Analyse Kerkenonderzoek

Niemand zit te wachten op een lege kerk. Maar herbestemming is ingewikkeld

De Clemenskerk in Hilversum is tegenwoordig een trampolinewalhalla Beeld Lars van den Brink

Een op de vijf kerken in Nederland is geen kerk meer, en de verwachting is dat dat aandeel nog flink gaat groeien. Alhoewel het tempo van kerksluitingen veel lager is dan werd voorspeld. Kerken zijn creatiever geworden. Of is het uitstel van executie?

Het was een pijnlijk moment voor de gelovigen in Leeuwarden in het voorjaar van 2009: vier van de zeven kerken van de protestantse gemeente in de Friese hoofdstad moesten dicht. Het was, met steeds minder gelovigen, niet meer vol te houden. Om het verdriet om die kerksluiting ook in de kerkdiensten een plek te geven, werd er een lied geschreven. ‘Liet fan treast’, heet het in het Fries, ‘Lied van troost’.

‘Hoe pijnlijk het verlies van wat niet blijven mocht, voor ieder die zo trouw de eigen kerk bezocht. (...) Geef, Heer, geloof: wij staan in Christus niet alleen. Schenk ons uw troost: de kerk is meer dan hout en steen.’

Heftige voorspelling

Het lied mocht ook worden gebruikt in andere geloofsgemeenschappen die afscheid moesten nemen van hun kerkgebouw. Dat was niet zo gek gedacht. Het Jaar van het Religieus Erfgoed was nog maar net achter de rug, een jaar waarin volop was gepraat over hoe het verder moest met alle kerken die door ontkerkelijking, vergrijzing en krimp hun deuren zouden moeten sluiten.

In het bijbehorende ‘Strategisch Plan voor het Religieus Erfgoed’ stond een heftige voorspelling: ‘In Nederland zullen de komende tien jaar gemiddeld elke week minstens twee kerkgebouwen hun religieuze functie verliezen’. Dik honderd kerkgebouwen die jaarlijks de deuren zouden moeten sluiten, meer dan duizend in tien jaar tijd. Allemaal gemeenschappen die afscheid zouden moeten nemen van hun vertrouwde kerkgebouw. Allemaal gebouwen waarvoor een andere bestemming zou moeten worden gezocht.

Maar zo ging het niet. Trouw publiceerde deze week de uitkomsten van onderzoek naar herbestemming van kerken in Nederland. Uit dat kerkenonderzoek bleek dat een op de vijf kerkgebouwen een andere bestemming heeft gekregen: bijna 1400 van de bijna 6900 kerken in Nederland. Dat is een fiks aantal, maar als de voorspelling van tien jaar terug was uitgekomen, waren het er honderden meer geweest. Bovendien laat het aantal herbestemmingen in de afgelopen jaren niet echt een stijgende lijn zien.

Pand met mogelijkheden

“Ik schat in dat er ongeveer één kerk per week is dichtgegaan in het afgelopen decennium”, zegt directeur Alphons van der Voorn van kerkverzekeraar Donatus. “Afgaand op het aantal opzeggingen van kerken die bij ons verzekerd waren, blijft het gemiddeld steken op zo’n vijftig per jaar.” Donatus verzekert nagenoeg alle rooms-katholieke en zo’n 90 procent van de protestantse kerken in Nederland.

Ook cijfers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) laten zien dat het aantal herbestemmingen van kerken niet lijkt toe te nemen. Bij de RCE kunnen kerken subsidie aanvragen waarmee ze onderzoeken of en hoe ze hun gebouwen een andere bestemming kunnen geven. Daar zit geen stijgende lijn in: die subsidie werd telkens zo’n zeventig keer per jaar aangevraagd.

Steeds creatiever

Hoe komt het dat het aantal kerken dat een andere bestemming moet krijgen zoveel lager uitvalt dan gedacht? Aan de ontkerkelijking – de belangrijkste oorzaak van kerksluitingen – is immers geen einde gekomen.

“De meeste gelovigen hanteren het devies: we houden onze kerk zo lang mogelijk open”, zegt Jos Aarnoudse, directeur van de Vereniging van Kerkrentmeesterlijk Beheer in de Protestantse Kerk in Nederland. “En daar zijn ze steeds creatiever in geworden.” Terwijl er lange tijd naar een kerkgebouw werd gekeken als een last en een financiële molensteen, zien volgens Aarnoudse steeds meer gelovigen hun godshuis als een pand met mogelijkheden. “Op zondag een kerkdienst, op andere dagen van de week allerlei andere activiteiten waar wat geld mee kan worden verdiend én waarmee het dorp of de wijk beseft dat dat kerkgebouw een belangrijke rol voor de gemeenschap kan vervullen.”

De Dorpskerk van Ruurlo is daar een goed voorbeeld van. Die kerk werd vorig jaar flink verbouwd zodat er behalve de kerkdiensten ook allerlei andere activiteiten in het gebouw kunnen plaatsvinden. Na de verbouwing stelden de gelovigen de kerk drie weken lang gratis ter beschikking aan het hele dorp, zodat duidelijk zou worden hoe multifunctioneel de kerk was geworden. Dat werkte: meer dan twintig organisaties meldden zich.

Betrokken niet-gelovigen

Het is een goed voorbeeld van de creativiteit die gelovigen aanwenden om hun gebouw zo lang mogelijk open te houden. Een ontwikkeling die Wim Beekman, classispredikant in Friesland voor de Protestantse Kerk in Nederland, herkent en toejuicht. “Het is belangrijk dat de kerkelijke gemeente zo lang mogelijk dienst blijft houden in hun gebouw. Daarmee zijn ze zichtbaar in de gemeenschap. De ervaring leert dat dat de betrokkenheid vergroot.”

Want zeker in kleinere dorpen is het gebouw voor iedereen van betekenis. “Ook niet-gelovigen vinden het mooi dat er nog een religieuze functie in zit.”

Herbestemmingsprojecten duren lang en zijn doorgaans een grote uitdaging, maar er is vaak veel meer mogelijk dan kerken denken, is de ervaring van Petra Stassen. Als directeur van Kerkelijk Waardebeheer in Utrecht, een stichting die kerken adviseert over de herbestemming van hun vastgoed, helpt ze kerken om op een meer ondernemende manier met hun gebouw bezig te zijn. “We zien dat kerken steeds vaker commercieel willen verhuren. Maar dan moet er wel een zekere mate van professionaliteit zijn, anders komen de mensen niet. Daar helpen wij de kerken bij.”

Kop in het zand

Niet iedereen juicht het toe dat kerken op allerlei manieren proberen hun gebouw open te houden. Directeur Sylvia Pijnenborg van BOEi, een organisatie die zich bezighoudt met het restaureren en herbestemmen van cultureel erfgoed, vindt dat veel kerkeigenaren hun kop in het zand steken als het gaat om hun gebouwen. BOEi heeft een aantal kerken in bezit, en verwacht meer kerkgebouwen over te nemen. “Dat multifunctioneel maken van de kerk zal op sommige plekken goed werken, maar voor veel kerken betekent het vooral dat er wat tijd wordt gewonnen. Op de lange termijn is het niet vol te houden en daarom moet je nu ook al kijken welke andere kansen er zijn.”

Dat in de afgelopen jaren veel minder kerken een andere bestemming hebben gekregen dan verwacht, betekent volgens Pijnenborg dat “het putje nu nog wat verstopt zit, maar dat daar in de komende jaren een grote hoeveelheid kerken doorheen gaat spoelen”.

Tsunami van sluitingen

Dat is ook de verwachting van directeur Van der Voorn van kerkverzekeraar Donatus. “Er komt nog een tsunami van kerksluitingen aan. Kijk naar de voorspelling van kardinaal Eijk: die zei vorig jaar dat er van de 280 kerken in het aartsbisdom zo’n vijftien zullen overblijven. Dat is wel een heel erg somber vooruitzicht, en zo’n opmerking kan ook een self fulfilling prophecy blijken te zijn. Maar ook als maar 30 tot 50 procent van de kerken dicht zal gaan, gaat het nog steeds om een enorm aantal.”

Stassen erkent dat er een probleem is, maar is voorzichtig als het gaat om vlotte herbestemmingen. Ze is bang voor een derde Beeldenstorm, waarvan achteraf gezegd wordt: is dat niet te snel gedaan? “Het is een complex vraagstuk met veel verschillende kanten en niemand weet precies waar het heengaat als het om religie gaat. Nederland is in die zin een eiland in een wereld die steeds religieuzer wordt. Daarom vinden wij dat je niet te snel moet zeggen: zoveel gaan er verdwijnen. Dan misken je de ontwikkeling die gaande is en loop je het risico beleid te gaan maken op een statistische werkelijkheid.”

Ze wijst ook op de toename van nieuwe vormen van religiositeit in Nederland, die zich grotendeels buiten de kerkelijke instituties afspelen. “De vraag is hoe we die kunnen combineren met de bestaande religieuze gebouwen.” En daarbij, een kerk herbestemmen is nog niet zo eenvoudig. Zo’n proces duurt vaak jaren en er komt veel bij kijken.

Trampolinespringen

Er zijn talloze voorbeelden van langdurige en moeizame herbestemmingsprocessen. Neem de Clemenskerk in Hilversum, waarvan foto’s op deze pagina’s staan. Rooms-katholiek, gebouwd in 1914, rijksmonument. In 1996 sloot die kerk haar deuren, waarna het pand jarenlang leeg stond en in verval raakte. Sloop dreigde.

Maar toen – het was inmiddels 2010 – raakte BOEi erbij betrokken. “Er lag een plan om van de kerk een soort gemeenschapshuis te maken, met onder meer horeca, bedrijfsruimte en culturele activiteiten”, vertelt Pijnenborg. “Maar de kerk moest ook fors worden gerestaureerd. We hebben het pand gekocht – voor een behoorlijk bedrag, achteraf bezien veel te veel – maar toen bleek dat dat herbestemmingsplan niet goed doordacht was en financieel niet haalbaar.” Alle andere plannen die de revue passeerden, sneuvelden doordat er te veel problemen ontstonden met procedures of het bestemmingsplan. Sinds vorig jaar september biedt de Clemenskerk onderdak aan FlightDeck 53, een trampolinepark. En nog steeds is er discussie over die bestemming, er lopen zelfs nog procedures. Pijnenborg schat dat al die procedures BOEi al zo’n 1,5 à 2 ton hebben gekost. “Zonde, want dat had beter aan de gebouwen besteed kunnen worden.” In totaal is er 4,5 miljoen euro in de Clemenskerk geïnvesteerd.

Lastige hobbel

Om de kerksluitingen in de toekomst op te kunnen vangen, pleit Pijnenborg voor drie dingen. Ten eerste zou de regelgeving eenvoudiger moeten worden, want die vormt een groter probleem dan financiering, zegt ze. “Er is geld, er zijn subsidies, er zijn fondsen. Het is vooral de noodzakelijke wijziging van het bestemmingsplan die telkens voor problemen zorgt. Als er in een bestemmingsplan in de aanloop naar een herbestemming ruimte wordt gemaakt voor diverse vormen, hoef je die lastige hobbel niet meer te nemen.”

Daarnaast zou het helpen – zeggen behalve Pijnenborg bijna alle deskundigen met wie Trouw sprak – als de rooms-katholieke kerk zich soepeler zou opstellen. Die stelt nu meestal flink veel voorwaarden aan de herbestemming van een kerk. Veel rooms-katholieken zouden liever zien dat hun kerk wordt gesloopt dan dat het gebouw een bestemming krijgt die ver afstaat van de oorspronkelijke religieuze functie. “Bij herbestemming is het streven altijd het gebouw een functie te geven die bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke sacrale bestemming ervan ligt”, zegt woordvoerder Anna Kruse van de Nederlandse Kerkprovincie. “Dat lukt echt niet altijd en dan komen ook andere mogelijkheden in beeld, zoals een woon- of zorgbestemming.”

Dat de voorwaarden die door rooms-katholieke parochiebesturen en bisdommen aan kerkverkoop worden gesteld het lastiger kunnen maken om de kerk een nieuwe bestemming te geven, “begrijpen we en nemen we voor lief”.

Te hoge verwachtingen

Volgens Stassen heeft het verwijt aan de katholieken voor een aanzienlijk deel te maken met een groot gat tussen de kerkelijke wereld en de buitenwereld. “Aan de ene kant hebben kerken meer respect en begrip nodig voor de band met hun gebouw. Maar aan de andere kant zouden ze ook beter duidelijk moeten maken waarom die gebouwen belangrijk voor ze zijn. Als je daar op een normale manier over kan praten, krijg je een heel ander gesprek en waarschijnlijk ook een betere herbestemming.”

Ten slotte stellen verschillende deskundigen dat bisdommen en parochiebesturen vaak ook te hoge verwachtingen hebben van wat hun kerkgebouw bij verkoop zou kunnen opleveren. “Maar dan krijgen ze het niet verkocht. Waardoor de kerk nóg langer leegstaat en in verval raakt”, zegt Pijnenborg.

Zoals de Onze Lieve Vrouw Ten Hemelopneming in Voorburg, die al sinds 2008 leegstaat. Op foto’s is te zien hoe tijdens een flinke regenbui het water dwars door het dak op de kerkbanken klatert. Pijnenborg: “Doordat de kosten voor restauratie oplopen, wordt het alleen maar lastiger om voor zo’n kerk een nieuwe bestemming te vinden”.

Lees alles over het kerkenonderzoek van Trouw op www.trouw.nl/kerkenonderzoek.

Kent u geslaagde of juist mislukte voorbeelden van herbestemde kerken? Bent u zelf bij een herbestemming betrokken (geweest)? Heeft u andere tips? Meld het ons op kerkenonderzoek@trouw.nl.

Het kerkenonderzoek van Trouw

Met het  kerkenonderzoek van Trouw is voor het eerst in beeld gebracht hoeveel kerken in Nederland een andere bestemming hebben gekregen. Dat is het geval bij één op de vijf kerken. Die kerken zijn veranderd in sportscholen, woningen, theaters of een van de vele andere bestemming. In Friesland zijn de meeste kerken herbestemd. Als een kerk een nieuwe bestemming krijgt, kan dat de leefbaarheid van een dorp of wijk een flinke impuls geven, blijkt bijvoorbeeld uit de herbestemming van de Cuyperskerk van Sas van Gent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden