Beeld Trouw

Column Stijn Fens

Ons bezoek aan de Sixtijnse Kapel werd een helse overlevingstocht

Het was niet mijn idee. Daar kan niemand mij van beschuldigen. Ik ben bereid een test met een leugendetector te ondergaan, waarin ik – zonder ook maar één druppel transpiratie – zal verklaren dat het mijn kinderen waren die met het idee kwamen om naar de Vaticaanse Musea te gaan of, om precies te zijn, naar de Sixtijnse Kapel. Maar dat laatste kan niet zonder het eerste. Misschien weet u dat wel.

Normaal mijd ik de Vaticaanse Musea als de hel. Te veel mensen die in een te kleine ruimte naar dezelfde dingen willen kijken. Daar komt mijn bezwaar kortgezegd op neer. Als ik weleens in de buurt van het museum moet zijn en de lange rij met dan al uitgeputte toeristen gadesla, overvalt mij een gevoel van medelijden en opluchting tegelijk.

Dit blijft mij bespaard, denk ik dan.

Nu ging ik toch. Het was 34 graden in Rome en ik troostte mij met de gedachte dat het geweldig was dat mijn kinderen uit zichzelf naar een museum wilden.

De toegangskaarten kochten we online, zodat we niet in de rij hoefden te staan. Mijn dochter had speciaal voor de gelegenheid een lange broek aan gedaan. Anders mocht ze misschien de Sixtijnse Kapel niet in. “Die broek zit niet lekker”, zei ze toen we het museum binnenliepen. “En waar is die rij nou papa?”

Race tegen de warmte

Die stond binnen. Het was vol, erg vol. Hadden al die mensen hetzelfde tijdvak als wij gereserveerd? Nee toch? Nadat we door de veiligheidsspoortjes waren gegaan en ik onze toegangskaartjes bij een loket had afgehaald, zagen we tussen alle andere bezoekers door een bordje met ‘Sixtijnse Kapel’ erop. Er zouden er nog vele volgen.

“Ik heb het zo warm”, zei mijn dochter toen we ons hadden aangesloten bij een grote groep mensen die dezelfde richting uitliep.

We kochten een flesje water. Dat hielp even. Vervolgens gingen we naar de Pinacotheek. “Daar is het rustig en de airco is er goed”, zei ik met zoveel mogelijk gezag in mijn stem. Dat bood soelaas. Maar de lokroep van de Sixtijnse kapel was te sterk.

Dus liepen we de honderden lotgenoten achterna die ook maar in één ding geïnteresseerd leken. “Ik voel me echt niet lekker”, zei mijn dochter. We stonden voor de ‘Augustus’ van Prima Porta, het weergaloze beeld van de eerste Romeinse keizer, maar mijn dochter kon er niet van genieten. “Ik ben zo misselijk”, zei ze. Mijn zoon legde een arm om haar schouder.

We besloten vaart te maken. Het werd een race tegen de warmte, de mensen om ons heen en tegen die duizenden kunstobjecten die we links en rechts lieten liggen. Die hadden iets van : “En wij dan?” Ik wees nog op de ‘Apollo’ van Belvedère (“Schitterend toch?”) en het beeld van Laocoön en zijn zonen die door slangen van Poseideon worden gewurgd. (“Kijk eens naar die worsteling.”) Het kwam nauwelijks meer binnen bij mijn kinderen. Het was een overlevingstocht geworden.

Toppunt van beschaving

Toen zag ik in de verte een lege gang die naar de Sixtijnse Kapel moest leiden. Voor we het wisten stonden we binnen. “Naar het midden, naar het midden”, zei een suppoost op zeer onvriendelijke toon. Daar stonden tientallen andere overlevenden. Velen van hen hadden een korte broek aan. “We worden gegijzeld”, zei mijn dochter. Slechts even keken we omhoog naar de fresco’s die we eigenlijk al goed kenden en zeiden toen tegelijk: “We gaan eruit”.

Wat is het jammer dat dit museum zich hetzelfde gedraagt als een aantal seculiere collega’s. Zoveel mogelijk geld verdienen in zo kort mogelijke tijd, dat is het enige dat hier lijkt te tellen. Waarom niet minder mensen toelaten, zodat al die prachtige beelden, fresco’s en schilderijen weer echt zichtbaar worden? Kunst is een toegangspoort naar God. Die zit nu potdicht.

Bij een McDonald’s in de schaduw van de Sint-Pieter kwamen we weer een beetje bij. Het fastfoodrestaurant leek plotseling een toppunt van beschaving. Toen ik in de rij stond voor mijn eten, keek ik rechts van mij en daar stonden Laocoön, zijn zonen, de Apollo van Belvedère en de Augustus van Prima Porta.

“Wij hebben ook genoeg van al die mensen”, zei Apollo terwijl hij servetjes en rietjes op zijn dienblad legde. “We gaan in staking”.

Mijn zegen hebben ze.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden