Jehovah's GetuigenIntimidatie

Toen Merel meewerkte aan het misbruikonderzoek, volgde verguizing door andere Jehovah’s Getuigen

Merel werkte mee aan het onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de omgang met misbruik binnen de gemeenschap van Jehovah’s Getuigen. Beeld Kwennie Cheng
Merel werkte mee aan het onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de omgang met misbruik binnen de gemeenschap van Jehovah’s Getuigen.Beeld Kwennie Cheng

Merel werkte mee aan het onderzoek naar de afhandeling van seksueel misbruik bij de Jehovah’s Getuigen. Sinds dat uitlekte, komen er mensen aan de deur die haar verwijten maken. ‘Tegenwoordig check ik eerst wie er voor de deur staat.’

Hoe heeft ze het in haar hoofd gehaald om de naam van Jehovah smaad toe te brengen? Merel staat aan de rand van het schoolplein op haar kinderen te wachten, als ze ineens wordt aangesproken door twee andere ouders, ook Jehovah’s Getuigen. Ze maken haar verwijten omdat ze meedeed aan het onderzoek dat de Universiteit Utrecht deed naar de afhandeling van seksueel misbruik door de organisatie van Jehovah’s Getuigen. Er komt nog een derde ouder bij. Een van de drie is zelfs ouderling. Het is drie tegen één. Haar kinderen slaan het tafereel zwijgend gade.

Merel had gewikt en gewogen toen ze er via krantenknipsels uit Trouw die een vriendin haar toeschoof – achter kwam dat de Utrechtse universiteit begin 2019 een contactpunt had opengesteld voor leden en ex-leden die hun ervaringen wilden delen. In de brief van het bestuur van de Jehovah’s Getuigen aan alle gemeenten had gestaan dat deelname aan dit onderzoek ‘natuurlijk een persoonlijke keus’ was. “Ze laten de keuze aan jezelf, maar de meesten lezen dat niet als grijs, maar als zwart: niet doen. Ik weet dat er mensen zijn die daarom bewust niet hebben meegewerkt.”

Uiteindelijk deed Merel twee meldingen: een over seksueel misbruik door een familielid in haar jeugd, en een over seksueel geweld in haar huwelijk, dat ze onlangs ontvlucht was. Ze hoopte daarmee te kunnen bijdragen aan een verbetering van de zorg voor slachtoffers. Want die liet veel te wensen over, had ze aan den lijve ondervonden. Toen ze het misbruik uit haar jeugd bekendmaakte, was de dader al overleden, dus daar was weinig meer aan te doen. Maar pastoraal was er weinig steun geweest. Net als later. Nadat ze haar partner had verlaten, nadat hij geweld begon te gebruiken tegen de kinderen, kreeg ze te horen dat ze haar verantwoordelijkheid als vrouw ontliep, vertelt ze.

Verscheurde loyaliteit

Hoewel Merel op dat moment bezig was zich los te maken van de geloofsgemeenschap, lag haar loyaliteit nog steeds bij de organisatie. Toen het telefoontje kwam met de vraag of ze wilde meewerken aan een diepte-interview in het kader van het onderzoek, besloot ze eerst bij de ouderlingen te informeren hoe zij erover dachten. Toen die haar vertelden dat er geen verdere richtlijnen bekend waren, besloot ze mee te doen, maar hield die keuze stil.

Maar dat mocht niet baten. Na publicatie van het rapport herkenden oplettende lezers passages over Merels problematische huwelijkssituatie. Het resulteerde in de scène op het schoolplein en leidde ertoe dat een deel van haar geloofsgenoten niet meer met haar praat. “Vanuit alle gemeentes waar ik lid ben geweest heb ik telefoontjes gehad van mensen die even hun mening wilden geven. Er zijn zelfs mensen aan de deur geweest. Tegenwoordig check ik eerst wie er voor de deur staat voordat ik opendoe”, zegt ze.

Onderzoeksdata opeisen

Ze twijfelt er niet aan dat de Jehovah’s Getuigen proberen te achterhalen wie hun verhaal met de onderzoekers hebben gedeeld, door bij de universiteit de ruwe onderzoeksdata op te eisen. “De organisatie kennende, denk ik dat ze willen proberen al die verhalen en daarmee het onderzoek onderuit te halen. Ik heb bijvoorbeeld al twee keer een brief geschreven om me te laten uitschrijven, wat ze weigeren, omdat ze me te labiel vinden om zo’n beslissing te nemen. Dat zouden ze kunnen gebruiken om mijn verhaal van tafel te vegen.”

Zo’n driehonderd slachtoffers werkten mee aan het onderzoek van de universiteit, maar volgens Merel zijn er nog veel meer mensen die géén melding gedaan hebben. “De Jehovah’s Getuigen spraken van een hetze tegen de organisatie, en ik denk dat de broeders en zusters dat ook zo gezien hebben. In alle gemeenten waar ik deel van uitgemaakt heb weet ik dat er broeders en zusters zijn die met seksueel misbruik te maken hebben gehad en dat bij hen de afhandeling niet op een succesvolle manier is gegaan.”

Slachtoffers krijgen nul erkenning

De uitkomsten van het rapport waren voor haar dus niets nieuws, al was het fijn om van buitenaf erkenning te krijgen voor wat ze heeft meegemaakt, zegt ze. Ze vindt het vooral erg dat de Jehovah’s Getuigen het onderzoek niet aangrijpen om de slachtoffers te helpen. “Zij hebben al iets heel naars meegemaakt, wat niet goed afgehandeld is. Met de reactie op dit rapport krijgen zij nog steeds nul erkenning. Alsof je weer een klap in je gezicht krijgt.”

Merel noemt het jammer dat de zorgzaamheid van de gemeenschap, waar de Jehovah’s Getuigen zich op beroepen, er in de praktijk niet was. “Toen ik buiten de organisatie in contact kwam met mensen en professionele hulpverlening, was dat een wereld van verschil. Dat vind ik jammer, want ik gun de broeders en zusters die hiermee te maken hebben gehad een luisterend oor of een arm om zich heen.”

Om haar privacy te beschermen, wil Merel niet met haar eigen naam in de krant. Haar gegevens zijn bij de redactie bekend.

Lees ook:

Jehovah’s Getuigen proberen gevoelige data misbruikonderzoek te bemachtigen
Misbruikslachtoffers die hun verhaal deelden in een onderzoek naar misbruik bij Jehovah’s Getuigen van de de Universiteit Utrecht, vrezen geïdentificeerd te kunnen worden nu de organisatie probeert om de complete onderzoeksgegevens te bemachtigen.

‘Dit is ons geheim, als je je mond opendoet, zal ik je wat aandoen.’

De manier waarop Jehovah’s Getuigen met misbruikzaken omgaan, is traumatisch voor slachtoffers, bleek eerder uit onderzoek van Trouw, dat gesprekken voerde met meerdere slachtoffers, zoals Marianne de Voogd. Zij kreeg les in tongzoenen van de ouderling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden