RecensieFilosofie

René ten Bos’ corona-commentaar had iets langer mogen rijpen

De coronastorm. Hoe een virus ons verstand wegvaagde
René ten Bos 
Uitgeverij Boom, 206 blz., € 17,50
★★☆☆☆

De auteur

Voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos (1959) is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit. Eerder schreef hij onder meer ‘Dwalen in het antropoceen’ (2017). In 2015 won hij de Socrates Wisselbeker voor ‘Bureaucratie is een inktvis’.

Coronagetuigen

Kun je reflecteren op een crisis waar je middenin zit? Het moet, vindt René ten Bos. Als ‘coronagetuigen’ behoren we na te denken over wat ons overkomt, hoe gefragmenteerd die gedachten ook zijn. Daarom heeft Ten Bos een filosofisch corona-alfabet geschreven, met een structuur die lijkt op ­zowel een huwelijksalfabet op een bruiloftsfeest als op Voltaire’s ‘Dictionnaire philosophique’.

Het boek begint onvermijdelijk met de A van angst, gevolgd door de B van beelden, via onder meer de R van rommel (want in de lockdown ruimt iedereen zijn huis op), naar ten slotte de Z van zoönose (een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan). Interessant is de L van lepra over de verschillende benaderingen van besmettelijke ziekten. Waar de pest werd bestreden door ‘insluiting’, werden leprozen uitgesloten en uit de stad verjaagd.

Coronabestrijders gebruiken ­zowel insluiting (lockdown) als uitsluiting (verplicht wegblijven van je werkplek). Ten Bos grijpt terug op Foucault als hij concludeert dat overheden met deze strategieën ongekende macht over hun onderdanen verwerven. Een macht die ze na de pandemie niet snel zullen teruggeven.

Het hoofdstuk M heeft als titel Moraliteit, maar had ook best Mondkapje kunnen heten. Het gaat onder meer over Levinas, die het gelaat essentieel noemt voor de ethische ervaring, omdat je in een gezicht de menselijkheid van de ander herkent. Ten Bos concludeert daaruit dat een mondkapje meer bedekt dan een mond en een neus alleen. Mondkapjes ontwrichten volgens hem het fundament van onze ethiek, omdat de gemondmaskerde ander nu eenmaal minder zichtbaar is. Zo’n redenering is weliswaar prikkelend, maar ook erg vatbaar voor kritiek.

Onder de letter F lanceert Ten Bos het coronafascisme, met als symptomen: heldenverering – ‘de helden van de zorg’, efficiënte propaganda – ‘we doen het samen: blijf thuis!’ en oproepen om naar leiders te luisteren, of ze nu Merkel of Trump heten.

“Het coronafascisme dat ik in onze samenleving bespeur, is uitermate schimmig’’, concludeert Ten Bos. Het heeft namelijk geen duidelijke ideologie, geen aanhangers, het is onzichtbaar, maar het sluimert; het coronafascisme is fascisme zonder fascisten. Met de beste wil van de wereld kan ik hier geen zinvolle analyse in ontdekken. Ten Bos beschrijft zijn ongerustheid met een vage, zelfverzonnen term die hij zelf schimmig noemt, maar hij analyseert die ongerustheid niet.

Opvallende passage

“Het woord ‘medicocratie’ duikt op: de dokters zijn de baas en bepalen wat er gebeurt. Maar die dokters hebben een eenzijdig perspectief op wat er gebeurt. Er ontstaat meer en meer het gevoel dat die mediCocratie een nogal erbarmelijke mediocratie blijkt te zijn. Haal de eerste c uit ‘mediCocratie’ en je ziet dat uitsluitend de middelmatigen het voor het zeggen hebben. Onze aanvankelijke morele betrokkenheid bleek een soort valkuil te zijn die ons blind maakte voor de noden buiten het ziekenhuis.’’

Redenen om dit boek niet te lezen

Oek de Jong zei laatst dat schrijven over deze epidemie veel distantie en reflectie vraagt. Dit boek onderstreept die opvatting. Ten Bos’ ­gedachten zijn associatief en nog weinig gerijpt, gebaseerd op intuïties als zou de epidemiebestrijding om angst draaien. Waarom eigenlijk niet om bezorgdheid? Ook ­begrijp ik de ondertitel van het boek niet: heeft het virus ons verstand weggevaagd? Ik vraag me af over wiens verstand het gaat.

Redenen om dit boek wel te lezen

In zijn inleiding geeft Ten Bos een leerzame lijst van tien stokpaardjes die filosofen berijden tijdens deze pandemie. Waar bijvoorbeeld Marli Huijer corona interpreteert als een lesje stervenskunst, verwacht ­Zizek door corona juist de terugkeer van het communisme. Sloterdijk voorspelt de overgang van een democratie naar een bewakingsstaat, terwijl Steven Pinker juist pleit voor systeemvertrouwen. Ten Bos wil het type filosoof zijn dat sceptisch staat tegenover zijn eigen denken om zo voorbij het eigen ­gelijk te komen. Dat is dat een zeer sympathiek en lovenswaardig doel.

Lees ook: 

‘In de coronacrisis is sprake van fascisme zonder dat er fascisten zijn’

In dit interview legt René ten Bos wat hij bedoelt met fascisme. “Voor alle helderheid: het is uitermate gewelddadig wat er de laatste maanden gebeurt.” 

Na de hectiek: vijf thema’s om het over te hebben (zonder virologen)

De coronacrisis heeft sluimerende maatschappelijke problemen blootgelegd, en vaak verergerd, zoals de macht van techbedrijven.  Filosoof Fleur Jongepier ziet vijf thema's om nu over verder te denken, vindt 

Robert van Putten: Door onze obsessie met controle verliezen we andere waarden uit het oog

Politici, durf de controle los te laten, zegt filosoof en bestuurskundige Robert van Putten. “Bestuurders zien de samenleving als een machine.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden