EssayRelgieuze kunst

Musea verzwijgen religieuze kant van kunstenaars en hun werk

Van Gogh had met zijn 'De zaaier'(1888) een religieus motief. Maar daar informeert het museum de kijker nauwelijks over.

Musea zijn schatkamers van kunst met een religieuze inslag, maar ze verzuimen dat aspect te belichten. Volgens hoogleraar esthetica Wessel Stoker doen ze daarmee de kunst én de kijker tekort.

Moderne kunstenaars zoals Marlene Dumas maken kunst met christelijke thema’s. Het Stedelijk Museum in Amsterdam toonde Dumas’ ‘Jesus Serene’ (1994) op een overzichtstentoonstelling van haar werk in 2015. Het is een groepsportret waarvan ongeveer de helft gezichten van Jezus zijn – bewerkingen van klassieke Jezusgezichten uit de kunstgeschiedenis – en de andere zijn bekenden van haar. Ook Francis Bacon en Michael Jackson staan er volgens sommigen op.

Al die gezichten lijken wat op elkaar doordat hun gezichten iets spiritueels hebben. ‘Jesus Serene’ kan bij museumbezoekers de vraag oproepen of zij op Jezus willen gaan lijken. Maar worden ze gestimuleerd die vraag te stellen?

Afhankelijk van de eigen religie of levens­beschouwing zullen mensen verschillend reageren op deze hedendaagse kunst met christelijke thema’s. Waarbij zij aangetekend dat in Nederland de transcendente dimensie – het besef dat er meer is dan we kunnen wegen, meten of tellen – wegsijpelt.

De schatkamer blijft gesloten

Vorig jaar april betoogde Leonie Bree­baart in Letter&Geest dat kunst met christelijke thema’s voor iedereen belangrijk is. “Maar naarmate de gesprekken over Pasen buiten de kerk almaar betekenislozer worden, dringt zich ook de vraag op of thema’s als schuld en boete, offer en vergiffenis niet vaker uit de schatkamer van die éne traditie bevrijd mogen worden. Vragen uit de schatkamer van de christelijke traditie verdienen een veel breder publiek.”

Probleem is dat de museumbezoeker de werken uit de schatkamer van de christelijke traditie zelden te zien krijgt als religieuze werken.

Toen ik ‘Jesus Serene’ op de tentoonstelling zag, was ik verrast en kon het niet direct plaatsen. Later las ik de catalogus van de tentoonstelling die Dumas zelf aan het woord liet over Jezus. Helaas laten andere musea het religieuze van een kunstwerk vaak onbenoemd.

Marlene Dumas: 'Jezus Serene'

De Belgische museumdirecteur Isabelle Benoit zei in 2010 op een conferentie over museum en religie: “Het is niet de missie van musea om de ervaring van geloof te onderzoeken of te communiceren.” Benoit wijst daarmee op de praktijk van veel algemene musea om het religieuze van kunstwerken onderbelicht te laten.

Ik bezocht Tate Modern in Londen in augustus 2018. Er was Duitse kunst uit de Eerste Wereldoorlog en de jaren daarna te zien. De aandacht voor religieuze werken was minimaal. Men wees alleen op Rudolf Steiner en Tagore uit India, die toen lezingen over spiritualiteit in Duitsland hielden. Het religieuze karakter van expressionisten als Kandinsky bleef onbelicht. De toelichtende tekst sprak alleen over de sceptische houding van de kunstenaars tegenover kerk en christendom.

Van Goghs beroemde ‘Zaaier met ondergaande zon’ hing op de tentoonstelling van de Franse schilder François Millet, georganiseerd door het Van Goghmuseum (2019-2020).

Naast schilderkunstige motieven wilde Van Gogh ook de natuur als schepping van God ­laten zien. Hoe hij dat doet, kun je aanwijzen in zijn werk zelf; hij schreef er in zijn brieven ­lyrisch over. Maar het Van Goghmuseum laat dit in zijn tentoonstellingen Van Gogh & Japan (2018) en Hockney-Van Gogh (2019) onbenoemd. De kijker wordt op bordjes wel over­laden met kunsthistorische gegevens.

De kleuren heeft van Gogh deels ontleend aan Japanse kleurenhoutsneden, zo vernam de bezoeker op de tentoonstelling Van Gogh & Japan. Van Goghs landschappen leerde je op de tentoonstelling Hockney-Van Gogh te vergelijken met die van David Hockney. Het lijkt wel of het museum zich richt op de doelgroep ‘aankomend kunsthistoricus’ – maar dan zonder gevoel voor het religieuze aspect van kunst.

‘Zaden van leven gevende gedachten en gevoelens geeft’

Op de tentoonstelling over de Franse schilder François Millet (1814-1875) was het wat anders. De kijker werd verteld hoe Millet het boeren­bestaan, het dagelijkse leven op het land vanuit zijn religieuze inspiratie schilderde. De toelichting op de film van het museum bij de tentoonstelling vertelt dat Millet voor Van Gogh een groot voorbeeld was. Het thema van de zaaier had Van Gogh bij Millet leren kennen. De zaaier zaait het Woord van God uit en daarnaast symboliseert hij ook het nieuwe leven (dat hij uitzaait), zo wordt ons verteld.

De toelichting toont vervolgens Van Goghs ‘De zaaier met ondergaande zon’ (juni 1888), waarbij alleen gewezen wordt op de kleurcompositie met de opmerking: ‘een typische Van Gogh’. Daarmee wordt kennelijk gedoeld op Van Goghs vernieuwing van de schilderkunst. Het is wel clichématig om naar Jezus’ gelijkenis van de zaaier te wijzen, maar het is al heel wat dat het religieuze aspect van zijn werk aandacht krijgt.

Van Gogh beschouwde zichzelf dankzij Gods inspiratie als een zaaier-kunstenaar die ‘zaden van leven gevende gedachten en gevoelens geeft’. In zijn zaaier uit november 1888 heeft hij boven het hoofd van de zaaier-kunstenaar dan ook een zon als een halo geschilderd.

De bezoekers van de tentoonstelling hoeven natuurlijk niet de uitleg van Van Gogh zelf te volgen. Uitgangspunt van de uitleg van een kunstwerk is het werk zelf, maar kennis van Van Goghs eigen visie kan de beschouwers ervan aan het denken zetten hoe zijzelf met zo’n religieus werk omgaan. Ook zulke informatie geven is mijns inziens een taak van het museum, wil het echt iets laten zien van de existentiële diepte van een werk.

Alléluia

Kunstwerken in monumentale kerken bekijken heeft het voordeel dat de ruimte zelf al het religieuze karakter ervan benadrukt. Zo heeft de gotische kerk van Abbeville in Noord-Frankrijk glas-in-loodramen van Alfred Manessier. Zijn ‘Ode aan het Licht’ (1988-1993) is driehonderd vierkante meter abstractie, vormen en kleuren die lijden, dood en opstanding van ­Jezus tonen. De ramen in het koor tonen in ­jubelende kleuren de hoop van Pasen.

Omdat de ‘Ode’ bij de liturgische ruimte hoort, wordt het religieuze karakter direct zichtbaar. Het is aan de bezoekers hoe zij reageren op deze imposante installatie. Die stelt existentiële zaken aan de orde die ieder mens aangaan, zoals dood en hoop. Niet via taal, woorden, maar via kleur en vorm communiceert de installatie ­Jezus’ verhaal. 

Behalve vaste werken in een liturgische ruimte van een kerk, zijn er ook monumentale kerken die exposities van religieuze kunst organiseren. Maar zouden ook ‘gewone’ musea een tentoonstelling zo kunnen inrichten dat het religieuze karakter ervan echt benoemd wordt? Religieuze musea doen dat vaak heel goed. Zo zag ik op de tentoonstelling over relieken in het Catharijneconvent hoe bezoekers reageerden op de voorwerpen.

Het kan anders!

De curator Gary Vian maakte in Baltimore de tentoonstelling Holy Image, Holy Space (1988). Hij stelde de iconen zo op dat hun religieuze ­inhoud volledig tot hun recht kwam. Hij was daarin volgens de recensent van Times Review geslaagd: de Christus­icoon was op de tentoonstelling nog evenzeer een venster op Christus als destijds in 1400 in de kerk waar hij vandaan kwam.

Algemene musea in Nederland laten een kans liggen als ze niet het religieuze karakter van werk met christelijke thema’s – dat geldt uiteraard ook van het werk met thema’s van andere godsdiensten – belichten. 

Het kan anders, zo liet de tentoonstelling Seeing Salvation in 2000 in de National Gallery in Londen zien. De socioloog Roger Homan schreef enthousiast dat deze tentoonstelling ingaat tegen de tendens om kunst van haar religieuze karakter te ontdoen. De focus lag niet op de technische virtuositeit van de kunstenaars, maar op hun vroomheidsintenties en op hun religieuze thema’s. Doet een museum dat niet, dan komt het religieus-existentiële karakter van kunst te weinig uit de verf.

Doordat musea, zoals Benoit betoogde, niets over de functie van geloof hoeven te zeggen, laten ze de religieuze kant van kunst onbelicht. Ze beperken zich tot esthetische of kunsthistorische toelichtingen. Zo reduceren ze de betekenis van kunst uit de schatkamer van de christelijke traditie. Die blijft zo in nevelen gehuld. Daarmee doet het museum de kunst en de bezoeker tekort. 

Lees ook:

Religie is geen taboe meer voor kunstenaars

Musea doen het zwijgen over het religieuze aspect van kunst. Ironisch genoeg is dat aspect voor kunstenaars zelf geen taboe meer.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden