Interview

Na een aanslag op haar leven vond activiste Rafida Bonya Ahmed troost in atheïsme

Rafida Bonya Ahmed: ‘De overheid in Bangladesh is fascistisch. Voor alles wat ze niet aanstaat kun je in de gevangenis belanden.’ Beeld Eva Anandi

Rafida Bonya Ahmed groeide op in een seculier Bangladesh waar niemand van haar openlijke atheïsme opkeek. Tot islamitische groeperingen aan populariteit wonnen en zij en haar man door extremisten met machetes werden aangevallen. 

Op de ernst in haar ogen na is er weinig dat nog herinnert aan het feit dat Rafida Bonya Ahmed een paar jaar geleden aan een aanslag ontsnapte. Ze wandelt rustig het Migratie Museum Den Haag binnen. Pas wanneer ze gaat zitten en met haar hand voorzichtig een oog droog dept – “Ik heb ergens een allergie opgepikt denk ik!” – valt het op dat ze aan haar linkerhand een duim mist.

Twee jaar na de geboorte van de nu vijftigjarige schrijfster ziet ook de staat Bangladesh het levenslicht. Het is 1971 en de nieuwe natie heeft zich na een bloedige onafhankelijkheidsstrijd los weten te maken van Pakistan. In de jaren die volgen heerst er een vrijzinnig, seculier klimaat in de volksrepubliek. Ahmed: “In die tijd zag je nooit vrouwen met hoofdbedekking rondlopen, dat was echt heel ongebruikelijk. Het was iets voor vrouwen uit ver afgelegen dorpen.”

Bij Ahmed thuis gaan ze ontspannen met de religieuze tradities van de islam om. Oma is de enige die regelmatig bidt, vertelt ze. “We waren liberale moslims, zoals de meeste mensen in onze omgeving. Hier en daar werd er een feestdag gevierd en vasten deden we alleen als het een beetje fatsoenlijk uitkwam.”

Haar ouders behoren tot de hoogopgeleide elite van Bangladesh. Haar vader is veel in het buitenland waar hij werkt voor een Amerikaanse ngo, haar moeder is advocaat bij het hooggerechtshof. Lachend: “Mensen zeiden altijd over haar dat ze meer man was dan vrouw. Ze hebben me altijd gestimuleerd veel te lezen en te studeren.”

Als Ahmed op haar dertiende begint te twijfelen aan het geloof, raadt haar vader haar dan ook aan om alle heilige boeken uit de bibliotheek te lenen en uit te zoeken wat voor haar zelf waar is. “Ik was zo in de war over alle religies die claimden het bij het juiste eind te hebben. Wat nou als je als hindoe geboren wordt, terwijl alleen moslims naar de hemel mogen? Of dat je je hele leven moslim bent terwijl de christelijke God ondertussen de ware is? Ik vond het allemaal maar oneerlijk.”

Bonte sprookjes

Nadat ze de Baghavad Gita, de Koran en de Bijbel heeft uitgelezen, komt ze tot de conclusie dat de boeken voor haar niet meer zijn dan een verzameling bonte sprookjes. Ze haalt haar schouders op: “Ik geloofde er niet meer in en dat was geen enkel probleem bij ons thuis.”

Openlijk belijdt ze vanaf dat moment haar atheïsme en er is geen haan die er naar kraait. Daar komt verandering in als ze eind jaren tachtig begint aan een studie medicijnen op de universiteit van Dhaka. Ondertussen is er namelijk veel veranderd in het religieuze en politieke klimaat.

Het secularisme, één van de vier fundamentele principes van de Bengalese grondwet, wordt na meerdere militaire coups geschrapt. Legerofficier ­Ziaur Rahman vervangt het door ‘een absoluut geloof en vertrouwen in Allah de almachtige’. Niet lang daarna roepen zijn opvolgers de islam uit tot nationale religie van Bangladesh.

In rap tempo komen madrassa’s op, scholen waar uitsluitend de islamitische leer en de Arabische taal onderwezen wordt. Het wordt het standaard basisonderwijs in Bangladesh. Ahmed, die in haar jeugd nog een seculiere meisjesschool bezocht waar een hoofddoek een rariteit was, wijt de veranderingen aan internationale politieke belangen.

“Scholen en moskeeën werden op grote schaal gebouwd met geld uit Saudi-Arabië, in opdracht van de Verenigde Staten. Die wilden tijdens de Koude Oorlog voorkomen dat de communistische volksbewegingen aan kracht zouden winnen in Bangladesh. Via die scholen werd het wahabisme geëxporteerd, een ultraconservatieve stroming binnen de islam uit de Golfstaten. Door het ontbreken van seculier onderwijs zijn hele generaties gehersenspoeld tijdens die periode – het extremisme van nu is daar geboren.”

Veiligheid

Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen beginnen Ahmeds ouders zich ernstig zorgen te maken om de veiligheid van hun dochter, wier felle atheïsme en politieke overtuigingen op steeds meer kritiek van buitenaf komen te staan. Die zorgen worden niet minder als Ahmed op haar twintigste een besluit neemt dat bepaald niet strookt met de verwachtingen voor een meisje uit haar klasse. “Ik stopte met mijn studie medicijnen, sloot me aan bij een communistische beweging en verdween volledig van de radar. Ik werkte dag en nacht in een kledingfabriek omdat ik wilde weten hoe dat was. Toen mijn ouders me terugvonden hebben ze me het land uit gestuurd.”

Via Ethiopië, waar haar vader dan werkt, belandt Ahmed in Canada. Haar ouders halen haar over om haar studie daar af te maken. Dat doet ze, en in de jaren die volgen keert ze maar sporadisch terug naar haar geboorteland. Daar wordt de situatie ondertussen steeds grimmiger voor hen die zich niet kunnen vinden in het conservatieve gedachtegoed.

Extremisme wordt nog steeds niet tegengewerkt door de overheid, zegt Ahmed. “Ze stimuleren het juist omdat er politieke voorwaarden aan zijn verbonden. De miljoenen Bengalese arbeidsmigranten die elk jaar naar de Golfstaten vertrekken zouden bijvoorbeeld nooit een visum krijgen als de overheid zou optreden tegen wahabisten. Het is de combinatie van religieuze onvrijheid en het gebrek aan politieke bescherming die Bangladesh voor vrijdenkers zo gevaarlijk maakt.”

Controverse

Die vrijdenkers vinden elkaar vanaf het begin van het millennium op het internet. In 2002 richt activist Avijit Roy het weblog ‘Mukta Mona’ op, wat letterlijk ‘vrije denkers’ betekent. Het is het eerste weblog in het Bengali waar atheïstische opvattingen gedeeld worden en wint snel aan populariteit. Als Roy in 2008 een boek uitbrengt met de titel ‘Het virus dat religie heet’, zorgt dat voor controverse onder radicale moslims. Dat vuur wordt verder aangewakkerd als niet veel later nog een boek van zijn hand verschijnt dat opkomt voor homoseksualiteit.

De ogen van Ahmed glinsteren als ze over hem vertelt: “Ik ontmoette Avijit toen hij een stuk van mij verdedigde op Mukta Mona. Zijn reactie was zo uitgebreid en onderbouwd – ik was onder de indruk.”

Roy en Ahmed worden verliefd en omdat hij dan nog aan het promoveren is in Singapore, hebben ze jaren een langeafstandsrelatie. Als hij uiteindelijk bij haar in de Verenigde Staten komt wonen zetten ze samen het werk van Mukta Mona voort. Ahmed lacht: “Dat is wat we online deden, maar ook in het echte leven waren we daar mee bezig. Eindeloos discussies voeren, dat was de basis van onze relatie. Mijn dochter dacht vaak dat we alleen maar ruzie hadden. Maar we hadden het zo goed, we waren zo modern. We bleven elkaar maar uitdagen.”

Ondertussen veroordeelt een Bengalees oorlogstribunaal in 2013 meerdere kopstukken van de huidige islamitische oppositiepartij Jamaat-e-Islami tot de doodstraf. De leiders worden door het tribunaal schuldig bevonden aan marteling, genocide en grootschalige verkrachtingen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog met Pakistan.

Als in een campagne de suggestie wordt gewekt dat de bloggers fervente islamhaters zijn die achter het tribunaal zitten, is dat koren op de molen van radicale islamitische groeperingen. Zij verklaren de bloggers vogelvrij en tussen 2013 en 2016 trekt er een golf van lynchpartijen door het land. Meer dan 48 bloggers, schrijvers en uitgevers die een al te seculiere kijk op de samenleving verdedigen worden op klaarlichte dag met kapmessen vermoord. Ahmed veert op: “En de overheid keek weg, die deed niks. Ze gaven zelfs de slachtoffers de schuld van het geweld. Hadden ze maar geen religieuze gevoelens moeten kwetsen.”

Ook Roy en Ahmed staan op de zwarte lijst van militante groeperingen, maar desondanks vertrekken ze begin 2015 naar Bangladesh om een jonge generatie studenten een hart onder de riem te steken. “Mijn dochter was net het huis uit en Avijit en ik wilden meer tijd doorbrengen in Bangladesh. Er was zo veel te doen voor de mensen daar, zoveel onrecht recht te zetten.”

Op 26 februari 2015 bezoeken ze een boekenmarkt op de universiteit van Dhaka. Op de weg terug naar huis wordt er toegeslagen: een groepje jonge moslimextremisten, die blijkbaar weten dat Ahmed en Roy in het land zijn, trekken het stel uit de fietstaxi. Ze beginnen op hen in te hakken met machetes. De politie, die een eindje verderop staat, doet niets.

Ziekenhuis

Een jonge man schiet uiteindelijk te hulp en brengt hen naar het ziekenhuis, maar Roy is dan al overleden. Ahmed wordt in kritieke toestand opgenomen in het ziekenhuis. Een paar dagen later wordt ze door de FBI teruggehaald naar de VS, waar ze in een rehabilitatiecentrum voor oorlogsveteranen belandt. Ahmed: “Mijn stoere psychiater zei tegen me: jouw soort heb ik eerder gezien, met jou komt het wel goed.”

In de periode die volgt, vindt ze troost in het atheïsme, in haar liefde voor de wetenschap en in de overtuiging dat alles onderhevig is aan toeval. “Mensen zeggen toch vaak ‘er zijn geen atheïsten in de loopgraven?’ Als je iets ergs overkomt, zou je je automatisch richten tot iets hogers, is de gedachte. Nou, in mijn geval was het juist het tegenovergestelde. Het feit dat er geen plan is, geen reden, dat de dingen gewoon willekeurig gebeuren, dat bracht me rust. We leven niet in een eerlijke wereld en slechte dingen gebeuren aan de lopende band. Het is gewoon een kwestie van stomme pech dat dit mij is overkomen.”

De fakkeloptocht die in 2015 in Dhaka werd gehouden na de moord op Avijit Roy, de echgenoot van Bonya Ahmed. Beeld AFP

Jarenlang blijft een onderzoek naar de aanslag uit en Ahmed is tot op de dag van vandaag nooit ondervraagd door autoriteiten. Als de zaak later veel media-aandacht krijgt, komt er wel een proces tegen de daders. “Puur voor de vorm hoor. Ze waren met zes mannen, maar het brein achter de aanslag hebben ze nooit gepakt. De tweede man is verdwenen en de derde werd vermoord terwijl hij in hechtenis zat. De overige drie hebben ze nu gepakt, maar dat zijn nog maar kinderen, afkomstig uit een hele arme sociale klasse. Die waren compleet gehersenspoeld.”

De lynchpartijen zijn gestopt, maar de situatie in Bangladesh is er sindsdien niet beter op geworden. Bloggers hebben het land verlaten of zitten ondergedoken. In 2018 wordt een wet in het leven geroepen die het mogelijk maakt om mensen tot 14 jaar vast te zetten voor het verspreiden van ‘negatieve propaganda’. Ahmed: “De overheid in Bangladesh is fascistisch. Voor alles wat ze niet aanstaat kun je in de gevangenis belanden. De vrijheid van meningsuiting is compleet gesneuveld.”

Amnesty International wijst op het gebrek aan heldere definities in de digitale wet en noemt die een grove schending van meningsvrijheid. Daarnaast meldt Verslaggevers zonder Grenzen dat in verkiezingstijden nieuwswebsites met grote regelmaat worden geblokkeerd, journalisten die kritiek uiten op de overheid zonder proces achter de tralies verdwijnen en er nog steeds groot gevaar dreigt dat zij die openlijk een seculiere kijk op de samenleving verdedigen, slachtoffer worden van geweld uit radicaalislamitische hoek.

Weggestuurd

Op aanraden van de FBI is Ahmed sinds de aanslag niet meer terug geweest in Bangladesh. “Ik heb een Bengalees paspoort, maar ik ben er niet veilig. Ik ben weggestuurd en niet meer teruggegaan. Daar voel ik me niet schuldig over. Wel over de consumptiemaatschappij waarin ik nu leef, trouwens. Ik heb in de fabrieken gezien wie daarvoor de prijs moeten betalen.”

Rafida Bonya Ahmed reist sinds de aanslag de wereld rond om te spreken over de situatie in haar geboorteland. De traumatische gebeurtenis heeft haar enorme veerkracht bewezen. “Ik ben echt dankbaar. Zo veel mensen in deze wereld krijgen nooit wat ze willen, terwijl ik het heel lang zo goed heb gehad. Daar houd ik aan vast.”

Lees ook: Bengaalse schrijver op straat gedood
In 2015 werd schrijver en atheïst Avijit Roy - echtgenoot van Bonya Ahmed - op straat gedood. De moord past in patroon van ophitsing en geweld tegen seculiere activisten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden