Filosofisch Elftal

‘Nashville’ kan de emancipatie van de orthodox-protestantse kerk inluiden

Beeld Kike Arnaiz

De Nashville-verklaring veroordeelt homoseksualiteit en ‘gendergekte’. Kan de filosofie ons helpen om de seksuele gelijkheid te bevorderen?

Bemin zonder jezelf vast te zetten in een identiteit, raadde de Franse filosoof ­Michel Foucault aan. “Die boodschap is nu hard nodig”, zegt Marli Huijer, hoog­leraar publieksfilo­sofie aan de Erasmus Universiteit. “De verleiding is groot om als reactie op de Nashville-verklaring je eigen identiteit – die van homoseksueel, transgender of Nederlander die gelijke rechten verdedigt – te benadrukken. Dat is begrijpelijk: we bespeuren discriminatie en willen een tegengeluid laten horen.

In de val getrapt

“Op die manier trappen we in de val van degene die ons tot vijand of zondaar heeft gemaakt. We trekken ons ­terug in een bepaalde identiteit en ­positioneren ons tegenover de andere groep. In dit geval de orthodoxe christenen, maar het zouden evengoed orthodoxe moslims of aanhangers van Poetin kunnen zijn. Dat voedt de polarisatie. En juist dat is precies wat die ander graag ziet gebeuren, omdat niets het ­eigen disfunctioneren zo goed verbloemt als de strijd tegen een gezamenlijke vijand. Wereldwijd komt die constructie van vijandschap steeds vaker tot stand via de vrijheden van vrouwen en homo’s. Het aangaan van de dialoog, bijvoorbeeld over hoe je in onze tijd kunt beminnen, wordt daarmee onmogelijk gemaakt.”

“Er is niet alleen sprake van polarisatie, er zullen ook steeds meer identiteiten bijkomen”, reageert Gert-Jan van der Heiden, hoogleraar metafysica aan de Radboud Universiteit. 

“Dat zie je nu al: eerst spraken we over lhbti, daarna kwamen er steeds meer letters bij. In onze maatschappij is de ouderwetse man-vrouwvorm niet meer de maatstaf voor seksualiteit. Daarom onderscheiden we nu allerlei vormen om aan ieders identiteit recht te doen. We kunnen tot in het oneindige hokjes blijven bedenken, maar daarmee sluiten we mensen en hun seksualiteit nog steeds op in hokjes. Van werkelijke bevrijding is geen sprake. Daarvoor is een radicalere aanpak nodig: het opheffen van die eigenaardige neiging onze seksualiteit te willen definiëren, en daarmee onszelf maatstaven op te leggen.”

Beperkte vrijheid

Huijer: “Foucault laat zien dat het bekennen van een seksuele identiteit de vrijheid niet vergroot, maar beperkt. Als je vastzet wat jouw seksuele voorkeuren zijn, zet je daarmee ook vast wat jij aantrekkelijk vindt en wat niet. Terwijl seksuele vrijheid en voorkeuren juist vorm krijgen in relatie met een ander. Het geeft meer plezier als je ruimte houdt om daarmee te spelen.”

“Maar we leven in een tijd, waarin we gedwongen worden om dat niet te doen. Voordat we iemand ontmoet hebben, moeten we al definiëren ‘wat’ we zijn. Daar zit veel onvrijheid in. We leggen onszelf direct beperkingen op. Dat zie je ook in de Nashville-verklaring. Mensen moeten hun verlangens bekennen, om die vervolgens onder controle te houden. Je mag wel homoseksueel zijn, maar je mag er niet naar handelen. Ik zeg met Foucault in de hand: je mag er juist wel naar handelen, maar je hoeft niet aan iedereen te vertellen dat je dat doet.”

Radicale gelijkheid

Van der Heiden: “Ik denk bij deze problematiek meer aan Alain Badiou, Slavoj Žižek en Giorgio Agamben. Deze filosofen beklemtonen de waarde van het christendom voor vandaag de dag: het denken in radicale gelijkheid. Deze waarde zit niet, zoals in het geval Nashville, in het onderstrepen van identiteiten. Maar veeleer in wat Paulus schrijft in Galaten 3: ‘Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus’. 

“Ofwel: die iden­titeitsverschillen doen er niet toe voor het goede leven. Badiou, Žižek en Agamben omarmen het christendom overigens niet, maar ze laten wel zien dat het christendom in deze seculiere tijd nog iets te zeggen heeft. En dat ­zeggingskracht van deze christelijke ­erfenis niet te vinden is in de Nashville-verklaring.”

Vervreemding

Huijer: “Toch is er iets in het ker­kelijke instituut dat een onveranderlijkheid nastreeft in het seksuele. Het ­huwelijk werd vroeger gezien als een heilige verbintenis, die door God gesloten is. Als mensen tegenwoordig überhaupt nog trouwen, zien ze dat als een men­selijke afspraak. Dat ondermijnt het ­gezag van de kerk inzake liefdes­relaties. In reactie daarop zie je dat sommige christenen opstaan en roepen: ‘Dit mag helemaal niet!’”

Van der Heiden: “Vergeet niet dat de Nashville-ondertekenaars een kleine groep zijn. Wat zij uitdragen, getuigt bovendien van geestelijke armoede. Als men graag over onze omgang met de schepping wil nadenken, zijn er wel ­urgentere zaken dan wat mensen tussen hun benen hebben hangen, zoals de klimaatvraagstukken. Maar het is vooral onvergeeflijk dat het pastorale vraagstuk hier niet voorop staat: hoe gaan predikanten om met mensen uit hun gemeente, die worstelen met hun seksuele identiteit?

Begin van ontwrichting

“De Nashville-verklaring kan trouwens wel tot emanci­patie leiden. Stel dat iemand uit orthodox-protestant ­Nederland dit leest en denkt: ‘Zoiets kun je toch niet schrijven, dat kun je mensen pastoraal niet aandoen’. Dan valt iemand niet meer helemaal samen met de norm en de identiteit die deze verklaring probeert vast te leggen. Volgens Agamben is deze vervreemding, dat niet-samenvallen, het kleine begin dat nodig is om deze norm en identiteit te ontwrichten. Zo wordt er ruimte ­gemaakt voor werke­lijke gelijkheid.”

Huijer: “Die emancipatie zie ik eerder gebeuren als wij de lichamelijke aanraking niet onmiddellijk aan seksuele identiteiten koppelen. Stel dat alle mannen elkaar wat vaker zouden aanraken. Dan wordt lichamelijk contact tussen mannen vanzelf niet meer direct als homoseksueel bestempeld. Als anderen zien dat jij dat soort vrijheid neemt in je handelingen, geeft dat hen de vrijheid om dat ook te doen.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden