InterviewDe Weense Kring

Waarom de ene filosoof wél, en de andere niet aardde in de Verenigde Staten

De Weense Kring. Beeld Nanne Meulendijks
De Weense Kring.Beeld Nanne Meulendijks

Filosoof Sander Verhaegh onderzoekt de migratiegolf van Europese filosofen naar Amerika vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het blijkt dat ze niet allemaal even hartelijk werden ontvangen. Wat maakt het verschil?

Laura Molenaar

De filosofen van de Weense Kring kwamen vanaf 1924 elke week samen in een klein lokaaltje in het Wiskundig Instituut aan de Boltzmanngasse. Om zes uur ’s avonds klapte Moritz Schlick in zijn handen, en begon de bespreking. Er werd driftig gediscussieerd. De filosofen bespraken de nieuwste wetenschappelijke onderwerpen, zoals kwantummechanica en Einsteins relativiteitstheorie. Maar ze bespraken ook logica, metafysica en andere klassiek filosofische onderwerpen.

Deze discussiekring – die naast Moritz Schlick bezocht werd door Otto Neurath, Rudolf Carnap, Hans Hahn, Rose Rand, Herbert Feigl, Hans Reichenbach en Friedrich Waismann (zie kader) – zou een belangrijke beweging in de filosofie teweegbrengen, die bekend staat als het logisch positivisme. Ze geloofden dat de filosofie dienstbaar moest zijn aan de wetenschap: filosofen moesten wetenschappers helpen nieuwe ontwikkelingen te begrijpen. Andere onderwerpen die de filosofie traditioneel waren toevertrouwd, zoals de ethiek, esthetiek, of speculatie over wat bestaat, moesten worden afgeworpen. Uitspraken over bijvoorbeeld ethiek – ‘stelen is slecht’ – konden niet wetenschappelijk worden bevestigd of weerlegd, en hoorden daarom niet thuis in de filosofie. Aldus de Weense Kring.

Op het eerste gezicht lijken hun activiteiten niet bepaald politiek omstreden, maar de Weense Kring was dat in die tijd wel. Niet in het minst omdat veel leden een Joodse achtergrond hadden: Feigl en Rand waren Joods, Reichenbach en Hahn hadden Joodse wortels. Ze werden steeds openlijker en radicaler gediscrimineerd door de nazi’s, die in 1933 in Duitsland aan de macht waren gekomen. Otto Neurath, communist, vluchtte in 1934 naar Den Haag. In 1936 werd Moritz Schlick op de trappen van de universiteit van Wenen vermoord door een student met ernstige psychische problemen. In 1938 werd Oostenrijk ingelijfd in Hitlers ‘Groot-Duitsland’.

Hans Reichenbach in 1921. Beeld Vienna Museum
Hans Reichenbach in 1921.Beeld Vienna Museum

Een gevoel van verovering

De grond werd de filosofen steeds heter onder de voeten, en aan het eind van de jaren dertig vluchtten ze, net als veel andere Europese wetenschappers, naar de Verenigde Staten. Hoewel de groep in Europa een marginale rol speelde, werden hun ideeën in Amerika warm ontvangen. Herbert Feigl schreef dat sommige leden van de Weense Kring er arriveerden met ‘een gevoel van verovering’.

De Tilburgse filosoof Sander Verhaegh vraagt zich af hoe het kan dat ideeën van de logisch positivisten zo positief ontvangen werden, terwijl filosofen van andere scholen het veel moeilijker hadden. Hij kreeg onlangs een NWO-Vidi-beurs om dat te onderzoeken.

Verhaegh zal in Amerika archieven doorspitten, maar hij gebruikt ook computationele methoden. “Anders loop je het risico dat je onze ideeën over de geschiedenis onbewust meeneemt in je historisch onderzoek. Dat je denkt: de vroege twintigste eeuw was de periode van het pragmatisme, dus ik moet William James en Charles Peirce bestuderen. Maar dat kan ook een achterafreconstructie zijn: geschiedenis wordt vaak geschreven door de winnaars.”

Intellectuele klimaat

Om dat tegen te gaan zal Verhaegh computerprogramma’s schrijven om een overzicht te krijgen van wie wat publiceerde, en wie wie aanhaalt. Zo ontstaat er een ‘citatienetwerk’, dat een soort landkaart vormt van het vakgebied. Daarmee kan Verhaegh dan gericht in de archieven duiken en ‘achter de schermen’ van de publicaties kijken.

“Daarmee wil ik een reconstructie maken van het intellectuele klimaat in Amerika in de eerste helft van de twintigste eeuw, om te kunnen verklaren waarom de ene groep wél met open armen werd ontvangen, en de andere niet.”

Sander Verhaegh. Beeld E. M. Miltenburg
Sander Verhaegh.Beeld E. M. Miltenburg

Ten tijde van de migratiestroom was de filosofie in een crisis beland. Er ontstond een tweedeling. “De wetenschappelijke successen van de relativiteitstheorie en de kwantummechanica lieten zien dat we niet door speculatie kennis verkrijgen, maar juist door experimenten te doen. Die speculatie moest ook uit de filosofie verbannen worden, zo was het idee: de filosofie moest in dienst staan van de wetenschap.”

Je ziet die tendens van verwetenschappelijking ook in andere vakgebieden, vertelt Verhaegh: de sociologie, psychologie en economie worden in de jaren twintig en dertig exactere disciplines.

Sceptisch over wetenschap

“Aan de andere kant had je een stroming die vooral in Duitsland heel dominant werd, en die erg sceptisch was over de wetenschap. Filosofen van die school vonden dat wetenschap alles wat waardevol was overvleugelde, zoals spiritualiteit, cultuur en ethiek.”

Die laatste groep was in Europa dominant; de Weense Kring stond er niet in hoog aanzien. De beroemde filosoof Hannah Arendt, die ook naar de VS vertrok, zei: “Ik kan niet begrijpen waarom jullie Amerikanen die tweederangs Europese [logisch] positivisten serieus nemen. In Europa lachten we om filosofen als Carnap.”

Amerika had kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog te lijden onder de beurskrach van de jaren dertig, wat het voor de geïmmigreerde filosofen moeilijk maakte werk te vinden. En daarbij kwam nog dat veel Amerikaanse universiteiten vrij antisemitisch waren. “Veel Joodse wetenschappers kwamen niet aan de bak omdat universiteiten een soort quotum op joden hadden. Reichenbach solliciteerde bijvoorbeeld op een plek in Princeton, waar Einstein en Gödel zaten. En dan zegt Princeton: nee, we hoeven er geen Joodse professor bij.”

Maar hoe kan het dat de filosofen van de Weense Kring dan toch zo invloedrijk werden? Verhaegh heeft zijn onderzoek nog niet afgerond, maar al wel een hypothese. “In Amerika keken ze op tegen Duitse wetenschap. In Europa liepen ze voor op Amerika als het gaat om technische en logische ontwikkelingen. En in Amerika was daar juist een groeiende interesse in ontstaan. Iemand als Einstein was er bijvoorbeeld echt een soort halfgod. En logisch empiristen zoals Reichenbach en Carnap schreven over de relativiteitstheorie; Reichenbach werd door The New York Times gevraagd om commentaar te geven op nieuwe publicaties van Einstein.”

Dat verklaart nog niet waarom de andere filosofen, die sceptisch waren over de wetenschap, het níet haalden. Verhaegh denkt dat cultuurfilosofen werden binnengehaald met verkeerde ideeën. “De universiteiten dachten dat ze vooraanstaande empirisch sociologen binnenhaalden, en waren vooral geïnteresseerd in empirisch onderzoek. Terwijl de filosofen van de wetenschapssceptische leest juist vonden dat je feiten niet alleen maar mocht verzamelen, maar ook kritisch moest benaderen: hoe kun je met wetenschap de maatschappij veranderen? Of hoe kun je met Freuds psychoanalyse de feiten herinterpreteren? Dat snapten ze in Amerika totaal niet.”

Hannah Arendt, Jean-Paul Sartre, en Simone de Beauvoir

En dat zie je vandaag de dag terug in de filosofie, en niet alleen op de universiteiten. “Als je een boekwinkel inloopt zie je boeken van Hannah Arendt, Jean-Paul Sartre, en Simone de Beauvoir. Je ziet geen boeken van logisch positivisten als Reichenbach en Carnap.”

De hedendaagse filosofie is sterk beïnvloed door de Amerikaanse filosofie, zegt Verhaegh. Zijn onderzoek kan dus ook licht laten schijnen op de manier waarop filosofie nu gedaan wordt.

“Omdat de filosofie aan de Amerikaanse universiteiten zo technisch en specialistisch werd, ontstond er een gat in het publieke en maatschappelijke debat. Filosofen die op het Europese continent belangrijk werden, zoals Arendt, Derrida, De Beauvoir, schreven boeken die wel voor een breed publiek toegankelijk zijn.” En die komen in de boekwinkel terecht.

De erfenis van die tweedeling is ook zichtbaar in Verhaeghs eigen onderzoek: die valt eerder in de technische analytische dan in de wetenschapssceptische traditie. “Je zou kunnen zeggen dat ik daardoor een beetje bevooroordeeld ben. Maar hoewel ik meer uit die analytische hoek kom, zie ik echt wel dat je allebei nodig hebt. In mijn onderzoek combineer ik juist de krachten van allebei: ik gebruik computerprogramma’s om data te analyseren en filosofische analyse om die met behulp van de archieven te interpreteren. Om Kant vrij te citeren: geschiedenis zonder data is blind, maar data zonder interpretatie is leeg. Je hebt ze allebei nodig.”

De filosofen van de Weense Kring

Rudolf Carnap

Een van de voornaamste leden van de Weense Kring. Droeg bij aan de ontwikkeling van de logica en wetenschapsfilosofie. Kwam terecht in Chicago.

Herbert Feigl

Oostenrijkse filosoof met Joodse achtergrond, kwam na omzwervingen terecht in Minnesota.

Otto Neurath

Econoom en socioloog die de organiserende kracht achter de Weense Kring was. Had politiek linkse ideeën en werd na aankomst in het Verenigd Koninkrijk een tijd vastgezet. Werkte daarna in Oxford.

Hans Reichenbach

Natuurkundige en kenner van de relativiteitstheorie. Werd vanwege zijn Joodse achtergrond ontslagen, vluchtte naar Istanbul voor hij in de VS terecht kwam.

Rose Rand

Poolse wiskundige en logicus, notuleerde bij de bijeenkomsten van de Weense Kring.

Moritz Schlick

Natuurkundige en oprichter van de Weense Kring, werd door een oud-student vermoord in 1936.

Lees ook:

Rose Rand was een belangrijke denker en toch is ze vergeten

Rose Rand leidde een indrukwekkend leven en verrichte belangrijk denkwerk. Toch is de filosofe vergeten. Hoe kan dat? Onderzoek naar die vraag kan helpen om de problemen van minderheden in de wetenschap aan te pakken, vindt Katarina Mihaljević.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden