column

Suske en Wiske en de kussende kardinalen

Toen de Nashville-verklaring uitkwam, waarin homoseksuelen vriendelijk werd gevraagd terug te kruipen in de dichtstbijzijnde kast, bleef het stil vanuit katholieke hoek. Ik begreep dat wel. In onze kerk gaan wij namelijk wel heel goed met homoseksualiteit om. 

Je kunt er als homo probleemloos priester, bisschop of kardinaal worden en misschien zelfs paus.

Tenminste, als je de Franse socioloog Frédéric Martel moet geloven. Hij heeft vier jaar lang onderzoek verricht in de donkere gangen van de katholieke kerk. Deze week kwam hij met het resultaat daarvan: een boek waarin hij beweert dat een groot deel van de prelaten in het Vaticaan homo is. Opvallend voor een instituut dat naar buiten toe kritisch en vaak ook beledigend is naar homoseksuelen, maar intern dus een soort beloofd land van de herenliefde schijnt te zijn. Stelling van Martel: doet een bisschop of kardinaal homo-onvriendelijke uitspraken, dan is de kans groot dat hij zelf ‘bij de parochie hoort’, Vaticaans jargon voor ‘homofiel’ of ‘homoseksueel’. Een onderscheid dat in Nederland nog maar zelden wordt gemaakt. Gelukkig maar.

Deze week hoorde ik Jan Hendriks, de beoogde nieuwe bisschop van het bisdom Haarlem-Amsterdam spreken over ‘Sodoma, het geheim van het Vaticaan’ – zo heet het boek van Martel – op de katholieke zender Radio Maria. Hendriks zou daar vooruitblikken op de komende week, maar hij wilde toch ook nog even terugkijken.

De spanning steeg. Even dacht ik nog dat het verplichte priestercelibaat buiten mijn weten was afgeschaft. Nee, het ging de bisschop om het boek van Martel, die hij een homoactivist noemde. Het was een actie tegen de kerk, er zouden niet zoveel relevante dingen in staan en de auteur zou toch vooral een schandaal willen veroorzaken. De bisschop had het boek nog niet gelezen (het was nog niet verschenen), maar er wel al in Italiaanse kranten over gelezen.

Wellustige bisschoppen

Valt er dan niets aan te merken op het boek van Martel? Jazeker wel. Het boek bevat nogal wat suggestief taalgebruik, vermoedens en anonieme bronnen. Hoort ook een beetje bij het onderwerp. Martel komt met cijfers (‘de helft van de kardinalen is homo’) die niet wetenschappelijk worden onderbouwd. En ondanks het feit dat het goed geschreven is, krijg je al snel genoeg van alle pikante details over wellustige bisschoppen en flirtende kardinalen. ‘Suske en Wiske en de kussende kardinalen’ was misschien wel een betere titel voor dit boek geweest.

Toch verdient Martel ook lof voor zijn onderzoek. Hij legt de vinger – elke beeldspraak is gevaarlijk in dit kader – op de zere plek. Zo heeft volgens hem de ‘cultuur van geheimhouding’ die noodzakelijk was om de grote invloed van homoseksuelen in de kerk te verzwijgen, ervoor gezorgd dat misbruik verborgen kon blijven.

‘Seksuele roofdieren’ konden profiteren van de bescherming die het systeem hun bood. Alleen al daarom zou bisschop Hendriks het boek toch nog eens moeten lezen.

Wat nu?

Op internet las ik een stuk van Timothy Radcliffe, de oud-magister-generaal van de dominicanen. Hij had Martels boek wel tot zich genomen en stelde de terechte vraag: wat nu? “Hoe kan de kerk meer waarheidsgetrouw met seksualiteit omgaan?”, vraagt hij zich af. “Moeten priesters open zijn over hun eigen seksuele voorkeur?”

Radcliffe is daar allerminst zeker van. Het zou niet uit moeten maken hoe iemand seksueel in elkaar zit, maar een heteroseksuele pastoor klapt nu eenmaal makkelijker uit de school tegenover zijn parochianen over zijn liefdesleven voordat hij besloot priester te worden, dan zijn homoseksuele collega dat zal doen. Er is een disbalans. De dominicaan pleit terecht voor een ‘nieuwe cultuur van eerlijkheid’ binnen de kerk, maar hoe die eruit zou moeten zien, weet ook hij niet.

Geen massale coming-out van priesters op het Sint-Pietersplein, zou ik denken.

Wel iets anders. Al eeuwenlang heeft de katholieke kerk op allerlei gebied een moeizame verhouding met seksualiteit. De strenge leer, waarvan de verkondigers nu de schijn tegen zich hebben, wordt door de gewone gelovigen vaak niet begrepen.

Daarover zou misschien ook eens een indringend gesprek gevoerd kunnen worden, desnoods in een donkere gang.

Trouw-redacteur Stijn Fens (Haarlem, 1966) volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden