null Beeld

Bladen

‘Publieksfilosofie doet voor de wijsbegeerte wat Bob Ross voor de schilderkunst heeft gedaan’

Delicate kwestie: is inheemse wetenschap nepwetenschap? Die vraag werpt de New Yorks-Liberiaanse wetenschapsfilosoof Massimo Pigliucci op, op het blog Leiter Reports. Kun je de kennis onder de oorspronkelijke bevolking van Canada, Australië et cetera niet zien als wetenschap met andere uitgangspunten dan we in het Westen gewend zijn, met afwijkende vragen en data, en dus ook andere uitkomsten? Zoiets als complementaire geneeskunde, dus?

Pigliucci haast zich eerst op te merken dat hij grote sympathie heeft voor de ‘indigenous people’ en hun ontworsteling aan een koloniale erfenis, maar stelt dan koeltjes vast dat er geen inheemse wetenschap bestaat. Net zomin als een westerse. Er is slechts Wetenschap.

Kennis over omgang met haaien mag geen wetenschap heten

Pigliucci schreef eerder met de Vlaamse filosoof Maarten Boudry over pseudowetenschap, nu fileert hij als kenner van de biologie de ‘brede blik’ van de inheemse kennis. Ja, geeft hij toe, Inuit weten waanzinnig veel over de praktische omgang met haaien, en dat is zeer waardevol, maar wetenschap mag dat niet heten. “Ik weet dan weer veel meer over de New Yorkse metro, maar dat noem ik ook geen wetenschappelijke kennis.”

Dat inheemsen je kunnen vertellen waar en hoe je het best kunt gaan jagen, maakt geen indruk op Pigliucci: “Dan kun je iedereen die iets juist voorspelt op basis van opgedane ervaring wel een wetenschapper noemen”. Waar ­Pigliucci al helemaal geen waardering voor heeft, is de kern van de inheemse kennis: die legt een verband tussen een spiritueel en natuurlijk begrip van de wereld en probeert daartussen een harmonie te vinden. Pigliucci is even helder als streng: “Wetenschap wijst uitdrukkelijk spirituele, bovennatuurlijke, mystieke en transcendente verklaringen af”.

De inheemse kennis verdient wel een plaats op de universiteit: als studieobject voor antropologen. Zelf is het geen wetenschap. “Iets anders beweren om de gevoelens van sommigen te sparen, bewijst de opdracht van de universiteit geen dienst.”

Publieksfilosofie als overbrugger van academie en zitbank

Dat de winnaar van de Socratesprijs voor het beste filosofieboek 2020 een moeilijk boek had geschreven, dat was veel mensen al opgevallen. Patrick Delaere herhaalt die kritiek in Filosofie&Praktijk. Maar eigenlijk kan het hem niet veel schelen dat Over vriendschap van ­Donald Loose taaie kost is – “geen boek waarmee je ’s avonds op de bank gezellig tegen een vriend aankruipt”. Het is ‘moeilijk, academisch, heerlijk elitair’.

Gelukkig is er de publieksfilosofie, de overbrugger van academie en zitbank. En daar heeft Delaere nu juist zijn bedenkingen bij. “Soms doet publieksfilosofie helaas weinig méér voor de wijsbegeerte dan wat de tv-serie The Joy of Painting with Bob Ross voor de schilderkunst heeft gedaan”: in exact 26 minuten een nieuw landschapje schilderen, en als er eens iets fout gaat, is dat een ‘blij ongelukje’. “Publieksfilosofen willen ook weleens Bob-Rossen met filosofie. Toen de Amerikaan 25 jaar na zijn dood voor het eerst in de wereldgeschiedenis toch nog een museumsolo kreeg vorig jaar, in de Achterhoek nog wel, bleken zijn landschappen vooral kitscherig en veel beroerder geschilderd dan op tv het geval leek. Wie de schoen past trekke hem aan.”

Dat laatste is een aardige uitnodiging, maar geen mens gaat nu een voet uitsteken. Het zou Delaere gesierd hebben als hij een wijsgerige Bobrossen-topdrie had toegevoegd.

Lees eerdere afleveringen in ons dossier Bladen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden