InterviewsDe erfenis van 9/11

Nederlandse moslims over de erfenis van 9/11: ‘Ze vragen: ‘Joh heb jij echt niks te maken met terrorisme?’’

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Na de aanslagen van 9/11 spraken vooraanstaande Nederlandse moslims zich daartegen uit. Hun kinderen merken nog altijd de gevolgen. Een dochter van een politicus, een zoon van een imam, en een zoon van een moskeebestuurster blikken terug op de afgelopen twintig jaar.

Hij weet er zelf niets meer van. Maar vier dagen na de aanslagen van 9/11 stond de toen tienjarige Necip Halici, die nu 31 jaar is, op de voorpagina van Trouw. Zijn moeder Seyma, de mondige voorzitter van de vrouwenvereniging van de Ayasofyamoskee in Amsterdam, vertelde over wat de gebeurtenis aan emoties losmaakte in de islamitische gemeenschap. Die dag hielden ze in de moskee aansluitend op het vrijdaggebed een herdenkingsdienst voor de Amerikaanse slachtoffers.

Moslims waren bang, vertelde Seyma in de krant, en dat merkte ze ook bij haar kinderen. Haar zoontje had gevraagd “of moslims in Nederland zouden worden aangevallen”. En hij had gezegd: “Goed dat Amerika eens aan de beurt is”. Daarop wees haar dochter hem geschrokken terecht – zoiets mag je nooit zeggen, zei ze, want hier waren veel onschuldige mensen gestorven.

Necip Halici. Beeld
Necip Halici.Beeld

Instemmend leest hij twintig jaar later uit het krantenarchief terug hoe zijn zus hem toen meteen de les las. “Mooi”, zegt Necip, die inmiddels leraar is op een islamitische basisschool in Amsterdam. “Ze corrigeert meteen mijn onwetendheid. Ik dacht als kind, vanuit misplaatste woede en wij-zij-denken: geloofsgenoten wordt onrecht aangedaan door Amerika, dus als die pijn ervaren, is het goed. Maar dat gewone burgers daar natuurlijk niks mee te maken hadden, dat begreep ik nog niet. Later heb ik honderden islamitische geleerden dit ook horen zeggen: dat het plegen van aanslagen en doden van onschuldigen ten strengste verboden is.”

Ingrijpend moment

Een paar dagen na de aanslag stond hij met zijn moeder voor de moskee. Een man die langsliep zei: ‘Stomme hoofddoekjes, heb je ze weer’, vertelt Necip. “Het is gek, want dit is niet eens zo’n heftige opmerking, maar toch is dat moment voor mij heel ingrijpend geweest. Voor die tijd heb ik nooit met zo’n afkeuring of haat te maken gehad.”

Zo markeert de datum 9/11 het begin van een andere tijd voor hem, zegt Necip. “Veel problemen die ik sindsdien heb zijn hierop terug te voeren. Je moet je als moslim steeds verantwoorden, waardoor je het gevoel krijgt dat je er niet bij hoort. Die alsmaar terugkerende argwaan zorgt voor stress, stress, stress.”

Het is de impact van de aanslagen op veel Nederlandse moslims. Najat Rabbae, die als psycholoog gespecialiseerd is in mentale problematiek die samenhangt met innerlijke conflicten tussen de Marokkaanse en Nederlandse cultuur, komt het ook in haar praktijk geregeld tegen. “9/11 was zo’n shock voor iedereen over de hele wereld, de gebeurtenis leek voor een soort ‘imprinting’ te zorgen, die moslims 1-op-1 met terrorisme linkten.”

Met als gevolg dat moslims in Nederland als ‘de ander’ gezien worden, zegt Rabbae. “Iemand die hier eigenlijk niet hoort, en met argusogen bekeken moet worden. Zodat zelfs jongeren die de tweede- en derde generatie vormen te horen krijgen: ‘ga terug naar je eigen land’, terwijl dit hun eigen land is.”

Zelf kreeg ze soms subtiele opmerkingen te horen die haar een vreemde bijsmaak gaven. Zo zei een van haar beste vriendinnen ooit: ‘maar jij bent gewoon Nederlands’. “Als in: jij bent vrij, in tegenstelling tot Marokkanen, die traditioneel zijn. Het was goed bedoeld. Maar ik dacht: Is dit dan een compliment? Als ik niet in het stereotype hokje pas, ben ik dan meteen minder Marokkaans? Zo blijft er een zwart-witbeeld ontstaan van traditionele Marokkanen enerzijds en de vrije Nederlanders anderzijds. In plaats van dat er ruimte komt voor een genuanceerder beeld.”

Najat Rabbae. Beeld
Najat Rabbae.Beeld

Ze merkt bij jonge hoogopgeleiden dat ze soms overcompensatiegedrag vertonen, en in de knoop raken door de problemen die hun achtergrond met zich meebrengt. “De negativiteit die ze daarover voelen zorgt bij hen voor het idee dat ze al met 1-0 achter staan. Ze denken: dus ik moet drie keer zo hard mijn best doen, en laten zien dat ik heel goed assimileer, dat ik Nederlands ben.”

‘Hij was niet bang om mensen voor het hoofd te stoten’

Najat is de dochter van Mohamed Rabbae, tussen 1994 en 2002 Kamerlid voor GroenLinks. Zij was op het moment van de aanslagen van 9/11 met een groepje studiegenoten in een Amsterdams cafeetje waar de tv aanstond. Thuis ging het er nadien veel over, omdat haar vader zich als vooraanstaande moslim roerde in het maatschappelijk debat. “Het was zijn heilige missie om op te komen voor moslims, Marokkanen of migranten in Nederland. En hij was niet bang om mensen voor het hoofd te stoten.”

Daags na 9/11 deed haar vader een oproep om geen grappen meer te maken over Bin Laden en moslims. “Om niet verder te polariseren, nu het gevoelig lag. Daar kwam een hele shitstorm over. Ook wij als gezin waren het niet met hem eens, en we vroegen hem ook weleens of hij niet een beetje gematigder kon zijn.” Maar achteraf gezien moet ze hem wel gelijk geven in zijn pogingen om moslimhaat tegen te gaan, zegt ze. “In de media en politiek is er in de jaren die daarop volgden echt iets verschoven. Het werd steeds normaler om negatieve dingen te zeggen over moslims. Met als dieptepunt dat Wilders van een ‘kopvod’ sprak. Zo neerbuigend en vernederend vond ik dat, heel erg naar.”

Toen ze tien dagen op vakantie naar Israël en Palestina ging om een vriendin te bezoeken, kwam ze erachter hoe het was om puur vanwege haar afkomst gediscrimineerd te worden, vertelt Rabbae. “Ik werd meteen vanwege mijn naam en paspoort naar een hokje afgevoerd, en werd vier uur lang ondervraagd door allerlei mensen. ‘Wat kom je hier doen? Wie is je vader? Wie is je moeder? Laat bewijzen zien van je beroep.’ Het was heel heftig: ik werd niet meer gezien als de persoon die ik was. Ik kreeg gewoon een label: ‘Zij is een moslim, en dus is zij een risico en gevaarlijk’. Ik weet nog dat ik ze wel door elkaar wilde schudden, zo van: ‘Kijk wie ik ben, dit slaat zo nergens op.’”

Als psycholoog vond ze de vakantie een interessante ervaring, zegt ze. “Ik voelde een bepaalde haat en onverschilligheid toen, en als je dat merkt, ga je het bijna ook meteen voor de ander voelen, zo van: dan haat ik jullie ook. Het roept veel woede op als je niet gezien wordt voor wie je wél bent, dat je oké bent. Een logisch gevolg is dat je de negativiteit ook terugprojecteert op de ander, je gaat de ander ook als slecht zien. Zo ontstaat dan die wederzijdse hatelijkheid en vijandigheid. Ik vond het heel heftig om dit een week mee te maken, laat staan als je dit continu merkt en voelt.”

‘Op school wist niemand dat ik zoon van een imam was’

Ook de vader van Mohammed Bachri (43) had zijn handen vol aan de maatschappelijke discussies na 9/11. Mohammed is een zoon van de geliefde Rotterdamse imam Abdelwahab Bachri, die vorig jaar overleed aan de gevolgen van corona. “Ik weet dat mijn vader altijd hamerde op respect, harmonie en vrede. Maar verder ging veel van wat hij deed langs me heen, omdat ik destijds studeerde, civiele techniek aan de TU in Delft.”

Daar heeft Bachri, al was het er een ‘blanke vesting’, persoonlijk geen ervaringen met discriminatie gehad vanwege zijn geloof. “Niemand wist daar dat ik zoon van een imam was. We waren daar bezig met mechanica en constructies, je naam deed er niet toe.”

Mohammed Bachri. Beeld
Mohammed Bachri.Beeld

De tijd na 9/11 herinnert hij zich vooral als spannend. “Hier en daar werd over een derde wereldoorlog gesproken. Als je zoals veel migranten ook familie hebt in een islamitisch land, ben je heel benauwd dat Nederland en dat andere land tegenover elkaar komen te staan. Uiteindelijk werden alleen Afghanistan en Irak direct geraakt, en al klinkt het wrang, daarmee viel het nog mee, afgezet tegen de angsten van sommigen.” Bachri’s familie komt uit Marokko.

Hij valt even stil. “Hoewel: het is maar hoe je het ziet. Misschien hebben we die oorlog toch gekregen, en zitten we er nog middenin. In Afghanistan is het namelijk ook nog niet afgelopen.”

Al ziet hij wel negativiteit in de politiek en media over moslims, Bachri blijft er opvallend nuchter onder. “Misschien komt dat door mijn vader, die altijd zei: negeer die provocaties. En het was trouwens ook niets nieuws: vóór 9/11 had je Janmaat. Eigenlijk is alleen de benaming verschoven, van ‘buitenlanders’ naar ‘moslims’. Wat me wel steekt, is dat op een gegeven moment zelfs ook in de kolommen van kwaliteitskranten, waar je beter van zou verwachten, terrorisme en islam op één lijn zijn gesteld.”

‘Je past niet bij het bedrijf’

Necip Halici heeft het er iets minder makkelijk mee. “Zelfs als ik door het tussenbedrijf op nummer één was gezet, kwam ik er bij sollicitaties niet doorheen. ‘Je past niet bij het bedrijf’, was het dan.”

Zelf ziet hij ook wel dat hij in sommige dingen ‘anders’ is, maar, vraagt Halici zich af, wat is daarvan het probleem? “Ik vier geen kerst, oud en nieuw en geen verjaardagen, en ik geef vrouwen geen hand. Dat zijn toch wel dingetjes, maar als je gewoon veel gesprekken voert, waarin je het uitlegt, ontstaat er vanzelf begrip. Ik kan het weten, want mijn schoonfamilie is christelijk. En ik heb gewoon heel goed contact met ze, we leven op een mooie manier samen.”

Hij sluit niet uit dat hij meer te maken heeft met vijandigheid vanwege zijn woelige baard, zegt Halici. “Ik merk wel dat sommige mensen daardoor stroef doen, en vooroordelen hebben.”

Daarbij is Halici beroepsmatig meer met het geloof bezig. Zo was hij als bestuurder betrokken bij de oprichting van een islamitische basisschool. Daarvoor moesten ze eerst een rechtszaak door, vertelt hij. “De gemeenteraad wilde ons screenen op terrorisme. We hebben dat aangevochten, en uiteindelijk ook gewonnen. Absurd toch, dat je je steentje wil bijdragen aan de maatschappij, en zonder enige aanleiding de vraag krijgt: ‘Joh heb jij echt niks te maken met terrorisme?’”

En toch is hij hoopvol. Het doet hem goed om te zien dat heel wat geloofsgenoten op universiteiten studeren, en deelnemen aan de samenleving. “Het maakt me trots op de gemeenschap, dat ze doorzetten, en zich blijven inzetten. Als leerkracht weet ik: je werkt aan de relatie met je leerlingen om het beste uit ze te halen. Geef ik mijn leerlingen het gevoel dat ze er niet bij horen, dan hebben ze ook geen zin om de les te volgen. Dat geldt ook andersom. Met meer positiviteit, zo valt het om te keren – en dat zie je nu ook langzamerhand gebeuren.”

Lees ook:

Hollandse moslimhaat: op internet is alles geoorloofd

Op internet zwelt de haat tegen moslims aan. Het gaat er zeer hard aan toe, ondanks pogingen om extreme uitingen te verwijderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden