Tibetaans boeddhisme in China

Wierookstokjes branden voor de boeddhistische Lamatempel in de Chinese hoofdstad Peking. (FOTO PATRICK FRILET, HOLLANDSE HOOGTE) Beeld Patrick Frilet/Hollandse Hoogte
Wierookstokjes branden voor de boeddhistische Lamatempel in de Chinese hoofdstad Peking. (FOTO PATRICK FRILET, HOLLANDSE HOOGTE)Beeld Patrick Frilet/Hollandse Hoogte

Het Tibetaans boeddhisme wint aan populariteit in China. De dalai lama waarschuwde er al grappend voor: straks zijn er meer Tibetaans boeddhisten in China, dan in Tibet zelf.

Felix de Lange

Een niet aflatende stroom Chinezen knielt op het middenplein van de grote boeddhistische Lamatempel in de hoofdstad Peking voor een gebed. De geur van brandende wierookstokjes verspreidt zich over het plein. De biddende bezoekers zijn toeristen in eigen land, studenten, maar ook inwoners van Peking. Ze zijn opvallend jong en modern gekleed. Coole petjes op, snelle gympies aan en dure camera’s in de aanslag. Hun rugzakjes bonken heen en weer als ze knielen en voorover buigen.

Chen Yiming (20) is net in Peking aangekomen. Met zachte stem vertelt ze dat ze uit Xiamen komt, in de provincie Fujian. „Eerst interesseerde het Tibetaans boeddhisme me gewoon, daarna ging ik ervan leren. Nu ben ik al een jaar volgeling. Ik kom in Xiamen regelmatig samen met een groep andere Tibetaanse boeddhisten, die zijn een stuk ouder dan ik.” Wat ze geleerd heeft van het boeddhisme is „hart hebben voor mensen, vriendelijker zijn”.

De Lamatempel (in het Chinees Yonghe Gong) is een van de belangrijkste Tibetaans-boeddhistische tempels buiten Tibet. Hoeveel bezoekers er per jaar komen, willen de mensen achter het loket niet kwijt, maar de parkeerplaats staat op elk moment van de dag vol.

De doorsnee Chinees kijkt neer op de ’achtergebleven’ Tibetanen. De Chinese overheid probeert religie in Tibet ondertussen wel zo veel mogelijk te commercialiseren voor het toerisme. Daarom roept de populariteit van het Tibetaans boeddhisme in China de nodige vragen op.

„De postmoderne mythe van het Shangrila-paradijs speelt een grote rol”, verklaart professor Shen Weirong (47). „Mensen denken dat Tibet Shangrila is, het spirituele paradijs.” Shen promoveerde in Bonn op de eerste dalai lama (1371-1474), beheerst naast het Chinees ook Tibetaans, Sanskriet, Japans, Duits en Engels. Hij doceert aan de prestigieuze Renmin Universiteit in Peking.

Het op toerisme beluste Chinese regime herdoopte een stadje op het Tibetaanse plateau zelfs tot Shangrila. Er kwamen massa’s mensen op af, maar de nieuwbouw daar stelde de nieuwe bewoners erg teleur. „Alles wat wij verloren hebben, denken we in Tibet terug te vinden. Alleen dat gegeven verklaart waarom zo velen de ’Free Tibet-beweging’ aanhangen”, vervolgt Shen.

De brede en internationale interesse voor Tibet en de dalai lama gaat ver terug in de vorige eeuw. De Française Alexandra David-Néel ontmoette in 1912 de dertiende dalai lama. De boeddhiste, die 100 jaar werd, sprak Tibetaans en schreef diverse boeken over haar avonturen.

Het was volgens professor Shen de populaire Tibetaanse lama, Chögyam Trungpa, die het boeddhisme in de jaren zestig naar Groot-Brittannië bracht en daarna, in de jaren zeventig, naar Amerika. „Hij doceerde in die landen en zijn ideeën, ook over vrije seksualiteit, sloegen aan bij de hippies uit die tijd.”

De interesse in het westen voor de huidige, veertiende, dalai lama ontstond pas twintig jaar na zijn vlucht uit Tibet naar India in 1959. In 1989 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede.

Nu wint het Tibetaans boeddhisme dus ook in China aan populariteit. De interesse ontstond volgens Shen Weirong in de periode dat Chinezen niet meer langer alleen hoefden te werken om te overleven. Het begon in Taiwan, later in Hongkong, en gedurende het laatste decennium groeide de belangstelling op het vasteland van China.

Shen was kind ten tijde van de Culturele Revolutie en ’blij’ als hij iets te eten kreeg. Het was hard werken om aan de eerste levensbehoeften te voldoen. „Sinds twintig jaar gaat het relatief beter. De angst, niet alleen bij de rijken, om alle verworvenheden weer te verliezen, is sterk. Mensen zoeken naar een verzekering, de zegen, dat het goed zal blijven gaan.”

Veel rijken in Peking hebben een Tibetaanse goeroe, weet Shen. „Die geeft hen kracht en de zegen. Talloze hoogopgeleiden van alle leeftijden bestuderen het Tibetaans boeddhisme. Neem van mij aan dat China een grote donor is voor Tibetaanse lama’s.”

In de grensstreek met Tibet zijn er veel Chinese ’weekendboeddhisten’ die in kloosters wonen. Een paar jaar terug werd zo’n nederzetting, Larung Gar, te bedreigend voor de overheid. Een populaire lama had er een academie opgericht, waar duizend Chinezen op af kwamen. Er woonden meer dan 7000 nonnen en monniken. Het centrum in de provincie Sichuan werd met de grond gelijk gemaakt. Tegenwoordig maken veel welvarende Chinezen de pelgrimstocht naar Lhasa, de traditionele hoofdstad van Tibet. Voor anderen is dat te duur. Zij bezoeken dan de Lamatempel in Peking om met wierook en gebed zegening te vragen.

Religieus Tibet heeft zijn eigen traditie gevormd, op basis van Chinees en Indiaas boeddhisme, zegt Shen. „Het Tibetaanse en Chinese mahajana-boeddhisme lijken erg op elkaar. Het gaat niet alleen om je eigen verlichting, maar ook om anderen daarbij te helpen.”

Of er inmiddels al meer Chinese dan Tibetaanse aanhangers zijn van het Tibetaans boeddhisme vindt Shen moeilijk te zeggen. „Laat ik zeggen dat de helft van de bevolking wel eens wierook brandt in een tempel. Maar de groep die de regels volgt en mediteert is vele malen kleiner.”

Toch zijn er in allerlei steden studiegroepen, die soms dezelfde goeroe, of lama hebben. De religieuze opleving is goed verklaarbaar. „In mijn jeugd mocht er niets, de partij-ideologie was sterk, de controle optimaal. Nu zijn velen hun identiteit kwijt, ze horen nergens bij. Mensen zijn vroeg met pensioen en hebben veel tijd. Het Tibetaans boeddhisme biedt groepen de kans wél ergens bij te horen. De nog altijd verboden spirituele beweging Falun Gong vervult ook die functie.”

Shen wijst uit het raam. „Hier op de campus is een groep, die ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds samen zingt en oefeningen doet. Je ziet de extase op hun gezicht, het is iets religieus”, vertelt de professor die overigens religie een privézaak vindt, die niet op het universiteitsterrein thuishoort. „Spirituele vervulling zoeken is heel menselijk. De jeugd van nu hoeft niet meer slechts bezig te zijn met overleven, maar kan haar eigen weg zoeken.”

(Trouw) Beeld Patrick Frilet/Hollandse Hoogte
(Trouw)Beeld Patrick Frilet/Hollandse Hoogte
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden