InterviewWittgensteinbiograaf Ray Monk

Na honderd jaar is Wittgensteins abstracte, filosofische ‘Tractatus’ nog steeds invloedrijk en relevant. Hoe kan dat?

Ludwig Wittgenstein Beeld TR beeld
Ludwig WittgensteinBeeld TR beeld

Het is een moeilijk, abstract, filosofisch-logisch boek, het hoofdwerk van Ludwig Wittgenstein. Maar de Tractatus Logico-Philosophicus oefent grote invloed uit, ook buiten de filosofie. Volgens Wittgensteinbiograaf Ray Monk komt dat door de poëtische kracht van het boek. Deel een van een tweeluik.

Laura Molenaar

Het werk luidde een nieuwe periode in de filosofie in en krijgt nog steeds nieuwe interpretaties. Componisten Elisabeth Lutyens en M.A. Numminen zetten de tekst op muziek – die laatste als parodie. Schilders zoals Joseph Kosuth werden geïnspireerd door Ludwig Wittgensteins Tractatus Logico-Philosophicus. Er komt een graphic novel over het leven van de Oostenrijks-Britse filosoof. Theatermaker Bo Tarenskeen maakt een elfdelige theaterserie over de Tractatus.

Én onlangs verschenen twee nieuwe Nederlandse vertalingen van het boek. Hoe kan het dat een moeilijk, abstract, filosofisch-logisch boek honderd jaar na verschijning nog steeds zo invloedrijk en relevant is?

Wittgensteinbiograaf Ray Monk had ook moeite de Tractatus te begrijpen toen hij het voor het eerst las, rond zijn twintigste. “Ik begreep er helemaal niets van. Pas toen ik op de universiteit leerde over de metafysica van de Tractatus begreep ik het enigszins.” Voor zijn pensioen werkte Monk aan de University of Southampton in Engeland, en hij is bekend van zijn Wittgenstein-biografie The Duty of Genius.

Wittgenstein had de Tractatus in 1918 al min of meer af, maar het kostte hem veel moeite een uitgever te vinden. Dat lag niet alleen aan de moeilijke financiële situatie in Oostenrijk vlak na de Eerste Wereldoorlog, maar ook aan de inhoud van de Tractatus zelf. Aan een potentiële uitgever schreef hij: ‘Mijn boek bestaat uit twee delen: het deel dat hier ligt, en alles wat ik niet heb opgeschreven. En juist dit tweede deel is belangrijk.’

Als je de Tractatus openslaat in de vertaling van W.F. Hermans, zie je tekst in een genummerde lijst:

1. De wereld is alles, wat het geval is.

1.1. De wereld is de totaliteit van de feiten, niet van de dingen.

1.11. De wereld wordt door de feiten gedefinieerd en daardoor, dat het alle feiten zijn.

Als je dit onvoorbereid doorleest, krijg je als lezer haast zin om Wittgenstein door elkaar te schudden: had je dat tweede, belangrijke deel maar opgeschreven in plaats van deze ondoorgrondelijke stellingen! Toch was het voor Wittgenstein absoluut noodzakelijk om het zo te doen, en dat heeft alles met zijn filosofische ideeën te maken.

Over je eigen schaduw heen springen

“Wittgensteins oorspronkelijke motivatie om de Tractatus te gaan schrijven, werd gegeven door een paradox die de filosofen Bertrand Russell en Gottlob Frege tegenkwamen”, zegt Monk. Russell en Frege probeerden de wiskunde op de logica te funderen, om het daarmee een onbetwijfelbare basis geven. Om de paradox te omzeilen, probeerden ze die logica anders vorm te geven, maar ze kwamen er niet helemaal uit.

Hoewel Wittgenstein niet geschoold was in de filosofie werd hij gegrepen door de paradox, en reisde hij naar Cambridge om met Russell over de kwestie te discussiëren. Dat deden ze driftig ijsberend, terwijl Russell zich omkleedde voor het diner. Toch kwam zijn doorbraak niet in Cambridge, maar in een hut in Noorwegen, vertelt Monk. “Wittgensteins idee was dat Russell en Frege op tegenspraken stuitten omdat ze iets probeerden te zeggen wat zich niet laat zeggen.”

Daarvoor maakte Wittgenstein het belangrijke onderscheid tussen saying en showing. In sommige gevallen kun je ergens niet over spreken, je kunt het alleen tonen. Denk bijvoorbeeld aan de logica van onze taal, de manier waarop onze taal in elkaar zit, en die bepaalt of je iets zinnigs zegt of niet. Over de logica van onze taal kun je niets zeggen: zodra je dat doet gebruik je taal, en veronderstel je dus die logica al. “Het is alsof je over je eigen schaduw heen probeert te springen”, zegt Monk. “Elke keer als je springt, springt je schaduw mee.” Wat Russell en Frege hadden proberen te doen was een taalpuzzel op te lossen met logica. Ze zagen niet in dat ze daarmee over hun eigen schaduw heen probeerden te springen, dacht Wittgenstein.

Het belang van het mystieke

In 1914 reisde hij van Noorwegen naar Oostenrijk, maar daar brak de Eerste Wereldoorlog uit, waarop Wittgenstein zich direct vrijwillig aanmeldde bij het leger. Hij vocht aan het Russische front terwijl hij ook aan zijn Tractatus bleef werken. “Hij las daar Tolstojs Mijn kleine evangelie en raakte er enorm door geïnspireerd”, zegt Monk. Het leidde tot een nieuwe doorbraak: Wittgenstein begon nu ook na te denken over ethiek, religie en het mystieke. “Dat onderscheid tussen zeggen en tonen paste hij nu ook toe op die andere gebieden.”

“Nadat het boek werd gepubliceerd in 1921 oefende het grote invloed uit op twee groepen filosofen, in Wenen en in Cambridge. Hoewel ze sterk geïnspireerd werden door Wittgensteins theorie over taal, namen ze zijn opmerkingen over mystiek niet serieus. Maar voor Wittgenstein zelf waren die het belangrijkste. Hij werd eens uitgenodigd door de filosofen van de Weense kring en nam een poëziebundel van de Indiase mystieke dichter Rabindranath Tagore mee. Hij draaide zijn rug naar hen toe en begon de poëzie te reciteren. De Weense filosofen begrepen er niets van, zij wilden over taal praten. Maar Wittgenstein wilde duidelijk maken dat de dingen die filosofie en logica niet kunnen vatten júíst de belangrijkste dingen zijn.”

Woorden als speelgoedautootjes

Daarmee komt Monk op een tweede belangrijke idee uit de Tractatus: de afbeeldingstheorie. Het schijnt dat Wittgenstein deze theorie bedacht toen hij in een tijdschrift over een auto-ongeluk las. In de rechtszaal hadden ze het auto-ongeluk met een schaalmodel nagebootst. In Wittgensteins filosofie is de taal ook een soort schaalmodel van de werkelijkheid. Woorden zoals ‘kat’ en ‘mat’ zijn als het ware speelgoedautootjes die naar de échte auto’s – katten en matten – verwijzen. De manier waarop die woorden bij elkaar worden gezet in een zin, ‘de kat zit op de mat’, is analoog aan de opstelling van het schaalmodel, die de werkelijkheid nabootst.

“Als ik echter iets zeg als ‘God is groots’, dan is er geen stand van zaken in de werkelijkheid die afbeeldt dat God groots is”, zegt Monk. Dus kun je er volgens Wittgenstein niet over spreken. Zo komt Wittgenstein bij een van zijn bekendste uitspraken: “Waarover men niet spreken kan”, zoals de logica in de taal en het mystieke, “daarover moet men zwijgen.”

Toch knaagt er iets. Want als we Wittgenstein serieus nemen in zijn gebod om niet over logica te spreken, dan moeten we ons afvragen wat hij zelf eigenlijk aan het doen is in de Tractatus. Spreekt hij zelf niet over logica en taal?

Sommige filosofen interpreteren de tekst vanuit Wittgensteins onderscheid tussen zeggen en tonen, zegt Monk. “Ze gaan er vanuit dat Wittgenstein iets wil tonen waar niet over gesproken kan worden, en dat hij daarom tegenstrijdig klinkt. Aan het eind van het boek schrijft hij ook: ‘Mijn stellingen zijn verhelderend omdat hij die me begrijpt, tenslotte erkent dat ze onzinnig zijn. (Hij moet om zo te zeggen de ladder omvergooien na erop geklommen te zijn).’

Ironisch werk

“Maar er is zo’n twintig jaar geleden ook een nieuwe interpretatie ontstaan, die de tegenstrijdigheid gewoon té sterk vindt voor die uitleg. Zij zien de Tractatus als een manier om aan de lezer te laten zien dat een theorie over taal en betekenis niet mogelijk is. Het is volgens hen dus een ironisch werk.”

Ook kunstenaars zijn erg geïnspireerd geraakt door de Tractatus. Monk begrijpt dat goed. “Wittgenstein heeft zelf eens gezegd: ‘Mijn opvatting over de filosofie kan worden samengevat door te zeggen dat filosofie geschreven zou moeten worden alsof het poëzie is’. En het is ook erg poëtisch, het heeft die compactheid die je bij een gedicht zou verwachten. Ik denk ook dat schrijvers, musici en kunstenaars aangetrokken worden door dat idee dat er dingen zijn die niet gezegd kunnen worden.”

Ray Monk

Ray Monk (1957) is emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Southampton. Zijn Wittgensteinbiografie, The Duty of Genius, is in het Nederlands vertaald door Ronald Jonkers als Portret van een gekwelde geest. Monk schreef ook biografieën over Bertrand Russell en Robert Oppenheimer.

Lees ook:

‘Wittgenstein’ van Bo Tarenskeen voelt als een vriendelijke filosofie-les

Filosoof Ludwig Wittgenstein (1889-1951) is zo’n man die mooie dingen zegt, maar toch zo lastig te begrijpen valt. Dan is het fijn als er een voorstelling over hem wordt gemaakt. Een lesje ‘hoe zat het ook alweer’, met een goeie kans op meer.

Hoe Kierkegaard probeerde iets buiten het denken te houden

Voor het eerst verschijnt een van de belangrijkste werken van de Deense denker Søren Kierkegaard in het Nederlands. Wat is eigenlijk de grote betekenis van dat boek?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden