ColumnStijn Fens

Spookachtig Rome is niet kapot te krijgen

Deze week liep ik, op een moment dat dit eigenlijk van de Italiaanse regering al niet meer mocht, door Rome. Ik moest ergens iets ophalen. Er stonden geen levens op het spel, maar het had toch een zekere urgentie. Alles om mij heen deed vertrouwd aan. Ik kende de weg en zelfs het ritme waarmee de voetgangerslichten op groen sprongen, was mij bekend.

Maar toch was alles anders. Ik hoorde dingen die ik anders nooit hoorde. Vogels, mijn eigen voetstappen en een raam dat ver boven mij – waarschijnlijk uit nieuwsgierigheid naar het nog geringe leven op straat – werd geopend. Auto’s waren er nauwelijks en slechts een paar mensen bevolkten de straten en stegen van de stad. Rome was op slot, net als de rest van Italië.

Alle musea en monumenten waren dicht. De restaurants zouden om zes uur ook hun deuren voorgoed sluiten. Iedereen was gevraagd zoveel mogelijk thuis te blijven. Waagde je je toch op straat, dan moest je minstens een meter afstand van elkaar houden.

De Romeinen hielden zich voorbeeldig aan de voorschriften van de overheid. Hun natuurlijke argwaan tegen de staat legde het deze keer af tegen de zorg voor hun eigen gezondheid. De kerken waren wel open, maar alleen voor een persoonlijk gebed. Missen en ander religieuze vieringen waren, net als kerkelijke begrafenissen, verboden in een poging verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Een Italiaanse journalist schreef deze week in The New York Times dat ook God in zelfquarantaine was. 

Rome reageerde groots. De oude moeder, troosteres van zieken en misdeelden, sloot haar inwoners in haar armen, sprak sussende woorden en drukte hen op het hart om zich toch vooral waardig te gedragen. Dat de situatie ernstig was, daarover kon geen misverstand bestaan. Maar zoals zo vaak in haar lange geschiedenis, raakte de stad niet in paniek bij de onvoorziene wending van het lot.

Tegelijkertijd gebeurde er iets merkwaardigs. Door de afwezigheid van verkeer, maar vooral van al die mensen die in het niets leken te zijn verdwenen, kreeg de stad iets ouderwets, alsof het een eeuw geleden was. Voor ik het door had, verdween de kleur uit de gebouwen om mij heen en werd alles sepia. Als een kleurrijke glossy die plotseling was veranderd in een oud fotoboek. Had Rome toch een tik gekregen?

Alsof het Pantheon was veranderd in een gigantische kluis met een groot geheim

Ik haalde datgene op waarvoor ik op pad was gegaan en liep terug naar mijn hotel dat zich in het oude centrum bevond, dichtbij het Pantheon. Ook daar was het spookachtig stil. De machtige bronzen deuren van deze tempel, die in de zevende eeuw tot kerk werd gewijd, waren gesloten. Ook hier mocht niemand in. Het leek alsof het Pantheon was veranderd in een tabernakel, een kluis van gigantische proporties waarin een groot geheim bewaard werd. Er hing een energie om het gebouw die mij koude rillingen bezorgde.

Ik kocht in een supermarkt wat brood en mortadella, dat ik ’s avonds op mijn hotelkamer opat. Ik ging vroeg slapen. De nacht was kalm, de oude moeder was in diepe slaap. Af en toe voelde ik hoe zij zich omdraaide en dan leek het alsof het hotel even kantelde. Ook hoorde ik op een gegeven moment iemand fluisteren, ergens in de verte. Wat er gezegd werd kon ik niet goed verstaan.

De volgende ochtend was het prachtig weer en Rome had zowaar weer kleur op haar gezicht gekregen. Ik dronk wat op het plein voor het Pantheon dat vrijwel leeg was.

Binnen een tijdsbestek van een paar minuten liepen twee mensen voorbij uit de risicogroep, die het bewijs waren dat de pandemie het niet zou gaan winnen. Eerst was er die vrouw. Ze was de tachtig al gepasseerd en onberispelijk gekleed. (Een turquoise jas, een witte sjaal om en een zwarte, ouderwets aandoende tas om haar schouders). Was het de oude moeder zelf? In haar rechterhand had ze een puzzelboekje dat ze net had aangeschaft bij de krantenkiosk. Ze zou er thuis meteen aan beginnen.

Even later kwam een oude man voorbij. Hij droeg een lange groene jas, had een witte baard en droeg een pet. In zijn mond een brandende sigaar. Terwijl hij het plein lopend doorkruiste, las hij onverstoorbaar de krant.

Deze stad is niet kapot te krijgen.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden