InterviewFilosoof Dorota Mokrosinska

Politiek filosoof Dorota Mokrosinska: ‘Politieke transparantie heeft ook nadelen’

Dorota Mokrosinska: ‘Het is een interessante vraag tot op welke hoogte we geheimhouding willen uitbannen.’ Beeld Patrick Post
Dorota Mokrosinska: ‘Het is een interessante vraag tot op welke hoogte we geheimhouding willen uitbannen.’Beeld Patrick Post

In Den Haag is een grote wens tot transparantie. Maar geheimhouding heeft ook voordelen, betoogt politiek filosoof Dorota Mokrosinska. Achter gesloten deuren kunnen politici beter compromissen sluiten, zegt zij.

De afgelopen twee jaar vormden een bijna onophoudelijke transparantiecrisis binnen de overheid en overheidsinstanties. Naast de beruchte toeslagenaffaire bij de Belastingdienst speelden er afgelopen tijd kwesties rondom de gezinshereniging van minderjarige asielzoekers, de inhoud van de ‘aanzet’ tot een regeerakkoord en de aantekeningen over de ‘functie elders’ van Kamerlid Pieter Omtzigt. Bij zulke affaires is het bovendien eerder regel dan uitzondering dat de media, het publiek of kritische Kamerleden uiteindelijk openheid moeten forceren.

Het is dus niet verrassend dat de Tweede Kamer spreekt over een vertrouwenscrisis, en dat met name de oppositie blijft hameren op meer transparantie. Daardoor zouden misstanden zoals de toeslagenaffaire eerder aan het licht kunnen komen.

In reactie op die transparantiecrisis heeft demissionair premier Rutte een aantal toezeggingen gedaan om de besluitvorming transparanter te maken. De ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ zijn niet langer een reden om passages zwart te lakken die via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) zijn verkregen. Het kabinet belooft minder streng te handelen naar de ‘oekaze-Kok’, die ambtenaren verbiedt met Tweede Kamerleden te praten. En na ministerraden worden de lijsten met genomen besluiten openbaar gemaakt.

Of die toezeggingen ook werkelijkheid zullen worden, is afwachten. Eerder, in het heetst van de debatten rondom de toeslagenaffaire, vond Rutte nog dat ambtenaren onderling ‘in het geheim’ moeten kunnen overleggen en brainstormen, “omdat anders niet in de veiligheid en intimiteit van de discussie opties kunnen worden afgewogen”.

Achter het IJzeren Gordijn

Voor Dorota Mokrosinska is het een boeiende tijd. Zij werkt als politiek filosoof aan de Universiteit Leiden en onderzoekt transparantie en geheimhouding in democratische staten. Het was geen verrassing dat ze daarin geïnteresseerd raakte, vertelt ze tijdens een beeldbelgesprek. Ze groeide op achter het IJzeren Gordijn, in communistisch Polen. Uit de eerste hand ervaarde ze hoe geheimhouding aan haar slechte naam komt. “Als ik terugdenk aan mijn jeugd in Polen denk ik bijvoorbeeld aan de geheime politie. Geheimhouding was een instrument om de bevolking te onderdrukken, informatie te censureren, en om politieke tegenstanders de mond te snoeren.”

Reden genoeg dus om een voorstander van transparantie te zijn. Maar daar is Mokrosinska, die inmiddels ruim twintig jaar in Nederland woont, juist voorzichtig mee. “De val van het communisme betekende voor veel mensen, onder wie ikzelf, een verwerping van die cultuur van geheimhouding. Maar het is een interessante vraag tot op welke hoogte we geheimhouding willen uitbannen. Moeten we de inlichtingendiensten opheffen en stoppen met diplomatieke onderhandelingen achter gesloten deuren?”

Ik vermoed dat de meeste mensen erkennen dat geheimhouding nodig is voor bijvoorbeeld inlichtingendiensten, diplomatie en militaire operaties. Maar wat op het moment speelt is de vraag: hoeveel transparantie is wenselijk bij het maken van politiek beleid?

“De heersende opvatting is momenteel dat de interne afwegingen en discussies tussen ambtenaren en beleidsmakers openbaar moeten zijn, en dat burgers het recht hebben te weten wie wat tegen wie heeft gezegd. Dat is de meer traditionele positie binnen de democratische theorie: het idee dat je zo veel mogelijk transparantie moet vragen van de overheid, opdat je ze verantwoordelijk kunt houden.

“Maar de laatste jaren wordt die traditionele positie steeds meer bevraagd door onderzoekers, onder wie ikzelf. Zij benadrukken dat transparantie ook nadelen heeft, vooral op het gebied van beleidsvorming en politieke besluitvorming. Vanuit dat perspectief lijkt de ‘Rutte-doctrine’ minder problematisch.”

Voorstanders van transparantie zullen zeggen dat bestuurders juist hun verantwoordelijkheid nemen als ze weten dat de media en het publiek meekijken.

“Jeremy Bentham (de Engelse filosoof en sociaal hervormer, red.) zei het mooi: ‘Het toeziend oog van het algemeen publiek maakt de staatsman deugdzaam’. En deels ben ik het daarmee eens: als je in het openbaar pleit voor belastinghervorming omdat je er persoonlijk rijk van wordt, zul je niet veel steun krijgen van de kiezer. De traditionele positie die ik net besprak neemt hetzelfde standpunt in als Bentham: blootstelling aan de publieke opinie zal politici stimuleren om in termen van algemeen belang te denken.

“Empirisch onderzoek toont echter aan dat het in praktijk niet zo werkt. Wanneer het besluitvormingsproces in het openbaar plaatsvindt, worden politici en beleidsmakers kwetsbaar voor druk van buitenaf. In plaats van dat ze de beste oplossing voor een probleem zoeken en compromissen proberen te sluiten, willen ze hun achterban tevredenstellen en punten scoren ten koste van hun politieke tegenstanders – dan zijn ze eigenlijk bezig met pr. Voor de draaiende camera’s zullen ze minder snel controversiële standpunten innemen of van standpunt durven veranderen, want dat zou hen impopulair kunnen maken onder kiezers. De kwaliteit en de effectiviteit van besluitvorming worden daarmee onder druk gezet.

“Als je intern beraad achter gesloten deuren laat plaatsvinden, zou de kwaliteit van beleid een boost kunnen krijgen, en de kans op compromissen vergroot kunnen worden. De grondwet van de Verenigde Staten werd bijvoorbeeld helemaal achter gesloten deuren geschreven. Daardoor konden de afgevaardigden van de staten compromissen sluiten en hun positie bijstellen zonder gezichtsverlies te lijden.”

Het klinkt overtuigend, maar met het oog op de toeslagenaffaire vraag ik me af of het zo werkt. Idealiter zullen beleidsmakers achter gesloten deuren beter beleid maken, maar het wordt zo ook makkelijker om fouten te verdoezelen.

“Dat klopt. En niemand beweert dat geheimhouding legitiem is als het gebruikt wordt om fouten of misstanden toe te dekken. Maar daarnaast zijn er behalve transparantie ook andere mechanismen om beleidsmakers en politici te controleren. Denk bijvoorbeeld aan speciale toezichtcommissies die het gebruik van geheimhouding controleren, zoals de commissie Stiekem (met fractievoorzitters uit de Tweede Kamer, red.) de inlichtingendiensten controleert. Je kunt ook denken aan openheid met terugwerkende kracht, waarbij geheime informatie pas na een bepaalde tijd openbaar wordt gemaakt.

“Nu zijn deze alternatieve mechanismen ook niet zonder problemen. Want wie controleert de toezichtcommissie? En openheid met terugwerkende kracht biedt weinig mogelijkheden voor corrigerende maatregelen. Het is een uitdaging voor politicologen en bestuurskundigen om daar een weg in te vinden.”

Minister Ollongren stelde begin juli voor om in plaats van alle mails en appjes tussen ambtenaren openbaar te maken, een document te publiceren waarin beleidsmakers aangeven hoe dat beleid tot stand is gekomen en waarom het er zo uitziet. Wat denkt u van zo’n voorstel?

Mokrosinska denkt even na. “Ollongrens voorstel is zeker interessant, en soortgelijke voorstellen werden eerder ook door prominente experts geopperd. Je kunt beleidsvorming op verschillende manieren transparant maken. Je kunt de details van het besluitvormingsproces dat aan het beleid vooraf gaat openbaar maken. Dat is het zogenaamde transparency in process. Maar Ollongren pleit voor een andere vorm: ‘transparentie in rationale’. Je maakt de onderliggende principes van het beleid openbaar, maar de specifieke details van de totstandkoming van beleid blijven geheim. Je geeft tevens openheid óver geheimhouding.

“Dit betekent dat je aangeeft dát je het besluitproces achter gesloten deuren houdt en uitlegt waaróm je dat doet. Het idee is dat zulke gedeeltelijke openheid het mogelijk maakt om te debatteren over de vraag of die geheimhouding gelegitimeerd is of niet.

“Het voordeel van een voorstel als dat van Ollongren is dat je de positieve kanten van geheimhouding – het verhogen van de kwaliteit van de discussies en de kans op een compromis – combineert met de positieve kanten van transparantie.

“Uiteindelijk worden beslissingen over de inrichting van onze maatschappij gelegitimeerd door de input van burgers. Dat betekent dat zulke voorstellen eerst onderwerp moeten worden van publiek debat. Welke mate van transparantie willen we eigenlijk bij het maken van beleid, of het formeren van een nieuw kabinet? Daarmee kan het vertrouwen van de burger hersteld worden.”

Lees ook:

Gaat de Rutte-doctrine echt bij het grofvuil? Kamer buigt zich over nieuwe regels van Ollongren

Met de hand op het hart beloofde het kabinet begin dit jaar meer openheid aan de Kamer. De bom van het toeslagenschandaal was net in het gezicht van Rutte III ontploft. Wat is er een halfjaar later waargemaakt van die belofte?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden