Filosoof Stine Jensen.

InterviewFilosofie

Stine Jensen laat kinderen filosoferen over het verlies van een familielid of huisdier

Filosoof Stine Jensen.Beeld Patrick Post

We leren kinderen vooral vooruit kijken, zegt filosofe Stine Jensen. In haar nieuwe boek staat ze juist even stil, en filosofeert ze samen met kinderen over afscheid en verlies.

In een Amsterdams café bladert filosofe Stine Jensen door haar nieuwe kinderboek ‘Alles wat was: hoe ga je om met afscheid?’ Ze stopt bij de brief van de negenjarige Vosse, die haar schreef over het verlies van zijn vijfjarige zusje Bel. “De kist van Bel was versierd met tekeningen”, leest ze voor. “Haar hertenlampje was er ook bij. Waar ze ook heen ging, ze had dat lampje altijd bij zich. Later heb ik een keer met papa in de auto twee herten voorbij zien springen. Ik dacht: dat is Bel. Ze is een hert geworden. En als alle herten op zijn, is ze een bloem.”

Wanneer heb jij voor het laatst van iemand afscheid genomen? Hoe voelde je je toen? Ben je bang voor de dood? En heeft verdriet eigenlijk een kleur? Waar veel filosofieboeken voor volwassenen antwoorden formuleren, stelt Jensen in ‘Alles wat was’ vooral vragen, en filosofeert zo met kinderen over afscheid en verlies. Dat kan afscheid van een knuffel zijn, afscheid van de kleren waar je uit groeit, afscheid van je klas, of afscheid van je ouders die zonder elkaar verder gaan. Soms gaat afscheid over het grootste verlies dat denkbaar is: dat van een dierbare.

“Kinderen krijgen op school geen les in afscheid nemen”, zegt Jensen bij een kop koffie. “Dat is eigenlijk heel gek. Iedereen die leeft, krijgt met verlies te maken. Het ligt in het leven besloten. Bij alle vormen die afscheid aanneemt, kun je verschillende emoties hebben: boosheid, verdriet, vrolijkheid, angst. Soms voel je dat allemaal tegelijk. Dat is niet goed of fout. Maar het is wel belangrijk om er met kinderen over te praten, en afscheid nemen een beetje te oefenen.”

Illustratie in het boek ‘Alles wat was’ van Stine Jensen.Beeld Illustratie Marijke Klompmaker

Dat gebeurt volgens Jensen te weinig. “We leren kinderen vooral toekomstgericht te denken. Ze krijgen agendales om te leren plannen. Er wordt ze steeds gevraagd wat ze willen worden als ze groot zijn. En ouders zijn vaak erg bezig met de school waar hun kind straks naartoe gaat. Maar het kind is er, nu, op dit moment. Een kind heeft dingen meegemaakt die hem of haar al hebben gevormd. Daar spelen emoties zoals verveling, melancholie en verdriet een rol in. Die emoties hebben een heel positieve waarde, en het zou goed zijn als we daar meer aandacht voor hebben.”

Brieven aan God of de filosoof

De filosofie speelt daarbij een heel belangrijke rol, vindt Jensen. Ze kreeg ooit het boekje ‘Lieve meneer God’ van Eric Marshall in haar handen, waarin kinderen levensvragen aan God adresseerden. Maar wat als kinderen niet in God geloven? Naar wie moeten ze hun brieven dan opsturen, vroeg ze zich af. Naar de filosoof, natuurlijk. Vanaf dat moment ging ze filosoferen met kinderen, en ontdekte ze hoezeer filosofie kinderen kan helpen bij het verwerken van een verlies. “Een filosofisch inzicht kan een kind helpen om met andere ogen naar de wereld te kijken. Zo’n nieuw idee geeft een opening en kan zo verdriet een stukje lichter maken.”

Een van de voorbeelden die Jensen geeft, is simpel en al eeuwenoud: afscheid is niets anders dan verandering. Panta rhei, ofwel ‘alles stroomt’, zei de Griekse filosoof Heraclitus vijfentwintighonderd jaar geleden. Hij vergeleek het leven met een stromende rivier. Wij zien steeds dezelfde rivier, en toch is het water wat erdoorheen stroomt altijd anders: we kunnen niet twee keer in dezelfde rivier stappen. “Het is een prachtig beeld dat laat zien dat vergankelijkheid en verandering in het leven besloten liggen, dat ze erbij horen”, zegt Jensen. “Momenten van verdriet worden dan golfjes, rimpelingen die ook weer kunnen verdwijnen. Soms ga je bijna kopje onder, of moet je er tegenin zwemmen, en op andere momenten is het water juist heel rustig en kun je je gewoon laten meevoeren.”

Illustratie in het boek ‘Alles wat was’ van Stine Jensen.Beeld Marijke Klompmaker

Veranderingen ontstaan in de tijd. In de westerse wereld beschouwen we die tijd als lineair: gebeurtenissen volgen elkaar op. Dat maakt veranderingen heel definitief, zegt Jensen. “De oosterse filosofie gaat uit van een meer cyclische tijdsbeleving. Wat je verliest, komt soms ook weer bij je terug. Niet iedere verandering is absoluut. Denk aan het dag-en-nacht-ritme, de zon en de maan, de seizoenen die steeds weer terugkeren: sommige gebeurtenissen blijven zich herhalen in een rad van de tijd. Dat besef kan een kind troost en houvast bieden, en het gemakkelijker maken om te gaan met veranderingen die wél voor altijd zijn.”

Het ongrijpbare verlies

Het meest definitieve afscheid dat er bestaat is wanneer bijvoorbeeld een familielid of huisdier overlijdt. Dat verlies is ongrijpbaar. Wat komt er daarna? Is er het grote niets, of kan een overleden iemand toch nog bij je zijn, al is dat niet in fysieke gedaante?

Dat zijn lastige vragen, maar kinderen hebben er allerlei verschillende ideeën over, zegt Jensen. Het leukste vindt ze het dan ook om kinderen zelf als filosoof op te voeren in haar boek, en ze met elkaar in dialoog te laten gaan. Zo zegt de tienjarige Daniël: “De dood is niks, gewoon slapen. Je bent alleen nog in ieders hart.” De negenjarige Salvador is het daar helemaal niet mee eens: “Na de dood ben je een dood lichaam geworden, maar met hetzelfde innerlijk. Ik denk dat je naar een andere wereld gaat.”

Filosoferen kinderen eigenlijk op een andere manier dan volwassenen? Ja, zegt Jensen. “Ze filosoferen heel fysiek: staand, rennend en springend. Dan pas komt het denken echt op gang. Kinderen laten heel mooi zien dat denken, en het wisselen van perspectief, eigenlijk bewegen is. Het is een hele vrolijke wereld om je in te begeven. Volwassenen vergeten dat nog wel eens, die zitten op een stoel en denken na. Vaak zetten we onze gedachten dan letterlijk vast.”

Illustratie in het boek ‘Alles wat was’ van Stine Jensen.Beeld Marijke Klompmaker

Filosoferen is voor alle kinderen, zegt Jensen, ongeacht hun achtergrond. Zeker als het over afscheid en de dood gaat, want verlies en ziekte doorbreken sociale verschillen. Maar om de filosoof in een kind te activeren, moet hij of zij wel worden uitgenodigd om buiten de eigen kaders te gaan denken. Hoe doe je dat? “Het begint vaak met heel simpele oefeningen in redeneren. In een klas met kinderen vraag ik bijvoorbeeld: wat is het verschil tussen jongens en meisjes? Dan is er altijd eentje die zegt: jongens hebben kort haar en meisjes lang haar. Vervolgens vraag ik: willen alle meisjes met kort haar en alle jongens met lang haar even opstaan? Kinderen zien dan dat hun antwoorden niet stroken met wat ze tegenkomen in de wereld. En dan kun je het denken letterlijk zien ontstaan.”

Een oefening in empathie

Filosofisch nadenken kweekt autonomie, zegt Jensen. “Het fijne aan filosofie is dat er geen juiste antwoorden bestaan. Filosofie leert kinderen dat er een oneindigheid is aan verschillende uitgangspunten die je kunt onderzoeken. Ze moeten in de huid van een ander kruipen, door de ogen van de ander naar de wereld en zichzelf kijken. Het is een oefening in empathie.”

In haar boek vertaalt Jensen filosofische ideeën ook naar praktische tips en oefeningen. Niet alleen een idee maakt verdriet lichter, ook het bijhouden van een rouwdagboek kan een kind helpen, of het maken van een klein altaar met een mooie foto en tekening van de persoon die ze missen.

“Zo’n plek betekent dat diegene nog wel in je hart en in je herinneringen zit, ook al is hij er niet meer. Je kunt er af en toe bij gaan zitten, en kijken wat er dan in je opkomt”, legt ze uit in haar boek. “Of stel je voor dat er een klein kindje in jou zit, waar je heel goed voor moet zorgen. Dat je wil beschermen en waar je lief voor wilt zijn. Wat wil je voor dat kindje? Een knuffel? En dekentje om onder te liggen? Doe dat maar voor jezelf. Dat heet met een mooi woord: zelfempathie.”

Het mooiste inzicht dat Jensen kreeg bij het maken van dit boek is hoe verbeeldingrijk verlies is. Ze bladert terug naar de brief van Vosse. “Hij zag de herten onderweg en dacht: dit is mijn zusje. En als de herten op zijn, is ze een bloem. Kinderen vertellen verhalen om zich aan vast te houden en maken creatieve beelden in hun hoofd om verlies een plek te geven. Het is belangrijk dat we naar die verhalen luisteren.”

Lees ook:

‘Wijsheid voor alle kleuters’

Filosofieonderwijs is geen luxeproduct voor wat vwo-scholieren, maar essentieel voor alle schooltypen. Voorzien we kinderen daar niet van, dan is de kleuter van nu in 2032 een hulpeloze burger in een uitgeklede democratie, betogen vier filosofen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden