null Beeld
Beeld

RecensieFilosofie

Volgens Godfrey-Smith is de geest niet het product van een biologisch proces, de geest ís een biologisch proces

Peter Godfrey-Smith
Metazoa. Het dierenrijk en de evolutie van het verstand
Vert. Wybrand Scheffer
Spectrum; 336 blz. € 22,99.
★★★★★

De schrijver

Australiër Peter Godfrey-Smith (1965) is hoogleraar wetenschapsfilosofie in Sydney, gespecialiseerd in de wijsgerige onderbouwing van de evolutietheorie. Eerder werd zijn boek ‘Buitengewoon bewustzijn’ in het Nederlands vertaald.

Als scubaduiker kent hij de wereld van de diepzee op zijn duimpje. Zo beschrijft hij lyrisch een glassponzentuin: ‘Soms lijken het net handen met dikke wanten, alsof er van onder de zeebodem iets met zachte, half voltooide ledematen omhoog probeert te reiken’.

Stelling van dit boek

Ons moderne, mechanistische mensbeeld begint bij de zeventiende-eeuwse rationalist René Descartes. Hij deelde de mens op in een lichamelijke en een geestelijke helft, die in het brein samenkomen. Dieren staken volgens Descartes veel eenvoudiger in elkaar, als een soort onbezielde machientjes.

Twee eeuwen later botste Darwins evolutietheorie met Descartes’ concept van de mens als kroon op de Schepping. Eenmaal bewust van de verwantschap tussen de soorten wordt het moeilijker om van bepaalde soorten te beweren dat ze minder ‘bezield’ zijn dan de mens. Glassponzen hebben bijvoorbeeld geen zenuwstelsel, maar door hun elektrische lading knetteren ze wel van ‘actiepotentiaal’.

Toch is daarmee volgens hem de kous niet af. Dankzij Darwins theorie snappen we beter wat ‘leven’ is, maar met ‘geest’ bedoelde Descartes toch echt iets anders. Iets dat meer in de buurt komt van ‘gevoelde, subjectieve ervaringen’.

Uiteraard zijn mensen geneigd om zichzelf een dergelijke geest toe te kennen, schrijft hij. Onze kat heeft er alweer minder van, en bij eencellige wezens als bacteriën kunnen we ons nauwelijks enig bewustzijn voorstellen. Deze hiërarchische willekeur bij het toekennen van bewustzijn aan de soorten berust op weinig meer dan een gevoelskwestie, en als wetenschapsfilosoof neemt Godfrey-Smith daar geen genoegen mee. Hij wil weten ‘waarom het zo voelt om het soort materieel ding te zijn dat we zijn’.

Godfrey-Smith stelt dat de geest niet het product is van een biologisch proces, de geest ís een biologisch proces. Hij beschouwt zichzelf als materialist, maar waakt ervoor om levende wezens tot complexe machines te reduceren.

Opvallende passage

‘In cellen gaat het bij de levensprocessen om het aanbrengen van orde in een moleculaire storm en de onvolmaakte organisatie van ionen. Dat lijkt in niets op wat er in door de mens gebouwde machines gebeurt. Zelfs als we ze willen gebruiken om chaotische gebeurtenissen te simuleren, maken we machines over het algemeen om voorspelbaar en in hun handelen begrensd te zijn. Om de verfijnde gebeurtenissen in cellen als een ‘machinerie’ te omschrijven is deels correct, en ook deels incorrect.’

Reden om dit boek niet te lezen

Als u een wetenschapsfilosoof zoekt die ook politieke consequenties verbindt aan zijn filosofie over menselijke en dierlijke activiteit, voelt u zich misschien meer thuis bij Bruno Latour.

Reden om dit boek wel te lezen

Nadenken over de lichaam-geestscheiding voelt alsof je over je eigen schaduw heen moet springen. Je bent immers genoodzaakt de ervaring van bewustzijn te beschrijven binnen de beperktheid van datzelfde, door eeuwen van evolutie gevormde bewustzijn.

Godfrey-Smith probeert deze ‘ervaringskloof’ te dichten door voorbij de eigen soort te kijken en dierlijke ervaringen te bestuderen. Zo vertelt hij over de gespleten persoonlijkheden van octopussen en de onbevangenheid van kappersgarnalen. Door verslag te doen van zijn persoonlijke observaties in de diepzee vloeien filosofie- en biologieles overtuigend in elkaar over.

Ook schrijft hij onderhoudend over menselijke dwaalwegen in de zoektocht naar de bron van het leven. Zo vond de negentiende-eeuwse darwinistische bioloog Thomas Huxley een gelei-achtig organisme, dat hij ‘Bathybius’ doopte. Hij was ervan overtuigd dat hij het ingrediënt had ontdekt dat het leven aanstuurde, een brok gematerialiseerde geest als het ware. Helaas bleek de Bathybius het product van een chemische reactie tussen zeewater en de alcohol waar hij zijn vondsten in bewaarde. Deze petit histoire over het onuitroeibaar magisch denken van een materialist had in een roman niet misstaan.

Lees ook:

In zijn Trouw-column schreef Bert Keizer eerder dit jaar al over het boek van Godfrey-Smith: “Het raadsel van onze menswording uit een dier: is het zoiets als wakker worden uit een diepe slaap?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden