MinaretEildert Mulder

Ooit lieten moslims ‘moskee­klokken’ luiden. Sterker: zulke moslims zijn er nog

Een zwaluw brengt geen zomer. Toch is het opvallend dat moslimorganisaties in India zich dezer dagen beraden op een kwestie die ook in Nederland speelt, alleen omgekeerd.

Er zijn Nederlandse moskeeën die dolgraag met versterkers de gelovigen zouden willen oproepen tot gebed, bijvoorbeeld de Blauwe Moskee in Amsterdam. Die Indiase organisaties willen juist geluidsoverlast beperken. Kleine moskeetjes moeten niet langer, vinden ze, als brullende tropische gekko’s een hele stad oproepen tot gebed. Laat liever het werk voortaan per stadswijk of dorp over aan één enkel gebedshuis.

Indiase moslims staan onder zware druk en mogelijk willen ze hindoes paaien. Maar misschien zijn ook veel moslims zelf het kabaal wel beu. In Mumbai is een straat waarboven van begin tot eind luidsprekers hangen die zelfs hele preken omzetten in absurde massa’s decibellen. Je denkt dat er een helikopter opstijgt.

Klokken tijdens de gebedstijden

Op Mohammed kunnen liefhebbers van die lawaai-explosies zich niet beroepen, want die had geen luidsprekers. De eerste muezzin, Bilal, spoorde zingend de profeet en andere gelovigen aan te bidden. De vraag blijft hoe de allereerste moslims vóór Bilal de gebedstijden markeerden. De in 1991 overleden Palestijns-Israëlische historicus Suliman Bashear botste op een verrassend antwoord: met klokgelui. Bashear studeerde aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, later doceerde hij aan de Palestijnse universiteiten in Nablus en Birzayt.

Van zijn Israëlische hoogleraar kreeg hij een tip over stokoude handschriften in Damascus. Door zijn Israëlische nationaliteit kon Bashear zelf niet naar Syrië, maar PLO-kopstukken bezorgden hem fotokopieën.

Daarin vond hij een verhaal als zou Mohammed, voor de aanstelling van Bilal, klokken hebben laten luiden op de gebedstijden. Meteen ter relativering: een ander handschrift noemt klokken fluiten van de duivel. Geen engel bezoekt een stad als er een klok hangt. Bashear, die een boek schreef over die handschriften, was dol op zulke tegenstrijdigheden. Ze geven een indruk van discussies die in de vroege islam zijn gevoerd, over van alles, ook klokken dus.

Klokgebeier in Atjeh

Dat ene verhaaltje is natuurlijk te zwak om iets zinnigs over Mohammed te zeggen. Maar het zou er wel op kunnen duiden dat er ooit moslims waren die ‘moskee­klokken’ lieten luiden. Sterker: zulke moslims zijn er nog. Het is te lezen in het boek ‘Atjeh, het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis’, van Anton Stolwijk, uit 2016.

Hij beschrijft de Nederlandse oorlog tegen het sultanaat Atjeh in het noorden van Sumatra, eind negentiende begin twintigste eeuw. Stolwijk woonde in Atjeh en wisselt zijn geschiedverhaal af met hedendaagse indrukken. Hij geeft een beeld van de oorlog zoals die echt gevoerd is en tegelijk van de collectieve herinnering eraan, vaak ingekleurd met legendes.

In het bedevaartsoord Tanoh Abee, destijds een centrum van verzet, treft hij een bibliotheek aan met handschriften. Oorlogskronieken zijn er niet. Verbrand door de Nederlanders of overgebracht naar de Universiteit van Leiden, zegt de beheerster. Tot zijn verbazing hoort Stolwijk klokgebeier. “Aan moderne fratsen als microfoons en versterkers doen ze hier niet”, legt zijn chauffeur uit. “De oproep tot gebed gaat hier met oude bronzen klokken. Uniek in de islamitische wereld, voor ­zover ik weet, maar geheel volgens de Atjehse tradities.” Ook een idee voor Indiase moslims of de Blauwe Moskee?

In de rubriek ‘In de schaduw van de minaret’ leest u bespiegelingen over de islamitische wereld van Eildert Mulder, arabist en oud-redacteur van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden