Interview

Religie is terug (en dat is niet verrassend)

Een kruis uit 2016 in St Pauls Cathedral in Londen, gemaakt van wrakstukken van boten waarmee vluchtelingen probeerde Lampedusa te bereiken. Beeld The Chapter of St. Pauls

De westerse wereld verbaast zich over de terugkeer van religie in het publieke en openbare debat. Maar wie naar de geschiedenis kijkt, zal concluderen dat die verbazing onterecht is, laat Neil MacGregor in zijn nieuwe boek zien.

Boga njet! Terwijl ver beneden hem de godshuizen omtuimelen is de boodschap van de vrolijk saluerende Joeri Gagarin in z’n Sovjetrode ruimtepak zo helder als glas. Boga njet! Er is geen god! Met kennis en rede in de hand had de mens zichzelf tot in de ruimte weten op te werken. Gagarin was de eerste. En wie daar in die ruimte goed rondkijkt, komt geen god tegen, vertelde de astronaut op deze poster uit de koker van de Sovjetpropaganda. Religies gaan ten onder: ze doen er niet meer toe. Het rationele atheïsme overwint. Dat was 1975.

“En kijk nu eens om je heen”, zegt Neil MacGregor. “We zijn nog geen halve eeuw verder en religie is terug in het hart van het publieke en politieke debat.” 

In de inleiding op zijn nieuwe boek ‘Leven met goden’ – waar de Gagarin-poster in is opgenomen – somt hij op: religieus gemotiveerde strijd in het Midden-Oosten; aanvallen op gelovige minderheidsgroepen in Indonesië, Nigeria, Myanmar, Egypte; een beweging naar een expliciete hindoe-identiteit in India, met ernstige gevolgen voor moslims en christenen; immigratiebeleid in westerse landen dat bepaald wordt door het geloof van die immigranten; een Duitse deelstaat die wil dat in openbare gebouwen een christelijk kruis hangt; een boerkaverbod in Frankrijk; een Zwitsers referendum tegen nieuwe minaretten; anti-islamitische demonstraties in Duitse steden.

God bestaat niet, van Vladimir Mensjikov uit 1975, met kosmonaut Joeri Gagarin. Beeld Staatsmuseum van de geschiedenis van het geloof, Sint Petersburg

Verbijsterd

Religie is terug in het hart van het publieke en politieke debat en, zegt MacGregor, de westerse wereld is er verbijsterd over. “Wij hier in West-Europa zien in de terugkeer van religie de terugkeer van bijgeloof, irrationaliteit en geweld. Maar dat is niet waar religie in eerste instantie over gaat. Religie gaat over de hoop van een gemeenschap, om een gedeelde identiteit. Als we het vermogen nog zouden hebben om dat te zien, zou de terugkeer van religie ons helemaal niet verbazen. Het is namelijk altijd zo geweest: door de ganse geschiedenis van de mensheid heen is religie, met taal en nationalisme, altijd een van de sterkste en daarom soms ook gevaarlijkste krachten geweest die gemeenschappen hebben gevormd en kracht gegeven. En altijd ging het in die gemeenschappen om een gedeeld verhaal, gericht op de toekomst.”

Het is het beeld dat oprijst uit MacGregors nieuwe boek. Daarin laat de Britse kunsthistoricus zien hoe religies en levensbeschouwingen gemeenschappen hebben gedefinieerd en hoe die gedeelde overtuigingen ­bijdroegen aan de wijze waarop die gemeenschappen zich tot de werkelijkheid en hun ­omgeving verhielden. Dat doet hij aan de hand van objecten en afbeeldingen. De meeste zijn afkomstig uit het British Museum in Londen, waar MacGregor jarenlang directeur was.

Gouden Muisca-beeldje, rond 1500 voor Christus. Beeld The trustees of the British Museum

Een gouden Muisca-beeldje, dat rond 1500 voor Christus als offer aan de goden in het ­Colombiaanse Guatavitameer werd gegooid. Een Albanese wiegendoek uit de jaren vijftig, om het Boze Oog af te weren. Een Romeinse munt waarop te zien is hoe Artemis heerst over haar tempel in Efeze. Een zeventiende-eeuwse icoon van Onze-Lieve-Vrouwe van ­Kazan. Een stenen mes uit de vijftiende eeuw, gebruikt door de Azteken bij mensenoffers. Een kruis uit 2016, gemaakt van wrakstukken van boten waarmee vluchtelingen probeerden Lampedusa te bereiken.

Leeuwmens

Extreem gevarieerd, maar toch vertellen die objecten allemaal hetzelfde verhaal, laat ­MacGregor zien. Ze vervulden een rol in een gemeenschap die gedragen werd door een ­gedeeld verhaal dat mede werd vorm gegeven door een gemeenschappelijk ritueel. 

Leeuwmens Beeld Museum Ulm

Neem het verhaal van de Löwenmensch, de leeuwmens. Een dertig centimeter hoog beeldje, gevonden in het zuidwesten van Duitsland, opgebouwd uit talloze stukjes mammoetivoor, half mens half leeuw. Het is 40.000 jaar oud en vormt het oudste bewijs van wat je een religieuze of spirituele praxis zou kunnen noemen. Onderzoek in de grot waar het werd gevonden liet zien dat daar mensen bijeen kwamen om rituelen uit te voeren. Een gewijde plek. 

In het beeldje zitten minstens vierhonderd manuren. Waarom zou een kleine gemeenschap – vermoedelijk niet meer dan een paar honderd mensen – zoveel tijd steken in een voorwerp dat niet bijdraagt aan het ­fysieke overleven van die groep? Omdat, luidt de conclusie in MacGregors boek, het beeldje nodig was voor het overleven van de groep in psychologische zin, voor het versterken van de gemeenschappelijke identiteit. Als object is de leeuwmens alleen te begrijpen als het deel uitmaakt van wat we nu een mythe noemen, een verhaal.

het Lamperdusa-kruis op het altaar van St Paul'sCathedral in London. Beeld The Chapter of St Paul's

“Die twee – een gemeenschappelijk verhaal en een gemeenschappelijk ritueel – die zijn we in de westerse wereld allebei kwijtgeraakt”, zegt MacGregor, die even in Nederland was vanwege de verschijning van de Nederlandse vertaling van zijn boek.

Hoe komt dat?

“Daarvoor moeten we terug naar de Verlichting en haar aanval op religie: religie was bijgeloof, de afwezigheid van de ­rede, en was bovendien vaak met politiek verweven, waardoor het een machtsinstrument werd. Maar de verlichtingsdenkers zagen niet dat religie in eerste instantie uit mensen zelf voortkomt. En dat religie gaat om het gedeelde verhaal van een gemeenschap voor de toekomst. Dat is een. Het tweede is dat, sinds de late achttiende eeuw, de vervulling van het ­individu niet meer in de gemeenschap ligt, maar in dat individu zelf. Elke stap naar grotere menselijke vrijheid die in de afgelopen vijftig jaar is gezet, ging om individuele rechten. Jij beslist zelf wie je bent. Jij bent zelf de vervulling van je bestaan. Dat klinkt voor ons als een vanzelfsprekendheid, maar historisch ­gezien is het een volstrekte noviteit. Millennia lang gold: de vervulling van het individu ligt in de gemeenschap.”

Durga Puja, Calcutta 2013 Beeld Alamy

MacGregor wijst op het hindoeïstische Durga Puja, een jaarlijks feest in Bengalen. Durga is een krijgsgodin die het kwaad wil uitroeien. Het belangrijkste onderdeel van de voorbereiding op het feest is het maken van de beelden waarin Durga voor de duur van het feest haar intrek kan nemen. Elke buurt bouwt zijn eigen Durga-beeld en daar helpt iedereen aan mee: de een zorgt voor wat klei, de ander voor riet, de volgende voor een lapje stof. Het vervaardigen van het beeld versterkt de hechte band binnen zo’n buurtgemeenschap.

In de behuizing van het beeld worden alledaagse problemen van de gemeenschap en de wereld uitgebeeld en daarmee aan Durga voorgelegd. Als het feest voorbij is, wordt het beeld in de heilige rivier de Ganges gelegd, waar het uiteenvalt. Vanaf het einde van de negentiende eeuw nam het belang van de Durga-beelden voor het versterken van de eigen identiteit toe: ze droegen bij aan het verzet tegen het toenmalige Britse koloniale bestuur.

“Dit is een vorm van gemeenschap die zeer krachtig en verbindend is, maar die ons volstrekt vreemd geworden is”, stelt MacGregor. “En dat is een enorm probleem.”

Waarom?

“We weten ons geen raad met die nieuwe uitingen van religie. Het ging toch om het individu? En nu zien we al die plaatsen ­elders in de wereld waar mensen – niet zelden omdat ze zich niet herkennen in het verhaal van de staat die ze onderdrukt, vervolgt of onrechtvaardig is – hun plaats vinden in het gemeenschappelijk verhaal van een religie. Er komen vluchtelingen naar West-Europa, en heel veel van die vluchtelingen hebben dat gemeenschappelijk verhaal met dat ­gemeenschappelijke ritueel wel. Als we willen dat die nieuwkomers zich bij ons aansluiten, dan hebben we een gemeenschappelijke verhaal nodig waar zij zich bij kunnen aansluiten.

“De centrale vraag voor zowel politiek als religie is: wie zijn wij, en wie zijn zij? En kunnen die zij misschien ook wij worden? Dat is de grote worsteling van Europa.”

Dat het nationalisme in opkomst is, dat er in Nederland zoveel debat is over Zwarte Piet, dat de gemeente Rotterdam het verbiedt om religieuze bijeenkomsten te houden in buurthuizen, dat politici schermen met de joods-christelijke cultuur zonder dat duidelijk wordt wat daar nu precies mee bedoeld wordt – volgens MacGregor zijn het allemaal uitingen van die worsteling, van het zoeken naar een nieuw narratief dat de gemeenschap in onzekere tijden kan versterken.

Neil MacGregor

U pleit voor een gemeenschappelijk verhaal en u wijst op het opkomende nationalisme. Wordt het nationalistische verhaal het ­nieuwe narratief?

“Ik mag hopen van niet. Maar – ook dat wordt heel duidelijk uit de geschiedenis – het versterken van een groep draagt altijd het risico van vijandigheid naar andere groepen met zich mee. Daarom waren het Perzische en het ­Romeinse rijk zo succesvol: zij lijfden ­gemeenschappen in en lieten die gemeenschappen en hun godsdiensten zijn wie ze zijn. Dat polytheïsme was een stuk ­genereuzer dan ons denken, dat sterk door het monotheïsme is gekleurd.”

Hoe zou het nieuwe narratief van de westerse wereld eruit moeten zien?

“We zijn de kern van het christelijke narratief uit het oog verloren. Dat narratief gaat om het vergroten van het wij. Het begon met het joodse volk, maar het omarmde andere mensen en groepen. De eersten die hoorden dat ­Jezus was geboren, waren herders. Die stonden zeer laag in aanzien en werden niet eens toegelaten tot de tempel. En de eerste die Jezus ontmoette na diens opstanding, was een vrouw, die gold in die tijd niet eens als rechtsgeldige getuige.

“Het christelijke verhaal is een voortdurende beweging om het wij uit te breiden, om de ander bij dat wij te laten aansluiten. Dat is in tijden van globalisering en migratie een narratief dat ons kan helpen. Ik denk dat de kerken in West-Europa te lang hebben vastgehouden aan een letterlijke interpretatie van hun heilige boek. Als je een narratief levend wilt houden, dan kan dat alleen als je die tekst ziet als poëtische, mythische taal. Dat schept ruimte.

“Neem het verhaal van de opstanding van Christus. Dat tart onze rede. Maar als je het leest als een krachtig poëtisch statement over goedheid die niet gedood kan worden, die altijd overleeft en weer opstaat, dat liefde sterker is dan de dood, dan wordt het een verhaal waarin bijna iedereen zich kan herkennen. Daarover is het in religie altijd ­gegaan: mensen realiseren zich dat ze deel zijn van een groter verhaal. Ik denk dat we ­terug moeten naar het zestiende-eeuwse open en tolerante Nederland. Dat genereuze, dat eeuwenlang bleef bestaan.

“De kerken kunnen daar een rol in spelen. Dan moeten ze twee dingen doen. Een: omarm die poëtische ­omgang met je heilige teksten. En twee: sluit aan bij de notie dat de vervulling van het individu alleen gevonden kan worden als lid van een gemeenschap. We leven in experimentele tijden: nooit eerder stond het individu zo centraal. Het is zeer de vraag of dat zo blijft. Want de geschiedenis is er glashelder over: het gaat niet om jou, het gaat om de gemeenschap.”

Neil MacGregor

Kunsthistoricus Neil MacGregor (72) gaf van 2002 tot 2015 leiding aan het British Museum in Londen. Daarvoor was hij vijftien jaar lang directeur van de National Gallery. Momenteel is hij directeur van het nieuw op te richten prestigieuze Humboldt Forum, een nieuw museum in Berlijn dat volgend jaar zijn deuren opent. In 2015 verscheen van zijn hand de bestseller ‘Duitsland. Biografie van een natie’.

Neil MacGregor,‘Leven met de goden – 40.000 jaar volkeren, objecten en religie’, uitgeverij Hollands Diep, € 39,99, 487 blz.

Lees ook:

Steven Pinker: De vooruitgang is gewoontjes geworden

Als we geen waardering opbrengen voor wat de Verlichting ons heeft gebracht, zegt Steven Pinker, dan verliezen we alles wat is opgebouwd.

Het geloof van de religieus atheïst

Ze geloven niet in God, maar denken wel dat er ‘meer’ is. En een zinloze wereld is religieus atheïsten te schraal. Godsdienstfilosoof Taede Smedes onderzoekt religieus atheïsme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden