Interview

Waarom de markt volgens Adam Smith ons geluk bevordert

Voor de verdeling van eerste levensbehoeften als voedsel werkt de markt prima, betoogde Adam Smith. Beeld AFP

Greed is good, hebzucht is goed. Dat lijkt de geestelijke erfenis van Adam Smith, oervader van het economisch liberalisme. Maar bedoelde de grote Verlichtingsdenker dat echt?

Adam Smith, dat was toch die man van ‘de onzichtbare hand’? Inderdaad, die term komt van de Schotse Verlichtingsdenker, die leefde van 1723 tot 1790. Als je de markt haar werk laat doen, zul je zien dat iedereen uiteindelijk profiteert: de vrije markt wordt zogezegd geleid door een ‘onzichtbare hand’. 

Het boek waarin Adam Smith dat betoogt, ‘The Wealth of Nations’ (1776), werd het oerboek van het economisch liberalisme. Politici en denkers met een afkeer van overheidsbemoeienis, zoals anticommunist en neoliberaal Milton Friedman, beroepen zich meestal nadrukkelijk op ‘de onzichtbare hand’.

Na de kredietcrisis en de aanzwellende kritiek op neoliberaal denken, zou je verwachten dat de status van vrijemarktheld Adam Smith diep is gekelderd. Maar het tegendeel blijkt het geval. Filosofen voelen zich geroepen voor hem in de bres te springen, juist als ze kritisch zijn over de macht van ‘economisme’. “De misinterpretatie van zijn werk grenst aan intellectuele en academische fraude”, staat bijvoorbeeld te lezen in ‘Het goede leven en de vrije markt’ (2018), geschreven door Ad Verbrugge, Govert Buijs en Jelle van Baardwijk, filosofen aan de Vrije Universiteit. Smith zou volkomen verkeerd begrepen zijn, alsof hij niet maalt om moraal. Neoliberalen die hem op het voetstuk hijsen, vergeten voor het gemak dat hij ook een boek schreef over de menselijke natuur en moraal: ‘The Theory of Moral Sentiments’.

Te midden van dit debat over de erfenis van Smith verschijnt volgende week de eerste integrale vertaling van ‘The Wealth of Nations’. De presentatie, in het Rotterdamse debatcentrum Arminius, wordt aangegrepen voor een discussie tussen tegenpolen Joris Luyendijk en Elsevier-columnist Syp Wynia.

Ook Johan Graafland zal van de partij zijn. Hij is hoogleraar economie en bedrijfsethiek in Tilburg en houdt zich al jaren bezig met Adam Smith, vooral met de vraag naar de ethiek achter diens denken. Hij kan ons alles vertellen over de befaamde passage met ‘de onzichtbare hand’. Wat staat daar eigenlijk en is dit wel de kern van Adam Smith’s denken?

De hele passage over ‘de onzichtbare hand’ schijnt in ‘De welvaart van landen’ maar één keer voor te komen.

“Eén keer in ‘De welvaart van landen’ én één keer in ‘The Theory of Moral Sentiments’, en die passages verschillen niet zoveel. Maar als je bedenkt dat ondernemers graag met dat citaat aan de haal gaan, is het vooral opvallend dat ‘landheren’ er helemaal niet vriendelijk worden afgeschilderd, zeker niet in ‘The Theory of Moral Sentiments’. Smith heeft het over een proud and unfeeling landlord, die het liefst de hele oogst voor zichzelf zou houden zonder één gedachte te wijden aan zijn medemens. Puur en alleen omdat hij niet alles zelf kan opeten, verkoopt hij het overschot op de markt. Niet uit de goedheid van zijn hart, maar uit egoïsme.

“Alleen is het effect daarvan wél verheugend. Want als de landheer veel van zijn opbrengst verkoopt, drukt dat de prijs op de markt. Dat leidt er weer toe dat die arme landarbeider eten kan kopen. En uiteindelijk, zegt Smith, is die arbeider bijna even gelukkig als de landheer, want de extra luxe die de landheer zich kan veroorloven, voegt weinig toe aan zijn geluk. Voor de verdeling van noodzakelijke levensbehoeften als voedsel werkt het marktsysteem prima.

“Juist de óndeugd van de landheer, zijn verlangen om rijk te worden, leidt er uiteindelijk toe dat iedereen even gelukkig wordt. Dat is die zogenaamde onzichtbare hand.”

Dus de landheer of kapitalist wordt neergezet als egoïst, maar dat maakt eigenlijk niet uit.

“Als het om deze passage gaat uit de ‘Theory of Moral Sentiments’, zou je dat inderdaad denken. Smith komt hier heel dicht bij een bekende uitspraak van de Nederlands-Engelse denker Bernard Mandeville, die leefde van 1670 tot 1733, dat slechte eigenschappen van privépersonen best het algemeen belang kunnen dienen. Maar in ‘De welvaart van landen’ spreekt hij neutraler over eigenbelang. Je kunt dat eigenbelang negatief inkleuren, maar ook positief, omdat het dicht bij de deugd van prudentie zit. ‘De welvaart van landen’ is dus moreel neutraal gekleurd. Het goede komt tot stand zonder dat er morele bedoelingen bij komen kijken.

In de echte wereld, leidt hebzucht wel tot ellende. Denk aan de kredietcrisis. Of aan bedrijven als Facebook en Amazon, die belasting ontlopen, macht vergaren en amper kunnen worden aangepakt.

“Daarom is het zo belangrijk te beseffen dat Smith niet alleen de man is van ‘de onzichtbare hand’. Hij is ook heel kritisch op het bedrijfsleven én op een strategie van louter eigenbelang. Dat uit zich in zijn afkeer van monopolievorming. Want monopolies ondergraven de eerlijke concurrentie, ze laten de winsten stijgen door hogere prijzen te vragen en die gaan ten koste van de gewone consument. Uiteindelijk wil Smith gewone mensen beschermen. Daarom moet je ook kritisch blijven op werkgeversorganisaties en op politici die grote ondernemingen uit de wind houden. Je kunt mét Smith pleiten tegen afschaffing van de dividendbelasting. Dat heb ik ook gedaan.”

Toch zegt Adam Smith met die ‘onzichtbare hand’ ook: goed gedrag doet er niet toe. Sterker nog, er staat eigenlijk ‘greed is good’.

“Dat blijft een probleem. Waarom is Smith zo ambigu over de rol van deugden? Enerzijds legt hij uit dat je geen moraal nodig hebt om tot een eerlijke verdeling te komen. Maar hij benadrukt ook het belang van deugden voor het realiseren van menselijk geluk. Zelfs in ‘De welvaart van lande’ vind je ongelooflijk veel citaten die het belang van deugden onderstrepen. Wel onderzoekt Smith die steeds met het oog op marktwerking én op het menselijk floreren. “

Welke deugden zijn dat dan?

“Het gros ervan leunt aan tegen de economische deugden. Denk aan spaarzaamheid en ijver. En aan deugden die samenhangen met voorzichtigheid, met verstandig handelen. En met eerlijkheid, die Smith verbindt met voorzichtigheid. Handelspartners kunnen maar beter eerlijk zijn, want eerlijk duurt het langst. Een ondernemer die oneerlijk is, verliest klanten.”

Echte kapitalistische deugden, die toch weer gericht zijn op financieel gewin.

“Maar het zijn wel deugden. Smith schetst niet zomaar een op technisch belang gerichte economie. Nee, dit is een economie van vlees en bloed, die vorm krijgt via allerlei karaktertrekken van mensen.”

Alleen zal onbaatzuchtigheid er niet bijstaan.

“Smith vindt inderdaad niet dat je mag rekenen op onbaatzuchtig gedrag, tenminste niet in het economisch domein, en zeker niet van vreemden. Denk aan zijn voorbeeld van de speldenfabriek. Zelf heb je als producent al die spelden niet nodig, je hebt voedsel nodig. En dus ga je die spelden ruilen op de markt. Want je kunt niet verwachten dat de mensen jou zomaar voedsel geven uit goedgunstigheid. Zo werkt het niet. Nee, de bakker verkoopt jou brood, omdat hij daar geld aan wil verdienen.”

Oké, maar als ik een band heb opgebouwd met de bloemenman, dan is het toch aardig bij hém te kopen en niet meteen naar de concurrent te stappen als die goedkopere bloemen verkoopt.

“Alleen zijn we voor vreemden meestal niet zo welwillend. Zo zitten we gewoon niet in elkaar, denkt Smith. De enigen die zich afhankelijk maken van de welwillendheid van anderen zijn bedelaars. Die hebben geen alternatief. Ze kúnnen niet werken. Maar zelfs zij denken aan zichzelf als ze weer geld te besteden hebben.”

Een sobere opvatting van moraal, die toch tot een goede wereld leidt. Dat klinkt een beetje als een geloof. Zit er bij Smith een hogere overtuiging achter?

“Er wordt wel gezegd dat hij geloofde in de zogenaamde Voorzienigheid. God had de wereld zo geschapen dat uiteindelijk via allerlei mechanismen het geluk van de mens wordt bevorderd. Een optimistische visie – en de ‘onzichtbare hand’ is daarvan een uitdrukking. Toch ligt dat complexer dan je denkt. Want in ‘The Theory of Moral Sentiments’ betoogt Smith juist dat God de mens heeft begiftigd met deugden, zodat we gelukkig kunnen worden. Misschien moet je zeggen dat God volgens Smith linksom of rechtsom het geluk van mensen wil bevorderen: lukt het niet via de deugden, dan wel via het eigen belang en de markt.”

Kritiek op het vrijemarktdenken

De invloed van ‘The Wealth of Nations’ valt moeilijk te overschatten. Toch klonk er al vroeg kritiek op Smith’s vrijemarktdenken, onder meer van Karl Marx (1818-1883). Die stelde dat concurrentie niet automatisch leidt tot een eerlijke verdeling, maar eerder tot een race to the bottom. Deze kritiek is nog allesbehalve verstomd. Een recentere kritiek luidt dat Adam Smith’ optimisme over groeiende welvaart geen rekening houdt met de wereldwijde uitputting van energie en grondstoffen. Sinds de kredietcrisis wordt ook gewaarschuwd dat ‘De welvaart van landen’ economie beschrijft als een wetmatig proces. Dat klinkt alsof we geen andere keuze hebben dan ‘de wet van de vrije markt’ te volgen.

Adam Smith

Wie was Adam Smith?

Adam Smith, in 1723 geboren in een vissersdorp bij Edinburgh, studeerde filosofie in Glasgow, destijds een broedplaats van Verlichtingsdenken. De Schotse filosoof David Hume was een goede vriend. Ook met ondernemers had Smith veel contact. Zijn colleges over logica, moraalfilosofie en economie waren zeer succesvol. Na ‘The Theory of Moral Sentiments’ (1759) maakt hij een reis naar Frankrijk en Genève, waar hij zijn held Voltaire ontmoette. Terug in Londen verkeerde Smith, die nooit is getrouwd, in kringen van Edmund Burke en Edward Gibbon. Zijn hoofdwerk ‘The Wealth of Nations’ (1776) voltooide hij in zijn geboortedorp Kirkcaldy.

Adam Smith, (Een onderzoek naar de aard en oorzaken van) De welvaart van landen. Vertaald en ingeleid door Jabik Veenbaas. Uitgeverij Boom, 1028 blz. €59,90.

Het debat over ‘De welvaart van landen’ vindt plaats op 26 juni in Arminius Debatcentrum Rotterdam. Kaartjes à €7,50 zijn hier te kopen.

Lees ook: 

Adam Smith schreef het al: politici moeten niet naar bedrijven luisteren

De notities over de afschaffing van de dividendbelasting laten zien dat wat Adam Smith schreef over de spanning tussen de belangen van het bedrijfsleven en het algemeen belang nog onverminderd actueel is, schreef hoogleraar economie, ondernemingen en ethiek Johan Graafland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden