Kerkelijk leven

Van een zedenmeester tot luisterend oor: hoe de taak van de ouderling in de kerk veranderde

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Naast een plicht was het vroeger ook een eer om ouderling in de kerk te zijn. Maar inmiddels zijn ze in veel gemeenten moeilijk te vinden. ‘Toch is de taak van ouderling van levensbelang voor de kerk.’

Maaike van Houten

Huisbezoek van ouderlingen, dat ging vlak na de oorlog ongeveer zo: de heren kwamen met zijn tweeën, en ze stelden de gemeenteleden vragen die meer een oordeel waren. Hoe vaak gaat u naar de kerk? Leest u uit de Bijbel? Ook specifieke kwesties kwamen aan de orde. U bent lid van de PvdA, kunt u in de kerkdienst dan wel deelnemen aan het avondmaal? Of: u bent gereformeerd, waarom gaan uw kinderen naar de hervormde school en niet naar de algemeen christelijke?

“Ze kwamen met een hele vragenlijst”, zegt Gerben Heitink. Als kind maakte de nu 84-jarige theoloog dit soort gesprekken met zijn ouders mee in het Arnhem van zijn jeugd. Orde en tucht, daar draaide het om, een beeld dat ook spreekt uit de boeken van Maarten ’t Hart, Jan Siebelink en, recenter, Franca Treur.

Iets daarvan is er nog, in orthodoxere gereformeerde kerken. Maar bij het grootste deel van de Protestantse Kerk in Nederland is het ambt van ouderling ingrijpend veranderd, de ouderling (m/v) preekt niet, maar luistert en gaat in gesprek.

Verandering in de lucht

Die verandering begon in de jaren zestig, zeventig, zegt Heitink, destijds hoofdredacteur van het Ouderlingenblad, dat dit jaar viert dat het honderd jaar bestaat. In die vernieuwing van het ambt speelde het blad een rol als voortrekker.

“De roep om verandering zat in de lucht”, zegt Heitink, die voor zijn hoogleraarschap aan de Vrije Universiteit vijf jaar predikant was in het Gelderse Elst. “De gemeente zat te wachten op nieuwe dingen, op vrouwelijke ouderlingen, kinderen aan het avondmaal, op vernieuwende standpunten over homoseksualiteit.”

Die ‘doorbraakjes in het denken’, zoals Heitink het noemt, beïnvloedden ook de rol van de ouderling, die vanaf de jaren zestig in de hervormde en de gereformeerde kerken ook een vrouw kon zijn. “Ouderlingen waren ongemakkelijk met de situatie. Ze wilden gemeenteleden niet meer controleren, maar een band opbouwen met gezinnen, luisteren naar hun vragen, met hen een pastoraal gesprek voeren. En dat doe je als ouderling alleen, niet in een tweetal.”

Democratische wortels

Van oorsprong heeft het ambt ouderling, en breder de kerkenraad met daarin ook diakenen voor het sociale werk, democratische wortels. De protestantse kerk in het zestiende-eeuwse Genève mocht van reformator Johannes Calvijn geen ‘domineeskerk’ worden, waar de geestelijken de dienst uitmaken. Zijn model, met gekozen leken in een kerkenraad die tegenwicht moest bieden aan de betaalde predikant, vond ook zijn weg naar Nederland.

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Hoewel het in de praktijk vroeger meer een nevenfunctie was voor het hoofd der school, de dokter, mensen uit het bedrijfsleven, ambtenaren, staat het ambt van ouderling in principe open voor alle gemeenteleden. Voorwaarde is wel, vindt Heitink, dat ze op de hoogte zijn van ontwikkelingen in kerk en theologie, en in staat zijn leiding te geven.

Was het vroeger naast een plicht misschien ook een eer om ouderling te zijn, inmiddels zijn ze in veel gemeenten moeilijk te vinden. Jongere mensen zijn druk met werk, gezin, vrienden, hobby’s. En ouderen hebben het gevoel dat ze hun bijdrage aan het kerkelijke werk wel hebben geleverd.

Onzeker over het geloof

“Maar de grootste vraag bij mensen is: ben ik wel gelovig genoeg?”, weet Heitink. “Ze zijn bang dat ze niet vaak genoeg naar de kerk gaan, dat ze onzeker zijn over hun geloof, twijfels hebben.” Geen probleem, zegt de theoloog: “Gelovige mensen zitten vol vragen, een ouderling mag die dus ook hebben”.

Voor de kerk vindt hij de ouderling van levensbelang. “Anders wordt het alsnog een domineeskerk. Het tegenwicht van ouderlingen blijft belangrijk om de zaak levend te houden.”

Daan Molenaar (37), ouderling in de hervormde gemeente Loosdrecht (PKN), drie kinderen (5, 3 en 1), concept-ontwikkelaar bij de EO en student theologie

“Als wijkouderling probeer ik feeling te houden met de gemeenteleden in mijn wijk. Bezoeken zijn een wezenlijk moment, het gaat over de belangrijke dingen in het leven, het gaat over God en Jezus. Ik vraag hoe het staat met het geloofsleven, ik probeer mensen vooruit te helpen en te stimuleren met het geestelijk leven bezig te zijn.

“Zo’n bezoek gaat om inspireren. Mensen willen gehoord en gezien worden. Natuurlijk vraag ik ook of ze naar de kerk gaan en ik probeer ze aan te moedigen dat te doen. Ik kom niet om te controleren wat goed en fout is aan hun geloofsleven. We moeten het vooral hebben over wat geloven in God, Jezus volgen en gemeente-zijn zo mooi en onmisbaar maakt.

“Ik besteed gemiddeld een avond in de week aan de kerkenraad, de ene week is dat een vergadering, de andere week een huisbezoek. Ik heb geleerd dat je veel gedaan krijgt als je de tijd begrenst. Het ouderling-zijn begint natuurlijk met de wil om een bijdrage te leveren aan de gemeente. Het is mooi om te doen, je komt met alle generaties in aanraking en het is fijn mensen aan te moedigen in hun geloof en als gemeentelid.”

Rinske Braaksma (72), ouderling in de protestantse gemeente Kollum, getrouwd, gepensioneerd verpleegkundige

“Sinds 2008 zit ik al in de kerkenraad. Eerst als diaken, later als scriba en nu als ouderling voor de ouderen in het verzorgingstehuis. Als ouderling ben ik vaak bij rouwdiensten.

“Ik heb veel bezoekwerk gedaan, bij 25 mensen, elk kwartaal een keer. Al gauw was je er een half uur, meestal langer. Zo’n gesprek gaat eerst over algemene dingen, maar uiteindelijk probeer ik het naar de Bijbel en het geloof te leiden. Wat is uw situatie, hoe staat u erin? Als ik de gemeenteleden nooit bij de weeksluiting door een predikant zie, vraag ik naar de reden en of ze daar eens willen komen.

“Ik ben geen biddende ouderling, aan het eind van het gesprek lees ik liever iets voor, meestal een gedicht of een lied.

“De mensen hebben mij veel teruggegeven. Ze zijn zo standvastig in hun geloof, zij hebben honderd procent vertrouwen, daar kun je als ouderling van leren.

“Het bezoekwerk vond ik geestelijk zwaar, daarom ben ik hiermee gestopt. Er is een goede vervanger gevonden. De vergaderingen van de kerkenraad zijn meer een verplichting dan een liefhebberij. Maar het is ook mooi om mee te werken aan het bestuur van de kerkelijke gemeente.”

Lees ook:

PKN krijgt mogelijk twee soorten kerkelijk werkers. ‘Een kleine revolutie’

In de Protestantse Kerk komen mogelijk twee soorten kerkelijk werkers: dienaren des Woords, die het werk doen van een dominee, en daarnaast kerkelijk werkers gespecialiseerd in bijvoorbeeld jongeren of ouderen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden