AnalyseNa de lockdown

Ook na lockdown beweegt de kerk richting thuis: ‘Laten we hopen dat dit groot wordt’

Een huiskerk in Drachten, december vorig jaar. Wegens corona kwam men samen onder de carport, met barbecue, bijbels en kerstboom met lichtjes.  Beeld Sjaak Verboom
Een huiskerk in Drachten, december vorig jaar. Wegens corona kwam men samen onder de carport, met barbecue, bijbels en kerstboom met lichtjes.Beeld Sjaak Verboom

Ook kerken staan voor de vraag hoe ze verdergaan na de pandemie. Ervan uitgaan dat de mensen wel weer komen, is geen optie. ‘We moeten naar de mensen.’

Wandelen is in de mode, ook in Dronten. Twee aan twee gaan kerkenraadsleden van de Protestantse Gemeente Dronten maandagavond op pad, voor 5 of 2,5 kilometer. Ze krijgen koffie in hun meegebrachte beker mee, en een thema: hoe ziet de kerk eruit na corona? Hun ideeën daarover delen ze na de wandeling live, of via Zoom – dat moeten ze nog even bekijken.

Lockfree-groepen noemt dominee Wim Terlouw de wandelduo’s die op pad gaan om plannen te maken voor de kerk na corona. Want nu de maatschappij langzaam van het slot gaat, komt er ook in de kerk meer ruimte. De Protestantse Gemeente in Dronten is net als veel andere PKN-kerken voorzichtig. Hoewel al eerder dertig bezoekers naar de kerk mochten, gaat dat in Dronten vermoedelijk pas over twee weken voor het eerst weer gebeuren. Wanneer het slot er voor kerken helemaal af is – ook voor bijeenkomsten door de week – is nog niet duidelijk. Met de vakantie erbij wordt het vast september voordat de zaak weer los kan.

Maar hoe? En met wie? Kan de kerk gewoon op de oude voet verder, of is de coronacrisis aanleiding het roer om te gooien? Is er kerkhonger, een groot verlangen om weer naar de kerk te gaan? Of is er huiver, en is de schroom om naar de kerk te gaan alleen maar groter geworden nu blijkt hoe comfortabel het is om thuis en ook nog op een zelfgekozen tijdstip, een dienst te volgen?

Coronahuiver

“Ik kom beide tegen”, zegt dominee Terlouw over zijn middelgrote gemeente in Dronten. “Er zijn oude, getrouwe leden die het contact missen en zeker weer gaan komen. Maar de honger is niet overdreven groot, het is een beetje een romantisch beeld dat de mensen zo kerkbegerig zijn.”

Tegelijkertijd ziet hij dat de onlinediensten goed worden bezocht. Terlouw leidt daaruit af dat onregelmatige kerkgangers kennelijk liever betrokken willen zijn bij de plaatselijke gemeenschap dan bij de landelijke tv-dienst. De coronacrisis heeft kerken, ook buiten Dronten, in elk geval geleerd dat de onlinediensten voorzien in een behoefte. Die zullen blijven, zo is overal de verwachting, al is het vast in aangepaste vorm als de kerkbanken weer beter gevuld zijn. En verder – daarover laten ze in Dronten nu eerst de wandelende kerkbestuurders aan het woord.

Dat voorbereiden op de kerk na corona is goed en hard nodig, zegt René de Reuver, secretaris van de landelijke PKN. “Kerkbesturen moeten niet denken dat ze de mensen wel bereiken met oude vormen”, zegt hij. Trouwe kerkgangers ziet hij wel weer komen, tenminste als ze zich veilig voelen. In die zin spreekt hij eerder van coronahuiver dan van kerkhuiver. Voor hen zal belangrijk zijn dat ze elkaar kunnen ontmoeten en niet, zoals nu, meteen na de dienst weer moeten vertrekken zonder iemand te hebben gezien. “Want die ontmoeting is heel wezenlijk, ook dat heeft corona geleerd.”

De Reuver noemt het ‘een enorme opgave’ om de mensen bij wie de band met de kerk al dunner was, bij de kerk te betrekken. “Het automatisme dat mensen toch wel komen stond al onder druk, en dat is door corona alleen maar versterkt. Kerken zullen zelf op zoek moeten naar mensen, mensen komen niet automatisch naar ons. Dat vraagt veel inzet en creativiteit.”

Dauwtrappen

Alles begint volgens hem met persoonlijk contact. Een kaartje van de kerk, een telefoontje, dat wordt gewaardeerd, weet De Reuver. Kerken zijn vaak georganiseerd in wijken, van die structuur moeten ze gebruikmaken. Hij ziet ook nieuwe dingen gebeuren, dauwtrappen, wandelingen. “Dat geeft energie en iets van vertrouwen voor de toekomst.”

Als iemand zelfs vol vertrouwen is over de toekomst van de kerk, dan is het wel de katholieke tv-presentator Leo Fijen. Dat mag verrassend heten. Vorig jaar stelde hij een boekje samen over kerken in coronatijd. Protestantse auteurs waren daar nog vrij positief over, maar van katholieke zijde klonken alleen maar sombere geluiden. De ene na de andere deskundige beschreef de armoedige toestand waarin de katholieke kerk verkeert. Buiten de zondagse mis was er al weinig, en toen die samenkomsten wegvielen was er eigenlijk niks meer. Menig parochiaan miste elk teken van leven van kerkelijke zijde. Ook Fijen voegde zich in dit koor. Hij was teleurgesteld dat toen er weer meer mensen mochten komen, ook zijn eigen kerk leeg bleef.

Maar nu, een krap jaar later, ziet hij het met de kerk weer helemaal zitten. Digitaal heeft zijn parochie grote sprongen gemaakt, er is wekelijks een nieuwsbrief gekomen. Maar de grootste verandering is, zegt hij, dat in de geloofsgemeenschap van 400 zielen, tien informele leiders zijn aangesteld. Zij ontvangen wekelijks één geloofsgenoot, met wie ze een korte huiskamerviering houden, met een kaars, gebed, een stukje uit de Bijbel, een gesprek.

“Iedereen begon eraan met tegenzin”, vertelt hij over de recente evaluatie. “Katholieken doen het geloof, ze vinden het gezellig, ze hechten aan rituelen. Maar nu werden ze gedwongen om door de week bij elkaar te komen, uit de Bijbel te lezen en te praten aan de hand van een thema. Dat is een gigantische stap.” Maar wel eentje die goed beviel. “Iedereen was laaiend enthousiast. De huiskamer vervangt de mis op zaterdag of zondag niet, maar is wel een impuls voor gemeenschapszin en verdieping.” Na de zomer gaan ze ermee door, en dan liefst met meer mensen dan die ene die nu op bezoek mocht.

Discipelgroepen

“Ik voorspel dat dit een trend wordt”, zegt Fijen. Die kleine sociale verbanden door de week waarin gegeten, gevierd en gepraat wordt, zijn essentieel in de organisatie van veel populaire evangelische gemeenschappen. Ook meer traditionele Pinkster- en evangelische kerken hebben er ervaring mee. “Bijna elke gemeente heeft wel een vorm van kleine groepen”, zegt Machiel Jonker, voorzitter van de verenigde Pinkster- en en evangeliegemeenten, waarbij 140 kerken zijn aangesloten. In die ‘discipelgroepen’, ‘huisgroepen’ of ‘connectgroepen’ wordt, zegt Jonker, ‘de anonimiteit doorbroken’. “En ik hoor dat die verbinding tussen mensen tijdens corona is versterkt, sommige zijn daarvoor gesplitst in kleinere aantallen die wel zijn toegestaan.” Maar hij wil het niet mooier maken dan het is: sommige kleine verbanden hebben stilgelegen, wat hem doet concluderen dat het beeld ‘wisselend’ is.

Jonker constateert dat zijn achterban van kerken volop ‘in de modus van het opschalen’ zit. Er wordt weer gekerkt met dertig mensen, en grotere gemeenschappen van meer dan driehonderd mensen maken graag van de mogelijkheid gebruik daar nog 10 procent van de mensen bij te zetten. Volle kerken verwacht hij eind van de zomer weer.

Dat vindt hij mooi, maar de kerken kunnen niet zomaar weer door met hoe het was: “Als er geen verschil is met voor corona, dan doen we het niet goed”, vindt Jonker. Never waste a good crisis, is zijn motto: “Het is nooit, o, crisis, help wat erg. Ik zeg: de kerk gaat veranderen, we zetten een stap voorwaarts.”

Dat kunnen kerken volgens hem doen door die kleine groepen door de week te versterken, wellicht aangevuld door mensen een geloofsmentor te geven die hen begeleidt. “De beweging moet zijn van het podium op zondag naar de huiskamer, of misschien nog een stapje verder, naar het gezin. De godsdienstoefening moet thuis plaatsvinden. Het is niet de vraag: ben ik er met de zondag. Nee, de vraag is: ben ik bereid Jezus 24 uur per dag te volgen. Op zondag mag je de oogst ophalen van wat er door de week is gebeurd.”

Ook de PKN met haar 1,5 miljoen leden is zich bewust van de waarde van de huiskerken. “Laten we hopen dat dit groot wordt”, zegt scriba De Reuver, die dit ziet als een van de creatieve initiatieven voor het kerkelijk leven na corona.

De dood in de pot

“Laat duizend bloemen bloeien”, zegt bisschop Gerard de Korte van Den Bosch over de huiskamerbijeenkomsten. Hij ziet ook andere initiatieven waar hij blij van wordt. Honderd gezinnen in Uden die elkaar digitaal ontmoeten, doordeweekse vieringen die goed worden bekeken, hij hoort plannen voor een permanente inloop in kerken en parochiehuizen, waar gastheren en -vrouwen klaarstaan met een kop koffie.

“Parochies moeten aan de bak”, vindt hij. “Op de winkel passen is de dood in de pot. Het is ook een kwestie van gemotiveerde pastores, die dingen doen waar ze van overtuigd zijn en die energie geven.”

Of de mensen daarmee de weg naar de kerk weer gaan vinden, dat weet De Korte niet. Hij spreekt over een kwetsbare gemeenschap en hij kent de sombere prognoses over de katholieke kerk in Nederland. “Maar we mogen nooit de handdoek in de ring gooien”, zegt hij. Zijn belangrijkste advies: “Wees een verwelkomende kerk. De sfeer van ons kent ons, van relatieve beslotenheid, die kan je met gericht beleid doorbreken. Zorg in elk geval dat mensen na corona niet worden weggejaagd.”

Lees ook:

De online diensten bevallen de kerk in Dronten best goed: ‘We imiteren de gewone diensten vreselijk goed’

De Protestantse Gemeente in Dronten blijft nog even alleen online diensten houden. Dat bevalt eigenlijk best goed. En ook voor de doordeweekse dingen zoeken ze naar alternatieven voor het directe contact.

Hoe overleven de kerken, zonder collectegeld en opbrengst van verhuur?

De coronacrisis raakt de financiën van kerken en moskeeën: collecteopbrengsten zijn veel lager, net als de opbrengsten uit verhuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden