Beeld Maartje Geels

Column Filosofie

Op weg naar de dood moeten we ons staande houden in een zee van liefde

‘Wat zal er zijn na de dood?’ Die vraag kwam langs toen ik vorige week met mijn leesgroepje plaatsnam aan de ronde tafel van het verder nog lege restaurant. 

Al sinds jaar en dag buigen we ons eens in de zoveel weken over teksten van oude denkers: Meister Eckhart, Dogen, Kierkegaard. Daarna eten we vis bij Klaas en praten nog wat na. Een eenstemmig koor zijn we bepaald niet. Gelukkig maar.

Met z’n vieren waren we deze keer: een zenmeester, een filosoof, een theoloog en ik. “Wat zal er zijn na de dood?” De zenmeester glimlachte even en herhaalde toen de woorden die de Japanse monnik Sengai vanaf zijn sterfbed riep: “Ik wil niet dood”. De blik van de filosoof werd ernstig en in zijn woorden klonk een mengeling van gelatenheid en verdriet: “Zodra we sterven, valt het bewustzijn in stukjes uiteen”. Vorig jaar had hij een zware operatie ondergaan en even op de grens van leven en dood gebungeld. Toen gebeurde het, dat uiteenvallen. Een nare, onthutsende ervaring was het.

Toen de theoloog sprak, begonnen zijn ogen te glinsteren. Tachtig jaar is hij inmiddels, maar het geloof dat hij als kind had, was al die tijd – zo moest hij bekennen – onveranderd gebleven: “Na mijn dood zal ik misschien wel Jezus ontmoeten”. Wij knikten instemmend: ja, wie weet.

Waargebeurde verhalen

Ook ik wilde op de vraag ingaan, maar de woorden kwamen niet. Of ze wilden niet gevonden worden, kan ook.

We aten en dronken wat en de filosoof – een meesterverteller van absurde maar waargebeurde verhalen – zorgde voor de nodige lachsalvo’s. Om een uur of acht braken we op en ging ieder weer zijns weegs.

Op weg naar huis, langs het uitgestrekte IJ, moest ik denken aan wat mijn vader ooit zei in een radio-uitzending van ‘Sunday morning coming down’. Jan Donkers, die in de jaren negentig dit muziekprogramma voor de VPRO maakte, had het idee opgevat om mijn vader te interviewen en ondertussen zijn lievelingsplaten te draaien. Een dominee met een grote liefde voor popmuziek, daar kon Donkers wel wat mee. En of hij ze dan zelf wilde aankondigen, die nummers, aan de hand van een of andere herinnering of levensgebeurtenis. Zo geschiedde.

Aan het eind van het interview vroeg Donkers aan mijn vader of hij misschien nog iets te zeggen had tot ‘het volk’. Mijn vader, zo te horen even van zijn stuk gebracht door de vraag, antwoordde toen: “Ik denk dat we allemaal komen uit een zee van liefde en dat we ook allemaal weer terugkeren naar een zee van liefde. In de tussentijd moeten we onszelf zo goed mogelijk staande zien te houden en niet alleen liefde ontvangen maar vooral ook liefde geven.”

Banale werkelijkheid

De woorden staan als in mijn ziel gegrift. Hoe vaak schiet ik niet tekort? Hoe vaak winnen egoïsme, gedachteloosheid en ergernis het niet van liefde en zelfopoffering? En dan toch: die zee. Die zee die op de meest onverwachte ogenblikken ineens inbreekt in de alledaagse, banale werkelijkheid: zomaar ergens op straat, bij het openslaan van een boek, tijdens een gesprek.

Fietsend over de Jan Schaeferbrug hoorde ik weer de vertrouwde klanken van Wishbone Ash, David Bowie en Fleetwood Mac. De zon blonk op het kalme wateroppervlak terwijl een schip in de verte schitterend richting koos.

Theoloog Welmoed Vlieger (1976) studeerde wetenschap van godsdienst en levensbeschouwing en ook wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hier leest u haar eerdere columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden