Nashville: van theologisch dispuut tot wapen in de evangelische cultuurstrijd

De conservatieve talkshowpresentator Carl Boyd jr. uit Nashville discussieert voor het Amerikaanse Hooggerechtshof tijdens een zaak over het homohuwelijk in 2013. Beeld Getty

De Nashville-verklaring die zich tegen homoseksualiteit binnen het christendom keert, vindt haar oorsprong aan de rand van het Amerikaanse protestantisme. Maar ze werd tot wapen in de cultuurstrijd tussen traditionele christelijke waarden en vrijdenkend internationalisme.

Heeft de slang gesproken of niet? Dat is een klassieke beginvraag voor wie de discussies en kerksplitsingen binnen het protestantisme behandelt. Maar ook als je het er met elkaar over eens bent dat de slang inderdaad gesproken heeft, ben je nog niet per se uitgediscussieerd.

Want wat zei die slang precies? En alle andere figuren in het Oude Testament? Die spraken namelijk - afhankelijk van de vorm waarin ze aan ons overgeleverd zijn - allemaal Hebreeuws, Aramees of Grieks .

Het verhaal van de Nashville-verklaring begint ook op zo'n theologisch-taalkundig zijpad. Die verklaring, die stelt dat er voor homoseksualiteit geen plaats is binnen het christendom, schudde afgelopen weekend het publieke debat in Nederland op, nadat ze werd ondertekend door enkele prominente orthodoxe protestanten, onder wie SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij.

Op dat zijpad belandde Wayne Grudem, een jonge theologiedocent, in 1979, toen hij een artikel las over het Griekse woord kephale. In de meeste bijbelvertalingen wordt dat woord vertaald als 'hoofd'. Zoals in 1 Korinthiërs 11:3: 'Christus is het hoofd is van de man, de man het hoofd van de vrouw'. Maar, zo suggereerden de auteurs, er was ook wel veel voor te zeggen om kephale te vertalen als 'bron'. Dat maakt nogal een verschil voor de verhouding tussen man en vrouw.

De auteurs van dat artikel haakten daarmee aan bij een debat dat heel veel oude zekerheden binnen het Amerikaanse protestantisme op losse schroeven had gezet. In de twee decennia voor 1979 had de ene na de andere grote protestantse kerkstroming in de Verenigde Staten de kansel vrijgegeven voor vrouwelijke predikanten. En nu bereikte het debat over de gelijkheid tussen de seksen ook de evangelicals.

Het Amerikaanse protestantisme is een ingewikkeld doolhof. Meestal worden, naast de aparte categorie van de 'traditionele zwarte kerken', twee hoofdstromingen onderscheiden: mainline en evangelical. Wie het verschil tussen die twee probeert uit te leggen, begeeft zich op glibberig terrein. Maar de mainline-kerken kun je grofweg beschouwen als de PKN van de VS. Het zijn de traditionele, gevestigde stromingen van het Amerikaanse protestantisme: Lutheranen, Presbyterianen, Methodisten. Evangelische kerken, in sommige gevallen zusterkerken van hun mainline-naamgenoten, zijn activistischer en leggen over het algemeen een grotere nadruk op het maken van een persoonlijke keuze voor Jezus. Nog een belangrijk verschil: de evangelicals zijn over het algemeen geneigd om de Bijbel wat letterlijker te nemen dan de mainliners, die hem eerder beschouwen als een document dat je in zijn tijd moet zien, en voor hedendaags gebruik moet interpreteren.

Er stond dus nogal wat op het spel toen sommige evangelische theologen in de jaren zeventig begonnen te beweren dat, ook volgens het letterlijke woord van God, de man helemaal niet superieur is aan de vrouw.

Wayne Grudem voelde aan dat deze ontwikkeling een halt toegeroepen moest worden. De jaren daarna ploegde hij oude Griekse teksten door, op zoek naar bewijs voor zijn stelling: dat kephale gewoon 'hoofd' betekent, in de zin van: persoon met autoriteit over een andere persoon.

Een regenboogvlag bij de Amsterdamse Oranjekerk in protest tegen de Nashville-verklaring Beeld EPA

Richtingenstrijd

In 1985 publiceerde hij het artikel waarin hij dat betoogde. Dat mondde uit in de oprichting, een paar jaar later, van de Council on Biblical Manhood and Womanhood. Daarmee was een officiële richtingenstrijd binnen het Amerikaanse evangelisme ontbrand: met hun 'complementarisme' keerden Grudem en de zijnen zich tegen het 'egalitarisme'.

Volgens het egalitarisme zijn de verschillende rollen van man en vrouw niet voor de eeuwigheid bepaald, maar vloeien ze voort uit de zondeval. Die verschillen zijn weer opgeheven met de komst van Christus, zoals Paulus schrijft in de Brief aan de Galaten: 'Er zijn geen Joden of Grieken meer, vrijen of slaven, mannen of vrouwen - u bent allen één in Christus'. Het complementarisme stelt daartegenover dat er veel bijbelverzen zijn die erop wijzen dat God ook voor de zondeval al een bepaalde taakverdeling in gedachten had, bijvoorbeeld blijkend uit dat woordje kephale.

Voor de mensen die geen zin hadden om zich in die theologische discussies te verdiepen, publiceerde de Council in 1988 een verklaring voor het grote publiek: de Danvers Statement. Een voorloper van de Nashville-verklaring, die in 2017 gepubliceerd werd door dezelfde organisatie, toen Grudem al met pensioen was.

Wie ze naast elkaar legt, moet concluderen: er is in dertig jaar niet zo heel veel veranderd. Ook in 1988 maakte de Council zich al boos over de 'groeiende claim van legitimiteit voor seksuele verhoudingen die historisch gezien en volgens de Bijbel als ontoelaatbaar en pervers zijn gezien'.

Destijds was de belangrijkste strategische tegenstander het feminisme, inmiddels is de focus meer komen te liggen op homoseksualiteit en afwijkende genderidentiteiten.

Minder tolerant

Maar hoeveel Amerikanen worden nu precies bereikt met deze discussies? Meer dan je aanvankelijk zou denken. Want hoewel 'mainline' een beetje klinkt als 'mainstream', en de kerken die onder dat kopje vallen dat ooit misschien wel waren, zijn de evangelicals al een tijdlang de grootste stroming binnen het Amerikaanse protestantisme. In de meeste onderzoeken identificeert 15 tot 25 procent van de Amerikanen zich de afgelopen jaren als evangelical.

Evangelicals hebben beduidend minder tolerantie voor homoseksualiteit dan andere Amerikanen. In 2016 vroeg onderzoeksbureau Pew Amerikanen naar hun mening over de vrij algemene stelling 'Homoseksualiteit moet geaccepteerd worden door de maatschappij'. Van alle Amerikanen was 63 procent het daarmee eens.

Wie de resultaten per religieuze groep bekijkt, ziet: onder zowel Amerikaanse katholieken, moslims als mainline-prostanten, onderschrijft meer dan de helft die stelling. Van de evangelicals vindt slechts een derde dat de maatschappij homoseksualiteit zou moeten tolereren.

Maar het aandeel van die evangelicals in de bevolking loopt snel terug. Het Public Religion Research Institute constateerde dat tussen 2006 en 2016 het aantal Amerikanen dat zich in hun onderzoeken evangelical noemt, terugliep van 23 naar 17 procent. En bovendien, hoe laag de tolerantie voor homoseksualiteit er nog steeds mag zijn, ook binnen de evangelicals neemt die toe, van 23 tot 34 procent in dezelfde periode, volgens de cijfers van Pew.

Je zou dus geneigd zijn te concluderen, als je naar al die cijfers kijkt: de Danvers-verklaring uit 1988 was een uiting van een theologische discussie die zich weliswaar aan de rand van het Amerikaanse protestantisme afspeelde, maar wel aan een behoorlijk brede rand. De Nashville-verklaring uit 2017 daarentegen is een herhaling van zetten, binnen een stroming die haar relevantie steeds sterker ziet verminderen.

Een regenboogvlag bij de Amsterdamse Keizersgrachtkerk in protest tegen de Nashville-verklaring Beeld EPA

Trump

Sterker nog, ook binnen de eigen kring van conservatieve evangelicals was de Nashville-verklaring omstreden. Niet handig getimed, geen goede manier om het gesprek aan te gaan, en vooral: hypocriet. Dat was de kern van de kritiek die de Washington Post destijds optekende bij een rondgang. Want terwijl er in 'Nashville' grote woorden worden gesproken over immoraliteit, wordt dezelfde maatstaf niet toegepast als het gaat om een oordeel over president Trump.

Donald Trump is, ondanks zijn weinig bijbelse levenswandel, onverminderd populair onder evangelicals. Ook bij de tussentijdse verkiezingen in 2018 stemde weer zo'n 75 procent van hen voor de partij van de Republikeinse president. En één van de ondertekenaars van Nashville is James Dobson, niet alleen een prominente evangelicale activist, maar ook één van de belangrijkste religieus adviseurs van president Trump.

Vrijdenken

En dus dient zich de volgende paradox aan. Hoewel het theologisch gezien misschien een herhaling van de zetten van dertig jaar eerder is, voor een protestants smaldeel van de natie dat alleen maar kleiner is geworden, is het juist de Nashville-verklaring die nu internationaal opgang maakt. Deze keer niet uitsluitend opgevat als theologisch manifest, maar als een soort pamflet in een internationale cultuurstrijd, waarin traditionele christelijke waarden tegenover een vrijdenkend internationalisme worden gezet.

Dat zou althans de steun verklaren die Nashville kreeg uit niet-evangelicale hoek. Zoals van de katholieke aartsbisschop van Philadelphia, die schreef: 'De tekst herbevestigt slechts historische bijbelse overtuigingen over het huwelijk, kuisheid en de aard van de menselijke seksualiteit'.

Of van de site Breitbart, spreekbuis van de Amerikaanse alt-right, en cheerleader van Donald Trump, die de Nashville-verklaring ook als een uiting van een christelijke consensus probeerde voor te stellen: 'De inhoud van de verklaring gaat niet verder dan een leerstuk over wat christenen altijd al hebben geloofd over seksuele moraal en Gods plan voor mannen en vrouwen'.

Ook Wayne Grudem, 71 inmiddels, ondertekende de Nashville-verklaring. Hij liet de afgelopen jaren vaker van zich horen, en symboliseerde de spagaat waarin Amerikaanse evangelicals gevangen zitten. Een keer zag hij zich genoodzaakt om zich van president Trump te distantiëren, na de beruchte video waarin Trump pochte over het in de edele delen grijpen van vrouwen.

Maar toen hem onlangs naar zijn mening gevraagd werd over de grensmuur van Trump, wist hij het beleid van de president met gemak in een letterlijke interpretatie van de Bijbel in te passen: 'Muren geven vrede en veiligheid. In de wereld van het Oude Testament bouwden mensen muren rondom steden om zichzelf te beschermen tegen dieven, moordenaars, en andere criminelen'.

Lees ook: 

Nashville-initiatiefnemers krabbelen terug: ‘Homo’s mogen uit de kast komen’

Na de commotie volgt de nuancering: homo’s moeten hun geaardheid kunnen uiten, maar niet meer dan dat.

Nashville Verklaring  

Lees alles over de Nashville-verklaring in ons dossier 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden