null Beeld Nanne Meulendijks
Beeld Nanne Meulendijks

InterviewRené ten Bos

René ten Bos heeft hoge gedachten over ‘een lage sport’: ‘Voetbal is een levensfilofische keuze’

René ten Bos is hoogleraar filosofie én supporter van FC Twente. In Hooghouden komen die werelden bij elkaar. Hoge gedachten over ‘een lage sport’: ‘intelligent gelul’ over de voet, de bal en de ijdelheid van een supporter.

Lodewijk Dros

FC Twente-supporter, filosofieprofessor en voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos schreef met Trouw-redacteur Peter Henk Steenhuis Hooghouden, een filosofische blik op ’s werelds populairste sport: voetbal. Theologische analyses waren er al volop (‘voetbal is religie’), wijsgeren hebben zich er minder over uitgelaten, tenminste op papier.

De denkerskijk van Ten Bos en Steenhuis is volgens het voorwoord van cabaretier Theo Maassen “iets nieuws: het is gelul, maar dan anders. Intelligent gelul.”

In geen filosofisch boek heb ik dat laatste woord zo vaak aangetroffen, zo het al voorkomt. Hier elf keer.

“Het is óók een voetbalboek, en over geen sport wordt nu eenmaal zoveel gekletst als over voetbal. Wat wij – Steenhuis en ik – doen is net als aan die voetbaltalkshows oeverloos lullen over filosofie en de voetballerij.”

Laten we het hebben over de samenstellende delen van de sport: voet en bal.

“We staan er weinig bij stil dat voetbal met de voet gebeurt. De hand staat voor de cultuur, de beschaving, de voet is het dappere weerwoord tegen de moderne filosofie die zich alleen met het hogere, de geest bemoeit. Voeten zijn behoorlijk gewelddadig. Bij rugby mag je nooit een sliding maken, in de voetballerij wel. Zo heeft voetbal een anti-cultureel karakter gekregen. Daarom vind ik het wel leuk dat intellectuelen zich met dat lage, plebejische spel bezighouden.”

Dan de bal. In Hooghouden bepleit u zijn eerherstel. Hoezo? Er zijn er wel twintig voorradig tijdens een wedstrijd tussen profclubs.

“Dat is precies mijn probleem ermee. Het spel wordt erdoor versneld, maar het haalt het magische van de bal weg. Kent u het tafereel dat net voor de wedstrijd begint? Dan pakt de scheids eerst de bal van een statiefje: met dit magische object gaan we het twee keer drie kwartier doen. Daarna begint de wedstrijd en valt de focus op de bal weg. Dat beschadigt het sacrale karakter van de wedstrijd. In het amateurvoetbal is dat veel mooier, daar jaagt een speler de bal over een hek, soms belandt-ie in de sloot, dan ligt alles even stil om die bal.”

Als u behoefte heeft aan zo’n stil moment, dan wordt u op uw wenken bediend. De scheidsrechter staakt het spel geregeld, dan maakt hij met zijn vingers een vierkantje in de lucht en roept de hulp in van de Var, de videoscheidsrechter achter een monitor. Was het geen buitenspel? Hands?

“Dat is afschuwelijk! Zo’n Var ondermijnt het gezag van de scheidsrechter. Het is bedoeld om arbitrale dwalingen te voorkomen – die kunnen de benadeelde club veel geld kosten. Maar je bent met iets heiligs bezig, en dat verstoort de scheids met dat luchtvierkantje. Dat is geen rechtvaardige ingreep, maar heiligschennis. Wil je als supporter gaan juichen als je club in de tweede verlenging scoort, moet je wachten tot er iemand op een computerscherm heeft gekeken, en mag je alsnog gaan juichen. Of niet. Dat vloekt met de essentie van het juichen: iets extatisch, dionysisch – naar Dionysos, de Griekse god van roes en chaos. Daartegenover staat het apollinische, naar Apollo, de god van orde en bedachtzaamheid. Het inroepen van de Var is de apollinische sloop van het dionysische element dat juist zo bij voetbal hoort. Ik snap het wel, die rationaliteit, maar het is een inbreuk op de wedstrijdliturgie.”

René ten Bos Beeld Jorgen Caris
René ten BosBeeld Jorgen Caris

De mannen aan de top zien eruit als de goden uit de Oudheid. Ten Bos kan dat maar matig waarderen. “Ze perfectioneren hun lichaam waarmee ze onaanraakbaarheid uitstralen. Jawel, voetbal is een contactsport, maar de Ronaldo’s van deze wereld storten bij het geringste tikje of schopje al ter aarde. Daar komt hun aanstelleritis naar boven.”
Volgens Ten Bos doen pupillen dat al na, “die maniertjes zijn het mimetisch effect van het profvoetbal. Jongens zijn daar gevoeliger voor dan meisjes, die meiden zeuren minder.”

Dat verklaart Ten Bos’ sympathie voor het vrouwenvoetbal. “Het meidenvoetbal is veel primairder, minder gemaniëreerd, robuuster. De paradox is dat het damesvoetbal jonger is dan de herenvariant, maar dichter bij de bron staat. Hun lichamen ogen kwetsbaarder, ze zijn vaak ook echt uitgeput. Dat vind ik stoerder.”

Vrouwenvoetbal, haast Ten Bos zich te zeggen, is wel degelijk topvoetbal. Dus zullen ze daar “ook wel raar theater gaan maken op het veld. Dat is de prijs voor de emancipatie van het vrouwenvoetbal.”

Sport ontlast het publiek van de werkelijkheid, meent Ten Bos. Zo werd Ajax begin dit jaar geconfronteerd met de seksuele strapatsen van de directeur voetbalzaken, maar kon men zich in de Cruijff Arena blijven vergapen aan goed spel. “Alsof er niets aan de hand was. Dat is essentieel: voetbal stelt je altijd in staat weg te kijken.”

Dat klinkt als escapisme.

“Dat is het ook. Het is weg van werk, van de daily rush. Afgelopen week speelde Twente uit, in Alkmaar. In de tweede helft kwam de wedstrijd los, die zoog me naar binnen, je wordt enthousiast en begint je te roeren. Dat is heerlijk. Ik heb dat nodig.”

Het is ook wegkijken. Daar is de voetbalminnende wereld goed in: straks zit iedereen zich te vergapen aan het WK in Qatar, dat een moeizame verhouding tot mensenrechten heeft.

Ten Bos wijst op het T-shirt dat hij aanheeft. “Ziet u? Hier staat ‘no respect’. Met ernaast het Uefa-logo, en eronder: mafia. Ik draag het tegen de gebeurtenissen in Qatar. De Uefa buigt, en terecht, voor zwarte spelers die gediscrimineerd worden en respect eisen, maar de voetbalbond laat zwarte bouwvakkers die in groten getale omkwamen bij de bouw van de stadions in Qatar in de kou staan. No respect.”

Er zijn dus twee Ten Bossen: de supporter die wegkijkt en de criticus die dat niet doet.

“Ik ben allebei. Voetbal is óók maatschappelijk en politiek. Dat wringt niet met mijn supporterschap. De Franse filosoof Derrida zei al: criticism is care. Je oefent kritiek uit liefde. Dit shirt draag ik ook wel in het stadion.”

Voetbal is voor Ten Bos meer dan een bijzaak, het is, zegt hij met professorale ernst, een ‘levensfilosofische keuze’. “Vergelijk het met een vegetariër. Als die tijdens een feestje een stukje vlees krijgt en ervan eet omdat het héél onbeleefd is dat te weigeren, dan voelt hij zich schuldig. Hij heeft iets immoreels gedaan, dat niet bij zijn levensstijl pas, zijn slechte geweten achtervolgt hem als een spook.
“Ik heb dat met FC Twente. Vorig jaar was ik bij een musical over Cruijff, hartstikke mooi, maar ik moest tussentijds wel steeds even op m’n mobiel kijken hoe Twente het deed tegen Sparta. Gelukkig wonnen ze.”

Had u toch niet liever gehad dat ze verloren hadden?

“Natuurlijk niet.”

Ergens geloof ik u niet.

Ten Bos zwijgt even. “Nee. Ja. Al mag ik dat als supporter nooit hardop zeggen, en het klinkt ook ijdel, maar als supporter hoop je dat je ertoe doet, dat de club beter speelt omdat jij op de tribune zit. Daarom knaagde het echt aan me, ik zat op de verkeerde plek. Ik mag die wedstrijden niet verzuimen.”

Ouders die langs de lijn van het veld hun kinderen aanmoedigen, vliegen geregeld uit de bocht, aldus Ten Bos. Het mooiste voorbeeld: in het tv-programma Jiskefet scheldt een vader, gespeeld door Michiel Romeyn, zijn zoontje stijf omdat het kind niet goed genoeg is voor een profcarrière. “Weet je dat papa bijna moet huilen van jou?”

Ten Bos: “Voetbalouders vallen van enorme trots in diepe schaamte. Als een kind het goed doet, vinden ze het super. Verandert dat, dan slaat de schaamte toe. ‘Papa staat voor lul’, zegt voetbalvader Romeyn in Jiskefet.”

Dat is vaak een kwestie van ‘incompetentiecompensatiecompetentie’, een woord dat Ten Bos ontleent aan de Duitse filosoof Marquard: de vader compenseert zijn eigen gefnuikte voetbalambities door druk te zetten op zijn zoontje, en woedend te worden als zoonlief niet zo getalenteerd blijkt.

Marquard verzon het begrip echter niet om scheldende voetbalvaders de analyseren, maar om het hedendaagse optreden van filosofen te fileren. Ooit was de wijsgeer een onomstreden autoriteit, nu zitten weinigen meer te wachten op diens inzichten. Filosofen maskeren, aldus Marquard, hun overbodigheid door zich overal en nergens mee te bemoeien en mensen, zoals dat heet, ‘aan het denken te zetten’.

U bemoeide zich eerder met het weer – vorig jaar met uw boek Meteosofie – en nu ‘doet’ u voetbal. Bent u zelf zo’n filosoof, waar Marquard het op gemunt had?

“Dat is wel mijn zelftwijfel. Ik begeef me op terreinen waar ik een buitenstaander ben. Weet u, het is moeilijk om je bestaansrecht als filosoof te rechtvaardigen – dat kán niet. Ik denk dat filosofen een parasitaire relatie met de werkelijkheid hebben: ze strijken ergens op neer, halen daar wat uit, vinden er wat van en hopen dat hun lezers daar wat mee doen.”

De filosoof als parasiet die neerstrijkt op het voetbal, het is geen fijne omschrijving.

“Wij filosofen bevinden ons in breed gezelschap: managers en politici zijn mijn collega’s. En vergeet al die ouwehoerende tafelgasten in de voetbaltalkshows niet. Allemaal parasieten.”

Ten slotte: u spreekt in verband met voetbal in termen van ‘liturgie’, ‘sacraal’, ‘heiligheid’ en het verzuimen van de zondagse hoogmis. Is voetbal, zoals nogal eens wordt beweerd, een religie?

“Nee, het omgekeerde is het geval. Religie is voetbal. Dat is de enige, allesoverstijgende godsdienst. Alles zal opgaan in het Grote Stadion. Het gaat door alle religies en etniciteiten heen, zelfs Inuit kijken naar voetbal. Deze sport is omnipresent, alomtegenwoordig zoals God dat is.”

Bedoelt u dit ironisch?

“Het is een speculatieve gedachte die je niet al te serieus moet nemen. Maar het is wel een mooie gedachte.”

null Beeld
Beeld

Hoog houden - Denken over voetbal; René ten Bos, Peter Henk Steenhuis; Boom uitgevers; 224 blz; € 22,90

Lees ook:

Geloven op de grasmat is tegenwoordig heel gewoon

Op het (mannen)voetbalveld heeft zich de afgelopen jaren een heuse coming-out voltrokken, van profspelers die nadrukkelijk uiting geven aan hun geloof in God, Allah of Jahweh. Waar komt dat vandaan, en hoe diep zit het?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden