Reportage

Op zoek naar sporen van de kerkscheuring van 1834: ‘Het moet iets magisch hebben gehad’

De Catharinakerk van Ulrum. In en om dit kerkgebouw vonden de gebeurtenissen plaats die leidden tot de Afscheiding van 1834 onder leiding van dominee Hendrick de Cock. Beeld reyer boxem

In het Noord-Groningse Ulrum leidde een kerkscheuring in 1834 tot het ontstaan van de gereformeerde kerk. Schrijver Marcel de Jong is gegrepen door de geschiedenis en begeleidt wandelexcursies. ‘Het moet iets magisch hebben gehad.’

Twintig wandelaars zoeken een plek in de Catharinakerk van Ulrum. Ze mogen kiezen: de rijkelijk gedecoreerde Asingabank tegenover het spreekgestoelte, waar de notabelen zaten, of in de gewone banken op de plekken van het plebs. Schoorvoetend en wat lacherig zoeken ze een zitplaats. Met de notabelen in de herenbank kreeg Hendrik de Cock, om wie het vandaag draait, het steeds meer aan de stok.

De predikant vond de heersende gedachte in de Nederlandse Hervormde Kerk veel te liberaal. Doe je best, werk hard, dan komt alles goed en kom je in de hemel, hield de elite het volk voor, vertelt schrijver Marcel de Jong. “Maar het volk, dat zich al helemaal kapotwerkte, kon daar niets mee, het was armoe troef, oogsten mislukten, nóg harder werken, hoe dan? Mensen konden zich er niet in vinden en de kerk liep leeg.”

Klassenstrijd

‘Niet ontvankelijk voor het geloof’, had De Cocks voorganger het volk genoemd, het dedain in die zin had hem geraakt. “De Afscheiding was vooral een klassenstrijd tussen de elite, die de macht had, en het volk, waarop enorm werd neergekeken”, zegt De Jong. “Omdat De Cock wél de taal van de gewone mensen sprak, won hij snel aan populariteit. En de elite kon dat natuurlijk niet hebben – die was er alles aan gelegen om het volk klein te houden.” De Cock werd gezien als opruier, zegt hij, een haatprediker die ophitste tegen de gevestigde orde.

Je kunt het je bijna niet voorstellen, zegt De Jong, terwijl de groep zich door de verlaten straten van het 1300 zielen tellende dorp beweegt. “Maar hier hebben zich dus enorme knokpartijen voorgedaan, compleet met politie die menigten uit elkaar sloeg met wapenstokken”.  De groep staat stil bij het huis van bakker Beukema. Deze ‘olle baas bakker’ liet De Cock kennismaken met boeken van theologen die de predikant zelf nog niet kende: Smijtegeld, Hellenbroek, Brakel.

Moet je voorstellen, zegt De Jong. “In die tijd sprak je een predikant echt niet zomaar tegen. En dan zegt zo’n eenvoudige bakker: dominee, u heeft het niet bij het rechte eind!” Een eindje verderop, op de hoek van de Leensterweg en de Schapenweg, houdt de groep opnieuw stil.

Hier, zegt De Jong, verzamelden de aanhangers van De Cock. Nadat die geschorst was hield hij zijn preken in zogenoemde conventikels. “Hij deed dat niet zelf, maar liet voorlezers prediken: dagloners, turfstekers, ongekend in die tijd. Bijeenkomsten van meer dan twintig mensen die over politiek of religie spraken waren verboden. Hij moest dus zorgen dat hij daar onder bleef, en soms kwam er een inval en moest een stiekeme eenentwintigste bezoeker zich snel verstoppen. Op overtreding stond een boete van vijftig gulden, een jaarinkomen in die tijd.”

De Jong begrijpt de aantrekkingskracht van De Cock wel, zegt hij, zeker als je je voorstelt dat zijn aanhangers in kleine groepen samenkwamen, dat moet iets magisch hebben gehad. De schrijver wijst naar het kerkgebouw aan de overkant. Vóór het in 1901 in rode baksteen gebouwde monument staat de oranjegele frituurbus van Jalo’s snacks on the road. “Die kerk daar zou de ware kerk, de ware erfgenaam van de Afscheiding zijn. Maar er zijn er vijf die dat zeggen.” De leer van De Cock is de bevindelijke, zegt De Jong. “Hij zei: iedereen, ongeacht sociale klasse, kan geraakt worden. Maar daarvoor moet je je hart ruimte geven voor de Heilige Geest.”

Mores van de kerk

Een van de wandelaars is Nelleke Buzeman. Hoe het kan, vraagt zij, dat dit zo haaks staat op de traditie waarin zij is opgegroeid? “Daar telde alleen het hoofd, alles onder de kin deed niet mee. En nu hoor ik dat De Cock zei: zet je hart open. Dat herken ik totaal niet.” Buzemans hele familie was met het geloof bezig, vertelt ze, een voorouder was medestichter van de christelijke gereformeerde kerk van Nieuwe Pekela.

Toen zij zichzelf steeds minder in de mores van haar kerk kon vinden, was dat een enorme worsteling. “Ik stond een keer bij de benzinepomp op zondag en dacht: straks komt er een grote hand uit de hemel die me grijpt.” Een reis volgde, via antroposofie en theosofie, nu volgt ze een cursus theologische vorming. Het voedt haar, zegt ze, om andere visies te horen. “Daarom ben ik hier, om te ontdekken wat mijn voorouders bezielde, waarom ze zo bevlogen waren.”

De wandeling eindigt in het vroegere woonhuis van De Cock, waar vandaag de dag bewoonster Bep Hoogerbrugge handwerkcursussen geeft. Geen soldaten met bajonetten in de werkkamer van de predikant, zoals in 1834, maar plastic kratten met bolletjes garen in duizend kleuren. De soldaten die hier ingekwartierd zaten, gedroegen zich alsof ze de baas waren, vertelt De Jong, ze verscheurden Bijbels, vloekten met opzet en o wee als Frouwe, De Cocks echtgenote, hen niet genoeg te eten gaf. “En de ramen zaten dichtgespijkerd. De Cock had huisarrest, hij mocht het pand pas verlaten als de preek voorbij was. Hierachter hield hij zijn hagenpreken.”

Politiegeweld

Marcel de Jong is zelf atheïst, vertelt hij. Maar de vrouw van zijn vader, die De Cock heette, had een schilderijtje aan de muur hangen, van een jongetje. Dat was haar opa, vertelde ze desgevraagd, en het was geschilderd door de kleinzoon van de beroemde dominee. De Jong ging zich inlezen over die voorganger. “Ik werd gegrepen door de klassenstrijd. En hoe het mogelijk was dat er zo veel politiegeweld aan te pas kwam.”

Het duurde nog jaren voor het boek klaar zou zijn, de schrijver moest eerst nog het nodige overwinnen. “Ik ben én niet kerks, én niet Gronings, dus ik was op twee fronten een outsider. Maar op een gegeven moment dacht ik: hoe veel moet ik nog lezen? Ik begin gewoon. Toen begon het verhaal zich letterlijk te ontrollen.” En ja, zegt hij, hij is nog steeds atheïst. “Dat is al milder dan voorheen, want ik had er helemáál niets mee op. Ik heb wel veel meer begrip gekregen voor de steun die mensen aan hun geloof ontlenen.”

‘De Afscheiding’ van Marcel de Jong is verschenen bij uitgeverij Passage; 368 blz; € 20,99
Meer weten over de wandelingen: www.groningerkerken.nl

Hoe zat het ook alweer?

Hendrik de Cock (1801-1842) werd in 1829 dominee in Ulrum. Al snel kreeg hij het aan de stok met de elite. De Cock vond de heersende leer veel te liberaal, en hij stoorde zich aan het dedain waarmee de notabelen neerkeken op het gewone volk. Het volk dat steeds vaker wegbleef uit de kerk, maar dat wel razend enthousiast was over deze nieuwe dominee.

Op 19 december 1833 werd De Cock geschorst, een halfjaar later werd hij afgezet, en er werden soldaten bij hem ingekwartierd die erop toezagen dat hij zich aan de regels hield. Weer later werd hij wegens verstoring van de rust veroordeeld tot drie maanden cel en met zijn gezin uit de pastorie gezet. In 1834 splitsten De Cock en zijn aanhangers (duizenden, inmiddels) zich af. De Afscheiding leidde tot zelfstandige gereformeerde kerken naast de Nederlandse Hervormde Kerk.

Lees ook: Afscheiden volgens De Cock
Voordat hij zich van de kerk afscheidde probeerde Hendrik de Cock die kerk eerst van binnenuit te veranderen. Maar onder collega-predikanten en kerkbestuurders kreeg hij geen gehoor, vertelde Harry Veldman, die op onderzoek naar de Afscheiding promoveerde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden