InterviewHenk Nota

Priester Henk Nota schreef een boek over de vergeten helden van katholiek Friesland: de Friese zoeaven

Henk Nota tussen twee uniformen van de zoeaven.Beeld Sjaak Verboom

Priester Henk Nota scheef een boek over de Friese zoeaven die 150 jaar geleden de paus hielpen bij de verdediging van Rome tegen de troepen van het koninkrijk Italië. “Het zijn helden voor mij.”

Als kleine jongen hoorde Henk Nota al over die jonge geloofsgenoten, die in de negentiende eeuw naar het verre Italië waren gereisd om te vechten voor de paus: de zoeaven. Op Nota’s lagere school was er een bidprentje in omloop van Pieter Jong uit Lutjebroek, de tweede Nederlandse zoeaaf die sneuvelde. Voordat De Jong  zelf als gevolg van tientallen messteken het leven liet, verbrijzelde hij met de kolf van zijn geweer de schedel van zo’n veertien tegenstanders. “Gruwelijk natuurlijk”, vertelt Henk Nota. “Maar ik was er echt van onder de indruk.”

Nota (72) studeerde als jongen van 12 drie jaar bij de Salesianen van Don Bosco, maar werd pas op latere leeftijd priester. Nog ouder dan die roeping is zijn fascinatie voor de geschiedenis van de Friese katholieken. In 1981 was hij initiatiefnemer en medeoprichter van het Archief- en Documentatiecentrum voor R.K. Friesland, dat huist in een pand aan een mooi grachtje in Bolsward. Het bezit alleen al vijftigduizend bidprentjes van Friese katholieken, vele archieven, een bibliotheek met duizenden boeken en een zolder vol heiligenbeelden die van de ondergang gered zijn. Trots laat hij het zien. In het archief bevindt zich ook veel materiaal dat hij gebruikte voor ‘Een Vergeten Leger’, zijn boek over de Friese Zoeaven. In 1860 riep toenmalig paus Pius IX de rooms-katholieke wereld op om jonge, ongetrouwde mannen naar Rome te sturen: de paus had strijders nodig om zijn kerkelijke staat te verdedigen. Samen met de Zwitserse garde vormden die strijders - de zoeaven - het leger van de paus.

Uit een kast haalt Nota het bidprentje te voorschijn van Johannes Aukes Schaper uit Workum die in 1865, nog maar zestien jaar oud, dienst nam bij de zoeaven. “Schaper heeft op een bijzonder manier gehoor gegeven aan de oproep van de paus”, zegt Nota. “Het leverde hem nog een speciale pauselijke onderscheiding op. Natuurlijk speelde het geloof een rol, maar het avontuur was ook belangrijk. Vechten op vreemde bodem voor de goede zaak, dat had wel wat.”

Turijn was de hoofdstad, maar Rome lonkte

Voor zijn boek pluisde Henk Nota - sinds vijf maanden werkzaam op Ameland - het ene na het andere archief af. Hij liep eindeloos rond op begraafplaatsen en bezocht families van Friese zoeaven. Alle 74 Friezen die voor de paus onder de wapenen gingen - van Thomas van Asma uit Lemmer tot Pieter van der Zweep uit Wytgaard - krijgen in ‘Een Vergeten Leger’ een levensbeschrijving, gelardeerd met vaak aandoenlijke foto’s, bidprentjes en brieven.

Als echte historicus hecht Nota aan een geschiedkundig kader. “Je moet alles in de tijd zien.” En dus vertelt hij in zijn boek uitgebreid over Pius IX, naast paus ook koning van zijn eigen staat, de Kerkelijke Staat die niet alleen Rome omvatte, maar zich uitstrekte tot aan Bologna toe. Alles bij elkaar een gebied ongeveer zo groot als het huidige Nederland. Midden negentiende eeuw kwam in Italië - toen nog een lappendeken van kleine staten - een beweging van nationale eenwording op gang. De hoofdrolspelers in deze wervelende periode van de Italiaanse geschiedenis waren naast Pius, koning Victor Emanuel II van Piemonte, de politicus Camillo Benso di Cavour en legeraanvoerder Giuseppe Garibaldi, nog altijd bekend van al die straten en pleinen in Italië die naar hen vernoemd zijn.

De Pauselijke Zoeaven

Onder leiding van de Franse generaal Christophe Léon Louis Juchault de Lamoricière werd in 1861 het ‘Regiment der Pauselijke Zoeaven’ opgericht dat uiteindelijk 11.000 militairen zou omvatten. Het uniform - blauwgrijze pofbroek, rode gordel, blauwgrijs vest en een iets te klein petje - werd ontworpen door graaf Becdelièvre, een van de bevelhebbers van de pauselijke zoeaven. Hij werd hierbij geïnspireerd door de kleding van een Frans legeronderdeel in Algerije dat de berberstam zouaouwa - later verbasterd tot zoeaaf - in zijn geledingen opnam.

Op 17 maart 1861 werd Victor Emanuel II tot koning van het nieuwe koninkrijk Italië uitgeroepen. Turijn werd voorlopig de hoofdstad. Maar Rome lonkte. Probleem: daar zat de paus die toen al een deel van de Kerkelijke Staat aan de nationalisten kwijt was, en nog slechts de Eeuwige Stad en omgeving - het zogenoemde Patrimonium Petri - over had. Voor de verdediging hiervan kon hij rekenen op Franse troepen, maar die waren volgens Nota niet veel waard. “Hij moest wat doen, dus deed hij een oproep aan katholieke jongemannen in de wereld om hem te hulp te schieten. Die oproep bereikte via de pastoors op de kansel ook Friesland.”

Nederlanders vormden de grootste groep

De Nederlanders vormden met ruim 3100 man binnen het legerkorps van de zoeaven de grootste groep, daarbinnen waren de Friezen een kleine minderheid. “De positie van de Friese katholieken was toen natuurlijk niet goed. Ze hadden nog geen eigen bisdom en maakten deel uit van het grote aartsbisdom Utrecht. Dat was er toen trouwens ook nog maar net. Verder waren ze hier in Friesland ook nog eens stevig in de minderheid en werden ze door de protestantse Friezen niet helemaal vertrouwd. Er zat dus enorme trots en felheid in die jongens.”

Eigenlijk hadden de zoeaven geen idee wat hun te wachten stond. “Er werd hen verteld dat het ging om het behoud van de Kerkelijke Staat en om de paus als vorst. Uiteindelijk moesten ze natuurlijk hun geloof verdedigen. Zo is het ook gebracht.” 

De strijders moesten zich melden in het Brabantse Oudenbosch. Vervolgens reisden ze met de trein naar Brussel waar ze gekeurd werden. Met de trein gingen ze door naar Marseille, waar ze op een boot gezet werden naar Civitavecchia. Vandaar moesten ze lopen naar het legerkamp in Monte Annibale, zo’n zeventig kilometer boven Rome. “Ze kregen soldij. Daar konden ze dan wat kleine dingen van kopen, zoals tabak. Ook kregen ze allemaal een biechtspiegel. De Nederlandse zoeaven kenden dus geen vreemde talen en op zo’n biechtspiegel - een kaart - stonden alle zonden in drie talen keurig per nummer gerangschikt. Ook in het Nederlands. Als je iets verkeerds had gedaan hoefde je alleen maar een cijfer te noemen.”

Hoewel ze nauwelijks getraind waren en vaak tegenover een overmacht van Italiaanse nationalisten stonden, weerden de zoeaven zich dapper, ook die uit Friesland. Nota: “Het waren bijna allemaal stevige boerenjongens, die nergens bang voor waren.” Op 3 november 1867 stonden 5000 pauselijke soldaten in Mentana, zo’n 25 kilometer ten noorden van Rome, tegenover 15.000 roodhemden, het leger van Garibaldi. De slag eindigde ondanks de overmacht aan tegenstanders in een klinkende overwinning voor de troepen van Pius IX, onder wie ook Johannes Schaper. Dit glorieuze feit ging Europa door en nog meer katholieke jongens - ook uit Friesland - namen dienst. Het mocht niet baten. In de zomer van 1870 riep de Franse keizer zijn troepen terug en op 20 september sloegen de nationalistische troepen bij de Porta Pia een bres in de stadsmuur van Rome. Pius IX was zijn staat definitief kwijt en trok zich boos en verongelijkt terug in wat nu Vaticaanstad is. “Ook in Rome hebben de Friese zoeaven gedaan wat ze konden”, vertelt Nota. “Zoals Sjouke Huitema uit Tirns. Hij kreeg ook een onderscheiding voor zijn heldenmoed, maar is die later verloren. Hij liet zijn pastoor vervolgens een brief in het Frans schrijven aan een Vaticaanse monseigneur om een nieuwe medaille te krijgen. Dat is helaas niet gelukt.”

Treurig lot

Bijna alle 74 Friese zoeaven overleefden wonder boven wonder het Italiaanse avontuur. Pieter Brouwer uit Mirns/Bakhuizen overleed aan cholera en Simon Franken uit Dronrijp sneuvelde in de slag bij Mentana. Zijn broer nam daarna zijn plaats in. Treurig is het lot van Feije Bies uit Warga. Eerst werd hij gebeten door een slang en daarna brak hij bij het exerceren een teen. Met een medestrijder keerde hij terug naar Nederland waar hij uiteindelijk onder erbarmelijke omstandigheden stierf.

Zijn verhaal is symbolisch voor de allesbehalve glorieuze terugkeer van de Friese zoeaven in hun vaderland. Ondanks al hun heldendaden op vreemde slagvelden konden lang niet alle strijders hier hun leven weer oppikken. Door de katholieke gemeenschap werden ze soms nog wel gehuldigd, maar zelden echt geholpen. “Ze zijn bijna allemaal berooid teruggekomen. Toen ze terug in Nederland waren, barstte de hel los, want ze waren hun Nederlanderschap kwijt doordat ze dienst hadden genomen bij een buitenlands leger. Sommigen konden hun werk als boer of boerenknecht nog oppakken, maar bij de overheid kwam je niet meer aan het werk. Er waren er die een baantje kregen als bewaker in de de kerk. Konden ze hun uniform nog eens aan.” Johannes Schaper ging het relatief goed af. Hij begon een timmerbedrijf en werd ook nog voorzitter van het r.k. school- en armenbestuur voordat hij in 1934 stierf.

De heldendaden van de zoeaven - ook die uit Friesland - zorgden voor een zelfbewustzijn onder de gelovigen dat heeft bijgedragen aan de bloeiperiode van het katholicisme die aan het einde van de negentiende eeuw begon. Oudenbosch kreeg zijn zoeavenmuseum en Lutjebroek voetbalvereniging De Zouaven, als eerbetoon aan Pieter Jong. In Friesland raakten de soldaten van de paus desalniettemin in de vergetelheid. Als pastoor van Sint-Nicolaasga zorgde Henk Nota voor een monument ter nagedachtenis aan alle 74 Friese zoeaven op het plaatselijke kerkhof en nu is er het boek, dat eigenlijk niet af is, want veel feiten zijn nog onbekend. “Ze mogen niet vergeten worden, voor mij zijn het helden”, zegt Nota stellig. “Wij Friezen mogen daar best eens aan herinnerd worden. Geschiedenis is mooi, maar het leven gaat altijd maar door. Het is wel mooi om er af en toe eens bij stil te staan.”

Een vergeten leger - geschiedenis van de Friese Zouaven door Henk Nota (prijs € 22,50) is te bestellen via info@archiefrkfriesland.nl.

Lees ook:

Workum eert zijn elf zoeaven

Workum zet zijn elf stadgenoten in het zonnetje, die hun leven waagden in dienst van paus Pius IX. Pieter Veldmans raakte gewond, de andere tien zoeaven maakten de nederlaag mee van de pauselijke troepen in 1870.

Lees ook

Rel rond zaligverklaring anti-joodse paus Pius IX

De joodse wereld is allesbehalve gelukkig met de voor 3 september aangekondigde zaligverklaring van paus Pius IX. Deze negentiende-eeuwse kerkvorst maakte zich bij de joden van zijn dagen niet bepaald geliefd door anti-judaïstische lectuur aan te prijzen en in Rome een gedwongen bekering toe te staan. ,,Dit plan is een affront.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden