null Beeld

ColumnStijn Fens

Nederland grossiert in nepnabijheid

Stijn Fens

Ik had een paar jaar geleden een akkefietje met een bedrijf. Niets groots, het stelde eigenlijk niet zoveel voor.

Laten we het erop houden dat een bedrijf geld van mij tegoed had en ik dat te laat door had. Dus vond ik op een dag een bericht in mijn mail waarin gedreigd werd met een deurwaarder en hele hoge kosten die dan allemaal voor mijn rekening waren.

Het was mij al snel duidelijk dat het om een door een computer gegenereerde mail was. Gelukkig stond er wel een naam onder, als ik het me goed herinner was de afzender Emma.

Ik dacht meteen: ‘Emma bestaat helemaal niet.’

Ik besloot toch maar eens te gaan bellen met het bewuste bedrijf om te zien of mijn vermoeden klopte. Kwam ik meteen in zo’n eindeloos keuzemenu terecht, maar uiteindelijk kreeg ik een medewerker aan de lijn. Ze ging eerst mijn gegevens erbij pakken. “Mag ik ter verificatie uw naam, postcode en huisnummer?” Dat gaf ik allemaal braaf. “Wat kan ik voor u doen?”, vroeg ze tenslotte.

Ik legde uit dat ik een belangrijke mail van Emma had gekregen en dat ik er graag met haar over wilde praten.

“Dat zal helaas niet gaan, mijnheer Fens.”

“Waarom niet?”, vroeg ik.

“Emma is vandaag niet op kantoor”, antwoordde de callcentermedewerker.

“Volgens mij is zij nog nooit op kantoor geweest”, zei ik toen.

Het duurde niet lang of de medewerker moest toegeven dat Emma helemaal niet bestond. De naam was verzonnen. De leidinggevende van de callcentermedewerker legde me later uit dat dit helemaal niet vreemd was: heel veel bedrijven verzonnen namen als ze gingen mailen.

In alle staten

Het wordt steeds moeilijker een echt mens aan de lijn te krijgen als je met een bedrijf belt, laat staan te ontmoeten. Dit land dreigt te worden overgenomen door keuzemenu’s, telefonische wachtrijen en robots die er flink op los mailen. Het aantal bankfilialen met echte bankmensen wordt met de dag schaarser. Mijn huisarts krijg ik maar met moeite aan de lijn. Na weer zo’n hopeloos belmenu (‘Bent u inmiddels overleden, toets dan 3’), mag ik mijn klacht aan de assistente vertellen. “Waar heeft u dan precies jeuk, mijnheer Fens ?”

Als ik met het algemene nummer van mijn bank bel, moet ik het onderwerp waarover ik iemand wil spreken, eerst luid en duidelijk zeggen. “Annuleringsverzekering”, zeg ik op rustige toon door de telefoon. “Sorry, wij hebben u niet verstaan, kunt u nog een keer zeggen waarover u belt?” Twee minuten later ben ik in alle staten en gil ik: “Annuleringsverzekering, Annuleringsverzekering, Annuleringsverzekering. La, la, la.”

Het ergste is nog dat al die bedrijven net doen of ze je heel persoonlijk benaderen door te benadrukken dat dit soort belmenu’s ervoor zijn om jou zo goed mogelijk van dienst te zijn. Dat is allemaal fake natuurlijk, om maar eens een fout Nederlands woord te gebruiken.

Als het om nepnabijheid gaat maken de Nederlandse Spoorwegen (ik had ook kunnen volstaan met de initialen N.S.) het nog het bontst. Ik schreef er al eerder over. Op stations hangen tegenwoordig posters waarop onder andere Co, Abdelkader, Shaula ‘en alle andere medewerkers van het station’ mij een prettige reis wensen. Maar Co, Abdelkader en Shaula of hoe ze ook heten zijn op de stations die ik frequenteer dus in geen velden of wegen te bekennen.

Buurtsuper van troost

Zo maakt de schaalvergroting alsmaar meer slachtoffers in ons land. Lang waren de kerken tenminste nog persoonlijk aanwezig in de dorpen en de steden. Een soort laatste menselijk valscherm. Ik verklap geen WOB-geheim als ik zeg dat zeker de rooms-katholieke kerk zich steeds meer terugtrekt en verdwijnt in megafusies, eucharistische centra en inderdaad ook steeds vaker achter belmenu’s. Laatst belde ik een parochie op voor de mistijden en kreeg zomaar de pastoor aan de lijn. Dat was schrikken.

Ooit was de rooms-katholieke kerk in ons land een buurtsuper van troost waarvan de eigenaar altijd wel een bemoedigend woord had. Nu wordt het steeds meer een bedrijf met een contactformulier.

En dan komt straks ook nog de oorlog hier. Dan loop ik in het park, terwijl mij een drone tegemoet komt en ik vastzit in het belmenu van het Rode Kruis. Nergens een soldaat te zien. Zelfs de oorlogen worden steeds onpersoonlijker.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden