Naschrift

'Padre Theo' (1932-2019) was de steun en toeverlaat van migranten

Pater Theo Beusink. Beeld Hollandse Hoogte / Patrick Post

“Ik wil sterven als migrantist", zei Theo Beusink ooit. Het woord had hij zelf bedacht, als variant op ecologist, veganist of activist. En achteraf had hij zichzelf niet beter kunnen omschrijven. 

Bijna zes decennia lang was Beusink de steun en toeverlaat van Spaanse en Latijns-Amerikaanse migranten in Amsterdam. Voor generaties nieuwkomers was 'Padre Theo' een fenomeen, als pastor en de man achter Casa Migrante, het huis waar zij, met of zonder papieren, een open deur vonden, en ook koffie, gezelschap, kranten, een bibliotheek, een luisterend oor, juridische hulp en zo nodig eten en een bed.

Op een bepaalde manier was Beusink zelf ook migrant. Als boerenzoon uit het Achterhoekse Lichtenvoorde - waar hij op 15 augustus 1932 werd geboren - trok hij na het doorlopen van het seminarie van de Karmelieten naar de hoofdstad om Spaans te studeren. Zo kwam hij in contact met de eerste Spaanse gastarbeiders die in de jaren zestig arriveerden en geen idee hadden waar ze een kamer huurden. In de jaren zeventig en tachtig volgden politieke vluchtelingen uit landen als Chili en Uruguay, maar ook slachtoffers van vrouwenhandel uit de Cariben.

Daklozen en prostituees

"Een land dat geen immigranten toelaat heeft geen toekomst", zei hij. Waar ze vandaan kwamen, maakte niet uit. Wat telde was gastvrijheid: "Migratie moet niet worden toegestaan uit medelijden, maar uit solidariteit." Na een dag werk op Casa Migrante - dat hij in 1961 oprichtte en dat tegenwoordig is gehuisvest in De Pijp - trok hij nog tot diep in de nacht naar de Amsterdamse Wallen, om te praten met Spaanstalige daklozen en prostituees, aan te schuiven in de keukens van de eethuizen waar hij altijd welkom was, om met hen te drinken, te roken, te leven en te lachen. Zoals de nacht dat hij op de Gelderse Kade een Dominicaanse prostitué een vuurtje vroeg. "Vuur?", antwoordde zij schaterlachend. "Ay Padre, het vuur dat ík heb, kan ik u niet geven."

De veertig rozen die hij - alweer twintig jaar geleden - op de Dam kreeg aangeboden van sekswerkers uit Latijns-Amerika - voor elk jaar priesterschap één - zag hij als een hogere onderscheiding dan zijn Ridderschap in de Orde van Oranje Nassau, het Ereburgerschap van Amsterdam, of de Spaanse medaille Isabel la Católica. Dát waren de mensen waar het om ging, voor wie hij zondags in de majestueuze Sint Nicolaaskerk een Spaanstalige mis opdroeg, en voor wie hij tot op hoge leeftijd meevoer op rondvaartboten, om met de verdiensten als toeristengids Casa Migrante draaiende te houden.

Gemakkelijk in de omgang was hij niet. Hij kon eerst uren de krant of de Bijbel lezen, en vervolgens luidkeels opstaan, want bulderen kon hij, eigenwijs 'als een koppig jochie', memoreert pastoraal werker Toos Beentjes die de afgelopen dertig jaar met Beusink werkte. Joviaal en rusteloos, progressief en met uitgesproken ideeën. Zijn temperament gaf hem de energie om te reizen naar de landen van zijn migranten waar hij contact legde met hun families; om Spaanstalige gemeenschappen te steunen in Enschede, Utrecht en Almelo, om te vechten tegen de bureaucratie en om politici te doordringen van de gevolgen van hun 'schandalige migratiebeleid' waarvan hij wist hoe het uitpakte voor de mensen die hij zo goed kende.

Beusink was zelf een halve latino geworden, die sober leefde maar dol was op mensen, een fles wijn en een goede sigaar. Zestig jaar Amsterdam maakten hem een man van de stad, maar hij bleef ook de boerenzoon uit de Achterhoek. Achter zijn huis in de Spaarndammerbuurt probeerde hij een nieuw tomatenras te kweken, wintervaste fuchsia's te telen en konijnen te fokken die - iedereen mocht het weten - wit moesten zijn met van die grote hangoren.

In de nacht van Eerste Paasdag overleed de Karmeliet aan een hartstilstand. De tweetalige uitvaart in zijn eigen Sint Nicolaaskerk was onconventioneel als hijzelf, met zes pastoors achter het altaar en een vrouw, Toos Beentjes, als voorganger. Het was een magisch-realistische hommage met grappen en tranen, panfluit en charango, liederen van de bevrijdingstheologie, halleluja en 'no pasarán'. De kist verliet de kerk onder emotioneel applaus van de bonte familie van collega's, vrienden, gepensioneerde gastarbeiders, toeristengidsen, diplomaten en prostituees. Een hulde aan hun held, Padre Theo, die stierf als migrantist.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden