Beeld Trouw

Filosofisch EfltalRebellie

Rebellie? Dat is vaak een imago-dingetje

‘Rebellen en dwarsdenkers’ is het thema van de aanstaande Boekenweek. Het filosofisch elftal vraagt zich af: is er in deze tijd nog wel ruimte voor rebellie?

Zaterdag begint de Boekenweek, met als thema ‘Rebellen en dwarsdenkers’. Daarbij draait het om het lef van schrijvers om taboes te doorbreken, tegen de stroom in te denken en om onaangepast en onafhankelijk te zijn. Het filosofisch elftal buigt zich over de vraag in hoeverre we dit lef terugzien in onze maatschappij, en dan niet specifiek bij schrijvers. Hoe rebels en dwars zijn we in deze tijd? En in hoeverre is er ruimte voor rebellie in onze maatschappij?

“We hebben nog altijd een positieve associatie met rebelsheid”, zegt politiek filosoof Ivana Ivkovic. “Als we zeggen dat iemand een rebelse geest heeft, bedoelen we dat meestal als een compliment. Veel van dit positieve beeld is terug te voeren naar de tegenculturen van de jaren zestig, zoals de hippiecultuur en de tweede feministische golf. Die gingen gepaard met nieuwe, dwarse manieren van denken die op gespannen voet stonden met de maatschappelijke normen. Maar voor veel rebelse gedachten geldt dat niet langer; ze zijn opgenomen in het proces van sociale innovatie. In tal van vacatures staat dat er gezocht wordt naar iemand die out of the box denkt en originele, vernieuwende ideeën heeft. Voor kwaliteiten die je eerst buiten de heersende consensus plaatsten, is nu een culturele ruimte gereserveerd.”

Voor rebellie moet je doorpakken, ook als het jou niet uitkomt

Ook filosoof en schrijver Désanne van Brederode vindt dat de rebelsheid ingekapseld is. “En het mag vaak niks kosten”, zegt ze. “Mensen zetten zichzelf vaak neer als rebels, omdat ze een boos boekje hebben geschreven en een paar keer gaan demonstreren. Maar dat is nog geen rebellie. Daarvoor moet je werkelijk betrokken zijn en doorpakken, ook op momenten dat het jou niet uitkomt.

“Een rebel wil systematische verandering zien en verzet zich tegen hoe de zaken nu gaan, jarenlang als dat nodig is. Dat zie ik weinig in onze maatschappij. Terwijl je bij wijze van spreken in elke kledingwinkel een T-shirt kunt kopen met de tekst: ‘I’m a rebel’.

“Ik had een keer de zoveelste demonstratie van het Syrische Comité in Amsterdam. Er liep een vrouw voorbij met een shirt waarop in gouden letters stond: ‘Revolution’. Maar ze was niet geïnteresseerd in onze flyer. Ik sprak haar aan: ‘Er staat op uw shirt dat u voor revolutie bent, maar als wij willen vertellen over de revolutie in Syrië, wilt u niet luisteren.’ Dat is het rare van deze tijd. Rebellie is vaak tot een imago-dingetje verworden, dat niks meer betekent.”

Onze maatschappij is sterk gericht op consensus

Ivkovic: “Filosoof Chantal Mouffe wijst erop dat onze maatschappij sterk gericht is op consensus. Wij willen elkaars standpunten begrijpen, redelijk met elkaar in gesprek gaan en tot een uitkomst komen. De vraag is of maatschappelijke verandering ook zo werkt. Want daarvoor zijn rebelse stemmen nodig die voorstellen doen die ons wellicht niet redelijk lijken. Bijvoorbeeld het idee dat witte journalisten ongeschikt zijn om zwarte mensen te interviewen.

“Het gaat er niet om of we het eens zijn met dit idee of niet, maar of we het nog serieus kunnen nemen. We moeten volgens Mouffe onze verschillen op tafel leggen. Maar om dat te kunnen doen moet iemand natuurlijk wel eerst een plek aan tafel krijgen – en als we iemand niet serieus nemen, krijgt hij die niet. Dan is er wel ruimte voor rebellie, maar niet voor verandering.”

Van Brederode: “Of die rebelse stem krijgt wel een plek aan tafel, maar alleen omdat talkshows weten dat iedereen er meteen op Twitter over praat, niet omdat mensen het een werkelijk belangrijke mening vinden om naar te luisteren. Dat zie je bijvoorbeeld vaak bij Sylvana Simons gebeuren. De poppetjes zijn belangrijker geworden dan de boodschap.”

Ivkovic: “Mouffe stelt dat we een cultuur moeten creëren waarin wij van elkaar kunnen verschillen en met elkaar kunnen strijden over de heersende normen middels dialoog, zonder elkaar de hersens in te slaan. Daarin wordt niet elke onenigheid zo snel mogelijk gladgestreken, en halen mensen ook niet met machtsvertoon hun gelijk.

“Oftewel: verschillen worden niet onder het tapijt geveegd, maar je gaat ook niet met een tractor op het Malieveld staan. Die ruimte voor conflict zie ik nu weinig.”

Misschien zijn we te verwend om rebels te zijn

Van Brederode: “Soms vind ik het moeilijk om hoopvol te blijven. Vanaf eind jaren tachtig hebben wij als westerse mensen niks meegemaakt wat oorlog en werkelijke ellende betreft. Misschien zijn we te verwend om rebels te zijn.”

Ivkovic: “Toch wemelt het van de rebelse ideeën, bijvoorbeeld over de klimaatverandering of economische herverdeling. En jongeren laten ook zeker hun stem daarin horen. De vraag is alleen: wie gaat deze ideeën uitvoeren? En dat is een kwestie van macht.”

Van Brederode: “Dat is waar, maar vaak mis ik bij die ideeën een visioen van hoe het wel zou kunnen. Idealiter ben je natuurlijk ergens tegen, omdat je ook ergens voor bent. Achter de demonstraties van de kernwapens zat het ideaal van de vredesbeweging. Doordat zo’n ideaal nu ontbreekt, kan Defensie verbijsterend genoeg z’n gang gaan met ons belastinggeld.

“Wat dat betreft zijn mensen pragmatischer geworden. We willen wel een samenleving waarin niet gediscrimineerd wordt op gender en afkomst, maar er ontbreekt een diepere laag. De zwartepietendiscussie blijft vaak beperkt tot het kinderfeest, terwijl je ook kunt zeggen: dit is een symptoom van een samenleving die haaks staat op de samenleving waar ik van droom.

“Feminisme gaat nu vaak over serieus genomen worden en gelijke salariëring, maar vrouwenemancipatie kan zich ook überhaupt tegen machtsstructuren verzetten. Ik denk dat we meer consciëntieus moeten dromen over onze ideale samenleving. Dat wakkert meer rebellie aan.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf.

Flaneren voor de revolutie in de protestmars

‘Je moet lopen als je de zaken niet op zijn beloop wilt laten’, zegt filosoof Erno Eskens over het fenomeen protestmars. ‘Laat de zittende macht weten dat je bereid bent je lichaam in te zetten.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden