Zin in muziekRatio en emotie

Muziek die emotie losmaakt, daar is veel denkwerk voor nodig

Hawar Tawfiq (links) en Hannes Minnaar (rechts)Beeld Jörgen Caris

Muziek en zingeving, valt dat te combineren? Zeker wel, als je luistert naar topmusici uit alle windstreken en het begrip ‘zin’ behapbaar opdeelt. Vandaag deel 3: het zinrijke. Zit er een rationele kant aan muziek? Nee – maar bij nader inzien toch wel.

Muziek moet ons raken, is een taal van emoties. Maar heeft ze daarnaast ook een rationele kant? Reikt het verstand het gevoel de hand, of nog mooier: kan het verstand het gevoel doen stromen? De vraag roept bij Hawar Tawfiq en Hannes Minnaar meteen een voelbare huiver op. Tawfiq: “De ratio moet in dienst staan van de emotie.” Minnaar: “Ik begin niet met denken maar gewoon met spelen.” 

Later blijkt het toch wat genuanceerder te liggen. Zo zegt Tawfiq dat hij, als hij begint te componeren, muziek ‘in eerste instantie rationeel benadert’. Meestal werkt Tawfiq in opdracht, waarbij het thema van het muziekstuk vaststaat. Nog niet zo lang geleden was dat vrijheid & democratie in Europa, naar aanleiding van het vijfentwintigjarig bestaan van het Verdrag van Maastricht.

Filosoof en Denker des Vaderlands René Gude (1957-2015) ontleedde het vage begrip ‘zin’ in vieren: zinnelijk (lichamelijk), zintuiglijk (mooi), zinrijk (rationeel) en zinvol (doelgericht). Peter Henk Steenhuis en Annemieke Huls verkennen met die bagage op zak de muziek. Tijdens acht avonden in Tivoli Vredenburg treden topmusici op en gaan ze over de zin van hun muziek in gesprek.

Wanneer? 10 december, 20-21.30 uur (zaal open 19.30)
Waar? TivoliVredenburg. Vredenburgkade 11, Utrecht
Entree: € 17,50 (bestellen via www.tivoli­vredenburg.nl)

‘Zin in muziek’ wordt mede mogelijk gemaakt met steun van Stichting Dialoog. 
Beluister de Zin in muziek-podcast: www.nporadio4.nl/zininmuziek

Tawfiq: “De opdrachtgever wilde ook graag dat ik bij de compositie gebruik zou maken van Koerdische instrumenten. Het stond vast dat dit een compositie moest worden waarbij het maatschappelijke belang van de EU naar voren moest komen. Ik wilde in mijn compositie niet alleen de tijdgeest uitdrukken, maar ook de historische context. Ik kwam uit bij de oude Grieken, die de democratie hebben geïntroduceerd in de wereld. Bij de Bijbel, die een enor­me invloed heeft gehad op het ontstaan van Europa, en bij de Franse revolutie. Dat was genoeg, als thematiek. Dat is alleen het denkwerk, ik heb dan nog niets gecomponeerd. Maar de basis van de compositie ‘Unificazione’ lag er nu.

“Vervolgens maak ik een schema, dat de vorm en de structuur van de compositie bepaalt. Daarin verdeel ik de tijd die het stuk zal gaan duren over de verschillende sferen die ik wil laten klinken. Bij die sferen schrijf ik woorden: kleurrijk, gevoelig, sterren verschijnen aan het firmament. Dan kies ik mijn materiaal, de instrumenten die het thema moeten verklanken.”

Hannes Minnaar (1984) is een van Nederlands meest succesvolle pianisten. Na het winnen van prijzen tijdens het Concours van Genève en de Koningin Elisabeth Wed­strijd weet hij internationaal de aandacht op zich te ves­ti- ­gen. Zowel als solist als binnen zijn Van Baerle Trio vindt Minnaar het belangrijk niet zichzelf op de voorgrond te zetten, maar de compositie. ‘Hoe blijf je zo trouw mogelijk aan de partituur en hoe vertaal je die naar de luisteraars?’

Dit is héél veel ratio.

“Klopt. Maar die ratio mag nooit sturend worden. Leidend is en blijft de emotie. Zo zou ik in mijn schema kunnen schrijven: twee minuten rust in het midden van het stuk. Dat zou compositorisch te verantwoorden kunnen zijn vanwege de symmetrie van de opbouw; dat het aantal maten in het eerste deel gelijk moet zijn aan het aantal maten in het tweede deel boeit me echt niet! Die twee minuten rust moeten een dieper doel dienen, bijvoorbeeld om een gevoel van verlatenheid, verlangen en een­zaam­heid uit te drukken. Maar zonder hier goed over na te denken, zou ik die emotie niet veroorzaken. Op die manier moet het emotionele het rationele sturen.”

Pianist Hannes Minnaar: “Bij mij als uitvoerder begint het proces van interpretatie achter de piano. Ik begin niet met denken maar gewoon met spelen. In mijn handen voel ik letterlijk de akkoorden, hoe die liggen en hoe de verschillende stemmen ten opzichte van elkaar bewegen. Dat fysieke gevoel van de grepen activeert bij mij het verstandelijke, gaandeweg resulteert dat in een analyse.

Beeld Jörgen Caris

“Dan analyseer ik de vorm van een werk. Dat geeft mij houvast om de grote lijn in de uitvoering aan te brengen, het rationele is een middel om te zorgen dat het verhaal van begin tot eind blijft boeien. “Het is interessant om een compositie verstandelijk te ontleden, zoals je ook bij een roman kunt doen. Maar als je het boek leest, wil je het liefst in het verhaal kruipen en je niet bekommeren om de structuur die de schrijver heeft aangebracht. Evengoed maakt het voor een luisteraar niet uit of hij luistert naar een sonatevorm of een thema met variaties, zolang hij maar meegevoerd wordt in het muzikale verhaal.”

U bent niet alleen uitvoerder van muziek, u luistert ook veel.

Minnaar: “Ja, en als luisteraar heb ik last van beroepsdeformatie, ik sla gauw aan het analyseren en voel me zelfs een beetje schuldig als ik niet in één keer grip op de vorm heb. Toch zijn de mooiste concerten die ik heb meegemaakt van onontkoombare uitvoerders: zodra zij één noot spelen, hang je aan hun lippen, vergeet je simpelweg na te denken, luister je om het luisteren.”

Dat klinkt als de ideale luisterervaring. Maar wat als dat niet gebeurt? Kan een toelichting op de muziek ons dan niet over een dood punt helpen?

Tawfiq: “Ik denk niet dat mijn publiek iets zou opschieten met een rationele benadering van mijn muziek. Ik heb liever dat luisteraars weinig weten over de inhoudelijke kanten van mijn stukken, maar wel de vibraties voelen die de thema’s teweegbrengen. Een componist is een ingenieur: op het moment dat hij bouwt, moet hij elk detail exact berekenen, maar voor de gebruiker van het gebouw is het niet nodig deze berekeningen te kennen.”

Minnaar gaat nog een stap verder: “Woorden kunnen de luisteraar juist in de weg zitten. Stel, ik zeg bij een stuk van Beethoven dat het over onoverwinnelijkheid gaat, dan horen luisteraars niets anders dan onoverwinnelijkheid. Dat is jammer, daarmee wordt het stuk een­dimensionaal, terwijl er misschien veel meer sferen in te ontdekken vallen.

Componist en violist Hawar Tawfiq (1982) kwam via zijn oudere broer in aanraking met (wester­se) klassieke muziek. Hij kreeg vioolles in zijn geboortestad Sulayma­nia (Koerdistan, Noord-Irak). Hij vlucht­te zon­- der familie naar Nederland, waar hij zijn vioolstudie oppakte. Tawfiq is inmiddels een gevierd componist. Zo kreeg hij op­drach­ten van Het Gelders Or­kest, Philharmonie Zuid Nederland en het Nederlands Studenten Orkest.

“Of neem ‘Le Tombeau de Couperin’ van de Franse componist Maurice Ravel. Het stuk eindigt met een toccata, veel repeterende nootjes. In de programmaboekjes staat altijd dat het stuk gecomponeerd is tijdens de Eerste Wereldoorlog en opgedragen aan omgekomen vrienden. Dat klopt. Dan volgt de conclusie dat je in het hamerende slot mitrailleurvuur hoort. Maar vrijwel de hele toccata moet zacht gespeeld worden, alleen de laatste pagina is luid. Dat is toch geen mitrailleur! Als mensen dit lezen, kunnen ze niet anders meer horen dan geweervuur.”

Tawfiq: “Het is bovendien een tendens  dat mensen willen weten of ze ‘goed’ hebben geluisterd, de juiste boodschap hebben gehoord. Alsof een concert bezoeken een soort examen is, waarop goede en foute antwoorden te geven zijn. “Ze willen bevestigd worden in hun manier van luisteren, en die bevestiging is makkelijker rationeel te krijgen, dan emotioneel. Als ik een toelichting geef, vertel ik met opzet niet zoveel over mijzelf. Door mijn muziek – neem ‘Unificazione’ – vertel ik indirect hoe ik denk over democratie en vrijheid.”

Minnaar: “Ik leer een componist het liefst kennen via zijn composities. Zijn biografie interesseert me slechts als die in dienst staat van de muziek, wat hij op zijn brood at maakt mij niet zoveel uit.”

Wat maakt wel uit?

Minnaar: “Ik probeer een componist te leren kennen via zijn werk. Dankzij verschillende versies van een compositie lukt het mij soms dichter bij de essentie van dat werk te komen. Er is een beroemde anekdote over het Tweede Pianotrio van Franz Schubert. Na kritiek van een aantal vrienden heeft Schubert een passage van honderd maten en een lange herhaling uit het vierde deel gesneden. Zo is het in druk verschenen.

“Ik vond dat vierde deel altijd een gebed zonder einde. Het kabbelt maar door, het ritme is eentonig, de harmonieën zijn eenvoudig. Totdat ik met mijn pianotrio de oorspronkelijke, honderd maten langere versie speelde, dus inclusief de vele herhalingen die in de aangepaste versie geschrapt zijn. Ik kreeg het gevoel van minimal music, raakte ervan in een flow, juist omdat ritme en harmonie zo basaal zijn kwam ik erdoor in een cadans terecht. En door de lange herhaling aan het begin krijgt het stuk plotseling een duidelijke structuur. Pas toen begreep ik het: de oorspronkelijke versie mag dan vijf minuten langer duren, de herhalingen hebben een onmisbare functie, waardoor het oorspronkelijke werk veel korter voelt dan de ingekorte versie.”

Nu gaat het over een oud stuk. Hoe werkt dat met een modern stuk, bijvoorbeeld van Hawar Tawfiq, als er geen opnames beschikbaar zijn. Volgt u de aanwijzingen van de componist?

“Ik volg altijd de aanwijzingen van de componist! Met het volgen van die aanwijzingen ben je er overigens nog lang niet. Er valt over iedere noot wel een rationele keuze te maken: welke rol heeft die in het geheel, wat voor energie geef ik hem mee, welke richting, wat is de sfeer, de hiërarchie. Zoveel kan een componist er nooit bij noteren. Die keuzes bepalen de interpretatie van een stuk. En dat voegt wat toe.

“Om nog een keer de vergelijking met een boek te maken: als je een peuter een boek voorleest – zoals ik met m’n zoontje van twee voor het slapengaan doe – kun je de tekst op veel manieren brengen: met timing, de intonatie van je stem, welk woord je benadrukt, hoe je het uitspreekt enzovoort. Het wordt nooit twee keer precies hetzelfde, want je reageert op de luisterende partij; iedereen leest het, bedoeld of onbedoeld, op z’n eigen manier. En als het een goed boek is, hoef je daarvoor niks aan de tekst te veranderen.

“Het voordeel van een levende componist is dat je kunt checken of hij iets inderdaad zus en zo bedoelt en wat je bewegingsvrijheid is. Het komt soms ook voor dat een componist juist heel nieuwsgierig is naar wat je er als uitvoerder mee gaat doen, hoe je het invult. Dat zijn mooie gesprekken. Bij zo’n analyse blijkt dan toch de intuïtie meestal wel te kloppen. Gelukkig.”

Klassiek in oorlog

Hawar Tawfiq: “Ik maakte kennis met klassieke muziek in 1991, tijdens de eerste golfoorlog. Omdat ik me in de schuilkelder verveelde, beluisterde ik cassettebandjes – vooral populaire koerdische liedjes uit de jaren tachtig. Die muziek sprak me niet zo aan. Op een gegeven moment stuitte ik op bandje waar niets op geschreven was. wie de componist was, wist ik niet. wat de bedoeling was, wist ik niet. was het mooi? Wist het niet. Het was anders, en dat maakte me nieuwsgierig. ‘Het is klassieke muziek!’, riep mijn oudere broer, die het bandje had meegenomen uit Bagdad, waar hij toen studeerde. 

Ik dacht direct: deze muziek hoort bij de Europese of Amerikaanse cultuur. En: hoe zou het voelen deze muziek elke dag te kunnen horen? Europa betekende voor mij: veiligheid, een plek waar mensen elkaar geen pijn doen. Ik stelde me voor hoe Europeanen veilig naar school gaan, boodschappen doen, een concertzaal bezoeken. 

Terwijl buiten geweerschoten klonken gaf deze muziek me binnen een ontzettend fijn en veilig gevoel. Telkens draaide ik het bandje opnieuw. Ik begon de muziek mooier te vinden, de melodieën en harmonieën. Het gesprek tussen de instrumenten werd goddelijk. Later ontdekte ik dat het de tweede orkestsuite in b klein van Johann Sebastian Bach was. Hoe anders zou mijn leven verlopen zijn als ik die bandjes niet had gevonden.”

Lees de vorige delen hier terug:

‘Er is verschil tussen Bach zonder voeten en Bach mét’

Deel 1 van een achtdelige serie: lekkere muziek. Hoe luister je licha­melijk? ‘Er is verschil tussen Bach zonder voeten en Bach mét.’

‘Schoonheid in muziek is vaak iets technisch’

Deel 2: het zintuiglijke, esthetische. Wat maakt muziek mooi? In Israël blijkt schoonheid iets anders te zijn dan in de Kalahariwoestijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden