Sylvain Ephimenco schrijft een ode aan de Notre-Dame: ‘Zoveel meer dan een katholieke kerk’

Beeld REUTERS

Als kind benam de Notre-Dame columnist Sylvain Ephimenco al de adem. De gotische kathedraal is zoveel meer dan alleen een katholieke kerk.

 In feite was het een ordinaire valstrik. Een beschamende poging om haar om de tuin te leiden en vervolgens op de plek te krijgen die mij twee decennia daarvoor, toen ik nog een jongetje van tien was, bijna had verpletterd. Door zoveel majestueuze schoonheid. Door het gewicht van al die eeuwen, een gewicht dat bij iedere looppas op je schouders drukt totdat je je onbeduidend voelt. Misschien ook door de ondefinieerbare hang naar mystiek die de onzekere atheïst soms in een aarzelende spijtoptant kan veranderen. 

Toen ik twintig jaar eerder voor het eerst de Notre-Dame betrad, was ik nog dat kind dat bij iedere beproeving of twijfel in God kon kruipen voor bescherming. Met een rotsvast geloof en de vrees voor de zonde die je op een dag niet durft op te biechten. Voor mij liepen mijn ouders en oma Carmen. Mijn grootmoeder, die haar slaapkamer met plaatjes van madonna’s en christussen had behangen, leek nu zelf in een van haar prenten te zijn gekropen.

Zo stil, zo eerbiedig en zwijgzaam had ik haar nog nooit gezien. Wel zag ik hoe een traan in haar ooghoek begon te zwellen. In het halfduister, verzonken in de krankzinnig grote ruimte van de Notre-Dame, leken de beelden van heiligen, de personages op de immense schilderijen, met hun blik onze voortgang te volgen. 

Victor Hugo

Later heb ik heel wat kerken en kathedralen bezocht, maar nooit meer dat gevoel ervaren dat de Notre-Dame me toen gaf. Schrijver Victor Hugo, die de kathedraal in zijn boek ‘Notre-Dame de Paris’ had bezongen, had ze in een seculiere zin gevangen: ‘Elke zijde, elke steen van dit eerbiedwaardige monument is niet alleen een bladzijde van de geschiedenis van het land maar ook van de wetenschap en de kunst’.

De spits van de Notre-Dame ten prooi aan de vlammen. Beeld AFP

Deze gotische kathedraal was niet alleen het meest magistrale godshuis op aarde, maar ook het decor van mijn jongste verbeelding. Kort daarvoor had ik met open mond en op een zwart-wit televisie de film van Jean Delannoy gezien, een film die in het Nederlands ‘De klokkenluider van de Notre Dame’ (1956) heet. Esmeralda en de gebochelde! De kleine Italiaanse actrice Gina Lollobrigida verwikkeld in een onmogelijke liefde met Anthony Quinn als de Quasimodo uit Victor Hugo’s boek. Het tienjarige kind betrad die dag achter zijn betraande oma niet alleen het heiligdom van Parijs, maar ook een filmset à la Hollywood. 

Maar ditmaal, we schrijven oktober 1985, moest ik mijn list en bedrog tot een goed einde brengen. De jonge Nederlandse die me vergezelde in Parijs, was al bijna tien jaar mijn echtgenote. Een Rotterdamse ex-hervormde die uit de kale en strakke protestantse klei was getrokken, een gebied waar kerken geen katholieke tierelantijnen mogen vertonen. Erger nog: ze had een nog grotere afstand van kerk en God genomen dan ik mezelf ooit had veroorloofd. Zelfs de status van cultuur-christen had ze afgezworen en op zondagochtend kon ze het klokgelui van de kerk om de hoek meestal alleen verdragen met een grimas. 

Maar mijn list was helder: we zouden naar de door kunstenaar Christo ingepakte Pont Neuf gaan om daar een vluchtige blik op te werpen. De kranten in heel Europa waren er vol van. Van de oudste brug van Parijs naar de Notre-Dame is slechts een korte wandeling. Toen we voor de imposante gevel van de kathedraal stonden, maakte haar lichaamstaal een lichte beweging achteruit. Maar onder zachte dwang kreeg ik haar daar waar ik naar verlangde: in de ziel en het hart van de voorbije eeuwen. Van haar beleving van dit bijna gedwongen bezoek aan de Notre-Dame kan ik me niet alles herinneren, maar wel dat haar stilte even imponerend was als die van mijn grootmoeder twee decennia daarvoor.

Te groot

Als een mens sterft, zegt men, is het net alsof er een bibliotheek in vlammen opgaat. En mens, wordt verondersteld, leeft gemiddeld tachtig of negentig jaar. Maar heeft iemand ooit de woorden gevonden voor een gigantisch monument van acht eeuwen historie en schoonheid dat op een doordeweekse avond in brand vliegt? Deze gebeurtenis is te groot om in mensentaal uit te drukken. Toen we kort na zeven uur voor het eerst de vlammen op onze schermen zagen verschijnen, wisten we dat onze tranen en die van al die anderen uit alle hoeken van de mensenwereld geen bluswerk meer zouden kunnen verrichten. 

Met de halve verwoesting van de Notre-Dame is een icoon van ons universele erfgoed verbrijzeld. Geen Beeldenstorm kwam hier aan te pas. En ook geen bom uit een vliegtuig (in de Tweede Wereldoorlog hadden Parijzenaars hun kathedraal met talloze zandzakken beschermd tegen nazi-bombardementen). Het is veel erger: op een doodgewone werkdag is, naar alle waarschijnlijkheid, een simpel vonkje voldoende geweest om een legende en een mythe van eeuwen te vloeren. Dat spoort niet. Het enige dat het verstand registreert is het feit dat we de onwillige getuigen zijn van het slechtst denkbare.

De vlammen slaan uit het dak van de middeleeuwse kathedraal. Beeld EPA

De wereld mag in rouw zijn en de katholieke kerk mag na al haar schandalen in deze Paasweek in het hart zijn getroffen, maar voor Frankrijk en de Fransen is het vele malen erger. Het land bevond zich al in een identiteitscrisis en in een sociale en politieke crisis. De symboliek van de gevallen Notre-Dame, van het vuur dat lebbert aan stenen, van de duizend jaar oude boomstammen die zijn gekraakt, van een verminkt karkas dat resteert, de symboliek van dat alles is bijna niet te herstellen. Althans niet onmiddellijk in de gewonde psyche van de Franse natie.

Dit vuurgeweld dat je nationale trots en erfgoed plotseling verwoest, komt na maanden van andersoortig geweld dat het land in diepe onzekerheid heeft gedompeld. Al vijf maanden hebben Fransen, getooid met gele hesjes of bivakmutsen, zich overgegeven aan woede, wrok en afgunst. Voordat de Notre-Dame door de vlammen werd getroffen, werden sinds de herfst winkels, auto’s en goederen in lichterlaaie gezet. En hoe wreed kan de symboliek zijn: maandag om acht uur ’s avonds zou president Macron een toespraak houden met oplossingen voor de crisis rond de gele hesjes. Nog geen uur daarvoor begon de Notre-Dame te branden en moest Macron zijn plechtige discours afzeggen. 

Criminele hand

Het mag bijna geen toeval heten, denken nu bijgelovigen op de sociale media, dat na het menselijke geweld van de laatste maanden, nu dat van het onpeilbare lot toeslaat. Maar anderen gaan er nu al vanuit, zonder een enkel begin van bewijs, dat een dergelijke catastrofe niet kon gebeuren zonder dat een criminele hand toesloeg.

Nog geen halfuur na de eerste berichten over de brand hoorde ik een Franse geestelijke op een buitenlandse zender beweren dat dit niets anders kon zijn dan een aanslag. En gisteren op Fox Nieuws vond een Franse volksvertegenwoordiger dat dit geen ongeluk kon zijn ‘zoals men ons politiek correct wil doen geloven’. Ook weer zonder bewijs. Alsof de verwoesting van de Notre-Dame minder pijnlijk zou zijn als niet een dom vonkje maar een geslepen terrorist de aanstichter zou zijn van deze ramp.

President Macron beloofde, in plaats van sociale maatregelen om de razernij van zijn protesterende landgenoten te kalmeren, nu dat de Notre-Dame met hernieuwd elan gaat worden gerestaureerd. Woorden van hoop die, terwijl ik dit tik, enige invulling hebben gekregen: in enkele uren is er al zeshonderd miljoen euro gecollecteerd voor de nieuwe Notre-Dame.

Alles over de brand in de Notre-Dame leest u in ons dossier.

Lees ook:

De Notre-Dame door de eeuwen heen

In beeld: De Notre-Dame bepaalt het gezicht van Parijs, zoals deze selectie van foto’s, tekeningen schilderijen laat zien.Lees ook:Het kabinet wil de sloop van kerken helpen voorkomen

De restauratie-architect weet het zeker: de ziel van de Notre-Dame is niet verloren

De herbouw zal geen afbreuk doen aan de beleving van dit icoon, verwacht restauratie-architect Jan Roest. Zijn advies: laat de wereld meekijken hoe de kathedraal herrijst uit de as en maak er een leerlingenbouwplaats van. 

Klokkengieterij Eijsbouts bezorgd over de eigen Mariaklok in de Notre-Dame

De grootste klok in de Notre-Dame is in 2013 gemaakt door de Nederlandse klokkenmaker Koninklijke Eijsbouts in Asten. Hoe deze Mariaklok er precies aan toe is na de grote brand van gisteren, is nog niet duidelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden