Kerkenonderzoek

Stichting Alde Fryske Tsjerken bestaat vijftig jaar: ‘Van ruïnes maken we kerken waar we trots op kunnen zijn’

De 12de-eeuwse kerk van Hegebeintum is een van de mooiste kerken van Friesland.Beeld Sjaak Verboom

De Stichting Alde Fryske Tsjerken bestaat vijftig jaar. In die halve eeuw redde de stichting 52 historische Friese kerken van de verwaarlozing. Voorzitter Jan Kersbergen laat zijn drie favorieten zien. 

Vijftien jaar terug verruilde Jan Kersbergen zijn baan bij de Friesland Bank voor een bestaan als gepensioneerde. Maar achter de geraniums wilde hij niet. Gelukkig konden ze bij de Stichting Alde Fryske Tsjerken (‘oude Friese kerken’) wel een paar ijverige handen gebruiken. Kersbergen werd er voorzitter. De stichting koopt al sinds 1970 kerkgebouwen in Friesland op die leegstaan of in verval zijn geraakt. Kerken die in heel slechte staat verkeren, worden wanneer mogelijk gerenoveerd. “Maar we kunnen helaas niet alles aannemen”, vertelt Kersbergen.

De stichting neemt een kerk alleen over als de eigenaar niet genoeg middelen heeft om haar te onderhouden. Dat kan gaan om geldgebrek, maar ook om leegloop of bestuurstekort: als niemand zich over een gebouw ontfermt, raakt het al gauw in verval. Met de hulp van private donateurs, plaatselijke commissies en een stevig netwerk van monumentenfondsen springt Alde Fryske Tsjerken dan in. Haar steun bij de instandhouding resulteert vaak in een vorm van herbestemming, bijvoorbeeld als buurthuis.

Op 9 september bestaat de stichting vijftig jaar. In die tijd hielp zij 52 kerken uit de brand. “Toch is er nog een hoop werk aan de winkel”, zegt Kersbergen. Door de ontkerkelijking staan steeds meer Friese kerkgebouwen leeg. “De komende tien jaar komen er zeker honderd vrij. De stichting is harder nodig dan ooit.” Alde Fryske Tsjerken neemt verschillende typen godshuizen over: middeleeuwse, maar ook veel jongere en variërend van erg vervallen tot in prima staat. Die 52 kerken zijn allemaal mooi, vindt voorzitter Kersbergen, maar hij heeft drie favorieten: de Sint-Joriskerk in Dedgum, de Doarpstsjerke in Huizum en het kerkje van Hegebeintum.

Bestuurslid Jan Kersbergen van de Stichting Alde Fryske Tsjerken die 50 jaar bestaatBeeld Sjaak Verboom

Sint-Joriskerk in Dedgum

Dedgum heeft krap honderd inwoners en slechts één grote straat. Middenin die straat, op een lage terp, staat de bakstenen Sint-Joriskerk. “Het gebouw was in erbarmelijke staat”, vertelt Jan Balkema, voorzitter van de plaatselijke commissie. In de 42 jaar die hij in het dorp woont, werden er regelmatig diensten georganiseerd, maar niet van harte. “Je tochtte eruit. ’s Winters was het erg koud.”

In 2014 schoot Alde Fryske Tsjerken Dedgum te hulp. “Omdat de kerk er zo slecht aan toe was en de gemeente amper budget had, beloofde het een duur project te worden”, herinnert Kersbergen zich. “Maar we moeten als stichting niet alleen gebouwen overnemen die voor ons financieel risicoloos zijn”, vindt hij. “Je kunt niet alles redden, maar als het wel lukt, doe je het. Daar is de kerk in Dedgum een mooi voorbeeld van.” In 2018 startte de renovatie en binnen een jaar was de kerk klaar. “Tijdens de verbouwing hing er een geweldige sfeer, mensen zongen en floten”, vertelt Balkema. “Bij de ingebruikname was de kerk ramvol. Het was een emotionele gebeurtenis.”

Nog steeds vindt in het gebouw elke maand een dienst van de hervormde gemeente plaats, maar inmiddels fungeert het ook als buurthuis, huwelijkslocatie en bêd & brochje – Fries voor bed & breakfast. “We hebben al een aantal overnachtingen gehad”, zegt Balkema. “Iedereen is wildenthousiast.” Hij gaat voor naar de slaapkamer. Twee kleine schermen in de kastdeuren tonen groene weilanden en clusters huizen. “Vanuit de toren heb je prachtig uitzicht over het gebied. Als mensen de klim niet kunnen maken, kunnen ze er via de schermen toch van genieten. Bij helder weer zie je zelfs het IJsselmeer.”

Balkema gaat voor op de trap naar boven. Tussen de voetstappen op de houten trap door klinkt een tikkend geluid. In de torenkamer blijkt de bron van het lawaai een fors uurwerk. “Het stamt uit circa 1625 en is een van de oudste nog lopende uurwerken van Europa. Iedere dag komt er iemand langs om het op te winden”, vertelt Balkema. Het functioneert nog precies hetzelfde als vier eeuwen terug. Dat stukje geschiedenis waardeert niet iedereen, lacht hij: “De klok is vannacht stilgezet. De gasten in de B&B werden gek van het getik.”

Meer informatie op trouw.nl/kerkenonderzoek

Doarpstsjerke in Huizum

De volgende stop is Huizum, een voormalig dorp dat is opgeslokt door Leeuwarden. Midden in de wijk staat de twaalfde-eeuwse Doarpstsjerke (‘dorpskerk’), volgens Kersbergen een van de mooiste kerken van Friesland.

De Doarpstsjerke is het oudste monument van Leeuwarden, vertelt voorzitter van de plaatselijke commissie Peter de Haan. “Het interieur is heel bijzonder. De kansel dateert nog van voor de Reformatie en is daarmee de oudste in heel Europa.” Ook het kerkhof is een bezoek waard. De Haan wijst naar een plaquette tussen de grafzerken. Erop staat een gedicht over de geschiedenis van de kerk. Een van de strofen leest:

Het valt haar zwaar, zij is al oud, het volk dat zong ‘vaste rots van mijn behoud’ verkoos de koopzondag boven haar.

“Die ‘koopzondag’ is een metafoor voor ontkerkelijking”, legt De Haan uit. “We moesten een manier vinden om de kerk weer in trek te krijgen.” Dat is gelukt: de Doarps­tsjerke is inmiddels opgenomen in veel wandel- en fietsroutes en er werd een steigertje aangelegd in de naastgelegen vaart. “Die aanlegplaats wordt nu ook gebruikt als zwemplek”, zegt De Haan. “De kerk is echt het sociale hart van de wijk geworden.”

De Haan praat over de kerk als over een eigen onderneming: trots, creatief en in zakentermen. “Onze core business bestaat uit het organiseren van concerten, exposities en lezingen van bekende Nederlanders.” Reguliere kerkdiensten vinden niet meer plaats, alleen uitvaarten en huwelijken. Verder viert de kerk elk jaar iets speciaals. “In 2017 hadden we de Mata Hari-herdenking”, vertelt De Haan. “Het was toen honderd jaar geleden dat zij (exotische danseres en spion tijdens de Eerste Wereldoorlog, red.) werd geëxecuteerd, ’s ochtends om kwart over zes met twaalf geweerschoten. Om dezelfde tijd hebben we toen de klok twaalf keer laten luiden. De kerk was afgeladen.”

Over de graven op het kerkhof vertelt De Haan graag. “Hier ligt Karst Leemburg, de enige Leeuwarder die ooit de Elfstedentocht won. Bij de finish bleek zijn grote teen afgevroren. De teen ligt nu in Hindeloopen, in het schaatsmuseum.” Ook van minder befaamde Friezen op de begraafplaats kent hij de geschiedenis. “Er ligt een man die zijn vierjarige dochtertje redde van de verdrinkingsdood en daarbij zelf omkwam. Zij heeft zich haar hele leven schuldig gevoeld.” Wat De Haan betreft is dit soort verhalen vertellen essentieel als je religieus erfgoed nieuw leven in wilt blazen. “Ga op zoek naar de verhalen. Je weet niet half wat je tegenkomt.”

Sjoukje Van der Veen is al tien jaar gids in de 12de-eeuwse kerk van Hegebeintum.Beeld Sjaak Verboom

Kerkje van Hegebeintum

De 12de-eeuwse kerk van Hegebeintum, een klein dorp in het noorden van Friesland, ligt op de hoogste terp van Europa, bijna negen meter boven NAP. Het uitzicht vanaf de grafheuvel is spectaculair.

Al in 1982 nam de Stichting Alde Fryske Tsjerken de kerk over. De meest ingrijpende renovatie vond plaats in 2016, toen de scheefgezakte middeleeuwse toren moest worden gestut. “Ze hadden het hele geval op een soort stoeltjes gezet, je kon zo onder de toren door kruipen”, lacht Kersbergen.

Vrijwilliger Sjoukje van der Veen is er al tien jaar gids. “Tot in de zestiende eeuw was de kerk rooms-katholiek”, zegt ze. Aan de muren hangen uitbundig beschilderde rouwborden: grote platen met afbeeldingen van familiewapens, zeisen en doodshoofden, die rijke families in de kerk lieten ophangen ter nagedachtenis aan een overledene.

Elke eerste zondag van de maand vinden oecumenische kerkdiensten plaats. Die zijn altijd in het Fries. Andere activiteiten vinden volgens Van der Veen weinig plaats: “Misschien een concert of een koortje, maar het komt niet veel voor.” Desondanks trekt de kerk door zijn bijzondere ligging en rijke geschiedenis veel bezoekers – sommige jaren volgens de stichting wel tienduizend.

De vraag rijst wat er met de kerken zou gebeuren als de Stichting Alde Fryske Tsjerken niet zou ingrijpen. “Dan worden het misschien ruïnes”, denkt Kersbergen. “Peter Karstkarel, een bekende Friese cultuurhistoricus, was ooit bij de opening van een van onze kerken. Hij vond het jammer dat we het gebouw zo goed hadden opgeknapt. ‘Wat was dat een mooie ruïne geweest’, zei hij.” Kersbergen lacht. “Maar daar is de stichting niet voor. Van ruïnes maken we liever kerken waar we trots op kunnen zijn.”

Stichting Alde Fryske Tsjerken is niet de enige organisatie die zich inzet voor het behoud van historische kerken. In meer provincies zijn vergelijkbare stichtingen te vinden. Zo redde Stichting Oude Groninger Kerken sinds 1969 al 93 kerkgebouwen en heeft Stichting Oude Gelderse Kerken 18 godshuizen in haar bezit, inclusief een synagoge. trouw.nl/kerkenonderzoek

Lees ook:

Kunnen de gemeenten het religieus erfgoed redden?

In de komende jaren zullen honderden kerken de deuren moeten sluiten. Wat gaat er met al dat religieus erfgoed gebeuren? Het kabinet wil dat Nederlandse gemeenten er plannen voor gaan maken. Daar staan de gemeenten voor in de rij. Maar is daarmee de toekomst van al die kerkgebouwen gewaarborgd?

Deze fotograaf portretteert predikanten van kleine gemeenten en hun kerk

Fotograaf Jeroen Taalman portretteert predikanten van kleine gemeenten en hun kerk. ‘Ik wil laten zien dat die gemeenschappen echt nog leven.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden