Beeld Trouw

Column Leonie Breebaart

Religie is ook een kwestie van doen

Omdat ik niet katholiek opgevoed ben, zijn de tradities van Allerheiligen en Allerzielen me altijd vreemd gebleven. De heiligen waarmee de buurkinderen opgroeiden, kende ik geen van allen, afgezien van Sinterklaas. Thuis bespeurde ik een aversie tegenover het ‘uiterlijke’ van het katholieke geloof, de weesgegroetjes, de suggestie dat je aan rituelen kunt deelnemen zonder steeds je geweten te raadplegen en te checken of je het ‘ten diepste meent’.

Inmiddels heb ik van diverse zijden begrepen dat religie ook een kwestie van doen is – en dat is een bevrijdende gedachte. Maar bij het herdenken van de doden, zou ik als geseculariseerde protestant nog altijd hulp kunnen gebruiken. Het ontbreekt me aan tradities, aan herdenkingsrituelen waar ik zijwaarts kan instromen.

Vandaar waarschijnlijk, dat ik een paar jaar geleden in Vietnam zo werd geboeid door de huisaltaartjes die je daar vaak aantreft, in de bescheidenste woningen net zo goed als in cleane hotellobby’s. Sympathiek aan die altaartjes leek me, dat hier geen algemeen bekende heiligen werden aangeroepen, en ook niet alleen de doden van het afgelopen jaar, maar de eigen voorouders, die vast niet allemaal heiligen waren, maar waartoe een mens zich toch moet verhouden. “Wat zou oma gezegd hebben over mijn beroepskeuze?” Het dagelijks stilstaan bij zo’n altaartje voedt het gevoel in een lijn te staan, ergens bij te horen.

Uitstapje naar Ghana

Dat is in Nederland geloof ik geen populair concept. Je ziet wel foto’s van grootouders op de schoorsteenmantel staan, maar het vloekt met onze individualistische cultuur om hen bij ons dagelijkse bedoeninkjes te betrekken. Liever een vreemde boeddha in de tuin, dan een voorouder die je doen en laten van commentaar voorziet.

Toch is dat laatste waarschijnlijk te calvinistisch gedacht, begrijp ik van Kwame Anthony Appiah, een Brits-Ghanese filosoof, die onlangs op bezoek in Ghana nog plengoffers bracht aan zijn Ashantivoorouders. Die dien je in deze traditie met sterke drank te besprenkelen om hen gunstig te stemmen. Maar of je echt gelóóft in die voorouders, dat vraagt eigenlijk niemand, constateert Appiah in zijn boek ‘De leugens die ons binden’. “Wanneer ik te midden van Ghanezen plengoffers breng, valt me juist op hoe onbezorgd het allemaal is.” Even onbezorgd blijkt de verhouding tot andere religies.

Appiahs eigen vader én grootvader eerden beiden hun Ashantitraditie (de eerste druppels drank gaan naar de voorouders), maar ze waren ook ouderling bij de Wesley Methodist Cathedral in Kumasi; te spreken van een loyaliteitsconflict zou volgens deze Appiahs ‘absurd’ zijn.

Wat leert ons dit kleine uitstapje naar Gha­na? Het volgende: je hoeft niet te gelóven dat die voorouders daadwerkelijk iets voor je doen, je hoeft ook je eigen christen- of moslim-zijn niet op te geven, je kunt gewoon beginnen met zo’n altaartje. Fotootje erbij. Kaarsje. Flesje jenever erbij of iets passenders. Dagelijks even langslopen. Dat is ook de enige manier waarop ik aan ­onsterfelijkheid kan denken. Door aan onze voorouders te dénken, maken ze spiritueel deel van uit van onze levens. Zo blijft hun geest in leven.

Wat is daar nou erg aan? Leonie Breebaart onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden