Scriba René de Reuver  in de Rav Aron Schuster ­Synagoge in Amsterdam.

AnalyseJodenvervolging

Waar kwam de schuldbelijdenis van de PKN vandaan? Een reconstructie

Scriba René de Reuver in de Rav Aron Schuster ­Synagoge in Amsterdam.Beeld Patrick Post

De Joodse gemeenschap had begin dit jaar kritische vragen bij de plannen van de Protestantse Kerk in Nederland schuld te belijden voor haar rol voor, in en na de oorlog. Zondag sprak PKN-scriba René de Reuver de verklaring uit. Een reconstructie in drie delen.

Hier gebeurt iets heel bijzonders, denkt ­gepen­sioneerd predikant Dick Pruiksma als hij op zondag 26 januari thuis op de bank premier Mark Rutte hoort spreken bij de Auschwitz-herdenking. Rutte biedt excuses aan voor het handelen van de overheid in de Tweede Wereldoorlog. Het valt Pruiksma op dat de premier deze verontschuldigingen uitspreekt zonder enige terughoudendheid, zonder mitsen en maren, zonder te benoemen dat er ook goede ambtenaren zijn geweest. Nee, de volle aandacht gaat naar de emoties en het verdriet in de Joodse gemeenschap.

Moeten we daar niet wat mee als kerk, denkt Pruiksma. Moeten wij niet deel uitmaken van deze ontwikkeling?

De volgende dag moet de emeritus predikant uit Weesp in Utrecht zijn, op het kantoor van de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is voorzitter van de Protestantse Raad voor Kerk en Israël, een adviesgroep van de PKN. Pruiksma dropt zijn idee om ‘iets’ – een verklaring, een document – te doen bij Eeuwout Klootwijk, wetenschappelijk beleidsmedewerker voor Kerk en Is­raël. Ook die vindt dat de kerk stappen moet zetten in dit jaar van 75 jaar bevrijding.

De voorbereidingsgroep

Pruiksma weet dat de ‘mars door de instituties’ lang is. Daarom stuurt hij meteen een mailtje aan de scriba, René de Reuver, de secretaris van het dagelijks bestuur van de kerk met 1,7 miljoen leden. De Reuver schrijft terug dat hij het heel goed vindt dat Pruiksma dit aankaart. Hij heeft al van diverse kerkleden gehoord dat de kerk dit jaar iets moet zeggen over het eigen verleden tegenover de Joden voor, in en na de oorlog. ‘Jouw vraag versterkt dit’, laat hij Pruiksma weten. Ga door.

Nog in dezelfde week van de Auschwitz-herdenking is er een overleg op de werkkamer van de scriba met een gezelschap dat de voorbereidingsgroep is gaan heten: De Reuver, preses (voorzitter) Marco Batenburg, Klootwijk, Pruiksma en woordvoerder Marloes Nouwens. Ze hebben het direct over een verklaring. Die zou, in de woorden van Pruiksma, dezelfde draagwijdte moeten hebben als de excuses van Rutte, net zo ruimhartig, royaal en gericht op emotie. De groep wil wel vooraf bij de Joodse gemeenschap polsen hoe die tegenover zo’n schuldbelijdenis staat – ook dat woord is dan al gevallen. Er wordt niet gesproken over contact met nog levende verzetsstrijders of hun nabestaanden. In navolging van Rutte ligt de focus op het handelen van de kerkelijke instanties, niet op wat kerkleden hebben gedaan.

Pruiksma en Klootwijk stellen een lijstje op van zowel seculiere als religieuze Joodse organisaties. Het Centrum Informatie en Documentatie over Israël Cidi staat erop, het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap NIK, het Centraal Joods Overleg, een aantal rabbijnen van verschillende richtingen. Pruiksma gaat bellen. Hij noemt de reacties over het algemeen positief, maar er zijn wel kritische vragen. De schuld die de kerk gaat belijden moet niet algemeen blijven, maar concreet worden. En is dit ­eigenlijk wel nodig, zo is de vraag, protestanten zijn toch heel actief ­geweest in het verzet, ze boden ­onderdak aan Joden? Een van hen zegt het zo: “Dick, ik ben door ­christelijke mensen gered, God zij dank”. Ook hij vindt dat die gevoelens van dankbaarheid en de rol van het protestantse verzet in de verklaring ­duidelijk naar voren moeten ­komen.

De voorbereidingsgroep vraagt historicus Bart Wallet in kaart te brengen wat nu precies de rol is geweest van de drie voorlopers van de PKN, de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch Lutherse kerk. Het plan is om eind maart een Ontmoetingsdag te houden over de Protestantse Kerk en 75 jaar bevrijding, met sprekers uit PKN- en joodse kring. De voorbereidingsgroep spreekt met het Centraal Joods Overleg af dat scriba René de Reuver de verklaring op Jom Hasjoa uitspreekt, op 20 april.

De verklaring

Pruiksma begint aan een concept-verklaring. Hij hoeft niet helemaal bij nul te beginnen. De Wereldraad van Kerken heeft bij de oprichting in 1948 verklaard dat antisemitisme een zonde is tegen God en tegen mensen – die woorden neemt hij over. Eind jaren negentig hebben de drie voorlopers van de PKN gezegd dat de kerken mede de voedingsbodem hebben bereid waarin het zaad van het antisemitisme en haat kon groeien. Ook die woorden komen ­terug.

De andere leden van de voorbereidingsgroep zijn nauw betrokken bij het opstellen van de verklaring. Ze overwegen namen van theologen te noemen die zich hebben verzet. Maar daar zien ze vanaf. Want, in de woorden van De Reuver, ‘namen noemen is ook altijd namen vergeten’. Dat maakt het volgens de scriba wel nodig nog explicieter woorden te geven aan de verzetsdaden van kerkleden. Hij vindt het mooi dat de Joodse partners daar ook nadrukkelijk om vragen.

In de conceptversie schrijft de van origine gereformeerd-synodale Pruiksma dat het kerkelijke instanties in de oorlogsjaren veelal aan moed heeft ontbroken positie te kiezen voor de Joodse inwoners. En dan: “Dit ondanks de daden van ongelooflijke persoonlijke moed die, God- zij dank, ook door leden van de kerk werden verricht. Met dankbaarheid gedenken wij hen die de moed hadden om tijdens de oorlog in verzet te komen.”

De concepttekst is er 

Op 5 maart ligt de concepttekst er. Pruiksma en Klootwijk bespreken de verklaring met twee vertegenwoordigers van het Centraal Joods Overleg, voorzitter Eddo Verdoner en vicevoorzitter Ronny Naftaniel. Dit overleg gebeurt via beeldbellen en mailen; de eerste lock-down vanwege het coronavirus heeft het openbare leven platgelegd. Dat verandert ook het schema. De herdenking van Jom Hasjoa gaat niet door, er moet een nieuwe datum komen. Verdoner stelt de herdenking van de Kristallnacht in 1938 voor, op zondag 8 november. Dat vindt iedereen een passend moment.

Er volgen gesprekken in een sfeer die goed en open wordt genoemd, intensief en soms spannend. Meteen ligt de kwestie op tafel of deze schuldbelijdenis wel nodig is. Verdoner en Naftaniel vinden het mooi dat de kerk haar eigen rol onderzoekt. Maar ze kennen beiden mensen die gered zijn door dominees en door kerkgangers die vanaf de kansel hebben gehoord dat ze Joden moeten helpen en dat ook hebben gedaan, soms met het betalen van de hoogste prijs. “Het kan nooit zo zijn dat de schuldbelijdenis een schaduw werpt over deze heldendaden”, zeggen ze.

Verdoner merkt dat zijn gesprekspartners er wel van opkijken dat de verklaring niet meteen op instemming kan rekenen, dat ze niet zeggen: o wat goed, het werd tijd. Klootwijk is inderdaad wel een beetje verrast, maar hij vindt het ook goed dat Verdoner en Naftaniel dit naar voren brengen. Het maakt hen alert op de betekenis van de woorden schuld en verantwoordelijkheid.

Verzet van kerkleden nadrukkelijker noemen?

Het duo van het CJO stelt het verzet van kerkleden duidelijk aan de orde. Ze bespreken met de PKN’ers of het raadzaam is dit nadrukkelijker te benoemen dan in de twee zinnen in de conceptverklaring wordt gedaan. Daar voelen Pruiksma en Klootwijk niet voor. Als er een hele alinea komt met dat er ook veel goede dingen zijn gebeurd, dan ontkracht dat de schuldbelijdenis, zo is hun gedachte. CJO-voorzitter Ver­doner spreekt over een rare twist: ­Joden die gered zijn herinneren zich vaak hun protestantse redders, maar dat betekent niet dat de voorlopers van de PKN als geheel goed waren.

Verdoner ziet ook op andere ­momenten enige spanning tussen de kerk die een eigen verhaal heeft, en de ontvanger die zegt: als je het zo stelt, dan komt de boodschap niet aan. Hij noemt het taalgebruik. Verdoner en Naftaniel vinden dat hier en daar wat te binnenkerkelijk. Pruiksma heeft er geen moeite mee details wat aan te passen: dit is een verklaring van de kerk aan de Joodse gemeenschap, maar de ontvanger moet de boodschap wel kunnen ­begrijpen.

De gesprekspartners zijn het erover eens dat een schuldbelijdenis weinig zin heeft als die geen lijnen trekt naar de toekomst. Die ligt in een gezamenlijke bestrijding van het antisemitisme. Daarbij benadrukt CJO-voorzitter Verdoner dat de gesprekspartners gelijkwaardig zijn. Voor de voorbereidingsgroep is dat vanzelfsprekend, maar Verdoner doelt hiermee op de zending vanuit kerken onder joden. De PKN heeft dat pad allang verlaten, maar het gebeurt nog wel door behoudende protestantse kerken. “Dat is geen gelijkwaardigheid, daarmee zeg je toch dat je alleen volwaardig bent als je Jezus Christus accepteert”, zegt Verdoner. Pruiksma voegt gelijkwaardig toe, net als de laatste woorden, dat die gelijkwaardige partners onderling verbonden zijn in de strijd tegen het hedendaags antisemitisme. Ook verandert hij de volgorde: deze zinnen als afsluiting, en niet de bijbeltekst uit Job.

Klootwijk verwerkt de wijzigingen. In september komt het artikel van historicus Wallet. Hij concludeert dat kerken meer hebben gedaan dan de overheid, maar ook dat zwijgen en wegkijken al te vaak boven protesteren gingen. Klootwijk schrijft een toelichting op de verklaring en een verkenning over excuses en schuld. Al deze stukken komen in een conceptbrochure. In oktober stemt de synode, het gekozen landelijke kerkbestuur, ermee in.

Wat er verder gebeurt

Al in het voorjaar spreken PKN en CJO af niets van de voorbereidingen naar buiten te brengen en de verklaring pas te publiceren als PKN-scriba De Reuver die op 8 november heeft uitgesproken. De PKN richt de schuldbelijdenis aan de leden van de Joodse gemeenschap, zij moeten de eerste hoorders zijn. “Er is een proces gaande”, zegt Klootwijk dan ook tegen kerkleden die met name na de toespraak van de koning op 4 mei, vragen aan de kerk excuses aan te bieden dan wel schuld te belijden.

In diezelfde tijd doet de christelijk gereformeerde Henk Schouten in het Reformatorisch Dagblad een oproep aan de kerken schuld te belijden. Hij stelt Klootwijk en De Reuver voor mee te doen. De PKN’ers houden dat af. Zij vinden het juist goed als verschillende kerken op verschillende momenten terugblikken op hun rol in en rond de oorlog, elk met een eigen toonzetting.

De groep vanuit behoudende kerken rond Schouten, komt met een schuldbelijdenis die kerken zondag 15 november in hun dienst kunnen uitspreken. In een vergadering van de overkoepelende Raad van Kerken op woensdag 21 oktober maken ze melding van dit initiatief. Ze kon­digen aan dat de tekst de volgende dag in het Nederlands Dagblad staat. PKN-scriba de Reuver vertelt dat de PKN met iets bezig is.

Het Nederlands Dagblad komt dit ter ore en belt PKN-woordvoerder Marloes Nouwens voor bevestiging. Zij geeft die. De verklaring blijft ­onder embargo. Maar om het nieuws inhoudelijk aan te kleden, geeft ze drie citaten uit de schuldbelijdenis. Die heeft ze met de scriba uitge­kozen, in samenspraak met Klootwijk.

Ook Trouw is op de hoogte dat scriba De Reuver van de Protestantse Kerk op 8 november met een verklaring komt. Nouwens stuurt de Trouw-verslaggeefster de drie citaten. Zij vraagt en krijgt een toelichting van De Reuver op de paar zinnen. Die gaan alle over de rol van de kerk, niet over die van kerkleden. “Het is een schuldbelijdenis van het instituut kerk voor het instituut kerk”, zegt De Reuver, die het tegenover de Joodse gemeenschap heel vervelend vindt dat deze nu niet de eerste is die de verklaring hoort. Hij prijst het verzet van individuele kerkleden en dominees wel, maar de nadruk ligt bij het tekortschieten van de kerken.

Felle discussie

De PKN besluit er nu het zwijgen toe te doen. De hele verklaring wil ze openbaar maken, nadat die op 8 november is uitgesproken ten overstaan van de Joodse gemeenschap.

Daags na de berichtgeving barst er een felle discussie los. Nabestaanden van verzetsmensen zijn woedend over het ontbreken van waardering voor het protestantse verzet. Die zit wel in de verklaring, maar die is slechts in kleine kring bekend. “De verklaring zelf is heel weloverwogen. Je hoopt dat mensen op de hele tekst reageren, er is nu al twee weken discussie over iets wat ze nog niet gezien hebben”, zegt Marloes Nouwens. Zij steekt daarvoor ook de hand in eigen boezem: de communicatie had anders gemoeten.

Het grote publiek hoort de hele tekst van de schuldbelijdenis als scriba De Reuver die tijdens de herdenking van de Kristallnacht, gisteren, voorleest in de Rav Aron Schuster ­synagoge in Amsterdam. Wegens corona is het gezelschap zeer beperkt. Eeuwout Klootwijk zit in de syna­goge, Dick Pruiksma volgt de bijeenkomst thuis op de bank.

Deze reconstructie is tot stand gekomen op basis van gesprekken met betrokkenen.

Lees ook:

Kerken erkennen schuld voor falen voor en tijdens oorlog

De voorlopers van de Protestantse Kerk in Nederland hebben in de oorlog gefaald bij de bestrijding van antisemitisme. Daarvoor belijdt de kerk schuld.

Woede over WOII-schuldbelijdenis PKN: ‘De kerk schoffelt over de graven van verzetsmensen’

Zondag belijdt de Protestantse Kerk in Nederland schuld voor de rol van de kerk voor, tijdens en na de oorlog. Die actie is een grote fout, vinden de nabestaanden van verzetsmensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden