Column

Om iets goed te begrijpen, moet je dat andere leren kennen

Eva Meijer. Beeld Werry Crone

Alle filosofen van wie ik hou, zijn dood. Dat betekent niet dat ik ze niet kan ontmoeten, in de tekst zijn we voortdurend in gesprek. Toch ben ik blij dat er van een aantal van hen bewegend beeld is.

Op YouTube staat een video van Jacques Derrida. Hij zit op een stoepje naast een spierwit hek, zijn even witte haar lijkt licht te geven, alsof een lamp in zijn hoofd door zijn schedel naar buiten schijnt. Over de camera heen spreekt hij tegen een interviewer buiten beeld, hij knijpt zijn ogen een beetje dicht tegen de zon. De eerste vraag van de filosofie, vertelt hij, is de vraag naar het zijn van het zijnde. 

Wat is het zijnde? Maar in die vraag schuilen al bepaalde aannames, zoals dat vragen de vorm van filosofie is – waarom is dat niet stellen? Is ­vragen eigenlijk stiekem niet stellen? Er ligt ook al een orde in besloten. Het heden wordt bijvoorbeeld voor­getrokken ten opzichte van het verleden en de toekomst. “Ik heb niets tegen vragen”, zegt Derrida, maar vragen zijn niet zo onschuldig als ze lijken.

‘Now what we don’t want is Facts.’ De derde roman in de seizoenscyclus van Ali Smith, ‘Spring’, valt met de deur in huis. De mensen willen geen waarheid, maar vermaak, gelijk, en het liefst ook bloed zien. De tekst waarmee het boek opent, over feiten, is een tekst in de tekst, geschreven door een van de personages, want Spring gaat (mede) over verhalen in verhalen. Alle verhalen die we vertellen, rusten op andere verhalen, en wie we zijn, of denken te zijn, berust weer op die verhalen, die leunen op eerdere verhalen, enzovoorts.

Vooronderstellingen 

Filosofie is voor Derrida spoorzoeken. Alles waar we over denken, draagt sporen mee van wat het niet is, en om iets goed te begrijpen, moet je dat andere leren kennen. Dit zie je al in de woorden zelf, die nooit precies ­betekenen wat ze betekenen. Ludwig Wittgenstein schrijft dat de enorme verscheidenheid van manieren waarop we woorden gebruiken niet tot ons doordringt, omdat de kleren van de taal alles gelijkmaken. Het woord liefde doet het bijvoorbeeld lijken alsof we het over één gevoel hebben, maar liefde kan zo veel zijn. (Ik hou van Wittgenstein, Wittgenstein is dood, en toen ik Ali Smith vorig jaar sprak, zei ze dat ze voor mij zijn graf zou bezoeken, omdat zij in Cambridge woont, waar hij begraven ligt.)

Verhalen weven de tijd aan elkaar, vragen dragen hun geschiedenis in zich, en mensen proberen steeds de boel in kaart te brengen. Daarin zijn we niet helemaal machteloos. We kunnen de vraag naar de vraag onderzoeken, bijvoorbeeld bij een vraag van een populistische politicus. Op welke vooronderstellingen berust deze vraag, welke verhouding tot het andere, en de concrete ander, zit erin? (In het onderzoeken van de vraag naar de vraag geven romans meer richting dan tweets.) En we kunnen woorden gebruiken om nieuwe verhalen mee te vertellen, die weer andere verhalen zullen uitlokken, waar mensen na ons en daarna mee in gesprek kunnen gaan.

Eva Meijer (1980) is filosoof, schrijver en singer-songwriter. Ze promoveerde op de politieke stem van het dier en in 2011 debuteerde ze met de roman ‘Het schuwste dier’. Voor Trouw schrijft ze om de week een column.

Lees ook: 

De seizoenscyclus van Ali Smith

In ‘Winter’, het tweede deel van haar seizoenencyclus, schrijft Ali Smith over de brexit en Grenfell Tower, maar ook over ons hyperbewustzijn. Lees hier de recensie die Rob Schouten over het boek schreef.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden