Route 60 van Nablus naar Jericho.

Reportage De tocht van Jozef en Maria

Van Nazareth naar Bethlehem, een roadtrip door het Heilige Land

Route 60 van Nablus naar Jericho. Beeld Geert van Kesteren

Volgens het evangelie van Lucas reisden Jozef en Maria zo’n tweeduizend jaar geleden van Nazareth naar Bethlehem. Daar zou Maria het leven hebben geschonken aan Jezus. Trouw reist hen dwars door het Heilige Land achterna en ontmoet een slinkende, worstelende christelijke gemeenschap. ‘Jezus was een Palestijnse Jood.’

Midden in Nazareth staat de basiliek van de Aankondiging. Het is een machtig gebouw dat enigszins in de hoogte staat. Je kunt er niet omheen als je door de stad loopt van waaruit Jozef en Maria hun tocht naar Bethlehem zouden zijn begonnen. De rooms-katholieken van Nazareth zijn ervan overtuigd dat Maria precies op deze plek bezoek heeft gehad van de engel Gabriël. Hij kondigde haar aan dat ze was uitverkoren de Messias op de wereld te zetten.

In de schaduw van de basiliek zit Samuel Mazzaw aan de koffie. “Zoals u ziet is het hier rustig. De zon schijnt, dus wat willen we nog meer?” Mazzaw is rooms-katholiek en in Nazareth geboren. Hij woonde lang in de Verenigde Staten, maar kwam terug naar zijn vaderland om te trouwen. Nu is hij met pensioen. “Ik weet niet of mijn kinderen hier een toekomst hebben. Er zijn hier weinig banen. De situatie van de christenen in het Heilige Land is niet erg goed. Hier in Nazareth is het gewoon niet veilig. Ooit waren we hier in de meerderheid, maar de moslimbevolking is gegroeid en wij zijn kleiner geworden. In Bethlehem hebben ze hetzelfde probleem. Er zit niks anders op dan met de moslims samen te leven. Maar het is een gevaarlijk onderwerp om over te praten.”

Toeristen bekijken de stad waar Jozef en Maria aan hun reis begonnen. Beeld Geert van Kesteren

Nazareth heeft bijna tachtigduizend inwoners, voornamelijk Israëlische Arabieren zoals Mazzaw, van wie 70 procent moslim is en 30 procent christen. Zo’n veertigduizend Joden wonen in een voorstad, Nazareth Illit geheten. In Nazareth zelf kom je die nauwelijks tegen.

Drie weken voor Kerstmis reizen we van Nazareth naar Bethlehem, net als Jozef en Maria tweeduizend jaar geleden. Onderweg hopen we erachter te komen hoe de volgelingen van Jezus het maken, juist hier in de regio waar hij ter wereld kwam.

“U gaat zelf naar Bethlehem?” Mazzaw neemt een slok van zijn koffie. “En u wilt weten hoe Maria en Jozef zijn ­gereisd? Ik weet het niet precies. Ze gingen door de bergen met een ezel, langs wat nu de grens tussen Jordanië en Israël is. Meer weet ik niet.”

Beeld Sander Soewargana

Ontmoeting met de engel

Ook de Grieks-orthodoxe priester Simaan Bajjali kan over de route geen uitsluitsel geven. “Wij geloven dat Maria en Jozef via Jericho zijn gereisd. Ze hadden vast water bij zich, dus ze hoeven niet in de buurt van de rivier de Jordaan te hebben gelopen.” Bajjali staat op het plein voor zijn kerk in Nazareth, die ook naar de aankondiging door de engel Gabriël is genoemd en zich een paar kilometer van de katholieke kerk met dezelfde naam bevindt. Volgens de Grieks-orthodoxen vond de ontmoeting van Maria met de engel hier plaats en niet op de plek die de katholieken zich hebben toegeëigend. “Hun kerk is pas in 1960 gebouwd. Wij hebben die naam al eeuwen in bezit. Maar de contacten met de katholieke gemeenschap zijn goed hoor.”

Ook Bajjali begint over de veranderde verhoudingen in Nazareth. “We hebben problemen met zowel de joden als de moslims”, zegt hij. “En in het laatste geval bedoel ik de fanatieke moslims. Ik heb moslimvrienden die zich beter gedragen dan sommige christenen hier. Het klopt dat er hier nu minder christenen zijn. Dat zie je in het hele Midden-Oosten. Als je problemen hebt en je kunt het je veroorloven, dan ga je weg.” Een vrouw klampt hem aan. Hij neemt afscheid. “Goede reis! Jozef en Maria maakten een zware tocht. Dat deed je niet zomaar even.”

De vallei Wadi Qelt. Beeld Geert van Kesteren

Route onbekend

Over de route die het beroemdste echtpaar ter wereld van Nazareth naar Bethlehem heeft genomen, is maar weinig bekend. Het kerstevangelie van Lucas biedt slechts een paar aanknopingspunten. Er was een keizer die een volkstelling liet houden, die plaatsvond toen Quirinius landvoogd van Syrië was. Iedereen moest naar de plaats waar hij vandaan kwam. En dan schrijft Lucas: ‘Jozef ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Bethlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was.’ De rest van het verhaal is overbekend, maar veel van de reis die Maria en Jozef maakten, is in nevelen gehuld. Ze gingen te voet, dat is zeker. In het gezelschap van een ezel leert de traditie, hoewel dat hoefdier nergens in het evangelie wordt genoemd. Dat kerstevangelie is in zekere zin heilig, ook voor de inwoners van Nazareth. De stad ontleent haar bestaansrecht voor een groot deel aan haar prominente rol in dit verhaal. Misschien zegt daarom iedereen in de stad dat ze niet weten hoe de ouders van Jezus precies zijn gelopen. Je moet nooit een goed verhaal verpesten.

De afstand van Nazareth naar Bethlehem is hemelsbreed 140 kilometer, dat moeten Jozef en Maria in een week wel gered hebben. Wij doen er twee dagen over en kunnen beschikken over een Japanse auto met vierwielaandrijving én navigatie. Het Nazareth uit het begin van onze jaartelling was een onbeduidend plattelandsplaatsje met zo’n vierhonderd inwoners, nu staan we op weg naar het zuiden bij een uitvalsweg in een lange file.

Als we weer rijden, komen we al snel bij het eerste checkpoint van het Israëlische leger. Er zullen er nog drie volgen. Wij mogen meteen doorrijden, omdat we ‘veilige’ paspoorten hebben. Eenmaal in Palestina – of in Israëlisch idioom ‘de gebieden’ – valt meteen op hoe vervuild het landschap hier is. Langs de weg staan afgedankte ijskasten en kapotte tv’s tussen bergen afval. Hier en daar ligt een dode hond. Zomaar op straat. Om de paar honderd meter kom je stalletjes tegen waar groente wordt verkocht. Dit is een land dat zijn belofte kwijt is.

Zababdeh

Via Route 60 rijden we via Jenin naar Zababdeh, een stadje met in meerderheid christelijke inwoners. De melkitische Grieks-katholieke pastoor heet ons van harte welkom. Hij woont tegen zijn kerk aan. Firas Diab is ervan overtuigd dat Maria en Jozef tijdens hun reis hier overnacht hebben. “Onze kerk heet niet voor niets Visitatiekerk.” Dat elk forensisch bewijs hiervoor ontbreekt, laat hij maar even voor wat het is.

De melkitische Grieks-katholieke pastoor Firas Diab. Beeld Geert van Kesteren

De melkitische Grieks-katholieke kerk behoort tot de oosters katholieke kerken die vallen onder de paus van Rome, maar die hun eigen liturgie hebben. Deze kerk kent gehuwde priesters. “Ik wil om te beginnen één ding duidelijk maken: het kindje Jezus was een Palestijnse Jood. Hij is in Bethlehem geboren en dat ligt in Palestina”, zegt Diab als hij eenmaal in zijn woonkamer zit. Hij zegt het alsof het volkomen logisch is. Voor Diab is het van levensbelang om Jezus een Palestijnse identiteit te geven en zo deel te maken van het verhaal van zijn volk. “De eersten die in Jezus geloofden waren de herders en ook zij waren Palestijnen.”

Ook volgens Diab is het leven van de christen in het Heilige Land zwaar. En dat heeft vooral te maken met de Israëlische bezetting. “Natuurlijk zijn we hier in Palestina vrij om te bidden waar we willen. Maar de christenen in Israël zijn veel beter af dan wij. Wij kunnen niet gaan en staan waar wij willen. Als ik naar Jeruzalem wil reizen heb ik een permit nodig. Dan moet ik de grens over en word ik gelijk omringd door Israëlische soldaten.”

Elias, de zoon van Diab, komt langs met koffie. Hij doet volgend jaar eindexamen en wil dan iets gaan doen met kunstmatige intelligentie. Misschien aan de universiteit van Ramallah, maar de kans bestaat dat ook hij naar het buitenland vertrekt. Veel van zijn leeftijdsgenoten zijn hem al voorgegaan. “Jongeren gaan weg omdat ze zich hier niet veilig voelen vanwege de bezetting door de Israëliërs”, zegt de pastoor. “Maar natuurlijk ook om economische redenen. Er is hier veel armoede. Gezinnen hebben weinig te besteden en kunnen bijvoorbeeld de medische zorg voor hun kinderen niet betalen.”

De pastoor vindt dat zijn geloofsgenoten in het Westen zich wel wat drukker mogen maken om de christenen in zijn regio. “Het Heilige Land betekent niets voor het christendom wereldwijd als de christenen die hier wonen moeten wegvluchten. Wat er dan overblijft van de christelijke aanwezigheid hier? Dat zal ik u zeggen: verlaten heiligdommen en lege kerken. Maar dan is er hier niemand meer over om u het verhaal te vertellen over de verrezen Christus en het lege graf.”

Nablus

We rijden verder in de richting van Nablus terwijl de schemer langzaam invalt. Wat opvalt is het vrijwel ontbreken van bewegwijzering. Hoe hadden Jozef en Maria hier in hemelsnaam de weg moeten vinden? Nablus staat bekend als de ‘handelsstad’, heeft een effectenbeurs en is van oudsher vermaard om zijn zeep en de lekkernij knafeh. Tegenwoordig lijdt ook Nablus onder de ineenstorting van de Palestijnse economie.

In het hotel waar we verblijven, zijn we een van de weinige gasten. Boven een steeg in de kasba, de vermaarde oude markt in het centrum van Nablus met zijn kriskras doolhof aan winkels, hangt een spandoek met daarop de portretten van ‘martelaren’ die omkwamen bij het plegen van aanslagen in ­Israël. Wij hadden hier een afspraak met de melkitisch Grieks-katholieke pastoor van Nablus, maar die is twee dagen eerder overleden.

Route 60 van Nablus naar Jericho. Beeld Geert van Kesteren

Pastoor Diab uit Zababdeh vervangt hem en heeft ons uitgenodigd voor het rouwbeklag. Dat vindt plaats in een zaal naast de Grieks-orthodoxe kerk van Nablus. Er zijn alleen mannen aanwezig. Pastoor Diab staat tussen de bestuursleden van de parochie en de familieleden van de overleden pastoor. Iedereen die komt condoleren, krijgt een hand en gaat vervolgens zitten. Een jongen serveert koffie in kleine kartonnen bekertjes. Gabi Saadeh, zoon van de overleden pastoor – ook deze geestelijke was getrouwd – is het middelpunt van de bijeenkomst. De een na de ander spreekt hardop zijn waardering uit voor zijn vader. Dat hij zo goed was voor de mensen, ongeacht hun geloof. Dat hij brieven naar de patriarch in Jeruzalem had geschreven omdat hij vond dat de paus niet genoeg voor het Palestijnse volk doet. Een klacht die je van christenen in Palestina vaker hoort.

Checkpoints

Als Gabi Saadeh even geen handen hoeft te schudden komt hij naast ons zitten. “Ik wil met u spreken als Palestijn en christen. Er zijn geen meningsverschillen tussen ons en de moslims. Op de begrafenis van mijn vader waren allerlei mensen. Ook twee afgevaardigden van Hamas zijn gekomen om mij te condoleren.” Ook hij is bitter over de houding van de westerse landen. “Wij willen niet langer de traditionele steun zoals de westerse landen gewoon zijn die te geven, alsof wij een arm volk zijn dat bij de hand wil worden genomen. We willen hun solidariteit voor de Palestijnse zaak en hun gebed.” En weg is hij weer. Er komt een delegatie van de plaatselijke politie binnen, jonge mannen in smetteloze groene uniformen. Een voor een condoleren ze Gabi Saadeh. Sommigen omhelzen hem.

Als de instroom van rouwenden even later opnieuw even is opgedroogd komt Gabi terug bij ons. “Voor mij als christen is de reis die Jozef en Maria maakten er een van rechtvaardigheid en hoop voor heel de mensheid. We hebben twee jaar geprobeerd om met mijn vader ook naar Bethlehem te reizen. Maar vanwege de wegversperringen en de checkpoints van het Israëlische leger, is dat niet gelukt”, zegt hij. “In Nablus zijn zeshonderd christenen, van hen zijn elf jongeren het afgelopen jaar geëmigreerd. Als je daarbij het aantal overledenen optelt, is wel duidelijk dat wij het als christenen hier steeds moeilijker krijgen. Onze gemeenschap telt veel bejaarden. De toekomst is dus heel onzeker. Kerstmis is voor mij inmiddels een cliché geworden. Elk jaar rond deze tijd, krijgen wij de vraag wat onze verwachtingen zijn voor het Kerstfeest en elk jaar zeggen we dat we vrede willen. Ondertussen verandert er helemaal niets voor ons Palestijnen, maar we blijven hoop houden.”

Pastoor Jamil Khadir van de anglicanen in Nablus. Beeld Geert van Kesteren

De volgende ochtend worden we gewekt door het geluid van een moskee. We hebben al vroeg een afspraak met Jamil Khadir, sinds anderhalf jaar de pastoor van de anglicanen in Nablus. Dit kerkgenootschap heeft relatief veel aanhang in Palestina, een overblijfsel uit de tijd dat het Heilige Land Brits protectoraat was. Als we bij het bewuste adres aankomen, stuiten we op hoge muren en een minaret. We bellen aan. Het duurt even voordat het gietijzeren hek met het nodige gepiep opengaat. Daarachter bevindt zich een jonge joviale man met een priesterboord om, pastoor Khadir. “Nee, jullie zijn aan het goede adres hoor”, zegt hij lachend. “Die minaret hoort bij de moskee, onze directe buren. We zijn goed met elkaar. Maar kom snel binnen.” Achter ons gaat het hek weer dicht.

Kleuterschool

Daarachter bevindt zich een soort van eigen wereld, met een kerk, een pastorie en een kleuterschool. De kerk is gewijd aan Filippus de diaken, niet te verwarren met de gelijknamige apostel. Deze Filippus predikte vlak na de kruisdood van Jezus in Samaria – de streek waarin Nablus ligt – het evangelie en bekommerde zich om de armen. “Hij is een groot voorbeeld voor ons”, zegt Khadir terwijl hij het bescheiden kerkgebouw laat zien waar hij elke zondag de mis opdraagt. “Dan zitten hier zo’n veertig à vijftig gelovigen.” Ongeveer een derde van zijn totale parochie. “Soms vragen pelgrims uit Europa mij: ‘Wanneer ben jij bekeerd tot het christendom?’ Ze hebben geen idee dat ik hier in het Heilige Land als christen ben geboren en dat al mijn voorouders christen waren.”

Op de achtergrond klinkt geluid van spelende kinderen. Op het terrein van de anglicanen is al sinds de vorige eeuw een kleuterschool gevestigd. Het is speelkwartier. Trots laat Khadir de ruimtes van de kleuterschool zien. Aan de muren hangen tekeningen van de kinderen met hun verjaardagen erbij geschreven. Christelijke symbolen ontbreken in de lokalen. “De Palestijnse overheid en ook onze moslimburen waarderen wat wij hier doen. Op onze kleuterschool hebben we in totaal 45 kleuters: 44 van hen zijn moslim, één meisje komt uit een christelijke familie”, vertelt Khadir terwijl hij zwaait naar een moeder die haar kind komt ophalen.

Pastoor Jamil Khadir in de kleuterschool van de anglicanen in Nablus. Beeld Geert van Kesteren

Die kleuterschool levert de anglicanen veel goodwill op bij de inwoners van de stad, vertelt Rula Khalil een van de leidsters. “We zijn maar met weinigen hier in Nablus. Wij zijn het ‘zout der aarde’, zoals Jezus in het evangelie zegt. Omdat we zoveel goeds doen, denken de inwoners van Nablus dat we hier met veel meer mensen wonen dan die zeshonderd. Het leven als christen te midden van zoveel moslims is niet moeilijk, maar ook niet gemakkelijk. Moslims kennen ons gewoon slecht. Ze hebben vooroordelen over ons als christenen. Over wie we zijn en waarin we geloven. Daarom is het goed dat we hier als buren samenleven, zodat ze ons kunnen leren kennen. En wij moeten ons ook aanpassen. In de zomer kan ik niet met een kort T-shirt aan naar de markt gaan. Ik moet gewoon voorzichtig zijn.” Gewoon dienstbaar zijn aan de Palestijnse samenleving en niet te veel opvallen, lijkt samengevat de overlevingsstrategie van de christenen hier.

Als pastoor Khadir ons uitlaat, heeft hij nog een boodschap voor ons.” Ook al hebben we veel problemen, we dragen het licht van Christus met ons mee in ons hart. Dat licht moeten we doorgeven aan anderen, door het werk dat we doen en het geloof dat we in praktijk brengen. Simpelweg door in ons geval goed voor die 45 kleuters te zorgen.” Over de route van Jozef en Maria weet hij niet veel. “Gebruik je navigatie maar”, zegt hij lachend. “Dat is jullie ster.”

Jordaanvallei

En dus voeren we Jericho in op onze telefoon en rijden Nablus uit. Pas dan opent het bijbels landschap zich voor ons in al zijn schoonheid en kunnen we ons voorstellen dat Jozef en Maria hier ooit zijn langsgetrokken op weg naar een stal. We zijn nu in de Jordaanvallei, waarvan iedereen zei dat als we Jozef en Maria dan zo nodig wilden nareizen, we hier doorheen moesten. Aan beide kanten van het dal lopen de bruinrode berghellingen steil omhoog. Vaak zie je op de top van een heuvel een Israëlische nederzetting. Hoog en veilig kijken de kolonisten hier uit op het land dat God in hun ogen aan hen beloofd heeft. Af en toe stuiten we op een rood bord dat de Israëliërs hebben neergezet en waarop in dreigende taal geschreven staat dat het onverstandig is om hier met een Israëlische auto binnen te rijden. Dan kan het slecht met je aflopen, staat er met zoveel woorden.

Door de kloof van de Wadi Qelt voerde een van de oude wegen van Jericho naar Jeruzalem. Beeld Geert van Kesteren

Jericho

Eenmaal bij Jericho volgen we de kloof van de diepe Wadi Qelt, waar een van de oude wegen van de stad naar Jeruzalem doorheen voerde. Volgens sommige historici hebben Jozef en Maria deze route genomen, omdat hij korter is. Als je de steile paden ziet, kun je het je nauwelijks voorstellen. Misschien weten de monniken van het Grieks-orthodoxe woestijnklooster van Sint-Joris, dat op de kliffen hoog boven de Wadi balanceert, raad. Maar als we voor de poort staan, zitten ze aan de lunch en kunnen ze ons niet te woord staan. Als we even later terug zijn in Jericho staan we weer in dubio. Opnieuw weten we niet hoe we verder moeten rijden.

Grof gezegd konden Maria en Jozef hier twee kanten op. De meest directe weg naar Bethlehem was via de Kidron-vallei, ten oosten van Jeruzalem, maar volgens anderen hebben ze een omweg gemaakt via Elisabeth, de nicht van Maria, die ten westen van Jeruzalem zou hebben gewoond. Daar zijn ruïnes gevonden van een kerk die als aandenken aan dat bezoek voor Maria zou zijn gebouwd. We besluiten op zoek te gaan naar dat enige tastbare bewijs van de tocht van Jozef en Maria. Al gauw krijgen we spijt. In Jeruzalem komen we vast te zitten in het verkeer en de kerk kunnen we – ondanks lang zoeken – niet vinden. Veel te laat rijden we via het vierde en laatste checkpoint, Bethlehem binnen. De stad is al helemaal in kerstsfeer. ‘Merry X-mas’ staat er op winkelruiten geschreven.

Bethlehem

In de geboortestad van Jezus wacht de Nederlandse franciscaner minderbroeder Louis Bohte op ons. Hij woont al bijna twintig jaar in het Heilige Land. Eerst in Bethlehem, nu samen met 85 medebroeders in een klooster in Jeruzalem. Hij wil ons wel meenemen de Geboortekerk in die volgens de overlevering gebouwd is boven de plek waar Jezus is geboren en waar zowel herders als wijzen bij Maria en Jozef op bezoek kwamen om Jezus eer te bewijzen. Als we in de rij staan om af te dalen naar de Geboortegrot, vertelt Bohte zich best voor te kunnen stellen dat Jezus in een stal geboren is. Het nachtverblijf van de dieren was voor Maria alleen al vanwege de privacy een logischer plek om te bevallen dan een herberg. Maar hij wil zich niet mengen in de discussie of die stal precies hier in Bethlehem gestaan heeft. Op de heilige plek zelf gaat de een na de andere pelgrim op de knieën, maar Bohte blijft gewoon staan.

Later vertelt hij in een café bij een kop warme chocolademelk dat ook de christenen het hier steeds moeilijker krijgen. “Ik zeg niet voor niets: ‘Vandaag gaat het beter dan morgen’. Bethlehem is een stad die aan het overleven is. In 1948, het jaar dat de staat Israël gesticht werd, was 80 procent van de bevolking hier christen, nu is dat nog 25 procent. De uittocht heeft ook hier plaatsgevonden. Maar de verhoudingen veranderen, simpelweg omdat moslims minder kans krijgen om weg te gaan.”

De Nederlandse franciscaner minderbroeder Louis Bohte in de 'geboortegrot’ in de Geboortekerk. Beeld Geert van Kesteren

Over de verhoudingen tussen moslims en christenen is Louis Bohte, die veel moslims kent, voorzichtig. Ook hij weet dat er naar buiten toe door christenen af en toe misschien mooi weer wordt gespeeld, maar dat er onderhuids spanningen zijn en dat veel van zijn geloofsgenoten bang zijn voor de toekomst te midden van een groeiend aantal moslims. In Jifna, een dorp op de Westelijke Jordaanoever zo’n vijf kilometer van Ramallah, kwam het in april van dit jaar tot openlijke spanningen nadat een christelijke Palestijnse in een verkeersruzie verzeild raakte met een jonge moslim, zoon van een invloedrijke Palestijnse leider. Die werd uiteindelijk meegenomen naar het politiebureau. Militante moslims namen later wraak door bezittingen van christenen in Jifna te vernielen en antichristelijke leuzen te roepen terwijl ze in de lucht schoten. Een maand later werd in een ander dorp in de buurt van Ramallah een anglicaanse kerk aangevallen. “Ik ben godsdienstsocioloog en ga er vanuit dat je wanneer je als groep in de meerderheid was en nu een slinkende minderheid bent, je in de problemen komt”, zegt Bohte. “Wat je wel kunt zeggen, is dat een gevoel van onbehagen binnensluipt in de samenleving. Dit kan omslaan in wantrouwen, wat een sluipend vergif in een samenleving is. Vergeet niet dat dit misschien wel de meest ingewikkelde plek op aarde is.”

Kerststal

In de tuin van het café staat een rijk versierde kerststal met Jozef en Maria als middelpunt, net als altijd. Jezus wordt er pas op Kerstavond ingelegd. Op het plein voor de Geboortekerk, iets verderop, staat een enorme kerstboom die volhangt met honderden lampjes. Twee meisjes met een hoofddoek om kijken ernaar en eten een suikerspin. Uit een luidspreker klinkt ‘We Wish You a Merry Christmas’. Wie niet weet dat dit de meest ingewikkelde plek op aarde is, zou bijna gaan denken dat het allemaal goed komt.

Christenen in het Heilige Land

In Israël leven zo’n 175.000 christenen, zo’n 2 procent van de bevolking. Zij wonen vooral in het noorden van het land en zijn in meerderheid Arabisch. In de Palestijnse gebieden is zo’n 2 procent van de bevolking christen. Het gaat om zo’n 50.000 mensen. De kerk met de meeste aanhang in het Heilige Land (Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever samen) is de Grieks-orthodoxe kerk, gevolgd door de rooms-katholiek kerk en de Melkitische Grieks-katholieke kerk die met Rome verenigd is, maar wel een eigen liturgie heeft.

Lees ook:

‘Europa laat christenen in Midden-Oosten in de steek’

Zijn complete bisdom, 160.000 Aramese christenen, werd verdreven uit de Iraakse stad Mosul. De rest van de wereld stond erbij en keek ernaar, zegt de Syrisch-orthodoxe aartsbisschop Mor Nicodemus Daoud Sharaf. “Net als honderd jaar geleden vindt er een genocide plaats. Europa dient haar verantwoordelijkheid te nemen.”

Paus prijst kerststal waarin Jozef voor het kindje Jezus zorgt

Waar het kerststalletje te vinden is, blijft onduidelijk. Paus Franciscus vond de foto die hij ervan onder ogen kreeg, al schitterend. ‘Let Mum Rest’, heet het kerststalletje. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden