InterviewJannah Loontjens

Schrijver Jannah Loontjens verkent haar geweten: ‘De kerstperiode is mooie bron voor schuldgevoel’

Jannah Loontjens: 'Na een gesprek denk ik meteen: ik zal hem of haar toch niet gekwetst hebben?’Beeld Maartje Geels

Haar moeder. Het klimaat. Geliefden. Een glas te veel. Schrijver Jannah Loontjens voelt zich overal bezwaard over. In haar nieuwe boek ‘Schuldig’ gaat ze te rade bij schrijvers en filosofen om haar geweten te verkennen.

‘Mijn schuldgevoel blijkt vaak een masker, waarachter angst schuilgaat, angst voor andermans oordeel’, schrijft Jannah Loontjens (1974) in ‘Schuldig‘. De Nederlandse filosofe en schrijfster trekt daarin haar masker af. Dat gebeurt tegen de achtergrond van de naderende Kerst.

Is dat een schuldige tijd?

“Het is een periode waarin je je afvraagt: hoe verdeel je je aandacht, bij wie ga je langs, bij wie niet? Je hoort anderen welkom te heten en warmte te tonen. Deze weken zijn een mooie bron voor schuldgevoel, want je schiet snel tekort.”

Loontjens gaat met de feestdagen niet naar haar moeder, die in Frankrijk woont. “Terwijl ik weet dat ze ons – mij en mijn kinderen – dan het liefst om zich heen heeft.”

Dat is schuldgevoel 1. Nummer 2 volgt als ze de feestdagen wél bij een tante door gaat brengen. Maar vertel je je moeder dan dat dat plan er allang lag, of zeg je dat dat ‘gisteren’ is opgekomen? “Ik durfde het haar niet te vertellen, omdat ik bang was haar te kwetsen. Als ik dan uiteindelijk zeg dat we nét hebben bedacht bij tante Kerst te vieren, dat ik het plan dus niet al die tijd al voor haar verborgen heb gehouden, bedonder ik mijn moeder, maar met goede bedoelingen. Ik wil haar niet onnodig pijn doen. In mijn gedrag ben ik een pleaser, ik voel me thuis bij Jeremy Bentham, een rechtsfilosoof uit de achttiende eeuw. Hij vond dat je niet te hard moest zijn, dus mocht een leugentje om de situatie wat draaglijker te maken. Maar diep van binnen ben ik een Immanuel Kant die vond dat liegen nooit deugt.”

Fragment uit ‘Schuldig’:

Woede en verdriet weet ik meestal behoorlijk goed te onderdrukken, terwijl schuldgevoelens bezit van me nemen, mijn humeur beheersen, mijn denken domineren en zelfs mijn waarnemingen sturen. Als ik me eenmaal schuldig voel, observeer ik elke opmerking, iedere oogopslag en denk voortdurend tekenen te zien van onuitgesproken verwijten, stilzwijgende aanvallen waartegen ik geen verweer heb – ik weet immers al dat ik schuld heb.

En of je nu Bentham kiest of Kant, je voelt je altijd schuldig. Zo pelt Loontjens in de ‘verkenning van mijn geweten’ haar schuldgevoelens af. Dat verheldert wel, maar dempt de schuld niet, die blijkt steeds nieuwe dimensies te krijgen. Ook excuses aan haar moeder – sorry, sorry – helpen niet. “Het werd er alleen maar erger van. Het spijt me namelijk niet echt, ik wil immers niet naar Frankrijk met de Kerst, maar ik voel me er rot over. Niet omdat het me spijt, maar omdat ik met haar te doen heb.” Het is die lastige familietoestand die Loontjens doet verzuchten dat ze zich ‘schuldig voelt over Schuldig’. 

In haar boek schrijft ze dat ze over schuld leest en erover denkt. ‘Het is een obsessie aan het worden. Schuld. Schuldbesef. Schuldgevoel. Ik word krankzinnig van dat woord dat door mijn hoofd jaagt.’

U heeft meer schuldgevoelens dan een ­gereformeerde. Wat is er fout gegaan?

“Goede vraag. Ik kom uit een ongelovig gezin en heb weinig van religie meegekregen. Ik ben opgegroeid in Zweden, in de bossen, enigszins geïsoleerd. Al jong had ik grote zelfstandigheid en toen ik na de scheiding bij mijn moeder woonde, voelde ik me verantwoordelijk voor haar. Vooral als ze somber was. Dan ligt de onzekerheid op de loer: doe ik wel voldoende? Dat is een goede bron voor schuldgevoelens. Verder zal het wel iets aangeborens zijn, zoals anderen neiging tot angst hebben.”

Niet zonder gêne ontleedt Loontjens haar schuldgevoelens. Die openhartigheid legt ze aanvankelijk ook aan de dag bij het aangaan van een nieuwe relatie: om hem goed te leren kennen, wil ze haar hele erotische biografie blootleggen, ‘als een biecht die een last van mijn schouders zou tillen’. Daar komt ze door lezing van Michel Foucaults ‘Geschiedenis van de seksualiteit’ van terug. “De overtuiging dat spreken zal opluchten, kan zelf ook dwangmatig zijn. Vertrouwelijkheid bestaat er misschien juist wel in dat je elkaar de ruimte geeft om niet alles te hoeven vertellen en delen.”

Dat inzicht omarmt u. Maar van die terughoudendheid merk ik verder niets in uw boek. Heeft uw openheid u echt verlicht?

“Daar zit inderdaad een frictie. Het blijft zoeken naar een balans tussen openheid en het beschermen van je verleden. Ik vertel natuurlijk niet alles. Maar ik onderzoek wanneer ik me onnodig schuldig voelde en wanneer ik wel écht schuld had. Dus probeer ik helemaal open te zijn. In die zin is dit boek een biecht.”

In Schuldig refereert u geregeld aan de Deense filosoof en theoloog Søren Kierkegaard, ook al zo’n rastobber.

“Ja, dat overmatige getob en gepeins van zijn personages, ze laten zich in hun denken meevoeren door emoties en neerslachtige buien. Ze piekeren wat af, dat spreekt me aan in zijn boeken. Wat me ook aanspreekt is dat hij steeds nieuwe personages verzint, in wier schoenen hij gaat staan. Kierkegaard test gedachten en wil ze kunnen verwerpen. Dat is filosoferen, nieuwe perspectieven verkennen, ideeën uitproberen.”

Het gevaar is dat je je zo in iedereen ­verplaatst dat je je gaat afvragen: wat is mijn aandeel in andermans levensongeluk?

“Klopt, dat inleven, dat is inderdaad mijn neiging. Na een gesprek denk ik meteen: ik zal hem of haar toch niet gekwetst hebben? Daar houd ik me dan lang mee bezig. Als ik er vervolgens op terugkom, dan creëer ik daardoor juist iets ongemakkelijks, wat er voordien niet was. Niet handig.”

In haar nieuwe boek schrijft Loontjens: ‘Ik ben geïnteresseerd in het schuldbewustzijn waarbij het nog maar de vraag is of je ook wel schuldig bent.’ Zo voert ze de personages in een volgende roman op, die door het schrijven van Schuldig hun opwachting nog niet hebben mogen maken in de literatuur. “Ik heb veel over hen nagedacht. Maar doordat dit boek ertussendoor kwam, kunnen zij niet verder met hun leven. Het is alsof ik mensen, die ik nota bene zelf heb bedacht, aan hun lot overlaat.”

Naast schuldgevoel kunnen verzonnen personages ook beschuldigingen opleveren. Zo kreeg Loontjens het verwijt dat ze zich door het opvoeren van een Somalische in de roman ‘Wie weet’ (2018) bezondigt aan ‘culturele toe-eigening’. Dat is een verwijt dat uit de identiteitspolitiek komt. Je mag dan alleen schrijven vanuit je eigen groep – voor Loontjens: witte, heteroseksuele vrouw, hoogopgeleid. Daar maakt de schrijfster korte metten mee. “Of het nu om grote of kleine groepen gaat, als schuld en onschuld afhangen van groepsidentiteit en als je enkel recht van spreken hebt als je erbij hoort, wordt polarisatie in de hand gewerkt.” Bovendien: “De verbeelding moet vrij zijn.”

Fragment uit ‘Schuldig’:

 Terugkijkend op al mijn getob over mijn geweten, zie ik dat mijn schuld­bewustzijn meestal een bijproduct is van mijn, vaak misplaatste, indruk dat ik verantwoordelijk ben voor een ander.

In een hoofdstuk klaagt Loontjens haar jeugdige zelf aan. Het begint met anti-autoritair krakersenthousiasme tegen ‘iedereen die enigszins vermogend was’, van Mercedessen (‘gore patserbakken’) wordt de ster afgebroken. “Dit alles leidde geen moment tot schuldgevoelens. Het was eerder een bron van triomfantelijk plezier.”

Dan ontspoort Loontjens’ relatie met een jongen op allerlei manieren. Ze stelen samen volop uit winkels, verkopen hun paspoorten in Thailand en lenen geld dat ze nimmer zullen terugbetalen. Helemaal driest is de scène waarin de jonge Jannah haar vriend steunt als hij zijn oma wil bestelen – ‘Prima, ga maar halen, dat geld’. De beroving mislukt, want de sok met geld is onvindbaar.

“Dat hoofdstuk vind ik het moeilijkst om terug te lezen, heel pijnlijk. Het verbijsterende is dat ik juridisch fout zat, maar me niet schuldig voelde. Dat vind ik ook interessant: waar ik duidelijk schuldig was, voelde ik het niet, en andersom voel ik me wel schuldig over dingen waar ik géén schuld aan heb. In die tijd was ik mezelf kwijt, het ging erg slecht met me. Die jongen sloot me op en sloeg me, en als ik op de grond viel, ging hij schoppen. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik hem niet kon helpen als hij zo doordraaide. In mijn ogen was hij het slachtoffer. Ik had medelijden met hem, want ik was mentaal sterk, hij niet. Zolang ik bij hem bleef, zou het niet uit de hand lopen.”

Het keerpunt volgt als u filosofie gaat studeren en moet voorkomen voor weer een winkeldiefstal. Niet tweeduizend jaar wijsbegeerte zet u dan op een ander spoor, maar een rechter die u op vaderlijke toon toespreekt: ‘Meisje, zo gaat het niet langer’.

“Hij vertelde me niets nieuws, ik wist het allemaal, maar ik had zijn woorden wel nodig. Van huis uit was ik dat niet gewend. ‘Past dit binnen jouw toekomstbeeld?’, zei die rechter, ‘als filosofiestudent?’ Ik keek zo onverschillig mogelijk weg, maar ik voelde me bevrijd.”

Het boek is, zei u, een biecht. Heeft u geen behoefte om stiekem een kerk in te gaan – dat hoeft verder niemand te weten – en het woord ‘genade’ te horen? Niet zozeer namens God, maar namens en voor uzelf?

“Dat iemand anders mij vergeeft uit naam van mezelf? Ik zou er zelf niet gauw opkomen, maar ik kan me, nu ik er zo over nadenk, wel goed voorstellen dat het aangenaam zou zijn, en geruststellend. Het slot van mijn boek heb ik ‘Verzoening’ genoemd. Ik realiseerde me wel dat ik niet moet hopen op verzoening met een ander, maar met mezelf. Ook met dat ‘ik’ dat zich zo gauw schuldig voelt. Dat het zo wat lichter wordt.”

Jannah Loontjens
Schuldig. Een verkenning van mijn geweten
Uitgeverij Podium
240 blz.; € 20, 99

Lees ook:

Als de afzondering in je kruipt

Groei je net als schrijver Jannah Loontjens op in het bos, dan kruipt de afzondering en het afwachten in je. Ze schreef er een essay over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden