Paul van der Velde: ‘Ook boeddhisten maken zich schuldig aan oorlogen en geweld’.

InterviewPaul van der Velde

Volgens deze hoogleraar is het boeddhisme helemaal geen antistressreligie

Paul van der Velde: ‘Ook boeddhisten maken zich schuldig aan oorlogen en geweld’.Beeld Hanne van der Woude

Hoogleraar Paul van der Velde schreef een boek over de westerse misvattingen over het boeddhisme. ‘Boeddhisten zijn niet bezig met leven in het hier en nu.’

Paul van der Velde (61) kreeg zo’n twee jaar geleden een mail met als onderwerp ‘Een boeddhist in de dop’. Het was een bericht van een bevriende psycholoog, die schreef: “Mijn kleinzoon Charlie (7) vanochtend tegen zijn moeder: ‘Mama, applausje voor mij! Ik zat net even aan helemaal niets te denken.’”

Van der Velde, hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit, moest er even over nadenken. “Een kind dat even nergens aan denkt zou een boeddhist in de dop zijn? Vreemd.” Het is voor hem een voorbeeld van een typisch westerse opvatting van het boeddhisme. “In dit geval: bij boeddhisme gaat het om voelen in plaats van denken, om het hart in plaats van het hoofd. Dat is binnen Azië grote onzin. Toen het boeddhisme zijn intrede in China deed, werd het daar zelfs ‘de religie van de rijtjes’ genoemd, omdat monniken oneindige reeksen begrippen en regels uit hun hoofd moesten leren. En dat doen ze nog steeds, boeddhistische kloosters hebben vaak dan ook gigantische bibliotheken.”

En zo ziet Van der Velde nog zat misvattingen voorbijkomen. “Zo zou het boeddhisme gaan om geluk in het hier en nu, adogmatisch zijn, vredelievend en geweldloos, man en vrouw gelijk behandelen. Dat is allemaal niet waar.”

In zijn net verschenen boek In de huid van de Boeddha gaat Van der Velde in op deze westerse visie op het boeddhisme. Hij bestudeert de religie al meer dan veertig jaar en heeft talloze reizen door Azië gemaakt, waar hij ook aan vele rituelen en praktijken heeft deelgenomen.

Vanwege zijn kale hoofd en rustige uitstraling wordt Van der Velde zowel in Azië als Nederland vaak onterecht aangezien voor monnik. “Maar ik sympathiseer wel met veel boeddhistisch gedachtegoed. Bijvoorbeeld met het idee dat alles vergankelijk is, maar dat het heil van de ander heel belangrijk is.” Daarnaast koestert Van der Velde een grote liefde voor Aziatische kunst, waarvan hij fervent verzamelaar is.

Onder Nederlandse boeddhisten heeft Van der Velde vanwege zijn kritische blik soms de naam dat hij elke vorm van westers boeddhisme afkeurt. “Maar dat is niet zo. Ik vind het prima dat boeddhisme zo populair is in het Westen. Boeddhabeelden in meubelboulevards en tuincentra, de inburgering van zen en mindfulness, al die meditatiecursussen om beter te functioneren – van mij mag het allemaal. Als mensen daar iets aan hebben, moeten ze dat vooral doen. Voor mij wordt het problematisch als die mensen zeggen: dit is wat boeddhisten doen. Dan voel ik een diepe behoefte om in te grijpen, want dan projecteren ze hun onjuiste overtuigingen op Azië, wat vaak gebeurt. Het boeddhisme is niet de antistressreligie die het Westen er graag van maakt. Zo mediteren boeddhisten niet om burn-outs te voorkomen, meditatie is onderdeel van een spiritueel pad. Zat boeddhistische monniken mediteren overigens nooit; meditatie is in het Westen veel populairder dan in Azië.”

Waar komen die onjuiste westerse voorstellingen van het boeddhisme vandaan?

“Wat we nu als boeddhisme beschouwen in het Westen is vaak het product van het oriëntalisme; van hoe men zich eind negentiende, begin twintigste eeuw Azië voorstelde. Dat was een ontzettend romantisch beeld. Azië zou een wereld zijn waar de tijd had stilgestaan en de oude wijsheid nog te vinden is. Het boeddhisme sprak bij velen tot de verbeelding. Zo schreven de filosofen Arthur Schopenhauer en Friedrich Nietzsche erover, en had Richard Wagner plannen om een opera over de Boeddha te componeren. De grootste belangstelling voor het boeddhisme ontstond in de hippiecultuur, maar daarin werden de eerdere onjuiste aannames over Azië gewoon overgenomen. En ook nu zitten we nog in de resten van ons oriëntalisme. We hebben een geromantiseerd beeld van wat het boeddhisme inhoudt. En die onjuiste overtuigingen zorgen weer voor westerse arrogantie: wij denken soms beter te weten wat boeddhisme is, dan de boeddhisten zelf.”

Hebt u daar een voorbeeld van?

“Ik begeleid nog altijd reizen naar Azië. In Myanmar bezoeken we op de eerste dag vaak de Shwedagon-pagode, het grootste heiligdom van het land, waar enkele haren van de Boeddha zouden liggen. Een bezoek eraan valt een westerse zoeker naar spiritualiteit vaak zwaar. Wat ze er aantreffen, ervaren ze meestal als ernstige ‘reli-kitsch’: overal glanst wit marmer, de Boeddha’s zijn met hoogglanzend goud bedekt, en ze hebben elektrische aureolen die talloze lichteffecten vertonen. ‘Dit is toch geen echt boeddhisme!’, is de reactie die ik dan vaak hoor. Ik weet ook dat er enkele dagen later, als we in Bagan zijn, een andere reactie komt. Tussen de ruïnes van de oude hoofdstad – waar honderden stoepa’s en tempels te zien zijn, waarvan vele ingezakt en overgroeid door planten – wordt verzucht: ‘Nu begrijp ik het boeddhisme, dit had ik me erbij voorgesteld’. Dat vind ik heel wonderlijk. De levende cultus van de Shwedagon past blijkbaar niet bij het boeddhisme, maar ingestorte bouwwerken wel. Die stoepa’s hebben er in hun gloriedagen overigens waarschijnlijk precies zo uitgezien als de Shwedagon nu, op de neonlichtjes na. Zoeken wij een spiritualiteit van de ruïnes?”

Nou?

“Ik vrees van wel. Westerlingen hebben vaak grote moeite met de praktijken van Azië zoals die nu zijn, maar die afkeer is ingegeven door ons eigen foute beeld van het boeddhisme. Er bestaat geen ‘puur boeddhisme’, dat is een wensdroom. Stel je voor dat een Aziatische toerist hier een kerk inloopt en verkondigt dat dit niet het ‘echte’ christendom is, dat we daarvoor naar de Middeleeuwen moeten kijken. Dat is precies hetzelfde.”

Is dat zo? Er bestaat toch discussie over de vraag of boeddhisme een religie of een levenshouding is?

“Dat is in het Westen inderdaad een eeuwige discussie. Als ik een lezing over boeddhisme geef en het woord ‘religie’ laat vallen, zie ik op de eerste rij altijd direct wat gezichten vertrekken. Mensen zien het hier vaak graag als een levenshouding, filosofie of spirituele stroming; een manier om bezig te zijn met zingeving, zonder religieus te zijn. Maar boeddhisme is gewoon een van de wereldreligies. Versmelten met het goddelijke is dan wel niet het doel, boeddhisten geloven in talloze goden. Als ik westerse boeddhisten vraag wat zij zo mooi vinden aan het boeddhisme, antwoorden ze vaak dat ze het zo prettig vinden om een kader te hebben om zich binnen te ontwikkelen, maar dan zonder oordelende god en dogma’s. Maar het boeddhisme is niet adogmatisch. Er zijn karmawetten die straffen en belonen en de dodengod Yama houdt een tribunaal na de dood, waarbij zonden en positieve verdiensten tegen elkaar worden afgewogen. Veel Aziatische boeddhisten leven in een enorme angst voor wat er na de dood te gebeuren staat. Daaraan zie je ook: boeddhisme draait niet om leven in het hier en nu.”

Toch wordt het belang van het hier en nu wel genoemd in oude boeddhistische teksten.

“De Boeddha heeft dingen gezegd in de sfeer van: in het hier en nu kun je kiezen voor de weg naar bevrijding. Daarvoor moet je dus niet naar vorige levens kijken – boeddhisten geloven in levens achter elkaar – en je moet het ook niet uitstellen. Daaruit is onterecht het westerse beeld ontstaan dat het bij boeddhisten altijd om het hier en nu gaat. Terwijl ze bijvoorbeeld vaak bezig zijn met rituelen om een beter volgend leven te krijgen.”

En hoe zit het met de gelijkheid tussen man en vrouw?

“In het westerse boeddhisme zijn vrouwen, en vrouwelijk leiderschap, goed vertegenwoordigd en wordt vaak verkondigd dat man en vrouw gelijk zijn. Dat zijn ze natuurlijk ook, maar niet in boeddhistisch Azië. Een non die al jaren geleden is ingetreden, staat onder een jong monnikje dat gisteren pas gewijd is. Dus nee, niet alles en iedereen is gelijk in het boeddhisme. En ook niet alles wat ze doen is vredelievend. Ook boeddhisten maken zich schuldig aan oorlogen en geweld, recent nog tegen de Rohingya. Begrijp me niet verkeerd, het boeddhisme heeft vele prachtige kanten en draait zeker niet om ongelijkheid en geweld. Maar ik vind het heel raar dat mensen denken: boeddhisten doen dat soort dingen niet omdat ze boeddhist zijn; alsof ze een uitzondering vormen op de rest van de wereld. Dat getuigt van een enorme naïviteit, vind ik.”

In de huid van de Boeddha van Paul van der Velde is verschenen bij uitgeverij Balans (360 blz, € 24,99).

Lees ook:

Volgens de zenmeester hoeft het niet stil te zijn om stilte te vinden

Hoe helpt spiritualiteit bij het omgaan met onzekerheid? In de Maand van de Spiritualiteit vertellen mensen uit verschillende stromingen welk houvast hun overtuiging biedt. In deze aflevering: zenmeester Ton Lathouwers (88), die nog altijd zenretraites geeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden