinson en filosoof Alain de Botton. Die schreven over het individu, het innerlijk dat aandacht verdient. Robinson bood met haar nadruk op verwondering een tegenwicht aan de neurowetenschappelijke reductie, tegen het fysicalistische idee dat alles materie is.

“En De Botton, die omschreef de ziel als een kern die gevoed moet worden. Dat vond ik intellectueel verantwoorde manieren van zeggen, want ze benaderden de ziel niet alsof ze substantie nodig heeft, niet iets wat na de dood voortleeft. Dat sprak me aan. Dat betoogde ik ook in mijn masterscriptie: als de ziel het leven overleeft, dan wordt ze een ding. Ik ging toen nog mee in het idee dat de ziel absoluut niet los valt te zien van het lichaam.”

Dat onderscheiden van lichaam en ziel doet u wel in uw proefschrift Soul Searching with Paul.

“Ja, want Paulus spreekt over leven na de dood en over transformatie. Dan is ‘ziel’ gewoon de beste optie. In de theologie en daarbuiten. Ik vind Robinson nog steeds belangrijk, maar ik denk nu dat er wel een van het lichaam te onderscheiden ‘ik’ is. Een mens blijft een leven lang die ene persoon, heeft persoonlijke identiteit door de tijd.”

Oldhoff verdiepte zich in het mensbeeld van Paulus, auteur van bijbelboeken en de meest invloedrijke denker van het christendom. “Hij ziet dat de mens kan veranderen, transformeren, door de Geest. En dat de mens na het leven bij Christus is, in afwachting van een opstanding van het lichaam. Dat gaat steeds om één en dezelfde persoon. Die noem ik de ziel.”

Voor veel gelovigen is dat vanzelfsprekend, zegt Oldhoff. Zelf twijfelt ze er inmiddels evenmin meer aan, maar vanzelfsprekend is het voor haar niet. Omdat ze de bezwaren van moderne theologen serieus wil nemen, ‘is er wel een theologische onderbouwing nodig die ook filosofisch door de beugel kan’.

Daarvoor haalt u een wijsgerige tovertruc uit, die u bij Immanuel Kant geleerd hebt: als je een theorie hebt met een noodzakelijke vooronderstelling, dan mag je die vooronderstelling postuleren, voor waar aannemen.

“Tovertruc! Haha, zo heb ik dat nog nooit gehoord. Het klopt wel. Veel theologen menen dat je zoiets domweg niet kunt aannemen. Toch wil ik theologisch van de ziel spreken. Daardoor kwam ik bij Kants Kritik der praktischen Vernunft terecht. Hij laat zien dat het filosofisch legitiem is om de ziel te postuleren als het vereist is in zijn theorie. Iets dergelijks doe ik ook: christelijk denken over de mens dat Paulus serieus neemt, vereist het bestaan van de ziel. Dus bestaat ze. Ik noem dat ‘theologisch plausibel maken’. Is dat een tovertruc? Ja? Dan kan ik mijn dochters nu uitleggen wat toveren is.”

Oldhoff schrijft in haar proefschrift dat uitleggers van het Nieuwe Testament zich tegen het ‘dualisme’ keren, het idee dat lichaam en ziel, hoe innig ook verstrengeld, twee grootheden zijn. Terwijl nieuwtestamentische auteurs als Paulus er een ‘dualistisch mensbeeld’ op nahielden.

U schrijft dat bijbelwetenschappers een ‘aversie’ tegen de ziel hebben. Dat is irrationeel walging en afkeer.

“Die aversie hebben ze niet allemaal. Ik denk dat heel wat van hen anonieme dualisten zijn. Ze zeggen dat ze niet in de ziel geloven, ‘ziel’ mag niet, want het zou niet Hebreeuws zijn (taal en denkwereld van het Oude Testament, red.). Toch zeggen ze bij een bijbelpassage ook: dit mag je niet niet als ‘ziel’ vertalen, maar het gaat wél om de ‘essentie van de persoon die dit leven overleeft’. Tja, dat is toch de ziel?”

Door die weerzin is volgens u de ziel vaker uit bijbelteksten wegvertaald dan goed is. In welke tekst wilt u haar in ere herstellen?

“Even zoeken, ja hier. In een oudere bijbelvertaling klonk het zo: ‘Wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won maar schade leed aan zijn ziel?’ In de nieuwste bijbelvertaling is dat: ‘Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven?’ Mag ik zeggen dat ik dat wat platgeslagen vind, zielloos? Ook in de ‘Bijbel in gewone taal’ komt de ziel in de Psalmen nauwelijks meer voor. Dat is wel een gemis, hoor.”

Sinds deze zomer woont Oldhoff als predikant in Mijnsheerenland. Daar brengt ze, zegt ze, de ziel onbekommerd ter sprake. Ook elders in de samenleving rust er op de ziel geen taboe, aldus Oldhoff, “doordat onze cultuur door het christendom is gestempeld”.

Onlangs vertelde een documentairemaakster in deze krant dat ze de ogen van haar hoofdpersoon Luma zo mooi vond, want die ‘tonen de ziel’. Oldhoff: “Daarin zie je hoe lichaam en ziel verweven zijn. Het klinkt clichématig, die ogen als spiegel van de ziel, maar ik beaam dat graag.”

Die documentaire heet Cow. Hoofdpersoon Luma is een koe. Hebben dieren ook een ziel?

“Misschien, maar dan wel een andersoortige ziel. Een mens kan ‘ik’ zeggen en antwoorden op een ander, of op God. Van dieren weten we dat niet. We zijn wel boven ze verheven, dus moeten we goed voor ze zorgen. Het is voor mij een van de redenen om geen dieren te eten.”

null Beeld

Martine Oldhoff, Soul Searching with Paul. A Theological Investigation of Cultural, Traditional, and Philosophical Concepts of the Soul

Lees ook:

Nu de ziel ter ziele is: leef!

Filosofen hebben de ziel niet uitgevlakt, aldus Oldhoff. Maar dat geldt zeker niet voor allen. Volgens wetenschapsfilosoof Herman de Regt is ‘de ziel zoals filosofen die vroeger omschreven, ter ziele‘ .

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden