EssayVolksziel

Waar je in de rest van Nederland gezond moet blijven, staat in Brabant content blijven voorop

null Beeld
Beeld

In de Brabantse Kempen gaat men prat op het beeld van de contente mens als volksziel. Terwijl eromheen duistere zaken welig tieren. Hoe een vrolijk menneke zoveel donkere kanten toont.

Daar staat ie dan, de contente mens. Met de handen op de rug, een flauwe glimlach om de mond. Zo op het eerste gezicht een goedmoedige sukkelaar die nog geen vlieg kwaad doet. Geen man van de actie, meer het type dat komt aanwaaien en je ongevraagd van het werk houdt. Weliswaar op leeftijd, maar nog niet der dagen zat. Het is eigenlijk maar een klein mènneke. Het voetstuk waar ze hem op geplaatst hebben in de vorm van een zuil op de Markt bij de boterlinde in Eersel is aanzienlijk groter dan het bronzen beeldje zelf.

En, niet onbelangrijk in deze tijden van beeldenstorm, hij staat nog fier overeind. Hij leeft, ook in corona-tijden. Geen winkel of terras in Eersel in de Noord-Brabantse Kempen of je komt er een ronde, gele sticker tegen met de tekst ‘Blijf content, houd afstand’, waarbij het beeld van de contente mens tweemaal is afgebeeld met een pijl met ‘1,5 meter’ daartussen. Waar je in de rest van Nederland gezond moet blijven, staat in Eersel (en je mag wel zeggen in de Kempen) content blijven voorop.

Mooi woord, content. Het verwijst naar een soort innerlijke tevredenheid die haaks staat op lichtzinnige vrolijkheid. De contente mens is dan ook geen flierefluiter maar iemand die met weinig tevreden is, nooit klaagt, en ondanks gebrek toch de zonnige kant van het bestaan opzoekt. Een fictieve figuur met een doorleefde blijheid, die berust in zijn lot en ziet dat het goed is zo. Verwacht van hem geen veranderingen of grote daden. Hij ziet het passief aan, en maakt niet eens aanstalten om een stap vooruit te zetten. Hij is het toonbeeld van een gewenste orde, van een geïdealiseerd mensbeeld, van een stabiele wereld.

De belichaming van de Kempische volksziel

Nou was de wereld in 1957, toen dit kunstwerk van Richard Bertels werd geplaatst, een stuk overzichtelijker. Opdrachtgever was de gemeente, die het prille, naoorlogse toerisme in de jaren van wederopbouw een impuls wilde geven en zich liet inspireren door een gedicht van meester Kwinten, ‘hoofd ener school’ aldaar – zoals dat vroeger zo mooi heette. De tekst in dialect is overigens veel frivoler dan het ingetogen beeld, en zit vol actie.

“Hij is niet tegen het nieuwe,
niet tegen de vooruitgang,
niet tegen de aardse geneugten
doch is tegelijk levenswijs...”

Het lieddicht is zo goed als vergeten, en staat opvallend genoeg niet bij het beeld vermeld. Zo archaïsch als de tekst inmiddels is geworden, zo levend is het beeld. De sculptuur is hier letterlijk en figuurlijk van de tekst losgezongen. Het maakt deel uit van het collectief bewustzijn, het is voor mensen een soort zelfbeeld geworden waar ze zich bij tijd en wijle – vooral ook bij tijden van wijlen zoals in deze corona-crisis – in willen spiegelen. Het wordt beleefd als de belichaming van de Kempische volksziel.

Immens populair werd de contente mens omstreeks 1980 als radioprogramma van Omroep Brabant. Als alles wankelt staat daar onwrikbaar de contente mens. Raak alles kwijt, behalve je goede humeur. Het leven is goed in het Brabantse land, jawel, daar brandt nog licht en die Brabantse nachten zijn lang – zeker. Maar nergens is men zo content als hier.

Voor het beeld van de contente mens stond een bejaarde boer uit Duizel model, Jantje Mollen genaamd. Als negentigjarige werd hij geëerd door het schuttersgilde. Bij het landjuweel in Helmond in juni 1961 won hij het ereschild voor de oudste gildebroeder die de optocht kon uitlopen. De uitreiking geschiedde door bisschop Bekkers van ’s-Hertogenbosch, die door zijn tv-optredens een soort pastoor van Nederland zou worden.

Het innerlijk van die Brabantste mens was in de praktijk veel minder content

Bekkers zocht de schuttersgilden actief op. In tijden van grote maatschappelijke veranderingen belichaamden zij als middeleeuwse, katholieke broederschappen standvastigheid in het geloof, trouw aan traditionele plattelandswaarden in plaats van stadse fratsen. Volksaard en volkskracht kwamen erin samen. Het katholicisme vormde in die optiek de kern van de Brabantse ziel. Een ziel die doorstraald werd met een innerlijke Roomsche blijheid, let wel: dat is niet de lichtzinnigheid van een losbol. In gildebroeder Jan Mollen, vereeuwigd als contente mens, kwam dit alles samen.

Achter dat op het eerste gezicht wat onnozele beeld gaat met andere woorden een ideologisch wereldbeeld schuil. Het content-zijn waar de Kempenaren tot op de dag van vandaag zo mee weglopen, was in eerste instantie een projectie van volgzaamheid en berusting op het Brabantse volk door een elite die op zoek was naar rust en stabiliteit. Aan de andere kant liet die Brabander zich dat beeld van tevreden trouw graag aanleunen.

null Beeld
Beeld

Dat innerlijk van die mens was in de praktijk veel minder content. Het beeld wordt letterlijk aan de buitenkant opgepoetst als beproefde overlevingsstrategie. Het hoofd bieden aan een onleefbaar strenge moraal van wieg tot graf, van ochtend- tot avondgebed op blote knietjes voor het Heilig Hartbeeld met een onhoudbare gezinsproblematiek die ook Bekkers begon in te zien. Dat hij destijds de verantwoordelijkheid voor de samenstelling van het gezin bij de ouders, en niemand anders, legde wordt hem in bepaalde kringen nog steeds niet in dank afgenomen.

In Brabant werd dat spel van voor- en achterkant, van innerlijk en uiterlijk van oudsher met succes als strategie ingezet. ‘Achterom is het kermis’, zo luidt het gezegde. Alleen de pastoor en belastinginspecteur belden aan, het gezag kwam door de voordeur en werd veilig geparkeerd in de ‘goei kamer’. Het toepassen van ’artikel vijf’, waarin je onverkwikkelijke zaken wel ziet maar niet verklikt, garandeert nog steeds een rustig bestaan. Wie veel door de vingers ziet in zijn naaste omgeving krijgt immers geen problemen, ook niet als er bij jou in de straat een vreemde wietlucht hangt.

Van gerommel in de marge tot georganiseerde misdaad

‘Meld nooit iets aan de politie, want je raakt alles kwijt’ – ziehier het recente tragische lot van wijlen Arie den Dekker uit Oss, die zich voor het gemeentehuis in brand stak omdat hij niet geloofde dat hij ooit nog een huis van die gemeente zou krijgen. Zo kun je de contente mens ook zien: ondoorgrondelijk als een sfinx met een glimlach alles passief bezien en ondertussen wel beter weten. Want veel klassieke overlevingsstrategieën in deze regio onttrekken zich aan het zicht van de overheid: ‘Daar zien ze in Den Haag niets van’. Van gerommel in de marge tot georganiseerde misdaad.

En het is ook boerenslimmigheid om van criminaliteit een attractie te maken, zoals langs de Belgische grens gebeurt met smokkelroutes. Het verleden wordt geneutraliseerd tot een safe story, waarbij de scherpe kantjes van de kraaienpoten behendig worden afgevijld. Voordat de drugs dominant werden, vormden illegale alcoholstokerijen in de jaren zeventig de criminele specialiteit van dit gebied. Een nagenoeg vergeten tak van ondermijnende sport. Het wachten is op een illegale stokerij die in de museumboerderij van Eersel wordt opgesteld.

Een andere connotatie van het gebied, de intensieve veehouderij en bio-industrie, wordt er immers ook al gemusealiseerd. Het eerste nationale varkensmuseum is in Eersel geopend. De boer die aanvankelijk bezoekers zijn varkensbedrijf toonde, kwam tot de conclusie dat je beter toeristen dan varkens kunt houden. Kijk-, speelboerderij en nationaal varkensmuseum ’t Rundal toont onder het motto ‘van zaadje tot karbonaadje’ een grote verzameling varkensbeeldjes.

Intussen kijkt in datzelfde dorp de contente mens op de Markt uit op een muziekkiosk, waar aan een van de staanders een sensor is bevestigd die de luchtkwaliteit en het geluidsniveau meet. Want ‘Kempisch wonen in een wereld­regio’, zoals de gemeente Eersel zich afficheert, heeft landschappelijke consequenties.

Dat Kempense landschap was van oudsher schraal, arm. Hollandse militairen die hier tijdens de Belgische Opstand in de jaren dertig van de negentiende eeuw waren ingekwartierd spraken spottend van de ‘Acht Zaligheden’. Daarbij verwijzend naar het achtervoegsel ‘sel‘ in plaatsnamen als Eersel, Duizel, Steensel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel en Wintelre (‘Wintersel’). Dit ironisch toponiem – te vergelijken met de benaming Paleisstraat voor een krottenwijk – is geen ambivalente geuzennaam meer, maar een eretitel geworden waar je bij wilt horen.

Waar iedereen graag bij wil horen is de high-tech regio Brainport

Zo brak er aan het begin van dit millennium een ware dorpsrel, inclusief beeldenstorm, uit tussen Bladel en Reusel. In een daar opgerichte monumentale steencirkel voorstellende de Acht Zaligheden werd Bladel slechts ter oriëntatie aangeduid met een platte kiezelsteen. Op zekere dag was deze vervangen door een menhir van Bladel, die alle andere plaatsen overschaduwde. De steen is met harde hand verwijderd. Bladel kan dan wel weer bogen op de Boom van Zwarte Kaat, die verwijst naar een geromantiseerde legende over een terechtgestelde heks. In 2019 uitverkoren tot boom van het jaar: de natuur is immers onschuldig. Welkom in de Kempen.

Waar iedereen graag bij wil horen is de high-tech regio Brainport. Dat is de nieuwe benaming voor dit deel van de Kempen dat geruisloos overloopt in Peelland. Het schrale klapzand, dat de keuterboerkes tot aan de introductie van kunstmest en de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond rond 1900 hun tanden content deed knarsen, is nu in de vorm van silicium het nieuwe goud van chipmachinefabriek ASML in Veldhoven. Samen met automotive fabrikant VDL zetten zij de traditie van Philips en DAF voort, die de regio tot een tweede Randstad aan het maken is. Een wereldregio met expats en logistieke dynamiek waarop de contente mens zijn tanden stukbijt.

In de Peel heb je geen meetpaal nodig om te ruiken dat hier aanzienlijk meer dieren dan mensen wonen. Corona sloeg hier hard toe. De relatie tussen luchtkwaliteit, grote aantallen dieren en volksgezondheid wordt nu door het RIVM onderzocht. De passieve, contente mens is hier passé en vindt zijn tegenhanger in boze boeren die, als moderne dragers van Brabant, lokale CDA-wethouders bij hun ballen hebben tot in het provinciebestuur aan toe. Een regio waarin de boerenfractie in de gemeenteraad van het ontginningsdorp Helenaveen met zijn wonderschone turfvaarten jaren geleden bezwaar wilde maken tegen de aanwijzing als beschermd dorpsgezicht uit vrees voor belemmering van de agrobusiness – in Nederland niet eerder vertoond.

Zoals de contente mens in wezen een verhullend beeld is, zo is de Peel van Grave tot Weert, voor wie het wil zien een slagveld van de moderne tijd. Alle ontwikkelingen op het gebied van klimaat, water, lucht, biodiversiteit, bodemkwaliteit en landbouwsystemen komen hier samen: op de ontgonnen heidevelden maakte het kleine gemengde gezinsbedrijf, in drie generaties tijd, plaats voor silo’s en mega-stallen. Producerend voor de wereldmarkt staan ze aan de basis van een industriële keten met Zuid-Amerikaanse soja en veevoeders, slachterijen en Oost-Europese arbeidsmigranten.

Een meisje van twaalf jaar belandde in Cranendonck op de brandstapel

Het coronavirus had voor mens en dier ook hier weer een onvoorzien onthullend effect. Wist ik veel dat hier zoveel nertsenfokkerijen waren. Wie kijkt er nu binnen bij een megastal, laat staan een slachterij op volle toeren? Brabant scoort inmiddels goed bij het indienen van vragen in de Tweede Kamer. In Den Haag zien ze het probleem inmiddels ook: als het platteland ergens een afspiegeling is van machtsverhoudingen in de samenleving is het wel hier.

null Beeld
Beeld

Geen onschuldig landschap dus, en zeker geen onschuldige geschiedenis. Met turfzwarte pagina’s die pas recent beginnen door te dringen in het collectieve geheugen, zoals de heksenjacht in 1595 waar in enkele maanden tijd 23 vrouwen als zondebokken voor onbegrepen onheil werden vermoord. Het jongste slachtoffer was Heylken Brycken, een meisje van twaalf jaar dat in Cranendonck op de brandstapel belandde. Een kinderlijke bekentenis dat ze van haar moeder toveren had geleerd werd haar, en uiteraard ook haar mama, fataal. Zelfs voor Europese begrippen een gerechtelijke dwaling van formaat.

Kinderen werden wel vaker verdacht, en dan levenslang weggestopt in een of ander klooster. Eén verdachte vrouw was zo gemarteld en wanhopig dat ze in detentie zichzelf door ophanging van het leven beroofde. En zo nog twintig waargebeurde horrorverhalen over wat mensen elkaar kunnen aandoen in tijden van ziekten, misoogst en crisis.

De vervolgers, lokale heren, werden van hogerhand op de vingers getikt, maar gingen vrijuit. Macht boven recht. In de raadszaal van de gemeente Cranendonck hangt prominent een kunstwerk met het opschrift ‘Recht boven macht’: neutraal bedoeld, maar hoe toepasselijk in dit licht. Johan Otten schreef er een mooi boek over: ‘Duivelskwartier’.

Aangezien standbeelden ‘hot’ zijn, pleit ik voor een reeks nieuwe beelden met naam en toenaam van de geëxecuteerde vrouwen als ankerpunten van de herinnering, in plaatsen van vervolging zoals Leende, Heeze, Mierlo, Lierop en Asten. Brabant is immers goed in het oprichten van beelden voor antihelden. Niet de ruiter maar het paard krijgt er een standbeeld, zoals Bonfire in Erp, niet de boer maar het varken, zoals de zeug met biggen voor het provinciehuis. Zij zijn de echte topsporters. De held zelf blijft, zogenaamd heel bescheiden, op de achtergrond. De contente mens ten voeten uit.

Gerard Rooijakkers

Cultuurhistoricus en socioloog dr. Gerard Rooijakkers (Eindhoven, 1962) is kenner van de volkscultuur in Noord-Brabant. Van 1991 tot 2010 was hij verbonden aan het Meertens Instituut. Hij publiceerde diverse boeken over Brabant, o.a. ‘Eer en schande’, ‘De poffer’ en ‘Rituele depots’. Nu verdiept hij zich in de heksenjacht in Brabant.

Lees ook:

Krakend dennenhout verraadt contente mens

Op het Marktplein van Eersel staat het beeld van de Contente Mens. Van deze contente mens bestaan kleine replica’s voor op de schoorsteen, die bij feestelijke gelegenheden in het Brabantse land met name aan bezoekers van boven de grote rivieren worden geschonken

Dansen met de duivel en de dood

Hoe het eraan toegaat bij heksenvervolgingen eind zestiende eeuw

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden