InterviewStefan van der Poel

Voor Herman Verbeek liepen religie en politiek in elkaar over: ‘Het christendom was iets revolutionairs’

Herman VerbeekBeeld Kees van der Veen

De tegendraadse Groningse priester Herman Verbeek streed als politicus en publicist tegen onrecht, geïnspireerd door zijn geloof. Stefan van der Poel schreef een nieuwe biografie: “Het christendom was voor Verbeek iets revolutionairs.”

Een bisschop, een biologische boer, een Jood, een norbertijner monnik, en een oud-lid van het Europees Parlement. Zomaar een greep uit de sprekers op de uitvaartdienst van Herman Verbeek (1936-2013), priester, politicus en publicist. Onder de vele aanwezigen in de kerkbanken van de Der Aa-kerk in Groningen bevond zich ook Stefan van der Poel, universitair docent ­eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Hoe konden al die mensen ­samenkomen in één persoon? Daar moest een verhaal achter zitten”, vertelt hij aan de telefoon.

Toen niet veel later het persoonlijke archief van Verbeek beschikbaar kwam, besloot Van der Poel in het leven van de priester te duiken. Het resultaat is een biografie over de ‘profetische kluizenaar’ Verbeek, zoals een goede vriend hem eens omschreef: een man die de wereld wilde veranderen, maar tegelijkertijd ook bleef verlangen naar een teruggetrokken monnikenbestaan. Bij het grote publiek werd Verbeek vooral bekend als politicus en Europees Parlementslid van de Politieke Partij ­Radicalen (PPR), de christelijk-progressieve partij die opging in GroenLinks. Hij schreef boeken, artikelen, (ge)zangen en hij verscheen veelvuldig in televisieprogramma’s.

Verbeek had geen geringe ambitie: hij wilde de politiek ‘spiritueler’ maken, en het geloof politiseren. “Religie en politiek liepen voor Herman in elkaar over”, legt Van der Poel uit. “Het christendom was voor hem iets revolutionairs: het bevatte een oproep om te strijden tegen armoede, en om anders met de aarde om te gaan. De wereld was als een tafel die scheef stond, hij wilde de tafel rechtzetten.” Een paar regels uit een interview met Verbeek uit 1977 laten goed zien hoe hij de relatie tussen politiek en geloof zag: “Er was ooit een Jezus van Nazareth die zo weldadig was als een Messias maar zijn kan, omdat hij voor alle minderheden opkwam. Die rabbi was zo gevaarlijk goed, zo radicaal voor vrijheid, gelijkheid en broederschap, zo’n eerlijke voorstander van delen van bezit dat hij uit de weg geruimd werd.”

De aantrekkingskracht van het geloof

Verbeek was geen gemakkelijke man, dat staat buiten kijf. Van der Poel: “Veel mensen vonden hem een irritante, betweterige, tegendraadse man. Anderen zijn juist idolaat en zeggen dat Herman hen tot huilens toe wist te ­raken. Het staat in ieder geval vast dat de meesten van ons minder op zouden geven voor hun idealen dan hij deed.”

Als jonge misdienaar ontdekte Verbeek al vroeg de aantrekkingskracht van het geloof. In de kapel van het Rooms-Katholiek Ziekenhuis in Groningen vond hij de rust waaraan het hem thuis ontbrak, daar kon hij vluchten voor zijn strenge vader. Die was een neurochirurg die zijn kinderen met harde hand ­opvoedde. In 1963 werd Verbeek gewijd als priester. Hij hield van de aandacht, van de rituelen, de gewaden en de mystiek. 

Toch had de jonge Verbeek moeite om zijn plek te vinden. Hij vervulde allerlei functies binnen de kerk, maar­ ­tegelijkertijd bleef zijn relatie met haar een moeizame. Verbeek streefde naar opheffing van het celibaat, had een afkeer van hiërarchische structuren en trok openlijk het ­gezag van de paus in twijfel. Vanaf 1970 vulde hij in zijn agenda onder het kopje ‘godsdienst’ niet langer ‘katholiek’ in; in 1973 sprak hij met de bisschop af dat hij voortaan als ‘vrij theoloog’ door het leven zou gaan. Verbeek kwam voortdurend in botsing met de kerk, die volgens hem aan vernieuwing toe was. Toen de conservatieve Wim Eijk op 6 november 1999 in de Jozefkerk werd gewijd als bisschop van Groningen, stond Verbeek buiten te protesteren.

Priester in de sjoel

Toch kon hij de kerk nooit helemaal loslaten, mede doordat hij een sterke behoefte had om onderdeel uit te maken van een gemeenschap. Die vond hij in de kerk, in de woongroepen waar hij onderdeel van was, maar ook bij andere geloofsgemeenschappen. Bijvoorbeeld bij de Joodse gemeenschap in Groningen. In 1980 werd hij voorzitter van de Stichting Folkingestraat Synagoge en organiseerde hij talloze tentoonstellingen in het gebouw. Verbeek had een grote fascinatie voor het Jodendom. Jezus was voor hem allesbehalve een godenzoon, maar een rabbijn met een afwijkend geluid: “Rabbi Joshua van Nazareth”. Het christendom diende in de ogen van Verbeek opnieuw in verbinding te worden gebracht met haar Joodse wortels: “Christendom is twintig eeuwen misverstand (…) Geschiedvervalsing om duidelijk te zijn, tot op de dag van vandaag. Van een Joodse leraar was een god gemaakt.”

Eerste Heilige Mis in de San Salvatorkerk in Groningen, 1963.

Ongeveer tegelijk met zijn voorzitterschap van de synagoge begon Verbeek aan zijn politieke carrière bij de PPR. Hij werd landelijk voorzitter, en later nam hij zitting in het Europees Parlement. Een van zijn vele speerpunten was duurzame landbouw, met oog voor boer, dier en milieu. “Daar was hij al heel vroeg mee bezig”, zegt Van der Poel. “Hij spande zich in om boeren tegemoet te komen die door ­milieubeleid in de knel zouden komen. Hij verweet GroenLinks te zeer een ‘stadspartij’ te zijn, die weinig oog had voor de problemen ­onder de boeren. Je kunt boeren niet zomaar dwingen om anders te gaan boeren, vond hij: de consument moet ook stappen zetten.” Door een fikse ruzie kwam het in 1991 tot een breuk tussen Verbeek en GroenLinks, die niet meer te lijmen viel.

Monnikenbestaan

Ondanks zijn enorme dadendrang zou Verbeek altijd blijven verlangen naar een monnikenbestaan. Van der Poel: “Hij had een grote behoefte aan inkeer, aan stilte en introspectie. Dat was de grote spanning in zijn leven: die tussen de drang om naar buiten te treden en de ­behoefte alleen te zijn.” Alleen in die stilte kon Verbeek schrijven: hij schreef honderden ‘zangen’, gedichten over zijn innerlijke leven.

In de laatste jaren van zijn leven leidde Verbeek een teruggetrokken bestaan, in zijn sobere woning in Groningen. Vanuit zijn ‘eenmansabdij’ wijdde hij zich aan het schrijven en keek hij terug op zijn leven. Hij overleed in 2013, op 76-jarige leeftijd. “Het leven van Herman is een aansporing dat we de samenleving ook ­anders kunnen inrichten”, zegt Van der Poel. “Het besef dat het zo niet langer kan, bijvoorbeeld als het gaat om het milieu, was bij hem al heel vroeg aanwezig.” Ook de manier waarop hij naar het geloof keek vindt Van der Poel nu nog relevant: zonder dogma’s, en met oog voor wat de Bijbel in het hier en nu kan betekenen. “Ook mensen die allang niet meer naar de kerk gaan, zullen zich bij hem thuis voelen.”

Stefan van der Poel, Herman Verbeek: priester, politicus, publicist is verschenen bij Uitgeverij Verloren.

Lees ook: 

Ernesto Cardenal (1925-2020), de revolutionaire dichter die ruzie kreeg met de paus

Hij was minister van cultuur van Nicaragua, priester, bevrijdingstheoloog, maar bovenal dichter: Ernesto Cardenal is overleden, op 95-jarige leeftijd.

Was oorlogspaus Pius XII een held of een vazal van Hitler?

Trouw kreeg een eerste blik in de Vaticaanse archieven over oorlogspaus Pius XII. Zestien miljoen documenten moeten licht werpen op een van de meest omstreden pausen uit de kerkgeschiedenis. ‘Ah, u wilt een smoking gun?’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden