Nederlands-gereformeerde kerken

Verscheurd tussen de kerk en je homoseksuele kind

Geja van ReenenBeeld Koen Verheijden

De zoon van Geja van Reenen kwam uit de kast en kreeg een relatie. In de kerk van Van Reenen zorgde het voor grote onrust. ‘Als ze de relatie van je kind veroordelen, komen ze ook bij jou terecht.’  

Verscheurd tussen kerk en kind? Ja, zegt Geja van Reenen, ‘dat is absoluut zo’. Ze slaat haar net gepubliceerde boekje open en wijst op een schilderij met drie figuren. “Ik sta middenin. Mijn zoon holt hard voor me uit. Achter me loopt de kerk, heel langzaam. Allebei hebben ze een magneet die aan me trekt. Ik zeg tegen de kerk: ‘Kom op, rennen, want ik wil mijn zoon niet uit het oog verliezen.’ Dat verscheurt me.”

Aan haar eettafel doet Van Reenen het boekje weer dicht. “Dit geeft de strijd van ouders wel weer”, zegt ze. Ze doelt op ouders die, net als zij, christelijk zijn en een homoseksuele zoon of dochter hebben. In ‘Ik zal altijd van je houden’ beschrijft en verbeeldt ze het proces dat zij doormaakte nadat haar zoon drie jaar geleden vertelde dat hij homo is.

Zij noch haar man en dochters hadden er moeite mee. “Voor mij was het meteen goed”, zegt Van Reenen. Wel was ze bang voor de reacties. Van de omgeving in het algemeen, en ze was bang voor afwijzing in hun kerk, de Nederlands-gereformeerde, een behoudend kerkgenootschap. Ze adviseerde haar zoon het zelf te vertellen aan iemand uit de kerk. “En het mooie vond ik dat het niet meteen als een razend vuurtje door de gemeente liep. Het is niet op een negatieve manier gegaan. Ze waren begaan met hem.”

‘Ze maken elkaars leven alleen maar mooier’

Dat veranderde toen haar zoon een relatie kreeg. Ze moest wel even wennen. Maar vanuit haar geloof had ze er geen moeite mee dat haar zoon niet alleen homo was, maar het ook praktiseerde: “Ik kende toen al genoeg lhbt’ers met een relatie die zo dicht bij God leven dat ik allang afgestapt was van het idee dat ze verkeerd bezig zijn, of dat het een gruwel is in Gods ogen, zoals sommigen zeggen. Ze maken elkaars leven alleen maar mooier.”

Niettemin was ze er nog niet helemaal aan toe: “Het ging voor ons best snel. Hij was er al acht jaar mee bezig, dan kom jij daar achteraan. Maar de klik tussen die twee was er. Als je ziet wat onze schoonzoon bij hem teweegbracht, als je de twinkeling zag in mijn zoons ogen, dan kun je niet anders dan zijn vriend in je armen sluiten.”

De kerk deed dat niet. Dat haar zoon homoseksueel was, werd geaccepteerd. Hij mocht het zijn. Maar toen hij een relatie kreeg en het stel ook nog een geregistreerd partnerschap aanging, was de boot aan. Er moest beleid komen, en zolang dat er niet was, werden er maatregelen getroffen. Van Reenen omschrijft haar zoon als ‘een actieve knul’, maar hij moest alle taken in de kerk neerleggen.

En hij mocht niet meer meedoen met het avondmaal. “Dan kom je bij de kern van het geloof”, zegt zijn moeder. Ze wijst naar de zitbank: “Ik zie nog een van de jongens die geëmotioneerd zegt: wij mogen geen deel uitmaken van het lichaam van Christus. Dat raakt je als moeder, dat is zo verdrietig. Je snapt ergens wel dat het weigeren van de toegang tot het avondmaal nodig is om de rust in de gemeente te bewaren. Voor ons stond de veiligheid op het spel, maar voor de anderen die vinden dat het een gruwel is, ook. Dat moet je niet vergeten, ergens diep van binnen besef je dat wel, maar het gevoel gaat in zo’n periode met je op de loop.”

Vier maanden had de kerk voor de bezinning nodig. “Die periode is voor mij, voor ons hele gezin, heel zwaar geweest”, zegt Van Reenen. “De kerkelijke gemeenschap is een veilige plek. Je beleeft samen je geloof, dat is de basis van mijn leven. Dat is echt iets anders dan een voetbalclub. Met het feit dat ze de relatie van je kind veroordelen, komen ze ook bij jou terecht. Het gaat dan in wezen om de vraag of jij een kind van God kunt zijn. Dat anderen je het idee geven dat je op een dwaalspoor zit, dat jij geen kind van God kan zijn, doet ontzettend veel pijn.”

De gemeente organiseerde twee avonden over homoseksualiteit. Van Reenen ging ook: “Je wilt erbij zijn, onze zoon was er ook. Maar iedere vezel in je lijf is gespannen. Op de eerste avond werden meningen gepeild. Er werd iets gezegd, ik weet niet meer wat en ook niet of het verkeerd bedoeld was, maar ik brak, ik brak compleet, ik kon niet meer stoppen met huilen, terwijl ik dat normaal gesproken niet zo snel doe.”

Burn-out

Na die vier maanden wachten stortte ze in elkaar, ze kreeg een burn-out. Na nóg een foute opmerking bij het koffiedrinken na de dienst besloot ze niet meer naar de kerk te gaan. Ondertussen bepaalde de gemeente, volgens het beleidsplan ‘na gebed en studie’, hoe verder te gaan. Onthouding is volgens deze Nederlands-gereformeerde gemeente de aangewezen weg voor homo’s.

Een homoseksuele relatie noemt de kerkelijke gemeente ‘blijvend zondig voor God’. Op basis daarvan mogen Van Reenens zoon en zijn partner geen leidinggevende taken hebben in de gemeente en ook geen voorbeeldfuncties vervullen. Ze mogen wel zingen in het combo, maar geen leider worden van een kinderclub. Dat laatste doet pijn, zegt zijn moeder. “Als er gezocht wordt naar clubleiding dan staan je tenen krom in je schoenen. Dat voel je wel, dat is een steek.” Maar, zegt ze, gelukkig mocht hij wel twee keer verteller zijn van het kerstverhaal.

En, cruciaal voor haar: ‘de jongens’ mogen weer meedoen aan het avondmaal. Want de gemeente bestempelt hun relatie dan wel als zondig, maar ‘Jezus strekt zich maximaal uit naar zondaren’ en ‘het is de Heer zelf die ons allen uitnodigt’, zo stelt het beleidsplan. Van Reenen ziet deze teksten maar liever niet meer in. “Het is absoluut pijnlijk dat ze een homoseksuele relatie een zonde noemen. Het voelt als een soort gedogen. Maar ik ga me er niet meer druk om maken. Het is ook maar een mening van een kerkeraad. Ik laat het een beetje los, ik kijk liever naar de stappen die er wel gezet zijn. Ze mogen aan het avondmaal, dat is niet overal zo.

“Ik hoor ook van ouders die zelf geen leiding meer mogen geven als blijkt dat hun zoon of dochter een homoseksuele relatie heeft. En in onze kerk is verdeeldheid, er zijn ook mensen die er hetzelfde over denken als wij. We hebben ons gedragen gevoeld door gemeenteleden die ons steunen. Zij hebben ervoor gezorgd dat we het hebben volgehouden te blijven en weer terug te komen.”

Want dat doet ze: Van Reenen zocht hulp, ze besprak met een christelijke hulpverleenster hoe ze weer terug zou kunnen komen in haar gemeente, ze leerde haar woede te uiten – met de verf en kwasten die ze van een vriendin kreeg. ‘Natuurlijk’ heeft ze overwogen naar een andere protestantse kerk te gaan, er zijn er genoeg die homoseksuele relaties wél accepteren. “Zeker is dat door me heen gegaan. Maar ik wilde eerst proberen er in onze eigen gemeente met elkaar uit te komen.” Wat zeker heeft geholpen, zegt ze, is dat een delegatie uit de kerkeraad bij hen thuis is geweest om naar hun kant van het verhaal te luisteren. “Het was heel spannend. Er was ruimte voor mij en voor de dingen die fout zijn gelopen, er zijn ook excuses aangeboden. Als je die erkenning van jouw gevoelens niet krijgt, is de stap naar loslaten en vergeving een stuk moeilijker. Ik heb dit als heling ervaren.”

‘Als wij weggaan, verandert er niks’

Daar komt bij, dat haar zoon en schoonzoon er zelf voor kiezen om te blijven. “Als wij weggaan, verandert er niks. We proberen te kijken naar het halfvolle glas. Laten we maar beginnen dat het beeld van homo’s verandert, duidelijk maken dat seks maar zo’n klein stukje is van een relatie, dat er zoveel meer is, elkaars maatje zijn, delen. Dat is de missie die onze kinderen op zich genomen hebben. Ze willen baanbrekers zijn. Dat is prachtig, daar kun je alleen maar respect voor hebben.”

Ondertussen is er wel een aantal mensen opgestapt, omdat ze het niet kunnen verdragen dat haar zoon en zijn partner aan het avondmaal worden toegelaten. Dat doet pijn, zegt ze: ze willen niet samen met háár kind aan het avondmaal. Op zichzelf heeft ze, zegt ze, wel respect voor mensen in haar gemeente die anders aankijken tegen homoseksualiteit. “Ik vind het heel belangrijk dat beide visies er mogen zijn. Maar naast elkaar.”

Ze zucht, ze vindt dit een ingewikkeld thema. Waarom moet zij respect hebben voor mensen in haar kerk die haar zoon afwijzen omdat hij een relatie heeft? “Voor mij houdt het op als iemand met een andere opvatting zegt: God zegt dit, en God zegt dat. Als je op de stoel van God gaat zitten sla je het gesprek dood. De ander mag voor zichzelf denken dat homoseksualiteit een gruwel is in Gods ogen. Maar hou het bij jezelf en leg het een ander niet op.”

Er zijn stappen gezet, vindt ze. Hun kinderen mogen aan het avondmaal, ze hoort van andere ouders dat die zelf in de kerk uit leidinggevende functies worden gezet als hun zoon of dochter homoseksueel is. Geduld is nodig, zegt Van Reenen, ze ziet dat jongere generaties al toleranter zijn. En ze merkt dat haar houding een positieve uitwerking heeft. “Zoals ik mensen ruimte geef die er anders over denken, zo moeten zij mij ruimte geven. Ik ervaar dat het wel werkt als je openstaat voor elkaar. Ik hoop dat die ander door wat jij inbrengt, gaat bewegen. Het begint niet met het vingertje, het begint met liefhebben.”

Beleid van de Nederlands-Gereformeerde Kerken

De Nederlands-gereformeerde kerken, een kerkgenootschap met zo’n 33.000 leden, vindt homoseksualiteit een heel lastig onderwerp, zo staat in het ‘besluit inzake ambt en homoseksualiteit’ dat de landelijke vergadering in 2016 heeft vastgesteld.

Er wordt heel verschillend gedacht over homoseksuele relaties, daarom zijn er geen richtlijnen voor het avondmaal. Dat kan dus per gemeente verschillen. De landelijke vergadering is wel duidelijk over het ambt: homoseksuelen met een relatie mogen geen lid worden van de kerkeraad. Over homo’s op de kansel wordt geen uitspraak gedaan, dat blijft onmogelijk.

Lees ook:

Homo zijn mag bij behoudende kerken, maar een relatie is problematisch

Homo’s in behoudende kerken wordt een celibatair leven aangeraden. En ze mogen leidinggevende functies niet vervullen.

Theoloog des Vaderlands: opstellers Nashville-verklaring moeten excuses maken

De vorige Theoloog des Vaderlands, Stefan Paas, reageerde fel op de Amerikaanse anti-homoverklaring die 200 orthodoxe protestanten in Nederland ondertekenden. Christelijke homoseksuelen worden niet geholpen met een fout manifest maar met een arm om hun schouder, zei Paas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden