Column

Nummer 34 wees Ajax de weg

Stijn Fens. Beeld Trouw

Op 8 juli 2017 kreeg Ajax-speler Abdelhak ‘Appie’ Nouri tijdens een oefenwedstrijd tegen Werder Bremen in het Oostenrijkse Zillertal een hartstilstand. Hij werd op het veld gereanimeerd en met een helikopter naar een ziekenhuis in Innsbruck gebracht. Vijf dagen later werd bekend dat Nouri ernstige en blijvende hersenschade had opgelopen. De kans op herstel werd ­‘nihil’ geacht. Sindsdien leeft hij in een laag bewustzijn.

Het klinkt als de aanhef voor een heiligenverhaal. Wat tot nu toe ontbreekt is de wonderbaarlijke genezing.

Afgelopen woensdag werd Ajax kampioen van Nederland. Voor de 34ste keer. Niets is toeval. Je moet het alleen wel willen zien. Nouri koos bij zijn overgang naar het eerste elftal van Ajax bewust voor rugnummer 34, omdat hij de Amsterdamse club dolgraag voor de 34ste keer kampioen wilde maken.

Verering op de minuut

Nouri is nu al een jaar en tien maanden afwezig en tegelijk ongelooflijk aanwezig. Zijn shirt met het rugnummer 34 hing tot voor kort gewoon klaar in de kleedkamer van Ajax. De 34ste minuut in een Ajax-wedstrijd werd een altaar te midden van andere onbelangrijke minuten. De tijd als eerbetoon. Verering op de minuut af.

Op het speciale kampioensshirt dat alle Ajax-spelers na de kampioenswedstrijd kregen, stond een afbeelding van Nouri met het nummer 34. Naast de heilige getallen 3 of 7, is er nu 34. “Zelfs trainer Erik ten Hag trok na het laatste fluitsignaal het shirt onder zijn jasje aan”, schreef de Telegraaf alsof het hier om een nieuwe bekeerling ging. Nouri’s boezemvriend Donny van de Beek had de landstitel al aan ‘Appie’ opgedragen, voordat deze werkelijk behaald was. “Maar ik denk toch elke keer weer: wat was het toch mooi geweest als Appie erbij zou zijn. Dat laat me niet los.”

Het klonk als een gebed.

Op internet vroeg een Ajax-fan zich af of Nouri nog iets had meegekregen van het kampioenschap. Ik had dezelfde gedachte. Heeft zijn familie het hem verteld en heeft hij toen even geglimlacht? We weten het niet, maar hij was er natuurlijk wel bij, in Doetinchem bij die kampioenswedstrijd, afgelopen woensdagavond. In de hoofden van de Ajax-spelers dribbelt Nouri nog altijd rond. Hij leidt hen in ­zekere zin.

Profeet

Nouri geeft voor Ajacieden en fans zin aan wereldse zaken zoals doelpunten, tegentreffers en restverdediging. De liefde voor hem verbindt hen en maakt voor hen het kampioenschap bijna tot een teken van de voorzienigheid.

Naast nummer 14 van Cruijff is er nu nummer 34. Cruijff wees het voetbalvolk in de woestijn de weg naar het beloofde voetballand. Nouri is een van zijn profeten. Of moet ik schrijven ‘was’? (Henk Spaan worstelde bij het schrijven van zijn boek over Nouri met hetzelfde: schrijf je over hem in de tegenwoordige of verleden tijd?)

“Arme Nouri”, zei mijn dochter, vlak nadat Ajax-aanvoerder Matthijs de Ligt in Doetinchem de kampioensschaal in de lucht had gehouden. “Ga jij naar de huldiging?”, vroeg ze. Ajax zou de dag erop rond vier uur op het Museumplein in Amsterdam worden gehuldigd worden. “Nee, ik kan niet, want ik moet deze column schrijven”, antwoordde ik laf. Ik had kunnen gaan, maar bleef thuis. ­Te veel gedoe, te veel mensen. Dat zei ik maar niet.

Hemel en aarde

Op de middag van de huldiging zag ik op Twitter dat Amsterdam volliep met Ajax-fans. In gedachten liep ik met ze mee door de stad. Op foto’s zag ik dat velen van hen een shirt met rugnummer 34 aan hadden. Het leek wel een processie. Toen de huldiging zo’n beetje moest beginnen, zette ik de televisie aan. Het Museumplein stond vol met duizenden aanbidders: ­devoot, ondanks de drank.

Ik zat op de bank, maar voelde me met hen verbonden. Opgenomen in een onzichtbaar, maar o zo voelbaar groter geheel.

De vader en een broer van Nouri kregen uit handen van Mathijs de Ligt de kampioensschaal uitgereikt. “De droom van mijn zoon is uitgekomen”, zei de vader tot de verzamelde gelovigen. De Ligt nam het woord. Op zijn linkermouw zag ik het portret van Nouri . Hij zei dat ze hadden laten zien wat die ‘grote boven van ons verwachtte’. Hij doelde niet op God, maar op Cruijff. En toch raakten de hemel en de aarde elkaar even.

Je moet het alleen wel willen zien.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden