Interview

'Sartre en Foucault begrepen niets van democratie'

Beeld Meulendijks Nanne

De Maand van de Filosofie staat in het teken van verbeelding aan de macht, de slogan van de grote protesten van mei 1968. In een korte serie komen jonge filosofen aan het woord die nu voorop lopen in de strijd voor hun utopische wereld.

Hoe positief is de erfenis van Mei 68? Luuk van Middelaar (45) en Bastiaan Rijpkema (30) zijn kritisch. Sterfilosofen als Sartre en Foucault begrepen niets van democratie.

Hij heeft het zelf geschreven, maar bijna twintig jaar na het verschijnen van 'Politicide', waarmee de toen 26-jarige furore maakte als criticus van het jarenzestigdenken, bekijkt Luuk van Middelaar zijn boek met de welwillende distantie van iemand die een onbekende jeugdfoto onder ogen krijgt. "Best een goed boek nog", geeft Van Middelaar toe, terwijl het terras in Leiden zich langzaam vult met andere koffiedrinkers. "Mooie plaatjes ook". Hij doelt op een tekening van een afgehakt koningshoofd, nog lichtjes druipend van het bloed - een verwijzing naar de terreur na de Franse revolutie.

Luuk van Middelaar Beeld Sake Elzinga

Niet dat er tijdens de Parijse meidagen van 1968 zoveel bloed vloeide of dat er guillotines werden ingezet. Maar in hun 'compromisloze hang naar het absolute' vertoonden de revolutionairen van '68 wel een opmerkelijke minachting voor de politieke tegenstander, vindt Van Middelaar. Daarbij werden ze gesteund door filosofen als Jean-Paul Sartre en Michel Foucault. De ondertitel van zijn boek uit 1999 luidt dan ook 'De moord op de politiek in de Franse filosofie'.

Bijna vijftig jaar na de opstanden in Parijs, is 'Politicide' actueler dan ooit, vindt ook de 30-jarige rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema. Hij is een generatie jonger en kan nog niet bogen op de politieke ervaring van Van Middelaar. Die was onder meer politiek adviseur van Herman Van Rompuy, eerste voorzitter van de Europese Raad én schreef meerdere bekroonde boeken, waaronder 'De passage naar Europa'. Maar wat de twee filosofen bindt, is een sterk verlangen op te komen voor de liberale democratie. Bij Rijpkema kreeg dat zijn beslag in het twee jaar geleden bekroonde boek 'Weerbare democratie'.

Bastiaan Rijpkema Beeld Fotograaf Erik Veld

Terug naar 1968. De Europese en Amerikaanse democratie van toen was nog autoritair, patriarchaal, racistisch. Is het niet begrijpelijk dat studenten steun zochten bij marxisten als Jean-Paul Sartre?

Van Middelaar: "De kritiek van de marxisten begrijp ik wel: democratie is een instrument in dienst van de burgerij of het kapitaal. Dat idee kreeg in de jaren zestig nieuwe zuurstof. Het ging niet meer alleen om klassenstrijd, maar ook om man-vrouw-verhoudingen en in Amerika zeker ook om racisme. Maar het schema bleef hetzelfde: bourgeoisie is onderdrukking. En daar ben ik het niet mee eens. Want juist de democratie kan zulke bewegingen een plaats geven. En nu Frankrijk een beetje in de stemming begint te raken - Mei 68 is vijftig jaar geleden - zie je dat de Fransen daarmee zitten. Hoe positief is die erfenis eigenlijk?"

Rijpkema: "President Sarkozy heeft weleens gezegd dat hij korte metten zou willen maken met de mentaliteit van de jaren zestig. Ik ben benieuwd wat Macron gaat doen."

Van Middelaar: "Die moet het vieren natuurlijk. Elke aanval op de orde wordt ook weer door die orde omarmd. Wat ik zelf zorgelijk vind, is dat er nu in Parijs meetings worden gehouden die alleen toegankelijk zijn voor zwarte studenten. Dat is omgekeerd racisme. Onder het mom van insluiting bedrijft men keiharde uitsluiting."

Aan die politiek van uitsluiting zouden filosofen als Sartre en Foucault hebben bijgedragen? Hoe dan? Welk denken zit daar achter?

Van Middelaar: "De bron ligt bij Alexandre Kojève, een Russische filosoof die in de jaren dertig een complete generatie wist te begeesteren: Merleau-Ponty, Georges Bataille, Raymond Queneau, Sartre - ze kwamen allemaal naar het klasje van Kojève. En Kojève is een hegeliaan. De mens is dan een wezen dat naar erkenning streeft, zegt Hegel. En dus is iedereen alleen maar bezig met die strijd op leven en dood. In die antropologische visie verdwijnt compleet uit zicht dat het in de politiek juist gaat om het samenleven van meerdere mensen, om pluraliteit van waarden en perspectieven - en dus niet alleen om strijd."

Dus de strijd vervangt het geweldloos overleg. Maar om pluraliteit voor elkaar te krijgen, moet je soms toch naar zwaardere middelen grijpen dan overleg - een staking bijvoorbeeld. Of een demonstratie.

Van Middelaar: "Ik heb ook niets tegen Mei 68, of tegen groeperingen die het recht opeisen mee te praten. Het gaat me meer om dedain voor de democratie. Iemand als Sartre doet nota bene in 1973 nog de uitspraak: 'Verkiezingen: een jan lul die erin stinkt'. Bij hem zit dat dedain sterk in de sympathie voor het communisme, eerst voor de Sovjet-Unie, later voor Cuba. De generatie van Foucault trekt meer het soevereine individu in twijfel - en daarmee de soevereiniteit van de kiezer. Ze laten zich inspireren door Freud, die de mens reduceert tot zijn driften, ze lezen Nietzsche, die alles herleidt tot de wil tot macht. Filosofisch heel boeiend, maar in politiek opzicht een probleem. Want als de kiezer een vat vol driften is, en dus wilsonbekwaam, dan valt de bodem uit de democratie."

En als de kiezer een vat vol driften is, dan zijn politici dat vast ook. Komt daar het wantrouwen tegen 'het systeem' vandaan?

Rijpkema: "Radicale denkers in de jaren zestig zien de democratie als façade. Een populaire filosoof uit die tijd, Herbert Marcuse, ontwaart achter de democratie allerlei machtsstructuren die voor onderdrukking zorgen. Democratie kan helpen een betere wereld te maken, maar het is uiteindelijk geen doel op zichzelf. "

Sartre en Marcuse zijn marxisten, die revolutie nodig vinden om hun utopisch ideaal te verwezenlijken. Maar Foucault zou ook geen verschil zien tussen democratie en tirannie. Hij was toch geen marxist?

Van Middelaar: "De late Foucault is een ander geval, maar in zijn somberste fase ziet Foucault eigenlijk overal disciplinering en onderdrukking. De moderne maatschappij dwingt ons voortdurend in een keurslijf: op het werk, op school, in de kerk. Je moet vroeg opstaan, en dan bám, gaat er een bel en bám, nog een bel. Foucault herkent daarin de structuur van de gevangenis. Alleen doet de moderne mens het zelf. Vroeger kwam de knoet van buiten, nu hebben we die verinnerlijkt. We zijn slaven van het systeem geworden."

Wat is daar zo gevaarlijk aan?

Van Middelaar: "Als je zo denkt, zie je geen verschil tussen een school en een gevangenis. Of tussen een gevangenis vol misdadigers en een Goelagarchipel vol politieke gevangenen. Die manier van denken zie je terug in de politiek-correcte generatie van nu. Zelfs het interpreteren van een tekst kan dan al gewelddadig zijn. In Amsterdam waagde een professor, eigenlijk een hele linkse dame, laatst een term uit 'het zwarte discours' te gebruiken. Ze werd drie uur lang gegijzeld, bijna geïntimideerd en bedreigd door een actiegroep die dat een schande vond, want ze mocht die term niet gebruiken. Dan lopen de rillingen je toch over de rug!"

Rijpkema heeft inmiddels een boekje uit zijn tas gehaald met een typische jarenzeventig-vormgeving. Daarop de hoofden van Marcuse en de eerder liberale filosoof Karl Popper. Tot een gesprek tussen de twee kopstukken is het ondanks aandringen van de Duitse televisie nooit gekomen, vertelt Rijpkema, maar in het boekje beantwoorden ze de vraag of de democratie verschillende perspectieven kan opnemen - of niet. "Ik heb het natuurlijk niet meegemaakt", geeft Rijpkema toe, "maar er spreekt een enorme veranderingsdrang uit Marcuse, terwijl Popper juist stapsgewijs verbetering wil. Dat is natuurlijk een minder spectaculaire boodschap."

Daar ziet Van Middelaar een parallel: "In het Franse debat zie je dezelfde posities, daar staat Sartre de revolutionair tegenover Raymond Aron, die de liberale democratie verdedigde. En daarmee was je in die jaren al rechts. De slogan was destijds: 'Je kunt beter ongelijk hebben met Sartre - want dat is tenminste boeiend - dan gelijk met Raymond Aron, want dat is saai en liberaal'."

Rijpkema, enthousiast: "Precies! Probeer mensen maar eens enthousiast te maken voor Poppers boodschap van kleine stapjes. Popper zag niets in utopisch denken, hij vergeleek politiek liever met wetenschap. Plannen en beleid zijn hypotheses die getoetst moeten worden op een radicaal open manier. En de garantie dát dat gebeurt, is nergens zo aanwezig als in de democratie. Marcuse ziet dat heel anders, die vindt buitenparlementaire acties onder bepaalde omstandigheden gerechtvaardigd, omdat geweld (Rijpkema citeert:) 'op gewoonweg ontzaglijke wijze is geïnstitutionaliseerd'. Zo kan Marcuse concluderen dat revolutionair geweld tegen het systeem in feite verdedigingsgeweld is."

Maar de instituties zijn toch niet allemaal zo open? Als je bijvoorbeeld voor banen of huizen wordt afgewezen wegens je huidskleur of je naam, dan voelt dat als een vorm van geweld.

Van Middelaar: "Jawel, maar er is toch een wezenlijk verschil tussen sociologische elitevorming en het voormalige apartheidsregime in Zuid-Afrika. Als het regime geweld gebruikt, dan kan ik me heel goed indenken dat een verzetsbeweging als het ANC daar met geweld op wil reageren. Maar goedpraten van geweld in onze situatie doet geen recht aan de openheid van de democratie, waarin nieuwe stemmen zich kunnen laten horen. Je ziet het aan Denk, dat de stem van allochtonen ín het huis van de democratie laat horen. Dat kon in Zuid-Afrika niet. En het is dát onderscheid dat de Mei-68-denkers verdoezelen, of vergeten, of te kwader trouw uit beeld laten. Het gevolg is, dat ze het geweld in eigen geledingen niet doorzien."

Lees ook: Waarom we volgens Tina Rahimy af moeten van het woord utopie

De Maand van de Filosofie staat in het teken van 'verbeelding aan de macht', de slogan van de grote protesten van mei 1968. In deze aflevering spreekt Trouw politiek filosoof Tina Rahimy

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden